U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Begrippenlijst

  1. A

    naar boven
    1. Aangeklaagde

      Dit is degene over wie u een klacht heeft of ontevreden bent. Dat kan een organisatie zijn, bijvoorbeeld het verpleeghuis. Maar het kan ook een persoon of medewerker zijn.

    2. Aanleunwoningen

      Aanleunwoningen zijn gelegen naast of in de nabijheid van een zorginstelling. Ze zijn bestemd voor ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen. De bewoners kunnen, indien noodzakelijk, een beroep doen op ondersteuning vanuit de zorginstelling. Het kan bijvoorbeeld gaan om alarmering in noodsituaties, maar ook om het gebruik van de diensten die de zorginstelling.

    3. Aanvullende verpleeghuiszorg

      Extra zorg die vanuit het verpleeghuis wordt geleverd aan mensen die in een verzorgingshuis wonen.

    4. Aanvullende verzekering

      U sluit deze af voor zorg die niet in het basispakket zit.

      Kosten

      De kosten van een aanvullende verzekering zijn afhankelijk van:

      • de zorgverzekeraars, die verschillende aanvullende verzekeringen aanbieden;
      • de dekking: hoe meer dekking, hoe hoger de premie;
      • leeftijd, geslacht en gezondheid.

      Bijzonderheden

      • Uw basispakket en aanvullende verzekering kunt u bij verschillende zorgverzekeraars afsluiten. De premie voor de aanvullende verzekering kan in dat geval wel hoger zijn.
      • Als u uw basispakket opzegt bij een verzekeraar, mag deze u niet automatisch uitschrijven uit de aanvullende verzekering. U beslist hier zelf over.
    5. Acceptatieplicht

      Alle zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen binnen hun werkgebied te accepteren voor het basispakket van de zorgverzekering. Geslacht, leeftijd en gezondheid zijn dus niet van invloed.

      Voor de aanvullende verzekering geldt dit echter niet! Alleen als u voor het polisaanbod van uw zorgverzekeraar kiest, dan is deze verplicht ook uw aanvullende verzekering te accepteren.

    6. Acceptatievoorwaarden

      Bij sommige aanvullende verzekeringen is de premie of zelfs de acceptatie afhankelijk van leeftijd of gezondheid.

    7. Activerende begeleiding

      Het betreft hier activiteiten gericht op herstel of het voorkómen van verergering van een gezondheidsbeperking en het ondersteunen van het omgaan met de gevolgen van een gezondheidsbeperking. Bijvoorbeeld: gesprekken om gedrag te veranderen of gedrag te leren hanteren bij een gedragsprobleem of psychische stoornis.

    8. ActiZ

      ActiZ is een brancheorganisatie met meer dan 600 leden. Dit zijn zorgondernemers die zich bewegen in de markt van zorg, wonen, welzijn, preventie en aanverwante diensten. Deze zorgondernemers verlenen jaarlijks zorg aan rond de 2 miljoen cliënten, van jong tot oud. Daarbij staan kwaliteit en zorg-op-maat voorop. Hoe verschillend ook, alle ActiZ-leden staan voor verantwoorde zorg.

    9. ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) assistentie

      Hulp bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (wassen, eten, aankleden etc.).

    10. Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ)

      Het AKJ informeert, adviseert en ondersteunt iedereen met vragen of klachten over de jeugdhulpverlening en de jeugdbescherming. Ook voor vragen en klachten over het Bureau Jeugdzorg, de Gezinsvoogdij en de Raad voor de Kinderbescherming kunt u bij het AKJ terecht. Lees meer over het AKJ.

      Adressen van het AKJ kunt u vinden op de website.

    11. Afasie/ taalstoornis

      Een aandoening waarbij als gevolg van hersenletsel één of meer onderdelen van de spraak en het taalgebruik niet meer goed functioneren.

    12. AIDS (Acquired Immuno-Deficiency Syndrome)

      Acquired Immuno-Deficiency Syndrome (verworven immuno-deficiëntiesyndroom). Aandoening waarbij de natuurlijke weerstand van de patiënt wordt aangetast door besmetting met HIV-virus.

    13. Akoepedisten

      Assistent van een keel-, neus- en oorarts, die slechthorenden oefent in het hanteren van een gehoorapparaat en in het liplezen.

    14. Alarmering

      Een alarmvoorziening die geactiveerd kan worden in geval van nood, zodat hulp geboden kan worden, met gegarandeerde hulpafwikkeling (alarmopvolging). De alarmvoorziening kan in de vorm van een ketting (halsalarm), of een armband (polsalarm) door iemand gedragen worden. Het kan ook een alarmtoestel in de woning betreffen.

    15. Algemeen Maatschappelijk Werk

      Hulpverleningsvorm gericht op personen en gezinnen die moeilijkheden ondervinden in het maatschappelijk verkeer. Lees meer over de functie maatschappelijk werker.

    16. Algemeen ziekenhuis

      Ziekenhuis waar patiëntenzorg wordt verleend. Er worden vaak ook artsen en verpleegkundigen opgeleid.

    17. Allergologie

      Allergologie is het specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van allergieën en allergische aandoeningen.

    18. Alphahulp

      Een alphahulp doet huishoudelijk werk bij mensen die (tijdelijk) niet meer alles zelf kunnen. De alphahulp is bij deze mensen in dienst en doet alleen huishoudelijk werk, en heeft dus geen verzorgende taken.

    19. Anesthesiologie

      Anesthesiologie is het specialisme dat zich bezighoudt met pijnbestrijding, narcose en verdoving.

      De anesthesioloog zorgt voor een goede voorbereiding van patiënten voor operaties (waaronder de verdoving) en zorgt tijdens de operatie voor een goede bewaking (monitoring) van de lichaamsfuncties (hartslag, ademhaling, etc.) van patiënten. De wijze waarop anesthesiologen betrokken zijn bij de uitvoering van operaties kan wisselen per ziekenhuis(locatie).

    20. Apotheekbereiding

      Als een geneesmiddel niet in de handel is, kan de apotheker het zelf bereiden. Medicijnen die op maat gemaakt worden dus. Die oplossing wordt ook vaak gekozen als een geneesmiddel wel in de handel is, maar niet in de geschikte vorm of dosering, bijvoorbeeld voor kinderen. Er kunnen allerlei redenen zijn om een geneesmiddel op maat te maken.

    21. Arbeidstraining

      Een grote groep werkzoekenden kan niet direct instromen in een reguliere baan. Door langdurige werkloosheid, persoonlijke omstandigheden of vanwege lichamelijke of psychische beperkingen hebben zij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In een arbeidstraining worden de noodzakelijke arbeidsvaardigheden en het werkritme getraind en doet de cliënt werkervaring op.

    22. Artsenlaboratorium

      Een artsenlaboratorium verricht diagnostische werkzaamheden voor onder andere huisartsen, bijvoorbeeld bloedonderzoek, urine- en fecesonderzoek en microbiologie.

    23. Astmacentrum

      Gespecialiseerd centrum waar mensen met astma (een aandoening van de luchtwegen) behandeld worden.

    24. Audiologisch centrum

      Centrum waar mensen terecht kunnen voor problemen op het gebied van communicatie. Bijvoorbeeld gehoor-, spraak- en taalproblemen.

    25. Automatische Peritoneaal Dialyse (APD)

      Een vorm van dialyseren/ buikspoeling, waarbij het buikvlies als filter wordt gebruikt. Spoelvloeistof wordt via een katheter in de buikholte gebracht. Bij APD (Automatische Peritoneaal Dialyse) gebeurt dit 's nachts automatisch door een machine.

    26. Avondverpleging

      Verpleging die 's avonds geboden wordt in het verpleeghuis aan mensen die 's avonds niet thuis kunnen verblijven als gevolg van een ziekte of aandoening.

    27. AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) -ZV

      In de resultaattabellen ziet u soms achter bepaalde vergoedingen AWBZ tussen haakjes staan. Dat wil zeggen dat dit voor u gratis is meeverzekerd volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Als u verzekeringsplichtig bent tenminste. De AWBZ geldt voor alle zorgverzekeraars, het maakt dus niet uit bij wie u verzekerd bent.

      De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) dekt zware geneeskundige risico's die niet onder de ziektekostenverzekeringen vallen. Het gaat om medische kosten die door vrijwel niemand op te brengen zijn. Denk maar aan de levenslange verzorging en verpleging van iemand met een zware meervoudige handicap, aan langdurige revalidatie na een ernstig auto-ongeluk of aan opname en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis. Onderzoek en preventieve maatregelen worden ook betaald uit de AWBZ, zoals inentingen voor kinderen en het bevolkingonderzoek baarmoederhalskanker en borstkanker.

      Van de AWBZ-zorg kunt u op twee manieren gebruikmaken:

      • U kunt de zorg 'in natura' krijgen. U krijgt de benodigde zorg toegewezen en de zorgverzekeraar zorgt dat de zorg betaald wordt;
      • U kunt soms ook kiezen voor een persoonsgebonden budget (PGB). Dit is een bedrag waarmee u zelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft.
    28. AWBZ-klassen

      Een klasse is een rekeneenheid in uren of dagdelen per week. Klassen doen meer recht aan het veranderlijke karakter van zorg dan een afrekening per uur. De ene dag is immers de andere niet. Door uit te gaan van klassen hoeft een cliënt niet steeds nieuwe indicatiebesluiten aan te vragen als er kleine schommelingen zijn in de zorgvraag. Bij de indicatie wordt de klasse per functie aangegeven.

  2. B

    naar boven
    1. Basispakket

      De inhoud van het basispakket is bij alle zorgverzekeraars in principe hetzelfde. Er kunnen wel verschillen zitten in de hoogte van de vergoeding.

      Lees meer over de inhoud van het basispakket en de veranderingen in 2010.

      Lees ook over de aanvullende verzekering

    2. Bedrijfsarts

      Een bedrijfsarts houdt zich bezig met onder andere ziekteverzuim, verricht (periodieke) keuringen, en geeft adviezen aan werkgevers en werknemers.

    3. Beeldende therapie

      Beeldende therapie is een behandelmethode voor mensen met psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen. De therapie kan individueel plaatsvinden, maar er kan ook worden gewerkt in groepen of in zorgsystemen zoals ouder-kind, gezin of relatie. De beeldend therapeut gebruikt verschillende therapeutische invalshoeken, variërend van gedragstherapeutisch tot psychoanalytisch. Kenmerkend is de inzet van beeldende middelen, zoals teken- en schildertechnieken, houtbewerking en werken met stof, klei, steen en metaal.

      Lees meer over beeldende therapie op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

    4. Begeleiding

      Begeleidingsactiviteiten, zoals: activerende begeleiding, ondersteunende begeleiding of advies, instructie en voorlichting.

    5. Behandeling

      Activiteiten van medisch-specialistische, gedragswetenschappelijke of specialistisch-paramedische aard gericht op herstel of voorkóming van verergering van een gezondheidsbeperking. Bijvoorbeeld: revalidatie na een beroerte, behandeling van een ziekte.

    6. Belangrijke data (overstappen)

      U heeft tot 1 januari 2011 de tijd om te beslissen over het aanbod van uw verzekeraar.

      • Doet u niets? Dan gaat het aanbod van uw zorgverzekeraar vanzelf in.
      • Zegt u op bij uw zorgverzekeraar voor 1 januari 2011? Sluit dan een nieuwe zorgverzekering af. Die moet uiterlijk 1 februari 2011 afgesloten zijn, anders kunt u een boete krijgen.

      De ingangsdatum van uw verzekering is altijd 1 januari 2011. Ook als u na die datum wisselt van zorgverzekering. Vanaf dat moment geldt dus uw nieuwe premie.

      Lees hier meer over overstappen.

    7. Bereikbaarheid

      De zorgverlener moet zorgen dat u hem kunt bereiken. Denkt u bijvoorbeeld aan een rolstoelvriendelijke toegang tot de behandelruimte. Bij het leveren van zorg van goede kwaliteit hoort ook dat de zorg bereikbaar is. Vaak neemt de zorgverzekeraar dit soort eisen in zijn contract met de zorgverlener op.

    8. Beroepsgeheim

      Onder beroepsgeheim valt:

      • alles wat u bewust toevertrouwt aan de zorgverlener;
      • alles wat de zorgverlener in de uitoefening van zijn beroep waarneemt;
      • alles wat de zorgverlener in zijn beroep zelf verricht (recept, therapie, dossier, etc.);
      • alles wat anderen (derden) aan de zorgverlener over u vertellen;
      • alle, door omstandigheden verkregen, persoonlijke informatie.
    9. Bijwerkingen

      In Nederland zijn er twee instanties die bijwerkingen van medicijnen registreren.

      Lareb verzamelt meldingen van artsen en apothekers, die veel van die meldingen via internet binnenkrijgen. Lareb heeft ook een patiëntenmeldpunt.

      Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) krijgt van alle geneesmiddelfabrikanten de bijwerkingen door.

      Deze twee instanties werken intensief samen. Als bijwerkingen opvallend vaak voorkomen, zal actie worden ondernomen. Al verschillende keren is de tekst van een bijsluiter aangepast. Er zijn zelfs geneesmiddelen van de markt gehaald omdat ze na registratie toch onverwachte, gevaarlijke bijwerkingen bleken te hebben.

    10. Boete

      U heeft verzekeringsplicht. Bent u niet verzekerd? Dan is de boete 130% van de premie die u zou hebben betaald als u wel verzekerd was.

      Dit komt neer op ongeveer 100 tot 150 euro per maand die u niet verzekerd bent geweest. Het College voor zorgverzekeringen legt de boete op.

    11. Boodschappenservice

      Als u ziek bent en ook de buren en familie verhinderd zijn, kan de boodschappenservice uw boodschappen voor u doen.

    12. BOPZ (Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen)

      Het doel van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet BOPZ) is u te beschermen als u gedwongen wordt opgenomen. Lees meer over de wet BOPZ.

    13. BOPZ-klachtencommissie

      Voor iedereen die volgens de BOPZ niet vrijwillig is opgenomen, bestaat er een mogelijkheid om te klagen bij de BOPZ-klachtencommissie. Dit zijn klachten die gaan over dwangmiddelen, zoals het toedienen van medicijnen tegen uw wil of separatie en klachten over het niet of onjuist toepassen van het behandelplan. Lees meer over de BOPZ-klachtencommissie.

    14. B-segment DBC's (Diagnose Behandel Combinaties)

      Voor de volgende niet-spoedeisende behandelingen stellen ziekenhuizen zelf de prijs vast:

      • Amandelen
      • Baarmoederhalsafwijkingen
      • Blaasgezwel
      • Borstverkleining of borstlift
      • Plastische chirurgie
      • Fijnvlekkige longafwijkingen
      • Heupslijtage
      • Incontinentie/ verzakkingsproblematiek
      • Jicht
      • Klachten door terugstroom van maaginhoud in slokdarm
      • Knieslijtage
      • Liesbreuk
      • Maagklachten en andere bovenbuikspijn
      • Niersteen
      • Rughernia
      • Spataderen
      • Staar
      • Suikerziekte (diabetes mellitus)
      • Suikerziekte bij kinderen Kindergeneeskunde
      • Urineleidersteen
      • Ziekte van Bechterew
    15. BTN (Branchebelang Thuiszorg) lidmaatschap

      BTN (Branchebelang Thuiszorg Nederland) is een organisatie waarvan zorgaanbieders in de thuis- en kraamzorg lid kunnen worden. In 1997 is BTN door het ministerie van VWS representatief verklaard. Van een zorgaanbieder die lid is van BTN wordt kwaliteit verwacht. Dat blijkt uit het BTN-keurmerk: een structureel kwaliteitszorgsysteem, waarin vraaggestuurde zorg en het continue verbeteren van de zorgverlening centraal staan. BTN-leden hebben dat keurmerk, of moeten dat binnen 2 jaar behalen.

    16. Buitenpolikliniek

      Locatie van een ziekenhuis waar u terecht kunt voor poliklinische behandeling of controle. U wordt er niet voor meer dan 24 uur opgenomen en er worden geen grote operaties uitgevoerd.

    17. Burgerlijk rechter

      Als u uw schade wilt verhalen via de burgerlijk rechter (civiele rechter) moet u zich laten bijstaan door een advocaat. Alleen bij zaken voor de sector kanton van de rechtbank is dit niet verplicht. Lees meer over de burgerlijk rechter.

  3. C

    naar boven
    1. Cardiologie

      Cardiologie is het specialisme dat zich bezighoudt met het hart en de bloedvaten.

    2. Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

      Als u professionele zorg nodig heeft, kunt u daarvoor bij het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg) een indicatie aanvragen. Het kan gaan om bijvoorbeeld een plaats in een verpleeghuis, hulp bij het aankleden en douchen of verpleging. Het CIZ beoordeelt vervolgens of u op basis van de AWBZ in aanmerking komt voor de gewenste zorg.

      Ook voor voorzieningen voor gehandicapten zoals een rolstoel, traplift of aanpassingen in de woning, kunt u vaak terecht bij het CIZ. Voor hulp bij het huishouden neemt u contact op met uw gemeente.

      Het CIZ werkt vanuit een groot aantal locaties, verspreid over het hele land. Adresgegevens en meer informatie over het CIZ en indicatiestelling vindt u op www.ciz.nl.

    3. Centrum voor Bevolkingsonderzoek, RIVM

      Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) van het RIVM is verantwoordelijk voor de coördinatie van landelijke bevolkingsonderzoeken. Die zijn bedoeld om levensbedreigende ziekten op te sporen en zo gezondheidswinst te behalen. Bevolkingsonderzoeken zijn vooral gericht op ziekten die bij een vroegtijdige behandeling een grote kans op genezing hebben.

    4. Centrumdialyse

      De 'klassieke’ vorm van dialyse. Het bloed van de patiënt wordt enkele keren per week met een dialysemachine door een kunstnier geleid. Door dit 'spoelen’ worden afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd.

    5. CG-raad (Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad)

      Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad

    6. Chirurgie

      Specialisme dat verwondingen, tumoren en infecties behandelt door het uitvoeren van operaties. De chirurgische vakgebieden zijn tamelijk ingewikkeld begrensd. Door de toenemende specialisatie heeft het vak zich opgesplitst in een aantal aandachtsgebieden bijvoorbeeld:

      • de vaatchirurgie
      • de gastro-intestinale chirurgie
      • de oncologische chirurgie
      • de trauma-chirurgie
    7. Chronische obstructieve longziekten (COPD)

      De afkorting COPD komt uit het Engels en staat voor 'chronic obstructive pulmonary disease'. COPD is een aandoening van de luchtwegen, vroeger bekend als chronische bronchitis en emfyseem. Bij COPD zijn de kleine vertakkingen van de luchtwegen in de loop der jaren beschadigd geraakt. Daardoor werken de longen minder goed.

    8. CIZ-klachtencommissie

      Bij het CIZ kan het zijn dat u ontevreden bent over de manier waarop de verzoekprocedure is verlopen of hoe een medewerker u heeft behandeld. Dit noemen zij een klacht. Bent u niet tevreden over het besluit dat naar aanleiding van uw verzoek is genomen; uw aanvraag is bijvoorbeeld afgewezen, dan noemen zij dit een bezwaar. Lees meer over de CIZ-Klachtencommissie.

    9. Cliëntenraad

      Iedere zorginstelling is volgens de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) verplicht een cliëntenraad in te stellen. Deze behartigt uw algemene belangen zoals de voeding, de hygiëne en de klachtenregeling binnen een zorginstelling. Lees meer over de WMCZ.

    10. Cliëntenvertrouwenspersoon

      Een door de zorgverlener/instelling aangewezen persoon die belast is met de opvang (informatie/advies, bijstand) bij klachten. De cliëntenvertrouwenspersoon (CVP-er) kan naast en achter u staan als klager. Lees meer over de klachtenfunctionaris bij uw zorgverlener.

    11. Combinatiepolis

      Een zorgverzekeringvorm van het basispakket waarbij u bij sommige dekkingen te maken heeft met gecontracteerde zorg, bij sommige niet.

      Dit houdt in dat u overal de geneeskundige zorg die u nodig heeft, kunt afnemen. Alleen de manier van vergoeden kan verschillen.

      Bij alle zorgverleners die niet gecontracteerd zijn geldt een vergoeding volgens een of meerdere van 3 opties (wordt bepaald door verzekeraar):

      Lees verder over de andere polisvormen.

    12. Conflict van plichten

      Wanneer een zorgverlener meent dat u of iemand anders ernstig nadeel of gevaar loopt, moet hij zijn geheimhouding kunnen doorbreken. Het moet dan wel gaan om een reëel risico op ernstig gevaar. Een voorbeeld is kindermishandeling.

    13. Consult

      Deskundig advies van een professional / professionele organisatie. Specifiek consult in een instelling kan zijn: consultatie verpleeghuisarts, diëtiek, logopedie, ergotherapie of fysiotherapie.

    14. Consultatiebureau

      Op het consultatebureau worden de motoriek, de zintuigen, het gewicht, de groei en de ontwikkeling van de baby nauwkeurig in de gaten gehouden. Daarnaast kunnen ouders terecht voor adviezen en vragen over de verzorging en opvoeding. Ook kan het kind er de inentingen krijgen waardoor hij of zij beschermd is tegen de belangrijkste infectieziekten.

    15. Counseling

      Counseling is een laagdrempelige vorm van (emotionele) hulpverlening. Het doel is onder andere om mensen te helpen bij het oplossen van problemen of het vinden van antwoorden op vragen.

    16. Crisisopvang

      Opvang voor mensen die in noodsituaties verkeren. Voor hen is per direct tijdelijke opvang nodig. In die periode wordt onderzocht welke hulp daarna moet worden ingezet.

    17. CT-scan (computer tomografie scan)

      Een CT (‘computer tomografie scan’) is een afbeelding van een doorsnede van een patiënt die gemaakt wordt met behulp van röntgenstraling. Deze afbeelding kan helpen bij het vaststellen van welke aandoening een patiënt heeft.

    18. Cultuur

      Gewoonten en (gedrags)regels die bij een groep mensen, een beschaving en/of een cultuur horen. Voorbeelden zijn voedingsgewoonten, wasrituelen, gebedsrituelen en sociale omgangsvormen.

    19. Curator

      Een curator is iemand die uw persoonlijke en financiële belangen behartigt. Alleen de rechter kan een curator aanwijzen.

    20. CVA (Cerebraal Vasculair Accident) of beroerte

      Cerebraal Vasculair Accident, in de volksmond een beroerte (herseninfarct) genoemd.

  4. D

    naar boven
    1. Dagbehandeling psychogeriatrie

      Opvang overdag gedurende één of meer dagdelen per week met begeleiding en reactivering voor mensen die zelfstandig wonen met psychogeriatrische problematiek. Het kan een aanvulling zijn op zorg die zij thuis ontvangen. Dagbehandeling is gericht op het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren in de eigen woonomgeving.

    2. Dagbehandeling somatiek

      Opvang overdag gedurende één of meer dagdelen per week met begeleiding en revalidatie/reactivering voor mensen die zelfstandig wonen met lichamelijke problematiek. Het kan een aanvulling zijn op zorg die zij thuis ontvangen. Dagbehandeling is gericht op het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren in de eigen woonomgeving.

    3. Dagverpleging

      Parttime verpleeghuiszorg gedurende de dag.

    4. Dagverzorging/dagopvang

      Parttime verzorgingshuiszorg gedurende de dag.

    5. Danstherapie

      Danstherapie is geschikt voor behandeling bij o.a. lichamelijke klachten, eetstoornissen, verliesverwerking, arbeidsgerelateerde problematiek, angsten, trauma’s, concentratieproblemen, onzekerheid, agressie en somberheid. Klachten zijn altijd terug te zien in het lichaam en in de beweging. Dit betekent dat je ook via het lichaam en de beweging veranderingen op gang kunt brengen.

      Lees meer over danstherapie op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

    6. Deeltijdbehandeling

      Deze vorm van behandeling omvat onderzoek, behandeling en zorg gedurende tenminste vier uren aaneensluitend per dag. Dus geen overnachting en geen 24-uurs zorg.

    7. Defined Daily Dose (DDD)

      DDD is een afkorting van het Engelse 'Defined Daily Dose'. Dit betekent de dagelijks vastgestelde hoeveelheid. Dat is de gemiddelde hoeveelheid van een medicijn dat per dag wordt gebruikt.

      Bij de vergelijking van de kosten wordt uitgegaan van de zgn. 'Defined Daily Dose' zoals vastgesteld door de World Health Organisation (WHO) voor de gebruikelijke dosis. Deze DDD behoeft niet overeen te komen met de gebruikte dosis van het geneesmiddel. Van niet alle geneesmiddelen is een DDD bekend, in deze gevallen kan de gemiddeld gebruikte dosis niet worden bepaald.

    8. Dementie/ ziekte van Alzheimer

      Dementie is een aandoening van de hersenen die aftakeling van de geestelijke vermogens tot gevolg heeft.

      De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. De ziekte van Alzheimer is een vooralsnog ongeneeslijke hersenziekte, waarbij de cellen in sommige delen van de hersenen ophouden te functioneren en afsterven. De ziekte van Alzheimer is onomkeerbaar en de oorzaken nog grotendeels onbekend. De symptomen van de ziekte zijn: vergeetachtigheid, veranderingen in de persoonlijkheid, desorientatie en verlies van spraak.

    9. Dermatologie

      Dermatologie is het specialisme dat zich bezighoudt met huidziekten.

    10. Diabetes

      Glucoseverlies ten gevolge van suikerziekte. Ten gevolge van suikerziekte kan schade aan de bloedvaten ontstaan. Er zijn twee soorten diabetes, type 1 en type 2. Bij type 1 maakt het lichaam (de alvleesklier) geen insuline meer aan. Type 1 komt voor op alle leeftijden, maar ontstaat vaak op jongere leeftijd. Type 2 diabetes heeft verschillende oorzaken. De alvleesklier maakt te weinig insuline aan, of functioneert niet goed. Type 2 diabetes komt met name voor bij ouderen en mensen met overgewicht.

    11. Diagnose

      1. (Medische) naam van de bij een patiënt vastgestelde ziekte of aandoening.

      2. (Verpleegkundig) de aard van ziekte of aandoening en de aard van de lichamelijke en geestelijke toestand van een patiënt, die bepalend zijn voor zijn verpleging en verzorging.

    12. Diagnose Behandeling Combinatie

      Een DBC (diagnose behandeling combinatie) is een code die de medisch specialist in het ziekenhuis gebruikt voor de administratie. In die DBC zit de hele behandeling voor een bepaalde aandoening. Vanaf het eerste bezoek aan de specialist, het onderzoek, de behandeling tot en met de laatste controle.

      Aan elke DBC hangt een prijskaartje. Via de DBC’s worden het ziekenhuis en de medisch specialisten betaald. Voor een aantal DBC's stellen ziekenhuizen zelf hun prijs vast. Deze DBC’s worden B-segment DBC's genoemd. Dit is ingevoerd om de vergelijkbaarheid en concurrentie tussen ziekenhuizen te stimuleren. Voor alle andere DBC’s geldt dat de prijs landelijk is vastgesteld en voor alle ziekenhuizen gelijk is. Dit zijn de 'A-segment DBC's'.

    13. Dialysecentrum

      Centrum waar mensen met een nieraandoening terecht kunnen voor dialyse.

    14. Dieet- en voedingadvies

      Deskundig advies op het gebied van voedingsvoorschriften voor bepaalde patiënten (suikerziekten, maagdarmpatiënten mensen met ernstig overgewicht) en voor groepen mensen in een verzorgende inrichting (ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingshuis).

    15. Diëtetiek

      Diëtetiek is de leer van het dieet, en onderdeel van het vakgebied voeding en diëtetiek. Een dieet is een voeding die om medische redenen is aangepast aan de speciale behoeften van een persoon. De beroepsbeoefenaar is de diëtist: iemand die deskundig is op het gebied van gezonde voeding en dieetvoeding.

    16. Doorligwonden

      Hoe lager het aantal patiënten met doorligwonden, hoe beter de kwaliteit van de verpleegkundige zorg. Deze indicator is vooral interessant voor patiënten die worden opgenomen in het ziekenhuis of het revalidatiecentrum. Er zijn manieren om doorligwonden te voorkomen. Bijvoorbeeld door het gebruik van speciale matrassen en het regelmatig omdraaien van patiënten.

      Ook de alertheid van verpleegkundigen en de tijd die er voor de patiënt is speelt een belangrijke rol. Deze indicator zegt daarom ook iets over de verpleegkundige zorg in het algemeen. Bijvoorbeeld over hoe lang het duurt voordat er ’s nachts iemand bij de patiënt is als die op het belletje drukt. Of hoe lang het duurt voordat nat beddengoed wordt verschoond.

      Doorligwonden komen vaker voor bij patiënten die veel stil liggen. In de revalidatie zijn dit met name patiënten met een hoge dwarslaesie. Deze patiënten kunnen in acht revalidatiecentra terecht voor behandeling. Een hoger aantal patiënten met doorligwonden in een revalidatiecentrum kan dus komen doordat er patiënten met een hoge dwarslaesie worden behandeld.

    17. Dramatherapie

      Dramatherapie is een behandelvorm die zich richt op psychische, sociale en emotionele problemen. Het doel is om deze problemen op te heffen, overwinnen, onderkennen, verminderen of accepteren. Binnen dramatherapie wordt gebruik gemaakt van verschillende theaterwerkvormen en expressietechnieken zoals bijvoorbeeld rollenspelen, maskers, improvisatiespel, theaterteksten, regisseren, gedichten en decors. Het Griekse woord ‘drama’ betekent handelen en daar ligt ook het accent binnen dramatherapie. Door op een ‘speelse’ manier met uw problemen aan de slag te gaan, kan het u helpen er op een andere manier tegenaan te kijken.

      Lees meer over dramatherapie op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

    18. Dwangbehandeling

      Dwangbehandeling is het behandelingsplan uitvoeren tegen uw wil. Het behandelingsplan is wel in overleg met u opgesteld. Deze dwangbehandeling kan alleen als er gevaar is voor u zelf of voor anderen. Het gevaar moet door de geestesstoornis komen, maar hoeft er nog niet te zijn. Lees meer over dwangbehandeling.

    19. Dwangmiddelen of maatregelen

      Dwangmiddelen en maatregelen zijn bijvoorbeeld het opsluiten, vastbinden en het onder dwang toedienen van medicijnen, voedsel of vocht. Het doel van deze middelen of maatregelen is het wegnemen van acuut gevaar. Dit gevaar moet wel het gevolg van een geestesstoornis zijn.

  5. E

    naar boven
    1. Eerstelijnspsycholoog

      De eerstelijnspsycholoog geeft hulp bij allerlei psychische klachten. De hulp duurt kort, en is direct op de klachten en problemen gericht.

      Hij werkt in de eerste lijn van de gezondheidszorg. Iedereen kan daar zonder verwijzing naar toe. Hij werkt zelfstandig, in een gezamenlijke praktijk met andere eerstelijnspsychologen of in een gezondheidscentrum, samen met huisartsen, fysiotherapeuten, enzovoorts.

    2. Eerstelijnszorg

      Eerstelijnszorg is zorg dichtbij huis. Het is het eerste aanspreekpunt voor mensen die zorg nodig hebben. Zorgverleners in de eerstelijnszorg zijn bijvoorbeeld de huisarts, apotheek, fysiotherapeut en tandarts. Bekijk het overzicht met alle zorgverleners in de eerstelijnszorg.

    3. Eigen risico

      In 2011 heeft elke verzekerde vanaf 18 jaar een verplicht eigen risico van 170 euro. (Dat was in 2010 165 euro.)

      U kunt kiezen voor een hoger eigen risico (270, 370, 470, 570 of 670 euro per jaar). Dit bedrag geldt per individu. Voor sommige aanvullende verzekeringen kunt u een apart eigen risico nemen.

      Kiest u voor een hoger eigen risico, dan moet u tot aan dat bedrag de zorgkosten zelf betalen. Maar de premie is dan wel lager.

    4. Elektronisch Patiënten Dossier (EPD)

      Het Elektronisch Patiënten Dossier is een virtueel dossier. Dat wil zeggen dat gegevens uit verschillende zorginformatiesystemen gekoppeld worden. Bevoegde artsen kunnen de gegevens inzien om zo een goed beeld te krijgen van het medische verleden en medicijngebruik van een patiënt.

      Belangrijke onderdelen van het EPD zijn:

      • Het identificeren van patiënten met het toekomstige burgerservicenummer (BSN)
      • Het identificeren en authenticeren van zorgverleners met de Unieke Zorgverlener Identificatie (UZI)
      • Het veilig en betrouwbaar uitwisselen van informatie via het landelijk schakelpunt (LSP)
      • Het stapsgewijs en zorgvuldig invoeren van de eerste hoofdstukken van het EPD: het elektronisch medicatiedossier (EMD) en het waarneemdossier huisartsen (WDH).
    5. Epilepsiecentrum

      Centrum waar mensen met epilepsie behandeld worden.

    6. Ergotherapie

      Mensen met lichamelijke of geestelijke klachten kunnen in het dagelijks leven allerlei praktische problemen ondervinden. Een ergotherapeut richt zich niet op de ziekte, maar op de praktische gevolgen ervan bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Ook bij het krijgen van hulpmiddelen en voorzieningen kan hulp en advies worden verleend.

    7. Etiket en bijsluiter

      De belangrijkste informatie over het gebruik van een medicijn staat op het etiket. Daarnaast heeft elk medicijn een bijsluiter met alle informatie over het geneesmiddel. In de bijsluiter staat onder andere wat de bijwerkingen van een geneesmiddel kunnen zijn en wat u moet doen als u vergeten bent uw medicijn in te nemen.

    8. Euthanasie

      Euthanasie is het op uitdrukkelijk verzoek beëindigen van het leven of helpen bij zelfdoding. Alleen een arts kan euthanasie uitvoeren. De term euthanasie is alleen van toepassing als actief wordt (mee)gewerkt aan de zelfdoding. Dus het op verzoek stoppen van een behandeling of het afzien van verdere zinloze medische handelingen is geen vorm van euthanasie. Lees meer over de euthanasiewet.

    9. Euthanasiewet

      De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, ook wel euthanasiewet genoemd. Doel van de euthanasiewet is duidelijkheid te geven over strafbaarheid bij euthanasie. Euthanasie is het op uitdrukkelijk verzoek beëindigen van het leven of helpen bij zelfdoding. Alleen een arts kan euthanasie uitvoeren. De term euthanasie is alleen van toepassing als actief wordt (mee)gewerkt aan de zelfdoding. Lees meer over de euthanasiewet.

    10. EVV-er (Eerst Verantwoordelijke Verzorgende)

      Een team van vaste verzorgenden en verpleegkundigen neemt de verpleging, verzorging en begeleiding van een aantal bewoners op een afdeling van een zorginstelling voor haar rekening. Per bewoner wordt één van hen aangewezen als de vaste verzorgende. Deze verzorgende wordt contactverzorgende of EVV-er (Eerst Verantwoordelijke Verzorgende) genoemd.

    11. Exit interviews

      Enquêtes waarin patiënten (na ontslag) een oordeel geven obver hun verblijf in het ziekenhuis. Deze vragenlijsten kunnen belangrijke informatie opleveren over de kwaliteit van de zorg vanuit patiëntenperspectief.

    12. Extramurale zorg

      Het aanbod van zorg- en dienstverlening en begeleiding dat beschikbaar is voor mensen die zelfstandig in de thuissituatie wonen. Thuiszorg is een vorm van extramurale zorg.

  6. F

    naar boven
    1. Farmacologie

      Farmacologie is de leer van de geneesmiddelen. Ze bestudeert de werking van moleculen op het lichaam met als doel genezing of preventie van aandoeningen.

    2. Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB)

      De Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB) is de overkoepelende organisatie van de Nederlandse Verenigingen voor Beeldende Therapie, Danstherapie, Dramatherapie, Muziektherapie en Psychomotorische Therapie. De FVB geeft richting aan de kwaliteitsbevordering van de vaktherapeutische beroepen en maakt zich sterk voor een goede positionering van deze beroepen binnen de verschillende werkvelden.

    3. FOBO (Fouten, ongelukken en bijna-ongelukken)

      Fouten, ongelukken en bijna-ongelukken. Een systeem om fouten, ongelukken en bijna-ongelukken te registreren. Tevens een middel om de situatie waar de fout heeft plaatsgevonden te analyseren, zodat het niet meer voorkomt.

    4. FODOK (Nederlandse Federatie van Ouders van Dove Kinderen)

      Nederlandse Federatie van Ouders van Dove Kinderen. Lees meer over FODOK.

    5. FvO (Federatie van Ouderverenigingen)

      Federatie van Ouderverenigingen.

    6. Fysiotherapie

      Helpen van mensen met houdings- en bewegingsklachten om hun problemen te voorkomen, te verminderen of niet erger te laten worden. Dit houdt advies, behandeling en begeleiding in, zodat mensen weer zo goed mogelijk hun dagelijks leven voort kunnen zetten. Door gerichte begeleiding leren mensen voldoende en verantwoord te bewegen.

  7. G

    naar boven
    1. Gebedsruimte

      Sommig ziekenhuizen beschikken over een speciale ruimte waar u als patiënt of bezoeker even kunt bidden of op een andere manier uiting kunt geven aan uw geloofsovertuiging.

    2. Gecombineerd verpleeghuis

      Verpleeghuis met zowel een afdeling somatiek (lichamelijke problematiek) als een afdeling psychogeriatrie (geestelijke problematiek).

    3. Gecontracteerde zorg

      Er is één basispakket dat wettelijk is vastgesteld. Soms is er sprake van gecontracteerde zorg. Dan zijn er prijs- en kwaliteitsafspraken gemaakt tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

      Deze afspraken zijn van invloed op de manier van vergoeden. Bekijk daarom welke polisvorm (natura, restitutie) u heeft en hoe dat daarbij is geregeld.

    4. Geestelijke gezondheidszorg

      De GGZ biedt hulp aan mensen van alle leeftijden met ernstige psychische problemen. In Nederland bevinden zich meerdere GGZ-instellingen.

    5. Geformaliseerde samenwerking op medisch specialistisch niveau

      Samenwerking, die formeel vastgelegd is, tussen specialisten van verschillende ziekenhuizen?

    6. Geheimhouding

      Geheimhouding betekent dat de zorgverlener de gegevens over u niet aan anderen mag geven. Niemand mag uw gegevens inzien of op een andere manier krijgen. Deze regel is er voor om te zorgen dat mensen die veel waarde hechten aan hun privacy er niet van worden weerhouden medische hulp in te roepen. Meer over geheimhouding

    7. Geïntegreerde diabeteszorg

      Zorg voor patiënten met suikerziekte (diabetes), waarbij verschillende zorgverleners samenwerken. Iedere patiënt heeft een coördinator, die de zorg binnen en buiten het ziekenhuis op elkaar afstemt.

    8. Gemachtigde

      U kunt iemand aanwijzen die u vertegenwoordigt indien u wilsonbekwaam zou worden.

    9. Gemoedsbezwaarden

      Een persoon die vanwege religie of levensovertuiging geen medische zorg wil ontvangen of niet verzekerd wil zijn, kan bij de Sociale Verzekeringsbank een aanvraag indienen. Gemoedsbezwaarden betalen geen premie maar een vervangende belasting.

    10. Geneesmiddelenpaspoort

      Als u wilt, maakt de apotheek voor u uw ‘Geneesmiddelenpaspoort’. Hierop staan uw naam, geboortedatum, adres en een overzicht van alle medicijnen die u gebruikt. De stofnaam én de merknaam van uw medicijnen staan erin.

      Dit is handig voor mensen die bij verschillende artsen komen of die veel verschillende medicijnen moeten gebruiken. Ook is het handig om dit paspoort mee te nemen op reis.

    11. Geriatrie

      Geriatrie is het specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van ouderen.

    12. Geronto-psychiatrie

      Psychiatrische zorg voor ouderen.

    13. Geschillencommissie Ziekenhuizen

      Als u en het ziekenhuis of de schadeverzekeraar van het ziekenhuis het niet eens worden over de aansprakelijkheid en de schadevergoeding kunt u eventueel terecht bij de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Lees meer over de Geschillencommissie Ziekenhuizen

    14. Gespecialiseerd centrum

      Instelling waar specifieke zorg wordt verleend aan mensen met een bepaalde aandoening, zoals astmacentrum, audiologisch centrum, dialysecentrum, epilepsiecentrum, klinisch genetisch centrum, oncologisch centrum, radiotherapeutisch centrum, revalidatiecentrum. Gespecialiseerde centra kunnen zelfstandige instellingen zijn of een afdeling zijn van een ziekenhuis.

    15. Gezondheidscentrum

      Centrum waar huisartsen, maatschappelijk werk en wijkverpleging onder één dat samenwerken; soms wordt ook fysiotherapie, verloskunde, pharmacie, dieetadvies etc. geboden.

    16. GGD (Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst)

      Alle gemeenten in Nederland hebben de taak de gezondheid van hun bewoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen. De gemeenten hebben voor het uitvoeren van deze taak een GGD.

    17. GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) Nederland

      Brancheorganisatie voor de instellingen voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg.

    18. Griepprik

      Er zijn polissen waarin de griepprik wordt vergoed, terwijl risicogroepen (zoals 65+'ers, mensen met suikerziekte, hart-, nier- of longziekte) de griepprik elk jaar gratis via hun huisarts krijgen aangeboden. Zij hoeven zich hiervoor dus niet te verzekeren. U kunt zo'n polis wel overwegen als u niet tot een risicogroep behoort.

    19. Groepsverzorging

      Opvang in een verzorgingshuis gedurende de dag voor mensen met psychogeriatrische problematiek.

    20. GVS (Geneesmiddelen Vergoedings Systeem)

      GVS betekent Geneesmiddelen Vergoedings Systeem. Volgens dit systeem worden geneesmiddelen onderverdeeld in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen. Middelen zijn onderling vervangbaar als ze beschikken over een gelijksoortig(e) werking/werkingsmechanisme en toepassingsgebied, als er geen klinisch relevante verschillen in eigenschappen zijn, als ze een gelijke toedieningsweg hebben en ten slotte bestemd zijn voor dezelfde leeftijdscategorie.

      Verschillen de eigenschappen nauwelijks van de reeds beschikbare middelen, dan is er geen reden een hogere prijs te betalen. Onderling vervangbare geneesmiddelen worden ingedeeld in één groep, waarvoor een vergoedingslimiet is of wordt vastgesteld. Bij deze middelen is daarom een bijbetaling mogelijk.

      Een ander middel met dezelfde werking is een geneesmiddel dat in dezelfde GVS groep staat. Een eventuele verandering dient bij recept geneesmiddelen in overleg met de voorschrijvende arts te gaan.

      Bij de vergelijking van de kosten wordt uitgegaan van de zgn. 'Defined Daily Dose' (DDD) zoals vastgesteld door de World Health Organisation (WHO) voor de gebruikelijke dosis. Deze DDD behoeft niet overeen te komen met de gebruikte dosis van het geneesmiddel. Van niet alle geneesmiddelen is een DDD bekend, in deze gevallen kan de gemiddeld gebruikte dosis niet worden bepaald.

    21. Gynaecologie

      Gynaecologie is het specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van vrouwenziekten.

  8. H

    naar boven
    1. Hartfalen

      Bij hartfalen is de pompkracht van het hart verminderd. Dat betekent dat de organen en weefsels van uw lichaam minder goed van bloed - en dus van voedingsstoffen en zuurstof - worden voorzien. Patiënten met hartfalen worden soms voor behandeling in het ziekenhuis opgenomen.

    2. Hartfalenpolikliniek

      Een polikliniek waar patiënten met hartfalen terecht kunnen voor onderzoek en behandeling. Op een hartfalenpolikliniek wordt de zorg verleend door gespecialiseerde verpleegkundigen en artsen.

    3. Hartinfarct

      Een hartinfarct wordt veroorzaakt door een afsluiting van één of meer bloedvaten rondom het hart. Hierdoor krijgt een deel van de hartspier langdurig te weinig bloed en dus te weinig zuurstof. Door het zuurstoftekort sterft een deel van de hartspier af - dit heet een hartinfarct. Het hart pompt wel door, maar er is een stukje spier dat niet actief meer kan meedoen. Bij de behandeling van een hartinfarct wordt het afgesloten bloedvat weer vrij gemaakt. Dat kan op verschillende manieren gebeuren.

    4. HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) keurmerk

      HKZ -certificatie (stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) is een kwaliteitskeurmerk voor instellingen in zorg en welzijn.

      Zorginstellingen moeten kwaliteit bieden bij het hele zorgproces. Het gaat dan om indicatiestelling/ intake van de patiënt, om goede zorgverlening en om evaluatie van de geleverde zorg. Zorginstellingen moeten hierbij letten op:

      • het bewaken van het professioneel handelen;
      • de communicatie over het zorgproces;
      • registratie van activiteiten en zorgprocessen.

      Ook moet een zorginstelling alle ondersteunende processen goed regelen. Ondersteunende processen zijn zaken die niet direct te maken hebben met de zorgverlening, maar die een organisatie wel moet regelen om die zorgverlening goed te laten verlopen. Het gaat dan om bijvoorbeeld beleid en organisatie, personeel, huisvesting en onderzoek.

      De normen van het HKZ Keurmerk voldoen aan de internationale standaard voor kwaliteitsmanagementsystemen, de ISO 9001:2000.

      Een goedgekeurde organisatie krijgt een certificaat voor drie jaar en wordt elk jaar getoetst.

    5. HKZ opstapcertificaten 1 en 2 ((VV)

      HKZ -certificatie (stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) is een kwaliteitskeurmerk voor instellingen in zorg en welzijn. Organisaties kunnen het keurmerk in fases halen. Hiervoor zijn de opstapcertificaten 1 en 2 bedoeld.

      Zorginstellingen moeten kwaliteit bieden bij het hele zorgproces. Het gaat dan om indicatiestelling/ intake van de patiënt, om goede zorgverlening en om evaluatie van de geleverde zorg. Zorginstellingen moeten hierbij letten op:

      • het bewaken van het professioneel handelen;
      • de communicatie over het zorgproces;
      • registratie van activiteiten en zorgprocessen.

      Ook moet een zorginstelling alle ondersteunende processen goed regelen. Ondersteunende processen zijn zaken die niet direct te maken hebben met de zorgverlening, maar die een organisatie wel moet regelen om die zorgverlening goed te laten verlopen. Het gaat dan om bijvoorbeeld beleid en organisatie, personeel, huisvesting en onderzoek.

      De normen van het HKZ Keurmerk voldoen aan de internationale standaard voor kwaliteitsmanagementsystemen, de ISO 9001:2000.

      Lees meer over kwaliteitskeurmerken

    6. Hospice

      Een hospice (ook wel high care genoemd) is een huis waar men in huiselijke omgeving de laatste fase van het leven door kan brengen.

      Verpleegkundigen nemen in een (high care) hospice een spilfunctie in. De medische verantwoordelijkheid berust soms bij een huisarts of hospice-arts, soms bij een medisch specialist. Andere disciplines zijn vaak op afroep beschikbaar. Deze kenmerken maken een hospice geschikt voor de opvang van mensen die om medische redenen niet meer thuis kunnen worden verzorgd. Naast professionele zorgverleners hebben vrijwilligers in hospices een belangrijke rol in de zorg.

      Hospicevoorzieningen kunnen zelfstandig zijn, maar ook gevestigd zijn in een verzorgingshuis, verpleeghuis, ziekenhuis of hiermee nauw samenwerken.

    7. Huisarts

      Bij vragen of twijfels over medische zaken kunt u ook met uw huisarts overleggen. Dat geldt zeker als uw vragen te maken hebben met de behandeling door een specialist. De huisarts kan het volgende voor u doen:

      • uitleg geven
      • met de specialist afstemmen
      • verwijzen naar een andere specialist
      • verwijzen voor een second opinion.

      Uw huisarts is niet verplicht om dit te doen. Hij doet dit als hij daar zelf ook de noodzaak van ziet. Komt u er met de huisarts niet uit? Overleg dan met iemand van Zorgbelang (ga naar de website van Zorgbelang-Nederland).

    8. Huisartsenpost

      De huisartsenpost is de plaats waar de huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekendspoeddiensten verzorgen.

    9. Hulp bij het huishouden

      Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het huishouden in verband met een gezondheidsprobleem. Bijvoorbeeld: opruimen, schoonmaken, maaltijden klaarmaken.

    10. Hulpmiddelen

      De volgende hulpmiddelen zijn voorbeelden van hulpmiddelen die uw verzekeraar kan vergoeden:

      • Allergeenvrije en stofdichte hoezen
      • Anticonceptiehulpmiddelen
      • Apparatuur voor positieve uitademingsdruk
      • BAHA hoortoestellen
      • Beeldschermloepen
      • Borstprothesen
      • CPAP -apparatuur
      • Diabeteshulpmiddelen
      • Elastische kousen
      • Elektrostimulators tegen chronische pijn
      • Gebitsprothesen
      • Gehoorhulpmiddelen
      • Geleidehond
      • Gezichtshulpmiddelen
      • Gezichtsprothesen
      • Hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering
      • Hulpmiddelen voor het toedienen van voeding
      • Infuuspompen
      • Injectiespuiten en injectiepennen
      • Longvibrators
      • Loophulpmiddelen
      • Oogprothesen
      • Orthesen
      • Prothesen
      • Pruiken
      • Robotmanipulator
      • Schoenvoorzieningen
      • Solo-apparatuur
      • Tactiel-leesapparatuur
      • Vernevelaars
      • Verzorgingsmiddelen
      • Woninginrichtingselementen
      • Zuurstofapparaten en -concentratoren
    11. Hulpvraag

      Het vastgelegde probleem, in de eigen bewoordingen van de persoon met een handicap omschreven. Datgene wat deze persoon ervaart en wat zijn wensen zijn ten aanzien van een oplossing.

    12. Huntington, ziekte van

      Erfelijke ziekte gekenmerkt door onregelmatige bewegingen van het hele lichaam, spraakstoornissen en dementie.

  9. I

    naar boven
    1. IBMG (Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg)

      Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG).

      Het iBMG vormt een zelfstandig cluster binnen het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam. Het instituut verzorgt onderwijs en onderzoek op het terrein van beleid en management in de gezondheidszorg. Voor het onderdeel "Gehandicaptenzorg" onderzocht het iBMG wat mensen willen weten over de gehandicaptenzorg. Op basis daarvan is de huidige site opgezet.

    2. Implementatie

      Het invoeren of in gebruik nemen van bijvoorbeeld een nieuw systeem of project.

    3. In bewaringstelling (IBS)

      Een inbewaringstelling is een spoedmaatregel. De burgemeester verleent de inbewaringstelling. Dit moet hij doen op basis van een geneeskundige verklaring. Iedereen die vindt dat iemand een acuut gevaar veroorzaakt, kan dit melden bij de politie, de RIAGG of het gemeentehuis.

    4. Incontinentie

      Niet in staat zijn urine of ontlasting op te houden.

    5. Indicatiebesluit

      Besluit van het CIZ (Centrum voor Indicatiestelling Zorg) waarin staat of iemand recht heeft op AWBZ-zorg. Wanneer dat het geval is, staat ook vermeld hoeveel zorg deze persoon krijgt en voor welke periode. De indicatiestelling bestaat in hoofdlijnen uit drie stappen: de aanvraag, een onderzoek en een indicatiebesluit. Bent u het niet eens met het indicatiebesluit? Dan kunt u bezwaar maken.

    6. Indicatiesteller

      Het vaststellen van de zorgbehoefte door een medewerker van het Centrum voor Indicatiestelling Zorg (CIZ).

    7. Indicator

      Een indicator is een getal dat wordt gemeten in een ziekenhuis en dat iets zegt over de kwaliteit van de zorg.

      Alle algemene ziekenhuizen en universitair medische centra meten ieder jaar de set indicatoren en maken de gegevens zelf openbaar. Een indicator kan een signaal geven voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De Inspectie kan dan besluiten om nader onderzoek te doen in het ziekenhuis.

      De indicatoren kunnen ook door ziekenhuizen zelf gebruikt worden. Ziekenhuizen kunnen met die gegevens kijken waar de kwaliteit van zorg verbeterd kan worden.

    8. Infectieziekte

      Ziekte veroorzaakt door een micro-organisme. Een groot aantal van deze ziekten is besmettelijk, zij worden dus gemakkelijk overgedragen van mens op mens en van dier op mens.

    9. Informatie van het Trimbos-instituut

      Uitgebreide informatie over psychische aandoeningen. Afkomstig van het Trimbos-instituut.

    10. Inkomen

      Inkomen staat voor bruto jaarinkomen. Dat houdt in: belastbaar loon, resultaat uit overige werkzaamheden, winst uit onderneming en bepaalde periodieke uitkeringen (zoals alimentatie-uitkeringen).

      Uw inkomen is van invloed op de inkomensafhankelijke bijdrage en is in veel gevallen gelijk aan het toetsingsinkomen.

      U kunt een schatting maken van uw bruto jaarinkomen door het bedrag over te nemen van uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting of uw laatste jaaropgaaf.

      Daar valt onder:

      • Aanvullend (bedrijfs)pensioen
      • AOW
      • Lijfrente vallend onder belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1)
      • Pre-pensioen
      • Uitkeringen (niet altijd, vraag na bij uw uitkeringsinstantie)
    11. Inkomensafhankelijke bijdrage

      Alle kinderen en volwassenen die inkomen hebben moeten dit mogelijk betalen.

      Bent u in loondienst, dan betaalt uw werkgever deze inkomensafhankelijke bijdrage. Bij bepaalde uitkeringen doet de uitkeringsinstantie dit ook. U moet hier wel belasting over betalen.

      In alle overige gevallen betaalt u het zelf, maar dan direct aan de Belastingdienst.

      Op de site van de Belastingdienst vindt u meer informatie over dit onderwerp.

    12. Inspectie voor de Gezondheidszorg

      Inschakeling van de Inspectie moet u zien als een uiterst redmiddel. De Inspectie neemt alleen meteen actie als er een directe bedreiging van uw gezondheid als individuele cliënt bestaat. Dan zal de Inspectie de betrokken instantie extra aansporen om het probleem aan te pakken. U gaat doorgaans weer verder met de direct betrokkene, eventueel via de directie. De Inspectie volgt of uw probleem wordt opgepakt.

      Daarnaast zal de Inspectie ook verdere actie ondernemen als uit uw klacht blijkt dat sprake is van een structureel probleem, waardoor de kwaliteit van de gezondheidszorg in algemene zin gevaar loopt. Dergelijke acties nemen echter een langere periode in beslag. U als individuele cliënt bent daar niet meteen mee verder geholpen. Lees meer over de IGZ.

    13. Instellingen voor Medisch Specialistische Zorg (IMSZ)

      Instellingen voor Medisch Specialistische Zorg (IMSZ) is de officiële aanduiding voor algemene-, academische-, categorale ziekenhuizen en zelfstandig behandelcentra (ZBC’s). De voormalige ZBC's onderscheiden zich van de ziekenhuizen of andere instellingen voor medisch-specialistische zorg doordat ze geen zorg met verblijf leveren in het A-segment. Hun functie ligt vooral in de planbare (niet-acute) zorg en zorg waarvoor de patiënt niet hoeft te worden opgenomen.

    14. Intensive Care afdeling

      Afdeling voor bewaking, behandeling en verpleging van patiënten met een ernstige ziekte of patiënten die een grote operatie hebben ondergaan. Intensivisten zijn artsen die speciaal opgeleid zijn om de zorg voor patiënten op de intensive care te verlenen.

    15. Interne geneeskunde

      Interne geneeskunde is het specialisme dat zich bezighoudt met inwendige ziekten (bijvoorbeeld diabetes, hoge bloeddruk of infectieziekten).

    16. Intramurale voorzieningen

      Zorg aan mensen die in een zorgorganisatie verblijven, zoals een verpleeg- of verzorgingshuis.

    17. ISO (International Organization for Standardization)

      ISO 9001:2000 is een internationaal keurmerk voor kwaliteit. Een organisatie moet voldoen aan ‘standaarden’. Deze standaarden zeggen hoe een organisatie zijn kwaliteit kan behouden.

      ISO 9001:2000 is bedoeld voor organisaties die producten voor klanten maken en hun klanttevredenheid willen verbeteren. Bij zorginstellingen is ‘het product’ zorg en ‘de klant’ de patiënt.

      Wanneer een organisatie volgens de ISO 9000 normen werkt, kan zij een certificaat aanvragen dat dit bewijst. Bij een gecertificeerde organisatie komt er regelmatig iemand langs om via een zogenaamde audit vast te stellen of de organisatie inderdaad nog aan de eisen voldoet.

    18. IVF-behandeling (in vitro fertilisatie)

      Bij een IVF-behandeling (‘in vitro fertilisatie’) ofwel reageerbuisbevruchting is de kunstmatige bevruchting van een aantal eicellen buiten het lichaam van de vrouw. Deze worden teruggeplaatst in de baarmoeder om een zwangerschap tot stand te brengen.

  10. J

    naar boven
    1. Jeugdgezondheidszorg

      De jeugdgezondheidszorg houdt zich bezig met preventieve zorg aan kinderen van 0-19 jaar. De meeste artsen binnen de jeugdgezondheidszorg werken in thuiszorginstellingen of GGD'en.

    2. Juridisch adviseur

      Het indienen en de afhandeling van een schadeclaim is niet eenvoudig. Het is dan ook raadzaam u te laten adviseren over de haalbaarheid van een eventuele schadeclaim of bij de afhandeling van de schadeclaim door een juridisch adviseur.

  11. K

    naar boven
    1. Kaakchirurgie

      Kaakchirurgie is het specialisme dat zich bezighoudt met operaties aan de kaak.

    2. Keel-, neus- en oorheelkunde

      Keel-, neus- en oorheelkunde (KNO) is het specialisme dat zich bezighoudt met aandoeningen aan keel, neus en oren.

    3. Keurmerk PDL (Passiviteiten van het Dagelijks Leven)

      PDL (Passiviteiten van het Dagelijks Leven) is een gestructureerde aanpak. Bij deze methode gaat het om:

      • Specifieke zorgvaardigheden wanneer de cliënt gespannen is.
      • Met respect met de cliënt omgaan.
      • Het verminderen van onrust en angstgevoelens bij de cliënt.
      • Het toepassen van specifieke voorzieningen. Bijvoorbeeld dynamische lig- en zitmiddelen, ergonomische kleding en hoogwaardige transferapparatuur.
      • Het voorkomen van breuken en doorligwonden.
      • Een gezamenlijke aanpak van de passiviteitsproblemen.

      De PDL-methode kan gebruikt worden bij alle mensen met ernstige (deel-)passiviteitsproblemen die verpleging of verzorging ontvangen.

      De Stichting PDL beheert een keurmerk. Dit keurmerk wordt gegeven aan instellingen die alle onderdelen goed in hun instelling hebben doorgevoerd. Dit wordt getoetst door een commissie van specialisten in de PDL-zorg.

    4. Kinderen en volwassenen

      De gezinspolis bestaat niet in de zorgverzekeringswet, iedereen heeft een eigen polis. Het onderscheid tussen kind en volwassene:

      • Kind is iedereen jonger dan 18 jaar. Kinderen betalen geen premie voor het basispakket. Ze kunnen verder geen eigen risico nemen, hebben ook geen verplicht eigen risico en hebben geen recht op zorgtoeslag.
      • Volwassen is iedereen van 18 jaar of ouder.

      Bijna 18 jaar oud? Premie betalen moet dan vanaf de eerste maand ná de maand waarin iemand 18 wordt.

    5. Kindergeneeskunde

      Kindergeneeskunde is het specialisme dat zich bezighoudt met kinderziekten en de behandeling van kinderen.

    6. Kinderziekenhuis

      Ziekenhuis waar zorg wordt verleend aan kinderen.

    7. Klachtenbemiddelaar

      Vaak is het mogelijk om een beroep te doen op een bemiddelaar (bijvoorbeeld de klachtenfunctionaris). Bemiddeling kan alleen als u en de zorgverlener dat beiden willen. Lees meer over de klachtenfunctionaris of bemiddelaar.

    8. Klachtenfunctionaris

      Deze functionaris is verbonden aan de instantie bij wie u hulp vraagt of bepaalde diensten krijgt (bijvoorbeeld het ziekenhuis, de zorgverzekeraar, de Gemeente). Eventueel heet deze ook cliëntenvertrouwenspersoon, ombudsman enzovoort. De klachtenfunctionaris geeft u informatie of advies bij vragen of klachten. Hij kan u ook ondersteunen bij het kiezen van de juiste weg, het opstellen van een klachtbrief of het voeren van een gesprek over uw klachten. De klachtenfunctionaris geeft zelf geen oordeel over uw klacht maar helpt u op weg om problemen op te lossen en uw rechten als patiënt of verzekerde te kunnen realiseren.

      Als u geen vertrouwen heeft in de klachtenfunctionaris of als deze er niet is, kunt u eenzelfde soort ondersteuning ook krijgen via een organisatie van zorggebruikers: Zorgbelang.

      Lees meer over de klachtenopvang bij uw zorgverlener.

    9. Klachteninstantie

      Een functionaris of instantie waarbij een cliënt/patiënt klachten aan de orde kan stellen. Er zijn veel verschillende klachteninstanties die elk weer een eigen taak hebben bij klachten.

      Denk bijvoorbeeld aan een klachtenfunctionaris, een cliëntenvertrouwenspersoon, een klachtencommissie, de tuchtrechter, de Inspectie voor de gezondheidszorg.

      Welke klachteninstantie u inschakelt hangt onder andere af van wat u met uw klacht wilt bereiken en over welke hulpverlener het gaat. Lees meer over de diverse klachteninstanties.

    10. Klachtenregeling

      De zorgverlener is volgens de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector verplicht u duidelijk te maken waar u eventuele klachten kunt indienen. De meeste zorgverleners hebben een folder over de klachtenregeling in de wachtruimte liggen.

    11. Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg

      De Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg bevat een serie van aanbevelingen aan de zorgverleners voor een goede omgang met onvrede van cliënten. De zorgverleners zijn niet wettelijk verplicht zich aan de Klachtenrichtlijn te houden. De meeste koepelorganisaties van zorgverleners onderschrijven echter de richtlijn.

    12. Klinisch genetisch centrum

      Centrum waar mensen terecht kunnen voor erfelijkheidsadvisering. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar erfelijke factoren en erfelijkheid van bepaalde aandoeningen.

    13. Klinische genetica

      Klinische genetica is het specialisme dat zich bezighoudt met erfelijke factoren en erfelijkheid van bepaalde aandoeningen.

    14. Klinische neurofysiologie

      Klinische Neurofysiologie is het specialisme dat onderzoek doet naar de oorzaak van neurologische klachten en aandoeningen . Hierbij wordt de functie van de hersenen, zenuwen, spieren en bloedvaten gemeten.

    15. Klinische psychologie

      Psychologische 24-uurs hulp in een klinische setting; de patiënt is dan opgenomen op de PAAZ-afdeling van het ziekenhuis.

    16. Kosten medicijnen zonder aflevertarief

      De kosten zoals vermeld op deze site zijn exclusief het zogeheten aflevertarief: de vergoeding die de apotheek in rekening mag brengen voor het afleveren van geneesmiddelen. Voor geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk worden vergoed, geldt volledige vergoeding van het aflevertarief door de zorgverzekeraar.

      De maximale hoogte van het aflevertarief wordt bepaald door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en is momenteel € 6,78 (inclusief BTW) voor een standaard aflevering. Voor het afleveren van verpakkingen in een weekdosering is het aflevertarief € 3,71 (inclusief BTW).

      Daarnaast mag de apotheek in een aantal gevallen extra toeslagen in rekening brengen, bijvoorbeeld als u een geneesmiddel voor het eerst krijgt voorgeschreven, of wanneer het gaat om een aflevering 's avonds en op zon- en feestdagen. Ook voor bijzondere bereidingen geldt een extra toeslag.

      Download de regels voor het aflevertarief (PDF, 75kB). Bron: NZa.

    17. Kraamzorg

      Kraamzorg wordt gegeven door een kraamverzorgende. Deze assisteert de verloskundige of de huisarts bij de (thuis)bevalling, verzorgt moeder en kind en geeft adviezen en voorlichting over de verzorging, dagindeling en voeding. Daarnaast doet de kraamverzorgende licht huishoudelijk werk, bereidt de maaltijden voor en ontvangt het bezoek.

      Kraamzorg wordt voor het grootste deel vergoed door uw zorgverzekering. U kunt in uw polis nakijken voor welke zorg u precies verzekerd bent.

  12. L

    naar boven
    1. Laboratoriumdiagnostiek

      De afdeling waar in een laboratorium onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van klachten. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van bloedonderzoek.

    2. Laboratoriumonderzoek

      De Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) is de wetenschappelijke beroepsvereniging van klinisch chemisch laboratorium specialisten. Zij onderzoeken kleine hoeveelheden weefsel, ontlasting of lichaamsvocht om een diagnose te kunnen stellen of om te controleren of een lichaamsdeel goed werkt. Deze testen staan als afkorting vermeld op het aanvraagformulier dat de patiënt meekrijgt van de huisarts als deze voor onderzoek verwijst naar het laboratorium.

    3. LFB (Landelijke Federatie Belangenverenigingen)

      Landelijke Federatie Belangenverenigingen

    4. Longziekten

      Dit specialisme houdt zich bezig met onderzoek naar en behandeling van longziekten.

    5. LSR (Landelijk Steunpunt Clientenraden)

      Landelijk Steunpunt Cliëntenraden

  13. M

    naar boven
    1. Maag, darm en leverziekten

      Gastro-enterologie is het specialisme dat zich bezighoudt met ziekten aan het spijsverteringskanaal.

    2. Maatschappelijk werker

      De maatschappelijk werker geeft praktische hulp aan mensen met psychosociale problemen. Sommige maatschappelijk werkers geven meer therapeutische hulpverlening.

      Maatschappelijk werkers werken bij het Algemeen Maatschappelijk Werk (gemeentelijke instelling), maar ook bij GGZ-instellingen, waaronder verslavingszorg. Ook hier gaat het werk vooral om ondersteuning en begeleiding bij praktische zaken.

      Een maatschappelijk werker heeft de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening gedaan.

      Het beroep van maatschappelijk werker is niet wettelijk beschermd. Er is wel een beroepsregister waar ze zich kunnen inschrijven: Stichting Beroepsregister van Maatschappelijk Werkers.

    3. Machtiging tot voortgezet verblijf

      De rechter verleent deze machtiging op verzoek van de Officier van Justitie. Doel is om het verblijf in de instelling met de voorlopige machtiging voort te zetten. De behandeling blijft gericht op het wegnemen van het gevaar.

    4. Machtigingen

      Bij sommige zorgverzekeraars heeft bijvoorbeeld uw huisarts schriftelijke toestemming nodig, de zogenaamde machtiging.

      Het kan zo zijn dat u moet bijbetalen als u geen machtiging heeft.

    5. Mammapoli

      Een mammapolikliniek is een polikliniek specifiek voor patiënten met verdenking op borstkanker. In een mammapoli werken meerdere specialismen en beroepsgroepen met kennis van en ervaring met borstkanker samen. Vaak worden meerdere stappen die moeten worden doorlopen op de mammapoli aan elkaar gekoppeld zodat de patiënt minder vaak naar het ziekenhuis hoeft te komen en sneller het onderzoekstraject kan doorlopen.

    6. Mantelzorg

      Mantelzorgers zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen professionele zorgverleners maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen.

    7. Medisch specialist

      Een medisch specialist is een arts die zich na de 6-jarige universitaire basisopleiding geneeskunde heeft gespecialiseerd in een orgaan(systeem), of een deel of richting daarvan.

    8. Medische microbiologie

      De medische microbiologie verzorgt de laboratoriumdiagnostiek van infectieziekten, op het gebied van bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en gisten.

    9. Merkloos (=generiek) geneesmiddel

      Een medicijn zonder merknaam met dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde vorm (bijvoorbeeld een tablet) als een medicijn met merknaam. Het kan als vervanging worden voorgeschreven met als voordeel dat het merkloze product goedkoper is. De veiligheid en werkzaamheid zijn hetzelfde. De kwaliteit van merkloze producten voldoet aan dezelfde standaarden als merkproducten.

    10. Merknaam

      De merknaam van een medicijn is de naam die de fabrikant aan het middel geeft.

    11. Minimaal dekkingspercentage

      Het percentage geeft aan hoeveel % van de kosten u vergoed krijgt. Er kan wel een maximum vergoeding gelden. U krijgt dan per jaar niet meer dan dat maximumbedrag vergoed.

    12. Minimaal gedekt bedrag

      Soms geldt er een maximum vergoeding. U krijgt dan per jaar niet meer dan dat maximumbedrag vergoed. Geef hier het bedrag aan dat u minimaal vergoed wilt hebben.

    13. Modelbrief schadeclaim

      Hier vindt u twee modelbrieven die u kunt gebruiken bij het indienen van een schadeclaim.

      Download modelbrief om een schadeclaim in te dienen bij organisaties.

      Download modelbrief om een schadeclaim in te dienen bij vrijgevestigden.

    14. Mondhygiënist

      Medewerker in de tandheelkunde, die als voornaamste taak heeft tandbederf en tandvleesziekten te voorkomen.

      De taak van de mondhygiënist bestaat uit voorlichtende en praktische werkzaamheden, zoals het verstrekken van informatie over mondhygiëne, het verrichten van mondonderzoek, het maken van röntgenfoto's en gebitsafdrukken, gebitsreiniging en het uitvoeren van preventieve fluoride-applicaties.

    15. MRI-scan

      Een MRI-scan (‘magnetic resonance imaging’) maakt gebruik van een magnetisch veld om een afbeelding van het lichaam te maken. Deze afbeelding kan helpen bij het vaststellen van welke aandoening een patiënt heeft.

    16. Muziektherapie

      Wanneer in het dagelijkse leven door verschillende oorzaken de draaglast en de draagkracht uit evenwicht zijn geraakt en problemen zijn ontstaan kan muziektherapie ingezet worden. Hierbij kun je denken aan: somberheid, angst, slapeloosheid, verdriet, het ontbreken van structuur, piekeren, agitatie, nervositeit, vergeetachtigheid, gevoelens van minderwaardigheid, faalangst en/of andere klachten. Muziektherapie richt zich tevens op problemen die veroorzaakt worden door een stoornis of een handicap, zoals autisme, ADHD, angststoornissen, negatieve verschijnselen van psychotische stoornissen en depressie.

      Lees meer over muziektherapie op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

    17. Mytylschool

      School voor kinderen met een lichamelijke beperking die samenwerkt met een revalidatiecentrum waardoor revalidatiebehandeling op de schoollocatie mogelijk is.

  14. N

    naar boven
    1. Naaste

      Dit is degene die een nauwe relatie heeft met de cliënt of patiënt en deze ook vaak ondersteunt in zijn contact met de hulpverlener. Denk bijvoorbeeld aan een partner, een kind, maar ook een vriend of buurvrouw.

    2. Nabestaande

      Is de cliënt overleden en bent u diens nabestaande? Dan kunt u in elk geval ook een melding doen. Bij een eventuele reactie op uw melding zal men rekening houden met de privacy van de overleden cliënt. Zo mag men bijvoorbeeld niet (zonder meer) aan u inzage in het dossier van de zorg of behandeling geven.

    3. Nachtelijke thuishemodialyse

      De dialysebehandeling vindt thuis tijdens de slaap plaats. Dit in aanwezigheidvan een partner en op afstand vindt elektronische bewaking plaats. (telemonitoring).

    4. NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel)

      Niet-aangeboren hersenletsel. Hieronder wordt verstaan: Letsel dat is ontstaan in de loop van het leven,als gevolg van een ziekte of ongeval. Het centrale kenmerk is een 'breuk in de levenslijn': Het leven voor en na het letsel verschilt essentieel.

    5. Naturapolis

      Een zorgverzekeringvorm van het basispakket waarbij u voor alle dekkingen te maken heeft met gecontracteerde zorg. Een zorgverzekering die uitgaat van gecontracteerde zorg houdt in dat de verzekerde de geneeskundige zorg die hij nodig heeft in principe moet afnemen van een zorgverlener die door zijn zorgverzekeraar is gecontracteerd. Uitzondering is spoedzorg.

      Bij de niet-gecontracteerde zorgverleners geldt een vergoeding volgens een of meerdere van 4 opties (wordt bepaald door verzekeraar):

      Lees verder over de andere polisvormen.

    6. Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

      De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is de officiële toezichthouder op alle zorgmarkten in Nederland. De NZa ziet toe op zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars, op zowel curatieve markten als op de markten voor langdurige zorg. De NZa adviseert over beleid en regelgeving. Vanuit wet- en regelgeving stelt de NZa algemene condities op zorgmarkten, zoals prestatiebeschrijvingen, kostentoerekeningsprincipes, prijsplafonds en toezichtregels ten aanzien van bijvoorbeeld misleidend reclame. Daarnaast kan de NZa in individuele gevallen optreden, zoals bij een zorgaanbieder met grote marktmacht, als daardoor de concurrentieverhoudingen worden verstoord. Klik hier voor meer informatie over de NZa.

    7. Neonatologie

      Neonatologie is het specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van pasgeborenen.

    8. Neurochirurgie

      Neurochirurgie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met operaties aan het zenuwstelsel, voornamelijk de hersenen en het ruggenmerg. Enige van de belangrijkste operaties zijn het wegnemen van de tussenwervelschijf bij een hernia, het verwijderen van tumoren uit hersenen of ruggenmerg en het leggen van een buisje voor vochtafvoer ( drain ) bij de behandeling van een waterhoofd.

    9. Neurologie

      Neurologie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met hersen-, ruggenmergs- en zenuwaandoeningen.

      De neurologie heeft belangrijke raakvlakken met de psychiatrie.

    10. No-Claim

      Sinds 2008 bestaat de no-claim niet meer. Deze is vervangen door het eigen risico.

    11. Nucleaire geneeskunde

      Nucleaire geneeskunde is het specialisme dat zich bezighoudt met de toepassing van radioactieve stoffen voor het onderzoeken en behandelen van ziekten.

  15. O

    naar boven
    1. Oefentherapie Cesar/ Mensendieck

      Iemand die zijn lichaam niet goed gebruikt of belast, al dan niet ten gevolge van een aandoening, loopt een sterk verhoogde kans op klachten aan spieren en gewrichten (het bewegingsapparaat). Oefentherapie Cesar/ Mensendieck is bedoeld voor mensen die last hebben van deze klachten.

      Oefentherapie Cesar/ Mensendieck zijn paramedische behandelmethodes, gespecialiseerd in houding en beweging. Oefentherapeuten richten zich op het verbeteren van de individuele houding- en bewegingsgewoonten.

    2. Offlabel

      Bij off-label gebruik van medicijnen krijgt u een medicijn voorgeschreven voor de behandeling van een ziekte of klacht, waarvoor dit medicijn niet is geregistreerd.

    3. Ombudsman Zorgverzekeringen

      De Ombudsman Zorgverzekeringen bemiddelt als onafhankelijke klachteninstantie tussen een verzekerde en zijn zorgverzekeraar of assurantietussenpersoon bij klachten op het gebied van zorgverzekeringen.

      Voor meer informatie: ga naar de site van de Ombudsman zorgverzekeringen

    4. Omgang

      Bejegening is de manier waarop de zorgverlener en u met elkaar om gaan. Dit moet op een respectvolle manier met wederzijds vertrouwen gebeuren. De zorgverlener en u behoren als gelijkwaardige met elkaar om te gaan. Lees meer over omgang.

    5. Onafhankelijk oordeel

      Een onafhankelijk oordeel wordt gegeven door een klachtencommissie, een geschillencommissie, de tuchtrechter, de civiele of de strafrechter.

      Een beoordelende instantie kent allerlei regels: bijvoorbeeld over wie een klacht mag indienen, waarover en over wie de klacht mag gaan, hoelang geleden de gebeurtenis waarover men klacht zich heeft voorgedaan (verjaringstermijn) of de termijn waarbinnen de klacht moet zijn ingediend nadat deze elders is afgewezen.

    6. Onbenoemde vertegenwoordiger

      Als er geen wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde is, kan een naaste van de cliënt als vertegenwoordiger optreden. Dit kan zijn: de echtgenoot/levensgezel, een ouder, kind, broer of zus, partner. Deze vertegenwoordiging is in de WGBO genoemd. Er is een rangorde van vertegenwoordiging: een echtgenoot is allereerst onbenoemd vertegenwoordiger en als deze ontbreekt een ouder, kind enzovoort.

    7. Oncologie

      Oncologie is het specialisme dat zich bezighoudt met onderzoek naar en behandeling van kanker.

    8. Oncologisch centrum

      Ziekenhuis waar specifieke zorg wordt verleend aan mensen met kanker.

    9. Onderling vervangbare medicijnen

      Voor een aandoening zijn veelal verschillende geneesmiddelen beschikbaar. Voor geneesmiddelen is in Nederland het Geneesmiddelen Vergoedingen Systeem (GVS) van toepassing. Binnen dit systeem worden geneesmiddelen onderverdeeld in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen. Middelen zijn onderling vervangbaar als ze beschikken over een gelijksoortig indicatiegebied, als er geen klinisch relevante verschillen in eigenschappen zijn, als ze een gelijke toedieningsweg hebben en ten slotte bestemd zijn voor dezelfde leeftijdscategorie.

      Verschillen de eigenschappen nauwelijks van de reeds beschikbare middelen, dan is er geen reden een hogere prijs te betalen. Onderling vervangbare geneesmiddelen worden ingedeeld in één groep, waarvoor een vergoedingslimiet is of wordt vastgesteld. Bij deze middelen is daarom een bijbetaling mogelijk. Een ander middel met vergelijkbare werking is een geneesmiddel dat in dezelfde GVS groep staat.

      Het feit dat een geneesmiddel in het kader van het GVS als onderling vervangbaar is aangemerkt wil niet zeggen op dat individueel niveau zondermeer van medicatie kan worden gewisseld. Een eventuele verandering dient bij recept geneesmiddelen dan ook altijd in goed overleg met de voorschrijvende arts te gebeuren.

      Bij de vergelijking van de kosten wordt uitgegaan van de zgn. 'Defined Daily Dose' (DDD) zoals vastgesteld door de WHO voor de gebruikelijke dosis. Deze DDD behoeft niet overeen te komen de gebruikte dosis van het geneesmiddel. Van niet alle geneesmiddelen is een DDD bekend, in deze gevallen kan de gemiddeld gebruikte dosis niet worden bepaald.

    10. Ondersteuner

      Bij vragen of klachten kan de cliëntenvertrouwenspersoon of klachtenfunctionaris u op weg helpen. Bij de meeste zorgaanbieders werkt zo’n ondersteuner. U kunt ook een ondersteuner vanuit een patiëntenorganisatie inschakelen. Dit is bijvoorbeeld de afdeling Informatie en klachtenopvang van Zorgbelang.

    11. Oogheelkunde

      Oogheelkunde is het specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van ziekten en afwijkingen van het oog.

    12. Oogziekenhuis

      Ziekenhuis waar zorg wordt verleend aan mensen met oogaandoeningen.

    13. Opleidingsfunctie

      Sommige ziekenhuizen leiden artsen op tot medisch specialist. Het ziekenhuis heeft dan een opleidingsfunctie.

    14. Orthopedagoog

      De orthopedagoog houdt zich bezig met kinderen in probleemsituaties of met moeilijk opvoedbare kinderen.

    15. Orthopedie

      Orthopedie is het specialisme dat zich bezighoudt met voorkoming en behandeling van aandoeningen aan het bewegingsapparaat (botten en gewrichten).

  16. P

    naar boven
    1. PAAZ (Psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis)

      Psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. Op deze afdeling kunnen mensen hulp krijgen voor psychische problemen, met of zonder opname.

    2. Parallelimport

      Als een geneesmiddel wordt geïmporteerd uit andere Europese landen, wordt dit parallelimport genoemd. Deze middelen zijn niet altijd leverbaar. Als de laagste prijs van het door u gekozen geneesmiddel uit de parallelimport afkomstig is, wordt ook de laagste prijs van het geneesmiddel vermeld dat dit niet is.

    3. Paramedische zorg

      Paramedische zorg is gericht op het verminderen van de functionele gevolgen van een ziekte of aandoening. Het gaat om bijvoorbeeld om fysiotherapie, logopedie, diëtetiek, oefentherapie en ergotherapie.

    4. Pathologie

      De afdeling pathologie stelt aan de hand van microscopisch onderzoek van afgenomen lichaamsmateriaal vast om welke ziekte of aandoening het gaat.

    5. Patiënten- of cliëntendossier

      Het dossier is het verslag dat de zorgverlener bijhoudt van uw situatie, de zorg of behandeling die u krijgt. Het zorg- of behandelplan bevat alle afspraken die met u zijn gemaakt. Het maakt deel uit van het dossier. Als u binnen een instelling te maken heeft met verschillende zorgverleners, dan houden deze misschien elk hun eigen dossier bij. Het lijkt dan of er sprake is van meerdere dossiers en zorgplannen. Soms gebruikt men dan ook aparte namen: medisch dossier, verpleegkundig of zorgdossier, behandelplan en zorgplan. Samen heten al deze aparte dossiers van verschillende zorgverleners bij een instelling het patiënten- of cliëntendossier.

    6. Patiëntenbrief

      De patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.

      De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven. De tekst is afkomstig van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

    7. Patiëntenfolder

      Korte informatie over veel voorkomende klachten en wat u daar zelf aan kunt doen. Afkomstig van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

    8. Patiëntenvertrouwenspersoon

      Een door de zorgverlener/instelling aangewezen persoon die belast is met de opvang (informatie/advies, bijstand) bij klachten. De patiëntenvertrouwenspersoon (PVP-er) kan naast en achter u staan als klager.

      Lees meer over de klachtenfunctionaris bij uw zorgverlener.

    9. Peritoneale dialyse

      Peritoneaal dialyse of buikvliesspoeling is een behandeling die gedeeltelijk de werking van de nieren overneemt waarbij het buikvlies als filter wordt gebruikt. Ongeveer 2,5 liter spoelvloeistof wordt via een katheter in de buikholte gebracht. De spoelvloeistof trekt overtollig vocht, zouten en afvalstoffen aan. Er zijn twee vormen van buikvliesspoeling CAPD en APD.

    10. Persoonsgebonden Budget (PGB)

      Voor sommige vormen van zorg kunt u geld krijgen om zelf zorg, hulp of begeleiding in te kopen. Dat heet dan een Persoonsgebonden Budget, ook wel PGB genoemd. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van de indicatie door het Centrum voor Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het zorgkantoor neemt een beslissing over de aanvraag. De belangenvereniging Per Saldo zet zich in voor mensen met een persoongebonden budget en geeft hierover uitgebreide informatie. Ook op het PGB-plein kunt u veel informatie vinden en vragen stellen over het PGB.

    11. Plastische chirurgie

      Plastische chirurgie is het specialisme dat zich bezighoudt met operaties aan (al dan niet aangeboren) afwijkingen. Onder plastische chirurgie vallen ook cosmetische ingrepen, zoals bijvoorbeeld borstvergroting.

    12. Polisaanbod 2010

      In november 2009 ontvangt u van uw zorgverzekeraar een aanbod voor het basispakket, de eventuele aanvullende verzekering en een voorstel voor een eigen risico. Dit aanbod (prolongatiepolis) is gebaseerd op uw polis van 2009. Als u niets doet, gaat het aanbod voor 2010 van uw verzekeraar vanzelf in.

      U kunt zelf kiezen of u een eigen risico wenst. U kunt dus het aanbod accepteren, maar het eigen risico veranderen.

      Uw zorgverzekeraar is verplicht u te accepteren voor zowel het aangeboden basispakket als de aanvullende verzekering. Geslacht, leeftijd en gezondheid zijn dus niet van invloed. U hoeft dus geen medische keuring te ondergaan. Uw leeftijd kan wel van invloed zijn op de hoogte van de premie van de aanvullende verzekering.

    13. Polisvorm (soort polis)

      Er is één basispakket dat wettelijk is vastgesteld. De uitvoering hiervan kan echter verschillen. Hierdoor zijn er verschillende vormen van het basispakket.

      • Naturapolis
      • Combinatiepolis
      • Restitutiepolis met (deels) gecontracteerde zorg
      • Restitutiepolis

      Het belangrijkste verschil heeft te maken met gecontracteerde zorg.

      Uitleg over de verschillende polisvormen vindt u op de site van het ministerie van VWS.

    14. Polyfarmacie

      Polyfarmacie is het gebruiken van een aantal verschillende geneesmiddelen naast elkaar.

    15. Preferentiebeleid

      Mogelijk vergoedt uw zorgverzekeraar alleen de laaggeprijsde varianten van dit middel (preferentiebeleid). Raadpleeg uw verzekeringspolis.

      Zorgverzekeraars hebben bij een aantal geneesmiddelen de mogelijkheid om alleen de laaggeprijsde variant(en) te vergoeden. Dit noemen we preferentiebeleid. Als uw zorgverzekeraar voor één of meer middelen een preferentiebeleid voert, staat dat in uw verzekeringspolis. Indien een medische noodzaak bestaat om toch een duurdere variant van het middel toe te passen, kan uw zorgverzekeraar van het preferentiebeleid afwijken.

      De manier waarop zorgverzekeraars het preferentiebeleid uitvoeren verschilt per zorgverzekeraar. Raadpleeg voor meer informatie daarom uw verzekeringspolis of neem contact op met uw zorgverzekeraar.

    16. Prenatale diagnostiek

      Tijdens de zwangerschap kunt u laten onderzoeken of uw kind bepaalde erfelijke of aangeboren afwijkingen heeft. Dit kan met een vlokkentest of door middel van vruchtwateronderzoek, in sommige gevallen ook met een echo. Dit noemt men prenatale diagnostiek.

    17. Privacy

      De zorgverlener zorgt dat u voldoende privacy heeft. Ook op het gebied van huisvesting. De behandelruimte moet bijvoorbeeld zo zijn ingericht dat andere personen niet kunnen horen of zien wat de zorgverlener met u bespreekt of doet. De zorgverlener moet bijvoorbeeld ook zorgen dat hij het dossier zo opbergt dat onbevoegden er niet bij kunnen.

    18. Psychiatrie

      Specialisatie binnen de geneeskunde gericht op preventie, onderzoek en behandeling van mentale stoornissen.

    19. Psychomotorische therapie (PMT)

      Psychomotorische therapie is een behandelmethode voor mensen met psychische klachten en problemen. Klachten zoals somberheid, angsten, prikkelbaarheid, onzekerheid tegenover anderen, spanningen, eetproblemen of burn-out hebben ook een lichamelijke kant. Daarom richt een psychomotorisch therapeut (PMT-er) zich speciaal op wat uw lichaam aangeeft: lichamelijke spanningen, lichaamstaal, lichaamshouding, uw manier van bewegen, ademhaling en lichaamsbeleving.

      Lees meer over psychomotorische therapie op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

  17. R

    naar boven
    1. Radiologie

      Radiologie is het specialisme dat betrekking heeft op het onderzoek met röntgenstralen en de behandeling van ziekten door bestraling.

    2. Radiotherapeutisch centrum

      Centrum waar mensen terecht kunnen voor bestraling. Dit is een manier om bepaalde ziekten (vooral kwaadaardige gezwellen) te behandelen.

    3. Radiotherapie

      Radiotherapie is het specialisme dat met behulp van straling ziekten (met name kwaadaardige gezwellen) behandelt.

    4. Rechterlijke machtiging op eigen verzoek

      Op uw eigen verzoek kan de Officier van Justitie aan de rechter vragen een machtiging te verlenen. Het doel hiervan is om u te dwingen de behandeling af te maken die is begonnen. Dit kan nodig zijn wanneer u denkt dat u op een moment de behandeling zou willen stoppen terwijl dit niet verstandig is. Meestal is verslaving een reden om een machtiging op eigen verzoek te vragen.

    5. Rechtsregel

      Door wet of recht gegeven regel of bepaling.

    6. Register

      Voor apothekers, artsen, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen bestaat een verplichte registratie. Alleen wie in hetBIG-register is ingeschreven mag de door de wet beschermde titel voeren. Hiermee is dus na te gaan of een beroepsbeoefenaar wel terecht een beschermde titel voert.

    7. Registratie van geneesmiddelen

      Registratie is een vergunning voor het in de handel brengen van een fabrieksmatig bereid geneesmiddel. Een fabrieksmatig bereid geneesmiddel mag in Nederland in principe pas door apotheken worden afgeleverd, en door artsen toegepast of voorgeschreven, als dat geneesmiddel door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is goedgekeurd voor wat betreft zijn kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid.

      Deze goedkeuring is alleen van toepassing op in de bijsluiter met name genoemde ziekten of klachten; wordt een geneesmiddel door een arts toegepast voor een andere ziekte of klacht, dan noemen we dit off-label gebruik.

    8. Reizigersinformatie

      Informatie die speciaal bedoeld is voor reizigers.

    9. Relatieve score

      De letters A, B, C, D of E geven een relatieve score aan. Dit om aan te geven of een ziekenhuis op een bepaald aspect goed of minder goed scoort ten opzichte van alle andere ziekenhuizen.

      • De beste relatieve score is een A. Een ziekenhuis met de score A zit op dat aspect bij de beste 10% van de ziekenhuizen.
      • B: bij de beste 25%, maar niet bij de beste 10% (dus tussen de 10 en 25%).
      • C: de uitkomst van een ziekenhuis dat C scoort, zit in de grote middengroep van alle ziekenhuizen (tussen de 25 en 75%).
      • D: de uitkomst zit bij de onderste 25%, maar is nog wel beter dan de onderste 10% van de ziekenhuizen.
      • Een ziekenhuis met score E zit bij de onderste 10% van de ziekenhuizen.
      • (-): voor deze indicator wordt geen relatieve score berekend.

      De relatieve scores voor aantallen risicovolle operaties loopt van A t/m C. A is weer de beste score. De grenzen zijn niet bepaald door procenten, maar door absolute aantallen operaties. Een A scoren die ziekenhuizen die relatief vaak deze operaties uitvoeren. Hierdoor is de kans op complicaties waarschijnlijk kleiner. Ook ziekenhuizen die deze operaties juist niet uitvoeren krijgen de score A. Zij verwijzen patiënten waarschijnlijk op tijd door naar een ziekenhuis dat wel voldoende ervaring heeft op dit gebied.

    10. Restitutiepolis

      Een zorgverzekeringvorm van het basispakket waarbij u voor geen enkele dekking te maken heeft met gecontracteerde zorg.

      Een zorgverzekering zonder gecontracteerde zorgverleners is een zorgverzekering op grond waarvan de verzekerde voor zijn geneeskundige zorg in principe naar alle zorgverleners mag gaan. De verzekeraar vergoedt de verzekerde de door hem gemaakte zorgkosten, behalve voor zover deze hoger zijn dan in de Nederlandse marktomstandigeheden in redelijkheid passend zijn te achten. Voor Nederlandse zorgverleners betekent dit doorgaans, dat de volledige rekening wordt vergoed. Alleen de manier van vergoeden kan verschillen.

      Bij alle zorgverleners geldt een vergoeding volgens een of meerdere van 3 opties (wordt bepaald door verzekeraar):

      Lees verder over de andere polisvormen.

    11. Restitutiepolis met (deels) gecontracteerde zorg

      Een zorgverzekeringvorm van het basispakket waarbij u bij sommige dekkingen te maken heeft met gecontracteerde zorg, bij sommige niet.

      Dit houdt in dat u overal de geneeskundige zorg die u nodig heeft, kunt afnemen. Alleen de manier van vergoeden kan verschillen.

      Bij alle zorgverleners die niet gecontracteerd zijn geldt een vergoeding volgens een of meerdere van 3 opties (wordt bepaald door verzekeraar):

      Lees verder over de andere polisvormen.

    12. Reumatologie

      Reumatologie is het specialisme dat zich bezighoudt met behandeling van reumatische aandoeningen. Dit zijn bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat (botten, spieren, gewrichten en pezen).

    13. Revalidatiegeneeskunde

      Revalidatiegeneeskunde houdt zich bezig met de behandeling van mensen na of tijdens een ziekte, gericht op het zo goed mogelijk herstellen van het functioneren.

    14. rvg-nummer

      Op de verpakking en in de bijsluiter van uw medicijn staat een nummer. Dit heet een RVG-nummer of een EU-nummer.

      Voordat een medicijn op de markt komt, moet de fabrikant het laten registreren. Als een registratie in Nederland plaatsvindt, dan krijgt het middel een RVG-nummer. Bij een registratie voor heel Europa krijgt het medicijn een Europees registratienummer: het EU-nummer.

  18. S

    naar boven
    1. Schadevergoeding

      Als u meent dat een instelling of zorgverlener verantwoordelijk is voor de schade die heeft opgelopen, kunt u proberen deze schade vergoed te krijgen. Bij het onderdeel klachten leest u hoe en bij wie u dat kunt doen.

    2. Schadeverzekeraar

      De schadeverzekeraar neemt voor de zorgaanbieder de behandeling va uw schadeclaim op zich. Deze voert dan met u de onderhandeling over de aansprakelijkheid en (als deze vaststaat) de hoogte van het schadebedrag. Lees meer over de schadeclaimverzekeraar.

    3. Schriftelijk gemachtigd vertegenwoordiger

      een schriftelijk gemachtigd vertegenwoordiger is iemand die door de betrokkene zelf (de cliënt) als vertegenwoordiger is aangewezen, waarbij een machtiging op schrift is gezet.

    4. Second opinion

      Bent u het niet eens met de diagnose of een ander onderdeel van de behandeling? Of wilt u de mening van een andere zorgverlener horen? Dan kunt u om een second opinion (een tweede mening) vragen. De zorgverzekeraar vergoedt over het algemeen de second opinion. Neem over de voorwaarden contact op met uw verzekeraar of kijk in uw verzekeringspolis.

    5. Seksuologie

      Specialisme dat begeleiding en advies geeft bij individuele en relationele problemen rond intimiteit en seksualiteit.

    6. Serviceaspecten 'Ervaring bij fysiotherapie en hulpmiddelen'

      • Had fysiotherapeut contract met verzekeraar = Heeft de verzekeraar een contract met de fysiotherapeut? (Als uw verzekeraar geen contract heeft met uw fysiotherapeut dan is uw eigen bijdrage vaak hoger.)
      • Duidelijkheid vooraf over contract met fysiotherapeut = Is het van tevoren duidelijk of de verzekeraar een contract heeft met de fysiotherapeut? (Als u van tevoren weet of uw verzekeraar een contract heeft met uw fysiotherapeut kunt u uitzoeken wat dat betekent voor uw eigen bijdrage.)
      • Snelheid afhandeling aanvraag hulpmiddel = Behandelt de verzekeraar de aanvraag voor een hulpmiddel snel?
      • Duidelijkheid regels voor vergoeding hulpmiddelen = Is het duidelijk in welke gevallen de verzekeraar en hulpmiddel vergoed?
      • Oordeel over dienstverlening m.b.t. hulpmiddelen = Het algemene oordeel voor hoe de verzekeraar een aanvraag voor een hulpmiddel afhandelt.

      Serviceaspecten 'Ervaring met de zorgverzekeraar'

      Naar de algemene uitleg van de servicescores

      Lees meer over het onderzoek (PDF)

    7. Serviceaspecten 'Ervaring met de zorgverzekeraar'

      • Oordeel over de zorgverzekeraar = Algemeen oordeel over de verzekeraar (is zowel met sterretjes als in cijfers weergegeven).
      • Persoonlijke benadering medewerkers zorgverzekeraar = Zijn medewerkers van de zorgverzekeraar behulpzaam en beleefd?
      • Informatievoorziening door de zorgverzekeraar = Is informatie makkelijk te vinden en te begrijpen?
      • Telefonische bereikbaarheid klantenservice = Is de klantenservice telefonisch goed bereikbaar?
      • Telefonische hulp van de klantenservice = Als je de klantenservice belt, krijg je dan de hulp die je nodig hebt?
      • Afhandeling van rekeningen = Worden rekeningen snel en correct afgehandeld?
      • Duidelijkheid over de mate van bijbetalen = Is het van tevoren duidelijk hoeveel moet worden bijbetaald?

      Naar de uitleg van de serviceaspecten 'Ervaring bij fysiotherapie en hulpmiddelen'

      Naar de algemene uitleg van de servicescores

      Lees meer over het onderzoek (PDF)

    8. Servicescores verzekeraars

      Er is onderzoek gedaan naar de service en prestaties van de zorgverzekeraars. Verzekerden van verschillende zorgverzekeraars hebben een vragenlijst ingevuld over hun ervaringen met hun zorgverzekeraar en over de ervaringen met de gezondheidszorg in het afgelopen jaar.

      Alle verzekeraars scoren voldoende. De gevonden verschillen zijn klein. De sterren (maximaal 3) laten zien hoe iedere zorgverzekeraar scoort ten opzichte van het gemiddelde van alle zorgverzekeraars in het onderzoek. Hoe meer sterren, hoe beter de zorgverzekeraar.

      Als er helemaal geen scores staan (alleen streepjes), heeft de verzekeraar niet meegedaan aan het onderzoek.

      Bij dit onderzoek is rekening gehouden met leeftijd, opleiding en gezondheid van mensen die meededen aan het onderzoek. De laatste gegevens zijn van 2010. De gegevens worden elk jaar opnieuw verzameld door het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg. Lees meer over het onderzoek (PDF)

    9. Soorten revalidatiebehandelingen

      Consult of poliklinisch spreekuur bij de revalidatiearts: Inschakeling van revalidatiearts (consultatie, medebehandeling of poliklinisch spreekuur). Zonodig aanvulling met enkelvoudige therapie (bijv. fysio), thuiszorg en/of hulpmiddelen.

      Algemeen revalidatie behandelteam: Aanwezigheid van een allround multidisciplinair behandelteam onder verantwoordelijkheid van de revalidatiearts, die poliklinische revalidatiebehandeling kan bieden.

      Diagnosegericht revalidatie behandelteam: Multidisciplinair behandelteam gespecialiseerd in de betreffende diagnosegroep.

    10. Spoedeisende hulp

      Afdeling waar patiënten terecht kunnen voor spoedeisende gevallen, ook wel EHBO (eerste hulp bij ongelukken) genoemd. Bij sommige ziekenhuizen is deze afdeling altijd open (24 uur per dag, zeven dagen per week). Bij andere ziekenhuizen is deze afdeling alleen op werkdagen tijdens kantooruren open.

    11. Spoedzorg

      Het is natuurlijk mogelijk dat een verzekerde (met een naturapolis) in een spoedgeval terechtkomt bij een ziekenhuis waarmee zijn zorgverzekeraar geen contract heeft gesloten.

      Omdat het zo'n geval niet gaat om een bewuste keuze van de verzekerde om naar een niet-gecontracteerde zorgaanbieder te gaan - de spoed eist immers dat de verzekerde in het eerste ziekenhuis dat bereikbaar en beschikbaar is wordt geholpen - betaalt de verzekeraar in spoedgevallen de volledige rekening, behalve voor zover deze hoger is dan wat in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten.

      In Nederland verleende spoedzorg zal derhalve vrijwel altijd volledig worden vergoed.

    12. Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

      De Ombudsman Zorgverzekeringen en de Geschillencommissie Zorgverzekeringen vormen een onderdeel van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen. Ga naar de site van de SKGZ.

    13. Stofnaam

      De stofnaam van een medicijn is het werkzame bestanddeel van het medicijn. Dit wordt ook wel de generieke naam genoemd. De World Health Organisation (WHO) stelt de stofnaam van medicijnen vast en deze naam is dus ook internationaal overal hetzelfde.

    14. Strafrechter

      Een zorgverlener kan worden vervolgd volgens het strafrecht. De Officier van Justitie doet dit bij een vermoeden van een strafbaar feit. Dit kan bijvoorbeeld bij dood door schuld, onterechte euthanasie of seksueel misbruik. Lees meer over de strafrechter.

    15. Stroke service

      Een ‘stroke service’ biedt speciale zorg aan patiënten die een beroerte hebben (CVA, ofwel cerebrovasculair accident) gehad, zowel direct na een beroerte als op langere termijn.

    16. Stroke service

      Een ‘stroke service’ biedt speciale zorg aan patiënten die een beroerte hebben (CVA, ofwel cerebrovasculair accident) gehad, zowel direct na een beroerte als op langere termijn.

  19. T

    naar boven
    1. Therapietrouw

      Het volhouden van medicijngebruik wordt ook wel therapietrouw genoemd. Het gaat erom dat de voorschriften ( op het etiket, van de arts, in de bijsluiter) op juiste wijze opgevolgd moeten worden.

    2. Thoraxchirurgie

      Thoraxchirurgie is het specialisme dat operaties uitvoert aan de borstkas. Hieronder vallen onder anderen operaties aan de longen en het hart.

    3. Thuishemodialyse

      Patiënten die hemodialysebehandeling thuis ondergaan, worden bijgestaan door een partner, een VDA (verpleegkundig dialyseassistent) of een combinatie van beide. Voor de begeleiding moeten patiënt, partner en VDA een opleiding volgen.

    4. Toedieningsvormen

      De wijze waarop het werkzame bestanddeel geschikt is gemaakt voor toediening aan de patiënt. Dus als tablet, zetpil, injectie etc.

    5. Toeslagpartner

      U moet bij de Belastingdienst opgeven wie uw toeslagpartner is.

      Man of vrouw, broer of zus, vriend of vriendin, kind of kleinkind: ze kunnen allemaal bij u in huis wonen. Als 1 van hen aan de voorwaarden voldoet, moet u hem of haar bij de Belastingdienst opgeven als uw toeslagpartner.

      Met het hulpmiddel 'Wie is uw toeslagpartner?' kunt u eenvoudig bepalen of u een toeslagpartner heeft en wie dat dan is.

    6. Toetsingsinkomen

      Het toetsingsinkomen is het inkomen waarmee de hoogte van de zorgtoeslag berekend wordt.

      Meestal is dit het verzamelinkomen (bruto per jaar) uit uw aanslag inkomstenbelasting.

      Als u een toeslagpartner heeft, zijn beide inkomens samen van invloed op de zorgtoeslag.

    7. Treeknorm

      Zorgaanbieders en verzekeraars hebben afspraken gemaakt over aanvaarbare wachttijden in de zorg. Deze maximaal aanvaardbare wachttijden worden ‘treeknormen’ genoemd. Hieronder ziet u welke normen er zijn opgesteld. Dit zijn de maximaal aanvaardbare wachttijden.

      • Toegangstijd polikliniek: 4 weken.
      • Wachttijd voor diagnostiek en indicatiestelling: 4 weken.
      • Wachttijd tot behandeling in dagopname: 6 weken.
      • Wachttijd tot behandeling in meerdaagse opname: 7 weken.
    8. Tuchtcollege

      Het Tuchtcollege behandelt alleen klachten over artsen, tandartsen, apothekers, gezondheidspsychologen, psychotherapeuten, fysiotherapeuten, verloskundigen en verpleegkundigen. Deze zorgverleners betreffen de zogenaamde artikel 3 beroepen uit de Wet BIG. Lees meer over het Tuchtcollege

    9. Tweedelijnszorg

      Tweedelijnszorg bestaat uit ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg. Toegang tot deze zorg krijgt u alleen na verwijzing van een zorgverlener uit de eerstelijnszorg.

      Let op: Niet alle behandelaars uit de geestelijke gezondheidszorg behoren tot de tweedelijnszorg. Eerstelijnspsychologen horen, zoals de naam al zegt, tot de eerstelijnszorg. Hier kunt u dus naar toe zonder verwijzing.

    10. Tyltylschool

      School voor moeilijk lerende kinderen met meervoudige handicaps die samenwerkt met een revalidatiecentrum waardoor revalidatiebehandeling op de schoollocatie mogelijk is.

  20. U

    naar boven
    1. Universitair Medisch Centrum

      Ziekenhuis waar niet alleen patiëntenzorg wordt verleend, maar waar ook onderwijs en wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. Daarnaast worden in universitair medische centra nieuwe medische technologieën ontwikkeld.

    2. Urologie

      Urologie houdt zich bezig met aandoeningen aan de nieren en urinewegen.

  21. V

    naar boven
    1. Vaktherapie

      Onder vaktherapieën worden verstaan: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie. Elk van de vaktherapieën is vertegenwoordigd door een zelfstandige beroepsvereniging, die lid is van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB).

      Lees meer over de vaktherapieën op de site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

    2. Vaste (nominale) premie

      Iedere volwassene (18 jaar of ouder) betaalt een vaste premie per maand of jaar voor het basispakket.

      Kinderen betalen dit dus niet, maar zijn wel verplicht een basispakket af te sluiten.

    3. Verloskunde

      Verloskunde houdt zich bezig met de geboorte en zorg die daar mee te maken heeft.

    4. Verzekeringsplicht

      • Militairen in actieve dienst
      • Gemoedsbezwaarden
      • Personen die inkomen uit werk of pensioen ontvangen uit een ander EU/EER land, maar in Nederland wonen. (U kunt hier geen rechten aan ontlenen, check de gevolgen voor uw situatie bij het College voor zorgverzekeringen.)
    5. Voorlopige machtiging

      Met deze machtiging is het mogelijk u tijdelijk, zonder uw eigen toestemming op te nemen. De rechter verleent de machtiging op verzoek van de Officier van Justitie. Het doel van deze machtiging is het wegnemen van gevaar. Het gevaar moet wel veroorzaakt worden door de geestesstoornis. Dwangopname moet de enige mogelijkheid zijn om het gevaar nog af te wenden. De machtiging duurt maximaal 6 maanden.

    6. Voorwaardelijke machtiging

      Deze machtiging geldt alleen voor de psychiatrie, niet voor de psychogeriatrische zorg in verpleeghuizen of voor gehandicaptenzorg. Met deze machtiging is het mogelijk u te behandelen zonder opname. Door afspraken (voorwaarden) over het gedrag wordt het gevaar weggenomen. De rechter verleent de machtiging. De machtiging is een soort ‘stok achter de deur’ om ervoor te zorgen dat u de voorwaarden naleeft. Lukt dit niet dan kan de Officier van Justitie een voorwaardelijke machtiging omzetten in een voorlopige machtiging en dan wordt u toch onder dwang opgenomen. Deze machtiging duurt 6 maanden. Verlenging is mogelijk.

    7. Vrije keuze hulpverlener

      U bent vrij om zelf uw zorgverlener uit te kiezen. In de praktijk is vaak sprake van drempels bij deze vrije keus. Bijvoorbeeld als de huisarts van uw keuze geen patiënten meer aanneemt of de zorgverzekeraar heeft geen contract met de zorgverlener van uw keuze, waardoor de behandeling niet of maar gedeeltelijk wordt vergoed.

    8. Vrije keuze hulpverlener

      U bent vrij om zelf uw zorgverlener uit te kiezen. In de praktijk is vaak sprake van drempels bij deze vrije keus. Bijvoorbeeld als de huisarts van uw keuze geen patiënten meer aanneemt of de zorgverzekeraar heeft geen contract met de zorgverlener van uw keuze, waardoor de behandeling niet of maar gedeeltelijk wordt vergoed.

    9. Vrijheidsbeperkingen

      Als u gedwongen bent opgenomen, kunnen uw vrijheden verder worden ingeperkt. Men kan u bijvoorbeeld verbieden bezoek of post te ontvangen, bepalen dat u de afdeling niet mag verlaten of u verbieden te telefoneren. Vrijheidsbeperkingen zijn alleen toegestaan als men vreest voor uw gezondheid, voor verstoring van de orde in de instelling of voor strafbare feiten.

  22. W

    naar boven
    1. Wachtlijst

      Als er onvoldoende aanbod van zorg is, zullen er wachtlijsten ontstaan. Deze wachtlijsten worden vaak uitgedrukt in tijd die er verstrijkt tussen uw aanmelding en de start van de behandeling.

      Om deze wachtlijsten voor de noodzakelijke zorg te beperken, spreekt de overheid met de verschillende zorgverleners normen af. Deze zogenaamde Treeknormen geven aan wat een acceptabele wachttijd is voor verschillende gezondheidsklachten. Voor spoedeisende klachten mag er geen wachtlijst zijn.

    2. Wachttijd aanvullende verzekering

      Bij sommige aanvullende verzekeringen moet u eerst een half jaar of een jaar verzekerd zijn, voordat u iets vergoed krijgt.

    3. Wachttijden

      Op kiesBeter.nl tonen we de verwachte wachttijden. Dit is de tijd die verloopt van het moment waarop de diagnose is gesteld en de specialist heeft bepaald dat u voor behandeling opgenomen moet worden tot het moment waarop de behandeling feitelijk plaatsvindt. De wachttijden zijn vastgesteld op basis van de gerealiseerde wachttijden in de afgelopen drie maanden.

      Nota bene:

      De wachttijdinformatie op kiesBeter.nl is afkomstig van het DIS. Deze informatie kan afwijken van de informatie op de ziekenhuis-sites zelf. Momenteel wordt er hard aan gewerkt om de wachttijdregistratie in het DIS te verbeteren. Men verwacht dat er omstreeks zomer 2008 betere informatie beschikbaar komt.

    4. Werkgebied

      Een zorgverzekeraar is in het hele land actief of alleen in één of enkele provincies.

    5. Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP)

      Het doel van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) is beschermen van de privacy van de burger. De wet bevat regels voor het verwerken van persoonsgegevens. Persoonsgegevens over uw gezondheid mogen in principe alleen door behandelende zorgverleners binnen instellingen in de gezondheidszorg worden verwerkt. Meer over de WBP

    6. Wet Cliëntenrechten Zorg

      De rechten van cliënten (patiënten) en de verplichtingen voor zorgaanbieders zijn in verschillende wetten vastgelegd. Een aantal van deze regelingen, waaronder de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst, de Wet klachtrecht cliënten zorgsector en de Kwaliteitswet zorginstellingen, worden vervangen door een nieuwe wet: Wet Cliëntenrechten Zorg (Wcz). Lees meer op de site van de Rijksoverheid.

    7. Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector

      Het doel van de WKCZ is het bieden van een laagdrempelige klachtmogelijkheid en het gebruiken van klachten om de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren. Elke zorgaanbieder (waarbij de zorgverlener werkt) is verplicht een klachtenregeling op te stellen. U kunt klagen over een handeling ten opzichte van u als individuele cliënt, maar ook als nabestaande van een cliënt. Lees meer over de WKCZ.

    8. Wet Maatschappelijke Ondersteuning

      Het doel van de Wmo is dat iedereen zo veel mogelijk kan meedoen in de maatschappij. Er moeten voldoende voorzieningen komen zodat burgers elkaar kunnen helpen. De Gemeente is verantwoordelijk voor deze voorzieningen. Op dit moment zijn er nog teveel verschillende regels voor de verschillende voorzieningen. Met de Wmo kunnen gemeenten al die regelingen bij één loket onderbrengen. U kunt er dan terecht voor informatie, advies en het aanvragen van voorzieningen. De Wmo wordt vanaf 1 januari 2007 stapsgewijs ingevoerd. Lees meer over de Wmo

    9. Wet Maatschappelijke Ondersteuning

      Het doel van de Wmo is dat iedereen zo veel mogelijk kan meedoen in de maatschappij. Er moeten voldoende voorzieningen komen zodat burgers elkaar kunnen helpen. De Gemeente is verantwoordelijk voor deze voorzieningen. Op dit moment zijn er nog teveel verschillende regels voor de verschillende voorzieningen. Met de Wmo kunnen gemeenten al die regelingen bij één loket onderbrengen. U kunt er dan terecht voor informatie, advies en het aanvragen van voorzieningen. De Wmo wordt vanaf 1 januari 2007 stapsgewijs ingevoerd. Lees meer over de Wmo

    10. Wet marktordening gezondheidszorg

      De Wmg (voorheen WTG - Wet tarieven gezondheidszorg) dient om meer concurrentie en dus een betere marktwerking in de zorg te krijgen. Dat is in het belang van de zorgconsument. De Wmg regelt de prestaties van zorgaanbieders en de tarieven die zij mogen rekenen. Ook regelt de Wmg het toezicht op de zorgmarkten (zorgverzekeringen, zorg inkoop en zorgverlening). Het toezicht gebeurt via de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit. De Wmg is 1 oktober 2006 ingegaan en vervangt de WTG (Wet tarieven gezondheidszorg).

      Lees meer over de WMG op de site van het minsiterie van VWS.

    11. Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen

      Het doel van de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen is cliënten inspraak te geven. De WMCZ verplicht de instelling of zorgverlener tot het instellen van een cliëntenraad. Deze behartigt binnen de instelling de gemeenschappelijke belangen van cliënten. De cliëntenraad heeft verschillende taken. Zij geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de instelling over zaken die voor de cliënten belangrijk zijn. Lees meer over de WMCZ.

    12. Wet Medisch-Wetenschappelijk Onderzoek met mensen

      Het doel van de Wet Medisch-Wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMWO) is het bieden van extra bescherming aan proefpersonen. U bent nooit verplicht om aan een wetenschappelijk onderzoek mee te doen. Lees meer over de WMWO.

    13. Wet Mentorschap

      Deze wet biedt de mogelijkheid om een wilsonbekwame meerderjarige te vertegenwoordigen. Een mentor wordt benoemd om de persoonlijke belangen van een meerderjarige te behartigen die dit zelf niet (meer) kan. Lees meer over de Wet Mentorschap.

    14. Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG)

      De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) heeft als doel de kwaliteit van de zorgverlening te bevorderen en u te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van zorgverleners.

      Volgens de wet mogen alleen zorgverleners met een erkende opleiding zich arts, verpleegkundige en dergelijke noemen (beschermde titel). Lees meer over de Wet BIG.

    15. Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)

      Het doel van de WGBO is het versterken van de rechtspositie van de patiënt. Als een zorgverlener u behandelt, heeft u een geneeskundige behandelingsovereenkomst met hem. U hoeft hiervoor geen contract of iets dergelijks te tekenen. Meer informatie over de WGBO

    16. Wet op de Jeugdzorg

      Doel van de wet is goede zorg voor jeugdigen en hun ouders en een sterke positie van jeugdigen en hun ouders te bevorderen. Op 1 januari 2005 is de nieuwe Wet op de Jeugdzorg in werking getreden. Lees meer over de WJZ.

    17. Wet op de Orgaandonatie

      Doel van de Wet op de Orgaandonatie is u duidelijkheid over de donatie van weesfel en organen te geven en een eerlijke verdeling te regelen. Daarnaast probeert de wet het aanbod van weefsel en organen te bevorderen. In Nederland geldt het volledige beslissysteem: u beslist zelf of u donor wilt zijn, of niet. Lees meer over de WOD.

    18. Wettelijk vertegenwoordiger

      Dit kan zijn:

      • de wettelijk vertegenwoordiger in de zin van ouder (voogd) van een minderjarige cliënt;
      • de door de rechter aangewezen curator of mentor
      • de door de cliënt (schriftelijk) gemachtigde vertegenwoordiger
      • de onbenoemde vertegenwoordige (in situatie waarin de minderjarige cliënt zelf niet zijn wil kan bepalen en een door de rechter of de cliënt zelf aangewezen vertegenwoordiger ontbreekt).

      De wettelijk vertegenwoordiger is degene die namens de client of patient mag optreden en beslissen. Bij een minderjarige client of patient (tot 16 jaar) zijn dat meestal de ouders. Bij een wilsonbekwame patient de mentor. Een patient of client kan ook iemand aanwijzen als zijn vertegenwoordiger. Hij heeft dan in een (schriftelijke) verklaring gezegd dat die en die persoon hem mag vertegenwoordigen als hij zelf niet in staat is om te beslissen over een behandeling.

    19. Wilsbeschikking

      Een wilsbeschikking gebruikt u om schriftelijk vast te leggen wat u (in de toekomst) wel en niet wilt. U wilt bijvoorbeeld geen reanimatie als u dement bent of ernstig ziek. U overhandigt een dergelijke wilsbeschikking aan de zorgverlener, doorgaans een arts. Als de zorgverlener geen goede reden heeft om hiervan af te wijken, mag hij de door u niet gewenste behandeling ook niet uitvoeren. De zorgverlener moet dan drie zaken nagaan. Was u op het moment van uw beslissing in staat deze beslissing te maken? Komt de schriftelijke verklaring wel echt van u zelf? Is er geen belangrijke reden om toch te behandelen?

    20. Wilsonbekwaamheid

      Als iemand niet (meer) in staat is zelfstandig beslissingen te nemen, spreken we van wilsonbekwaamheid. Wilsonbekwaamheid is afhankelijk van de situatie en de beslissing die moet worden genomen.

    21. WJz-klachtencommissie

      De Wet op de Jeugzorg verplicht zorgverleners tot het instellen van een klachtencommissie. De klachtencommissie bestaat uit onafhankelijke personen. De klacht moet gaan over handelingen van de zorgverlener ten aanzien van jeugdigen. Lees meer informatie over de WJZ-Klachtencommissie

    22. WKCZ-klachtencommissie

      De Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ) verplicht zorgverleners tot het instellen van een klachtencommissie. De klachtencommissie bestaat uit onafhankelijke personen. Dit betekent dat ze zich niet mogen laten beïnvloeden door hun relatie met de zorgverlener. Lees meer over de WKCZ-klachtencommissie.

    23. WTG (Wet Tarieven Gezondheidszorg) marktconform gecontracteerd tarief

      Als er bij de vergoeding staat: 'WTG-, marktconform of gecontracteerd tarief' dan wordt er bedoeld dat uw rekening wordt betaald, tot de hoogte van een redelijk bedrag.

      • WTG (Wet Tarieven Gezondheidszorg) tarief wil zeggen het wettelijk vastgestelde maximum tarief.
      • Marktconform wil zeggen het tarief dat gebruikelijk is in de markt.
      • Gecontracteerd tarief wil zeggen het tarief dat met de zorgverlener is afgesproken.

      Neem voor de precieze hoogte van dit bedrag contact op met uw zorgverzekeraar.

  23. Z

    naar boven
    1. Zelfstandig Behandel Centrum (ZBC)

      Een zelfstandig behandelcentrum (ZBC) is een door de overheid erkende kliniek waar minstens twee specialisten medisch specialistische zorg bieden. U kunt er terecht voor bepaalde behandelingen die vanuit de zorgverzekering worden vergoed. Voorbeelden hiervan zijn operaties aan spataderen of staar. De zorg die in zelfstandige behandelcentra wordt verleend is niet spoedeisend. Ook wordt u er over het algemeen niet langer dan 24 uur opgenomen. Sommige ZBC's doen ook behandelingen die niet worden vergoed. Sterilisatie bij de man of een facelift zijn hier voorbeelden van.

    2. Zelfzorgmedicijnen

      Zelfzorgmiddelen zijn medicijnen waarvoor geen doktersrecept nodig is. Ze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek en drogisterij. Bijvoorbeeld pijnstillers, laxeermiddelen, neusdruppels of middelen tegen hooikoorts, reisziekte, voetschimmel of maagklachten. Zelfzorgmedicijnen zijn handig voor de huis- of reisapotheek. Er zijn drie categoriën zelfzorg-geneesmiddelen:

      • Uitsluitend in de apotheek verkrijgbaar;
      • Uitsluitend in apotheek of drogisterij verkrijgbaar;
      • Algemeen Verkrijgbaar (AV).

      Opletten

      Voornamelijk bij de algemeen verkrijgbare medicijnen is het van belang dat u goed advies moet inwinnen over het juiste gebruik. Vraag het bij twijfel na bij uw huisarts of apotheker.Op zich zijn zelfzorgmiddelen meestal veilig, bij juist gebruik. Maar zelfzorgmiddelen kunnen ook bijwerkingen hebben. Wie naast medicijnen op doktersrecept een zelfzorgmiddel gaat gebruiken, moet extra opletten; bepaalde zelfzorgmiddelen gaan niet goed samen met sommige receptmedicijnen. En ook bij bij sommige zelfzorgmiddelen geldt soms het advies: pas op met de combinatie met alcohol.

    3. Zorgbelang

      Zorgbelangorganisaties (voorheen RPCP) zetten zich op regionaal of provinciaal niveau in voor de positie van de consument en patiënt binnen de zorg. Zij doen dat namens alle burgers. Daarnaast kunt u bij hen terecht voor hulp bij klachten over de gezondheidszorg en informatie over het regionale zorgaanbod. Door hun werkzaamheden wordt bewerkstelligd dat mensen, ondanks ziekte, ouderdom of handicap, goede keuzes kunnen maken over noodzakelijke zorg. Het takenpakket van een Zorgbelangorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen:

      • Belangenbehartiging en beïnvloeding van zorg- en welzijnsbeleid.
      • Het geven van informatie en voorlichting aan burgers over de zorg en het zorgaanbod in de regio.
      • Het bieden van ondersteuning bij klachtmeldingen en het registreren van klachten.
      • Bevordering van de kwaliteit van zorg door het doen van onderzoek en het maken van verbeterafspraken.
      • Ondersteunen van lidorganisaties bij verschillende activiteiten, zoals bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten en cursussen.

      In de meeste regio’s is een Zorgbelangorganisatie gevestigd. Zoek een Zorgbelangorganisatie bij u in de regio.

    4. Zorgbelangorganisaties

      Zorgbelang zet zich op landelijk en regionaal niveau in voor de belangen van zorgvragers door het verzamelen van ervaringen en standpunten over onderwerpen die met zorg te maken hebben.

      De Zorgbelang organisaties bieden uitgebreide vraagverheldering en informatieondersteuning bij op kiesBeter gevonden informatie. Ook kunt u bij hen terecht voor informatie die op een specifieke persoonlijke situatie toegesneden moet zijn. Tenslotte kunt bij de Zorgbelang organisaties terecht voor ondersteuning bij klachten over de gezondheidszorg.Ga naar de site van Zorgbelang-Nederland.

    5. Zorgtoeslag

      Of u recht heeft op zorgtoeslag, hangt af van uw leeftijd en toetsingsinkomen.

      Wilt u weten of u recht op zorgtoeslag heeft? Check het bij de Belastingdienst.

    6. Zorgverlener

      Heeft u een gezondheidsprobleem dan kunnen allerlei mensen en instanties u daarbij helpen. U kent hen onder allerlei namen: de arts, het ziekenhuis, het verpleeghuis, de verzorgende, de fysiotherapeut, de assistente enzovoort. We noemen deze de hulpverlener of zorgverlener. Ook de mensen die bij een hulpverlener werken – bijvoorbeeld de receptioniste of de kok – noemen we ‘hulpverleners’. Het gaat dus om iedereen die zorg biedt of die bij een zorgaanbieder werkt.

    7. Zorgverzekeringswet

      Het doel van de nieuwe zorgverzekeringswet is meer solidariteit tussen gezonde en ongezonde mensen in één vastgesteld systeem. Op 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet ingegaan. Lees meer over de zorgverzekeringswet.

    8. Zorgzwaarte

      De zorgzwaarte is de hulp die u nodig heeft, bij (langdurige) ziekte, handicap of ouderdom. Om in aanmerking te komen voor passende zorg, is er een onafhankelijk oordeel nodig over de hoeveelheid zorg die nodig is. Het CIZ of het zorgloket van uw gemeente geeft zo’n oordeel. Dit wordt ook wel een indicatie genoemd. Deze indicatie kunt u zelf aanvragen. Gekoppeld aan de zorgzwaarte of indicatie zijn zorgzwaartepakketten beschreven.

    9. Zorgzwaartepakket

      De manier waarop VWS zorginstellingen in Nederland financiert, verandert vanaf 2008. Dit nieuwe systeem heet de zorgzwaartebekostiging.

      In het oude systeem krijgen zorginstellingen een gemiddeld bedrag per bed. In het nieuwe systeem krijgen zorginstellingen een geldbedrag dat is afgestemd op de zorgbehoefte van een cliënt. De zorg is gekoppeld aan prestaties. In het nieuwe systeem krijgen instellingen dus geen geld voor de beschikbare capaciteit, maar voor de geleverde prestatie per cliënt. De prestaties worden uitgedrukt in een zorgzwaartepakket.

      Een zorgzwaartepakket (ZZP) is een volledig pakket van zorg dat aansluit op de kenmerken van de cliënt en het soort zorg dat de cliënt nodig heeft. Een ZZP bestaat uit een beschrijving van het type cliënt (een cliëntprofiel), het aantal benodigde uren zorg en een beschrijving van die zorg. Aan ieder ZZP hangt een (maximale) prijs.

      2007 is een invoeringsjaar. Vanaf 1 april 2007 indiceert het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een cliënt die in aanmerking komt voor ‘verblijf’ in de termen van een ZZP en niet meer in de huidige functies en klassen.

      Om de positie van de cliënt te verbeteren, stelt de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) per 2007 de verplichting om een zorgplan op te stellen. Hierin leggen de zorgverlener en de cliënt vast hoe de concrete zorg en begeleiding in een zorginstelling eruit zal gaan zien.

      Lees meer over het zorgzwaartepakket

U bevindt zich hier: