Allergieën

Artikelen over allergieën

Medische encyclopedie

Een allergie is een abnormale reactie van het immuunsysteem op een vreemde stof. Bij de meeste mensen veroorzaakt zo’n lichaamsvreemde stof geen klachten, maar bij vatbare personen treedt een allergische reactie op. De meeste allergieën zijn voornamelijk vervelend en zijn gemakkelijk te behandelen. Soms is een allergie levensbedreigend.

In dit deel worden eerst allergische reacties besproken die het gevolg zijn van stoffen zoals pollen, voedsel en medicijnen. De verantwoordelijke stof, het allergeen, veroorzaakt bij het eerste contact geen symptomen. Het immuunsysteem vormt echter antilichamen tegen het allergeen, en bepaalde typen witte bloedlichaampjes worden er gevoelig voor. Er bestaan verschillende typen allergische reacties. De meest voorkomende soort stimuleert de zogeheten mestcellen tot het vrijmaken van histamine, wat de allergische reactie op gang brengt. Deze kan bestaan uit galbulten of angio-oedeem, die daarna worden besproken. Het laatste deel behandelt anafylaxie, een gevaarlijke allergische reactie.

Allergieën ontwikkelen zich vaak in de kindertijd en kunnen later overgaan. Aandoeningen zoals astma en constitutioneel eczeem, die door allergie kunnen worden veroorzaakt, worden behandeld in het deel dat over de betreffende lichaamsdelen gaat.

Een ander soort allergie vindt men bij allergisch contacteczeem (zie Contacteczeem), zoals optreedt bij reacties op nikkel of cosmetica.

Structuur

Structuur
  1. Antilichaam
  2. Mestcel
  3. Allergeen
  4. Vrijgekomen histamine
  5. allergische reactie

Zie voor meer informatie over allergische reacties.

Medische encyclopedie

Een allergie is een onbedoelde immuunrespons op een verder ongevaarlijke stof die allergeen wordt genoemd. Bij de eerste blootstelling aan het allergeen raakt het immuunsysteem er gevoelig voor. Bij elke volgende blootstelling vindt een allergische reactie plaats. Mestcellen, die in de huid, neusbekleding en andere weefsels zitten, worden vernietigd en geven daarbij een stof af die histamine wordt genoemd. Dat veroorzaakt een ontsteking waardoor weefsels geïrriteerd raken en allergische symptomen ontstaan.

1
Bij herhaalde blootstelling aan een allergeen hechten antilichamen, die als reactie op een eerdere blootstelling werden geproduceerd, zich aan het oppervlak van mestcellen met histamine.
1
  1. Antilichaam
  2. Celkern
  3. Histamine
  4. Allergeenn
  5. Mestce
2
Het allergeen hecht zich aan en verbindt twee of meer antilichamen, waardoor de cel barst en histamine vrijkomt. Histamine veroorzaakt de symptomen van allergie.
2
  1. Antilichamen verbonden door allergeen
  2. Vrijgekomen histamine

Medische encyclopedie

Middelen ter preventie en behandeling van allergische aandoeningen en allergische reacties

Veelgebruikte middelen

Antihistaminica (Antihistaminica)

Mestcelstabilisatoren

  • cromoglicinezuur
  • nedocromil

Corticosteroïden (Corticosteroïden)

Allergeenextracten

Epinefrine (adrenaline)

Anti-allergische middelen worden tegen een groot aantal allergische aandoeningen gebruikt, zoals allergische conjunctivitis (Conjunctivitis), hooikoorts (zie Allergische rhinitis, Allergische rhinitis) en atopisch eczeem (Constitutioneel eczeem). Anti-allergische middelen kunnen zowel worden gebruikt om een allergische reactie te voorkomen, als om symptomen van een allergie, bijvoorbeeld niezen, te verlichten.

Welke soorten zijn er?

De meest gebruikte middelen zijn de antihistaminica (Antihistaminica), de mestcelstabilisatoren, corticosteroïden, allergeenextracten en epinefrine.

Aantihistaminica

Deze middelen worden het meest gebruikt tegen de symptomen van hooikoorts en ook bij de behandeling van allergische huidaandoeningen zoals urticaria of netelroos (Netelroos). Ook zijn ze werkzaam tegen jeuk en irritatie door insectenbeten. Hun werking is gebaseerd op het blokkeren van de effecten van histamine.

Mestcelstabilisatoren

Deze middelen voorkomen een herhaling van een allergische reactie. Zij voorkomen dat histamine vrijkomt uit bepaalde cellen, de zogeheten mestcellen, aanwezig in het bloed en in de meeste weefsels. Cromoglicinezuur wordt veel gebruikt ter voorkoming van allergische oogontsteking (conjunctivitis), hooikoorts, inspanningsastma (Astma) en astma bij kinderen (Astma bij kinderen). Het middel is verkrijgbaar in de vorm van oogdruppels, als neusspray en in een inhaler.

Mestcelstabilisatoren moeten regelmatig worden ingenomen om hun preventieve werking te kunnen bereiken. Ze zijn niet geschikt voor het snel opheffen van symptomen. Mogelijke bijwerkingen van cromoglicinezuur zijn hoesten en irritatie van de neus en keel.

Corticosteroïden

Deze middelen verminderen de ontstekingsreactie die door een allergie ontstaat. Ze kunnen verwerkt zijn in crèmes en zalfjes voor de huid die worden gebruikt tegen constitutioneel eczeem (zie Corticosteroïden, Corticosteroïden voor plaatselijk gebruik) en in neussprays ter verlichting van de symptomen van hooikoorts (zie Corticosteroïden en luchtweg bij aandoeningen van de, Corticosteroïden bij aandoeningen van de luchtwegen). Wie een hevige allergische reactie doormaakt, kan corticosteroïden toegediend krijgen via een injectie.

Allergeenextracten

Stoffen die een allergische reactie kunnen oproepen, zoals bijen- of wespengif of pollen, noemen wij allergenen. Extracten daarvan kunnen worden gebruikt om iemand met een ernstige allergie tegen die stof ongevoelig te maken (desensibilisatiebehandeling). De behandeling bestaat uit een kuur van wekelijkse injecties met een oplopende dosis van het extract. De behandeling duurt minimaal twee maanden, totdat iemand een behoorlijke dosis aankan zonder dat er een hevige allergische reactie ontstaat. Allergeenextracten kunnen zelf levensbedreigende allergische reacties veroorzaken en worden dan ook alleen toegediend op een locatie waar spoedeisende behandeling kan worden gegeven.

Epinefrine (adrenaline)

Dit middel wordt toegepast bij de levensbedreigende allergische reactie anafylaxie (Anafylaxie). Het heft de zwelling in de keel, vernauwing van de luchtwegen en plotselinge bloeddrukverlaging op. Toediening per injectie wordt zo lang herhaald totdat de toestand verbetert. Wie een verhoogd risico loopt anafylaxie te ontwikkelen, zoals bij een ernstige allergie voor noten of wespen, moet injectiespuiten bij zich dragen die al gevuld zijn met adrenaline om zich in een noodgeval te kunnen (laten) injecteren.

Medische encyclopedie

Middelen die de werking van histamine blokkeren, een stof die vrijkomt bij een allergische reactie

Veelgebruikte middelen

Antihistaminica met sterk sederende werking

  • promethazine

Antihistaminica met minder of niet-sederende werking

  • acrivastine
  • azelastine
  • cetirizine
  • clemastine
  • dexchloorfeniramine
  • fexofenadine
  • ketotifen
  • levocabastine
  • loratadine
  • mizolastine

Antihistaminica worden voornamelijk gebruikt ter voorkoming of verlichting van de verschijnselen die optreden bij een allergische reactie als hooikoorts (zie Allergische rhinitis, Allergische rhinitis) en ter behandeling van allergische huiduitslag, zoals urticaria of netelroos (Netelroos). Ook worden ze gebruikt voor het verlichten van jeuk of irritatie na een insectenbeet. Verder worden ze vaak gebruikt bij het verlichten van hoest (Middelen bij hoest). Dit omdat ze het slijm in de luchtwegen laten opdrogen en de irritatie verminderen die door het hoesten zelf ontstaat. Sommige soorten antihistaminica dempen ook de braakreflex in de hersenen. Deze kunnen worden gebruikt ter verlichting van misselijkheid, braken, duizeligheid en wagen- en reisziekte (zie Anti-emetica, Antibraakmiddelen).

Sommige antihistaminica hebben daarnaast een sederende (slaapverwekkende) werking, wat van pas kan komen bij iemand die slecht slaapt vanwege de jeuk.

Antihistaminica worden meestal oraal ingenomen, maar sommige soorten zijn verkrijgbaar in de vorm van een neusspray, oogdruppels of huidlotions. Ook kunnen ze via een injectie in een spier worden toegediend, als spoedbehandeling bij anafylaxie (Anafylaxie), een levensbedreigende allergische reactie.

Werking

Antihistaminica voorkomen of verlichten de verschijnselen van een allergische reactie door de werking van histamine te blokkeren. Histamine is een stof die uit bepaalde bloed- en weefselcellen vrijkomt na contact met een allergeen (zie Zo werken antihistaminica, hierboven). Histamine zorgt er onder andere voor dat de kleine bloedvaten in de huid, neus en ogen zich verwijden, waardoor de roodheid, zwelling en verhoogde productie van slijm ontstaan. Door de werking van histamine te blokkeren, zorgen de antihistaminica dat bepaalde symptomen van een allergie verminderen, zoals uitslag, zwelling, jeuk, een loopneus en niezen.

Bijwerkingen?

Sommige antihistaminica maken slaperig en geven coördinatiestoornissen. Bepaalde middelen veroorzaken problemen met plassen en moeten dus niet worden gebruikt bij prostaatklachten.

Neussprays met antihistaminica kunnen irritatie van het neusslijmvlies geven.

Medische encyclopedie

Allergenen, zoals pollen, kunnen het vrijkomen van histamine in lichaamscellen oproepen. Deze stof heeft vervolgens zijn uitwerking op de kleine bloedvaten, klieren en andere weefselsoorten, waardoor de allergische verschijnselen ontstaan. De werking van de antihistaminica is gebaseerd op het blokkeren van die effecten van histamine.

Vóór toediening
Als reactie op contact met een allergeen komt histamine vrij, dat zich hecht aan bepaalde weefsels via zogeheten receptoren. Hierdoor ontstaat een allergische reactie in dat weefsel.
Vóór toediening
  1. Histamine
  2. Histaminereceptor
  3. Weefsel dat allergisch reageert
Na toediening
Het geneesmiddel bezet een deel van de histaminereceptoren, zodat de histamine zich daar niet meer kan hechten. Hierdoor worden de allergische verschijnselen minder hevig.
Na toediening
  1. Antihistamine
  2. Histamine
  3. Antihistamine blokkeert receptor
  4. Verminderde allergische reactie

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.