Medische encyclopedie
Beschadiging van een deel van de hersenen door een onderbreking in de bloedtoevoer. Wordt ook CVA (cerebrovasculair accident), beroerte of attaque genoemd
Als de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen is onderbroken, functioneert het aangedane gebied niet meer normaal. Dit heet een CVA of beroerte. De beroerte kan het gevolg zijn van een blokkade van een slagader; dit is een niet-bloedig of ischemisch CVA (herseninfarct; 80 procent van alle beroerten). Een andere oorzaak is een lek in een van de slagaders van de hersenen. Dit is een bloedig of hemorragisch CVA (hersenbloeding; 20 procent van alle beroerten).
Aan een beroerte gaat meestal geen waarschuwing vooraf. Onmiddellijke opname in het ziekenhuis is essentieel om verdere schade aan de hersenen te voorkomen. De gevolgen van een beroerte hangen af van de plaats en de omvang van de schade aan het hersenweefsel. Ze variëren van lichte, tijdelijke symptomen, zoals wazig zien, tot levenslange invaliditeit of overlijden.
Als de symptomen binnen een dag verdwijnen, spreekt men van een TIA (Transient ischemic attack (TIA)), wat een waarschuwing is voor een toekomstige beroerte.
Naar boven
Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer 0,6 procent van de bevolking heeft ooit een beroerte gehad. De aandoening komt meer voor bij mannen en ouderen. Een zeventigjarige heeft een ongeveer honderdmaal zo grote kans op een beroerte dan een veertigjarige. Hoewel het overlijden aan de aandoening de afgelopen vijftig jaar is afgenomen, zijn beroerten nog steeds een belangrijke doodsoorzaak.
Naar boven
De oorzaken
Ongeveer 80 procent van de beroerten ontstaat doordat een bloedstolsel in een slagader in de hersenen ontstaat (trombose) of daar terechtkomt (embolie), met als gevolg een herseninfarct. Hersenembolie is een vorm van herseninfarct waarbij een bloedstolsel van elders, bijvoorbeeld uit het hart of een halsslagader, in een slagader van de hersenen terechtkomt. Meer dan de helft van de herseninfarcten wordt veroorzaakt door hersenembolie. Een hersenbloeding, die de oorzaak is van ongeveer een vijfde van de beroerten, treedt op als een slagader in de hersenen scheurt en bloed in het weefsel lekt.
De bloedstolsels die tot herseninfarcten leiden, ontstaan vooral in slagaders die zijn beschadigd door atherosclerose. Factoren die de kans op atherosclerose verhogen, zijn vet eten, roken, diabetes mellitus en een hoge cholesterolspiegel (zie
Erfelijke hyperlipoproteïnemie).
Hersenembolie kan ook een complicatie zijn van bepaalde hartritmestoornissen, vooral boezemfibrilleren (Boezemfibrilleren), een hartklepaandoening (Hartklepafwijkingen) of een recent hartinfarct (Hartinfarct), die alle een bloedstolsel in het hart kunnen doen ontstaan. Een hersenembolie kan ook uit de lichaamsslagader of uit een halsslagader afkomstig zijn. De kans op een herseninfarct of hersenbloeding wordt vergroot door hoge bloeddruk. Minder vaak gaat het om trombose in een hersenslagader die vernauwd is door een ontsteking. Deze kan veroorzaakt zijn door een infectie of door een auto-immuunziekte, zoals polyarteriitis nodosa.
- Hersenbloeding
- Op deze CT-scan is een hersenbloeding te zien. Hersenbloedingen zijn één mogelijke vorm van een beroerte.
- Opgehoopt bloed
- Schedel
Naar boven
De symptomen
Bij de meeste mensen ontstaan de symptomen binnen enkele seconden of minuten. Ze hangen af van het aangedane hersengebied en omvatten:
- spierzwakte of verlamming aan één kant van het lichaam;
- gevoelloosheid aan één kant van het lichaam;
- onhandigheid of verlies van fijne bewegingen;
- verlies van het gezichtsvermogen in één oog of beide ogen;
- moeite met het vinden van woorden en het begrijpen van gesproken of geschreven taal;
- onduidelijk spreken;
- overgeven, problemen met het evenwicht en duizeligheid (Duizeligheid).
Als de beroerte ernstig is, kan het slachtoffer bewusteloos raken. Dit kan overgaan in coma, en de dood kan intreden.
Naar boven
De diagnose
Als iemand volgens u een beroerte heeft (gehad), waarschuw dan direct de huisarts. Die zal de patiënt direct laten opnemen in het ziekenhuis. Er wordt een CT-scan of een MRI
gemaakt om na te gaan of de beroerte werd veroorzaakt door een bloeding of door een blokkering van een bloedvat. Soms wordt later een MR-angiogram (zie kader) of een dopplerechogram gemaakt om vernauwingen op te sporen. Verder kan onderzoek worden gedaan naar de oorzaak van een embolie. Hiertoe behoren echocardiografie om de hartkleppen te bekijken en het maken van een ECG
om het hartritme te beoordelen.
Naar boven
De behandeling
Als iemand verschijnselen van een beroerte heeft, is onmiddellijk medisch ingrijpen noodzakelijk. Als een herseninfarct binnen drie uur wordt vastgesteld, kunnen onder enkele strikte voorwaarden medicijnen worden gegeven die het stolsel oplossen (Geneesmiddelen die de stolling remmen). Snelle behandeling verbetert de kans op herstel. De behandeling van een hersenbloeding is erop gericht verdere bloedingen te voorkomen door de onderliggende oorzaak te behandelen. Als de beroerte door een embolie uit het hart is veroorzaakt, kunnen antistollingsmiddelen nodig zijn. Soms is het nodig een middel tegen verhoogde bloeddruk (Antihypertensiva) te geven. Als de beroerte door een ontsteking van de slagaders is ontstaan, kunnen corticosteroïden worden voorgeschreven.
In een latere fase bestaat de behandeling van een beroerte meestal uit revalidatie, met Revalidatiegeneeskundige behandeling, spraaktherapie en ergotherapie. Zo leren veel patiënten met hersenbeschadiging met hun invaliditeit omgaan. Na enige tijd zijn andere delen van de hersenen soms in staat taken van de uitgevallen delen over te nemen. De revalidatie begint in feite al zodra de toestand van de patiënt na binnenkomst in het ziekenhuis is gestabiliseerd, meestal binnen enkele dagen. De kans op een toekomstige beroerte kan verder worden verkleind door veranderingen in de leefwijze, zoals minder vet eten en stoppen met roken.
Naar boven
De prognose
Vaak zijn de vooruitzichten na een beroerte moeilijk te bepalen. De prognose hangt bijvoorbeeld af van de oorzaak en van de snelheid waarmee de behandeling is begonnen. Na een beroerte herstelt ongeveer een derde van de mensen vrijwel geheel. Een derde blijft gehandicapt. Uitvalsverschijnselen die langer dan zes maanden aanhouden, zijn waarschijnlijk blijvend. Ongeveer 20 procent van de patiënten overlijdt binnen een maand na de beroerte.
Voor de opvang van patiënten met een beroerte hebben de meeste ziekenhuizen tegenwoordig een zogenoemde stroke unit. Daar krijgt de patiënt een multidisciplinaire aanpak door een team bestaande uit een neuroloog, speciaal getrainde verpleegkundigen, een revalidatiearts, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een logopedist, een maatschappelijk werker en een neuropsycholoog. Behandeling in een stroke unit en goede overdracht naar een vervolginstelling (revalidatiecentrum, verpleeghuis of thuis) doen de kans op blijvende invaliditeit of afhankelijkheid van chronische zorg met ongeveer 20 procent afnemen.
Naar boven
Risicofactoren
- Leeftijd
- Komt meer voor boven de 50 jaar
- Geslacht
- Komt meer voor bij mannen
- Erfelijkheid
- Risicofactor hangt af van de oorzaak
- Leefwijze
- Roken, vet eten en adipositas zijn risicofactoren
Naar boven
Andere artikelen over aandoeningen van hersenen en ruggenmerg
Naar boven
Tekst: © Dorling Kindersley Ltd., 2003
Afbeelding(en): © Dorling Kindersley Ltd., 2003
Vertaling en bewerking: © Kosmos-Z&K Uitgevers b.v., 2006
U bevindt zich hier: