Medische encyclopedie
Voortschrijdende hersenaandoening die beven en problemen met bewegen veroorzaakt
De ziekte van Parkinson ontstaat door degeneratie van cellen in de basale ganglia. In deze hersengebieden vindt de fijnregeling van de bewegingen plaats door middel van de neurotransmitters dopamine en acetylcholine. Bij de ziekte van Parkinson is er een gebrek aan dopamine, wat de spierbeheersing verstoort. De oorzaak hiervan is niet bekend, maar er zijn erfelijke factoren bij betrokken. Ongeveer 30 procent van de patiënten heeft een familielid met de aandoening. De ziekte komt bij mannen iets vaker voor. De ziekte van Parkinson treft ongeveer één op de tweehonderdvijftig mensen boven de veertig jaar, en boven de vijftig jaar één op de honderd mensen.
Parkinsonisme is de term voor symptomen van de ziekte van Parkinson die echter door een andere aandoening worden veroorzaakt. Bepaalde medicijnen, zoals antipsychotica, kunnen parkinsonisme veroorzaken, evenals Aandoeningen van hersenen en ruggenmerg.
Naar boven
De symptomen
De belangrijkste symptomen van de ziekte van Parkinson beginnen geleidelijk over een periode van maanden of zelfs jaren. Parkinsonisme kan geleidelijk of plotseling ontstaan, afhankelijk van de oorzaak. Tot de symptomen behoren:
- beven van een hand, arm of been, meestal eenzijdig en later aan beide zijden, meestal in rust; dit verschijnsel kan ook ontbreken;
- spierstijfheid, waardoor het moeilijk wordt bewegingen te beginnen;
- trage bewegingen;
- moeilijk beginnen van een beweging;
- schuifelende tred;
- uitdrukkingsloos gezicht;
- gebogen houding.
Later kunnen stijfheid, starheid en voortdurend beven van beide handen de dagelijkse bezigheden bemoeilijken. De spraak kan traag en aarzelend worden en slikken kan moeilijk zijn. Veel mensen met de ziekte van Parkinson worden depressief. Ongeveer 30 procent wordt uiteindelijk dement (Dementie).
Naar boven
De diagnose
Doordat de ziekte van Parkinson geleidelijk begint, zal de diagnose vaak niet onmiddellijk worden gesteld. De huisarts zal u onderzoeken en mogelijk naar de neuroloog verwijzen. Soms is de diagnose pas zeker doordat de patiënt goed reageert op antiparkinsonmedicijnen. Soms wordt een andere oorzaak gevonden en is de diagnose niet de ziekte van Parkinson.
Naar boven
De behandeling
Medicijnen, operaties of fysiotherapie kunnen de symptomen in belangrijke mate verlichten.
Als u parkinsonisme door medicijngebruik hebt, kunnen nadat de medicatie is veranderd, de symptomen binnen acht weken verdwijnen. Als dat niet gebeurt, kunnen medicijnen tegen parkinsonisme nodig zijn.
Behandeling met medicijnen het doel is het herstellen van het evenwicht tussen dopamine en acetylcholine in de hersenen. Is er sprake van lichte tot matige verschijnselen, waarbij de patiënt nog niet beperkt is in de zelfverzorging en andere aspecten van het dagelijks leven, dan kunnen dopamineachtige medicijnen worden voorgeschreven, zoals pramipexol, ropinirol en pergolide.
Andere mogelijke middelen in deze fase zijn trihexyfenidyl en verwante stoffen, die de acetylcholineactiviteit verlagen. Een nadeel is dat deze groep middelen bij oudere patiënten verschijnselen van dementie kan uitlokken of verergeren. Tot de andere bijwerkingen behoren wazig zien, moeite met plassen en een droge mond.
Amantadine, een antigriepmiddel, werkt soms eveneens. Het heeft bijwerkingen, zoals misselijkheid, gebrek aan eetlust en soms hallucinaties.
Levodopa is het krachtigste middel. Dit wordt ingezet als de patiënt beperkt dreigt te worden in de activiteiten van het dagelijks leven. In het begin zijn de bijwerkingen vooral misselijkheid en overgeven; soms treden ongewilde bewegingen en hallucinaties op.
Op den duur wordt de werkzaamheid van levopoda minder. Soms treedt het ‘on-offeffect’ op: er zijn dan perioden waarin het middel niet werkt en perioden waarin het wel werkt of waarin er zelfs ongewilde bewegingen ontstaan. Deze perioden kunnen elkaar steeds sneller gaan opvolgen. Levodopa wordt vaak voorgeschreven in combinatie met carbidopa, wat dit effect vermindert. Carbidopa verhindert de afbraak van levodopa, zodat een kleinere dosis van levodopa hetzelfde effect heeft.
Als u veranderingen in de symptomen bemerkt, moet u de dokter raadplegen, omdat de medicatie wellicht moet worden bijgesteld.
Fysiotherapie Fysiotherapie (Revalidatiegeneeskundige behandeling) kan van nut zijn voor de problemen met de beweging. Spraaktherapie (Het revalidatieteam) is zinvol bij spraak- en slikproblemen. Als u zich thuis moeilijk kunt redden, kan een ergotherapeut (De diverse therapeuten) u adviseren over aanpassingen in huis.
chirurgie Jongere mensen kunnen worden geopereerd als het beven niet met medicijnen kan worden onderdrukt. Het verantwoordelijke deel van de hersenen wordt dan vernietigd. Nieuwe technieken zijn stimulering van de dieper gelegen hersenen met elektrische impulsen tegen het beven. Implantatie van hersencellen is nog experimenteel.
Wat kunt u doen?
U moet doorgaan met het nemen van voldoende lichaamsbeweging en goed voor uw algehele conditie zorgen. Probeer iedere dag te wandelen. Stretchoefeningen kunnen helpen de beweeglijkheid te behouden. U moet echter ook overdag rusten om niet te moe te worden. Aanmoediging en morele steun van familie, vrienden en steungroepen zijn eveneens belangrijk.
De prognose
Het verloop van de ziekte is buitengewoon variabel. Medicijnen kunnen de symptomen verlichten en de kwaliteit van het leven verbeteren.
De ziekte van Parkinson bekort het leven niet aanzienlijk. Veel patiënten kunnen nog jaren een actief leven leiden. De meeste mensen hebben echter uiteindelijk dagelijks hulp nodig omdat het steeds moeilijker wordt hun symptomen met medicijnen te onderdrukken.
Risicofactoren
- Leeftijd
- Komt meer voor boven 50 jaar
- Geslacht
- Komt meer voor bij mannen
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis
Naar boven
Andere artikelen over aandoeningen van hersenen en ruggenmerg
Naar boven
Tekst: © Dorling Kindersley Ltd., 2003
Vertaling en bewerking: © Kosmos-Z&K Uitgevers b.v., 2006
U bevindt zich hier: