Chemotherapie is een behandeling bij kanker. Hierbij worden medicijnen (cytostatica) gebruikt die via een injectie of via doorslikken in de bloedstroom terechtkomen. Deze worden door het hele lichaam verspreid met de bedoeling kankercellen te vernietigen. Cytostatica grijpen aan op verschillende plaatsen van de celdeling, waardoor de cellen niet meer in staat zijn zich te delen en kapot gaan. Gezien deze verschillende aangrijpingspunten en het feit dat kankercellen verschillen in gevoeligheid voor cytostatica, worden de medicijnen vaak gecombineerd toegepast. Daardoor hoopt men een beter effect te bereiken.
Chemotherapie is de belangrijkste behandeling in geval van leukemie en andere niet-gelokaliseerde vormen van kanker. Ook wordt deze therapie toegepast om eventuele nog niet aantoonbare uitzaaiingen te vernietigen. Net zoals operatief ingrijpen en radiotherapie kan chemotherapie gericht zijn op genezing of een levensverlengende verlichting van symptomen of verbetering van de kwaliteit van leven (=(palliatieve behandeling).
De behandeling heeft vaak bijwerkingen, zoals misselijkheid en braken, haaruitval, verstopping, diarree, vermoeidheid of (zelden) beschadiging van de nieren en bloedarmoede. Tevens kan chemotherapie de vorming van witte bloedcellen (belangrijk voor de afweer tegen infecties) en bloedplaatjes (belangrijk voor de bloedstelping) remmen, waardoor een verhoogde vatbaarheid voor infecties en bloedingsneiging kunnen ontstaan. Een aantal bijwerkingen kan worden bestreden. Bijvoorbeeld misselijkheid en braken met antibraakmiddelen en bloedarmoede met bloedtransfusies. De duur van de behandeling hangt af van het type kanker en het doel.
Niet elke vorm van kanker is even gevoelig voor chemotherapie. Vaak lukt het met chemotherapie om de kanker een tijd te onderdrukken, maar meestal treedt na langere of kortere tijd opnieuw groei op. Slechts bij een klein aantal patiƫnten treedt met alleen chemotherapie volledige genezing op. Op dit moment zijn er meer dan vijftig verschillende cytostatica. Er zijn vormen van kanker waarvoor nog geen geschikte cytostatica zijn gevonden.
- Toediening via infuus
- Het geneesmiddel wordt toegevoegd aan infuusvloeistof, zodat het middel wordt verdund en de ader niet ontstoken raakt.
- INFUUSVLOEISTOF: De vloeistof verdunt het geneesmiddel en voorkomt een aderontsteking
- Injectienaald met geneesmiddel