Het doel van opereren bij borstkanker is om al het kwaadaardige weefsel weg te halen. De soort ingreep hangt af van de grootte en de plaats van het gezwel. Hier worden twee operaties beschreven: de lumpectomie, die meestal wordt gebruikt voor kleine tumoren, en de mastectomie, die soms voor grotere of meervoudige tumoren wordt gebruikt. Meestal haalt de arts ook een aantal lymfklieren uit de oksel weg. Deze worden op uitzaaiingen onderzocht.
Bij een borstsparende operatie (lumpectomie) wordt een klein deel van het borstweefsel, waar de tumor in zit, weggenomen. Ook de lymfklieren, of de schildwachtklier, uit de oksel worden weggenomen. Deze ingreep vindt onder algehele narcose plaats. Na de operatie is de vorm van de borst vaak weinig veranderd. Deze operatie gebeurt vaak in een dagbehandeling.
- Tijdens de ingreep
- Men neemt de tumor, het omringende weefsel en de huid weg. Via een aparte incisie wordt een lymfklier uit de oksel weggehaald. Via de schildwachtkliermethode is het mogelijk alleen de eerste lymfklier die in verbinding staat met de tumor weg te halen.
- Incisie in oksel
- Incisie in borst
- Plaats van de incisies
- Lymfklier
- Gebied met de te verwijderen lymfeklieren
- Kwaadaardige tumor
- Gebied met te verwijderen weefsel
Bij een borstamputatie (mastectomie) wordt de hele borst verwijderd. Deze operatie past men toe bij grote of meervoudige borsttumoren. De ingreep vindt onder algehele narcose plaats en u blijft één tot een paar dagen in het ziekenhuis.
- Tijdens de ingreep
- Er wordt één incisie gemaakt, via welke de tumor wordt verwijderd, samen met al het borstweefsel en alle lymfklieren uit de oksel. Ook hierbij wordt de schildwachtkliermethode toegepast. Op de borst komt een horizontaal litteken te zitten.
- Lymfeklier
- Gebied met te verwijderen weefsel
- Kwaadaardige tumor
- Plaats incisie