Diabetes mellitus

Medische encyclopedie

Het onvoldoende kunnen gebruiken van glucose door het lichaam als energiebron door een tekort aan het hormoon insuline en/of doordat het lichaam ongevoelig geworden is voor insuline. Hierdoor is de glucosespiegel in het bloed verhoogd

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een van de meest voorkomende chronische ziekten en treft ongeveer 6 procent van de Nederlandse bevolking. De ziekte wordt gekenmerkt door te veel glucose in het bloed. Glucose is de energiebron voor het lichaam. Glucose wordt tijdens de maaltijd uit de voeding opgenomen of wordt tijdens vasten door het lichaam zelf geproduceerd. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat glucose in verschillende cellen van het lichaam wordt opgenomen en dat de bloedspiegel van glucose niet te hoog wordt. Insuline zelf wordt door de alvleesklier geproduceerd. Bij mensen met (onbehandelde) diabetes mellitus stapelt de glucose zich echter op in het bloed, waardoor klachten ontstaan en organen beschadigd kunnen raken. Bovendien krijgt het lichaam onvoldoende energie om te kunnen leven. Doordat de glucose met de urine wordt uitgescheiden, ontstaan symptomen zoals overmatig urineren en erge dorst.

De behandeling is gericht op het weer zo normaal mogelijk krijgen van het glucoseniveau in het bloed. Gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en een normaal lichaamsgewicht zijn de hoekstenen van de behandeling. Andere mensen zullen echter medicijnen moeten slikken of met insuline moeten worden behandeld. Met deze maatregelen kunnen de meeste mensen een normaal leven leiden. De aandoening is gewoonlijk blijvend, en er is geen geneeswijze bekend.

Naar boven

Typen diabetes mellitus

Er zijn twee hoofdtypen diabetes, die als type 1 en type 2 bekend staan.

Diabetes mellitus type 1

Deze vorm van diabetes ontstaat als de alvleesklier veel te weinig of geen insuline aanmaakt. De aandoening ontwikkelt zich meestal in korte tijd in de jeugd of de puberteit (maar kan ook op latere leeftijd voorkomen) en wordt met insuline behandeld.

Diabetes mellitus type 2

Dit type komt veel vaker voor dan type 1. Bij deze aandoening maakt de alvleesklier wel insuline aan, maar is de werking van de insuline afgenomen: de lichaamscellen zijn resistent geworden voor insuline. De alvleesklier zal de verminderde werking proberen op te vangen door meer insuline te produceren, maar op een gegeven moment is dit onvoldoende en wordt de bloedglucosespiegel te hoog. Deze vorm treft vooral mensen ouder dan veertig jaar en mensen (ook jongeren) met overgewicht. De aandoening ontwikkelt zich langzaam en wordt vaak jarenlang niet opgemerkt. De behandeling bestaat uit een veranderd leefpatroon, al dan niet in combinatie met medicijnen (pillen) of insuline. Zwangerscahpsdiabetes Diabetes kan tijdens de zwangerschap ontstaan (Zwangerschapsdiabetes). Zwangerschapsdiabetes wordt gewoonlijk met insuline behandeld om moeder en baby gezond te houden. Zwangerschapsdiabetes verdwijnt meestal weer na de bevalling. Vrouwen die de aandoening hebben gehad, hebben later echter een grotere kans op het ontwikkelen van type 2-diabetes.

Naar boven

De oorzaken

Type 1-diabetes wordt gewoonlijk veroorzaakt door een abnormale lichaamsreactie waarbij het immuunsysteem de insulineproducerende cellen van de alvleesklier vernietigt. Het overige weefsel van de alvleesklier wordt hierbij niet aangetast. Waardoor deze reactie wordt uitgelokt, is nog onbekend, maar het kan een virusinfectie zijn. Bij sommige mensen worden de insulineproducerende cellen vernietigd na een ontsteking van de gehele alvleesklier (zie Acute alvleesklierontsteking).

Erfelijkheid kan ook een rol spelen, maar het patroon van de overerving is ingewikkeld. Een kind van iemand met type 1-diabetes heeft enigszins een verhoogd risico om type 1-diabetes te ontwikkelen. De meeste kinderen met diabetes hebben echter geen ouder met deze aandoening.

Bij het ontstaan van type 2-diabetes zijn overgewicht, weinig lichaamsbeweging en erfelijkheid belangrijke factoren. Ongeveer een van de drie mensen met deze aandoening heeft een familielid met dezelfde ziekte. Type 2-diabetes is een groeiend probleem in welvarende landen, waar steeds meer wordt gegeten en gezeten.

Diabetes kan ook worden veroorzaakt door het gebruik van corticosteroïden (Corticosteroïden) of door een te grote hoeveelheid door het eigen lichaam geproduceerde corticosteroïden (zie Syndroom van cushing, Syndroom van Cushing), die de werking van insuline remmen.

Naar boven

De symptomen

Hoewel sommige symptomen van beide typen diabetes overeenkomen, ontwikkelt type 1 zich over het algemeen sneller en zijn de symptomen duidelijker, al kunnen ze ook lijken op ouderdomsklachten. De symptomen van type 2 hoeven niet zo duidelijk te zijn en kunnen soms pas worden ontdekt bij een medische controle. De belangrijkste symptomen van beide typen zijn:

  • meer urineren, vaak ook ’s nachts;
  • dorst en een droge mond;
  • gebrek aan energie/moeheid.

Type 1-diabetes kan ook gewichtsverlies veroorzaken. Bij sommige mensen met type 1-diabetes is ketoacidose het eerste teken van de ziekte. Dit is een gevolg van insulinetekort in het lichaam waarbij giftige stoffen, ketonen, zich in het bloed ophopen. Deze stoffen worden aangemaakt als de lichaamsweefsels geen glucose uit het bloed kunnen opnemen door de onvoldoende productie van insuline, en vet moeten gebruiken als energievoorziening. Het kan ook voorkomen bij mensen met type 1-diabetes die te weinig insuline hebben gebruikt of die door een bijkomende ziekte tijdelijk meer insuline nodig hadden. De symptomen zijn:

  • misselijkheid en overgeven, soms met buikpijn;
  • diepe ademhaling;
  • de geur van aceton in de adem;
  • verwardheid.

Bij deze symptomen dient direct medisch te worden ingegrepen, omdat anders ernstige uitdroging en coma kunnen ontstaan. Hierbij worden in het ziekenhuis intraveneus (via een ader) vocht en insuline toegediend.

Naar boven

Complicaties

Diabetes kan complicaties geven op zowel korte als lange termijn. Problemen op korte termijn zijn meestal goed te bestrijden, maar die op lange termijn zijn moeilijker tegen te gaan; een complicatie zoals een hartinfarct kan tot de dood leiden.

Complicaties op korte termijn

Type 1-diabetes kan leiden tot ketoacidose (zie bij ‘Symptomen’).

Een veelvoorkomende complicatie bij beide typen diabetes is hypoglykemie. De oorzaak van hypoglykemie is vaak een onjuiste verhouding tussen wat wordt gegeten en de dosis insuline en is afhankelijk van de behandeling. Een andere oorzaak is het toenemen van het glucoseverbruik, bijvoorbeeld door lichamelijke inspanning, terwijl de insulinedosis niet is verminderd. Bovendien kan hypoglykemie optreden bij mensen met type 2-diabetes die tabletten tegen diabetes gebruiken, vooral bij de zogenoemde sulfonylureumderivaten (zie Geneesmiddelen bij diabetes mellitus, Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). Als deze medicatie niet wordt aangepast bij minder eten of extra lichamelijke inspanning, kan hypoglykemie optreden. Zonder behandeling kan hypoglykemie leiden tot bewusteloosheid en toevallen.

Complicaties op lange termijn

Een zo normaal mogelijke bloedglucosespiegel vermindert duidelijk de kans op deze complicaties, maar soms kunnen mensen die hun aandoening goed in de hand hebben, toch complicaties krijgen. Een vroege herkenning van een complicatie helpt bij de behandeling ervan. Daarom moeten alle mensen met diabetes minimaal vier keer per jaar een bezoek brengen aan hun behandelend arts (zie Leven met diabetes). Type 2-diabetes wordt vaak jarenlang niet opgemerkt, en de diagnose wordt daarom soms pas gesteld als zich complicaties voordoen.

Mensen met diabetes hebben een vergroot risico op hart- en vaatziekten), onder meer aderverkalking in de grote bloedvaten (zie Atherosclerose), met als gevolg een hartinfarct of beroerte. Bij mensen met diabetes komt een verhoogd cholesterolgehalte vaker voor, en ook verhoogde bloeddruk. Ook aantasting van kleinere bloedvaten komt voor, met onder meer vergrote kans op oogziekten zoals diabetische retinopathie en staar. Beschadiging van de bloedvaten van de zenuwen kan tot zenuwbeschadiging leiden, met als gevolg langzaam gevoelsverlies in voeten, benen en in handen en onderarmen. Symptomen kunnen zijn duizeligheid bij het gaan staan en impotentie bij mannen. Het verlies van het gevoel zorgt ervoor dat de benen en voeten gevoeliger worden voor zweren (zie Open been en gangreen.

Beschadiging van de kleine bloedvaten in de nieren (zie Diabetische nierziekte) kan leiden tot afname van de nierfunctie. Soms ontstaat een volledig verlies van nierfunctie, waardoor levenslang nierdialyse of een niertransplantatie nodig is.

Naar boven

De diagnose

De diagnose diabetes mellitus wordt gesteld als bij een bloedonderzoek een te hoog gehalte van glucose wordt vastgesteld. Mocht er twijfel bestaan of u nu wel of niet de ziekte hebt, dan kan het bloedonderzoek nuchter, ca. 2 uur na een maaltijd, worden herhaald.

Naar boven

De behandeling

Het doel van de behandeling is het verkrijgen en handhaven van een zo normaal mogelijke bloedglucosespiegel. Dit kan worden bereikt met dieetaanpassingen, een combinatie van aangepast dieet en insuline-injecties, of een aangepast dieet en pillen die het glucosegehalte in het bloed verlagen. De behandeling is gewoonlijk levenslang. Iedere dag zullen uw dieet en medicatie aan elkaar aangepast moeten zijn.

Type 1-diabetes

Deze vorm van suikerziekte wordt bijna altijd behandeld met insuline-injecties. Insuline is in verschillende vormen verkrijgbaar, namelijk snel werkende en langzaam werkende insuline, of een combinatie van die twee (zie Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). De insuline wordt meestal toegediend met behulp van een zogenoemd pensysteem, waardoor u de insuline snel en eenvoudig bij uzelf kunt toedienen. De behandeling moet op de persoon worden toegesneden. In Nederland wordt behandeling meestal gegeven door een team bestaande uit een internist, een diabetesverpleegkundige en een diëtiste. Uw behandelend arts zal met u overleggen welke behandeling voor u noodzakelijk is, en de diabetesverpleegkundige zal u leren hoe u uzelf moet injecteren (zie Injecteren van insuline). Ook leert u het glucosegehalte in uw bloed in de gaten te houden (zie Controleren van het glucosegehalte). De diabetesverpleegkundige, de diëtiste en de arts zullen u hierbij leren hoe u de insulinedosering moet aanpassen aan veranderingen in voeding, bij lichamelijke inspanning of een bijkomende ziekte, zoals griep (Griep). Als de ziekte met moeite in de hand te houden is, kunt u via uw arts een insulinepomp krijgen, waarmee insuline via een plastic naaldje dat in uw huid is aangebracht, wordt toegediend. De insuline kan ook via een katheter worden toegediend, een ijzeren naaldje dat u 1 keer per 2 tot 3 dagen zelf inbrengt.

De enige manier om type 1-diabetes te genezen is een alvleeskliertransplantatie, maar deze operatie wordt slechts zelden aangeboden, omdat het lichaam het nieuwe orgaan kan afstoten en daarom een levenslange behandeling met afstotingonderdrukkende middelen (Immunosuppressiva) noodzakelijk is. Sommige mensen krijgen echter tevens een alvleeskliertransplantatie als ze een niertransplantatie moeten ondergaan. Momenteel wordt er gewerkt aan een manier om alleen insulineafscheidende cellen te transplanteren, maar deze techniek verkeert nog in de experimentele fase.

Type 2-diabetes

Veel mensen met dit type diabetes kunnen het glucosegehalte in hun bloed weer (bijna) normaal krijgen door meer lichaamsbeweging, aangepaste voeding en door af te vallen bij overgewicht. Neem de algemene regels voor een gezond dieet in acht en vraag zo nodig advies aan een diëtist. Eet zo min mogelijk vet en zorg ervoor dat u uw energie uit complexe koolhydraten (zoals brood en rijst) haalt om schommelingen in uw glucosespiegel klein te houden. De verhouding tussen eiwitten, koolhydraten en vet moet tamelijk constant blijven, vooral als u medicijnen gebruikt.

Als u met uw dieet het glucosegehalte niet kunt reguleren, kan de arts u medicijnen voorschrijven (Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). Vermoedelijk zult u beginnen met het slikken van medicijnen die de alvleesklier stimuleren om insuline af te scheiden, of met medicijnen die de weefsels meer gevoelig maken voor insuline. Ook kunt u acarbose krijgen, dat de opname van glucose uit de darm vermindert. Deze verschillende medicijnen in tabletvorm kunnen ook gecombineerd worden gebruikt. Als tabletten niet helpen, kunt u insuline-injecties nodig hebben.

Naar boven

De prognose

Diabetes mellitus kan voortijdig overlijden tot gevolg hebben, vooral door hart- en vaatziekten. Echter, vorderingen bij het bepalen van het glucosegehalte in het bloed gecombineerd met een gezonde leefwijze hebben het in de hand houden van de ziekte gemakkelijker gemaakt; mensen met diabetes kunnen een normaal leven leiden. Er bestaan zelfhulpgroepen voor mensen met de ziekte. Via de Diabetesvereniging Nederland kunt u in contact komen met andere mensen met diabetes.

Naar boven

Risicofactoren

Naar boven

Andere artikelen over stofwisselingsstoornissen

Naar boven

Tekst: © Dorling Kindersley Ltd., 2003
Afbeelding(en): © Dorling Kindersley Ltd., 2003
Vertaling en bewerking: © Kosmos-Z&K Uitgevers b.v., 2006