Bij defibrilleren, de gangbare term voor cardioversie, wordt met een apparaat (defibrillator) een korte elektrische schok toegediend aan het hart van een bewusteloze patiƫnt. Door de schok kan het hart weer overgaan tot het normale ritme. De defibrillator produceert een elektrische stroom die loopt tussen twee gelpads die op de borst worden geplaatst. Defibrilleren vindt onder volledige verdoving plaats om hartritmestoornissen (abnormale hartslag en -ritmes) te behandelen. Het wordt ook vaak toegepast om het hart na een hartstilstand weer op gang te brengen.
- Defibrilleren in noodsituaties
- Bij een hartstilstand worden er met een defibrillator een of meer elektrische schokken via de borst aan het hart toegediend. De ademhaling wordt kunstmatig op gang gehouden door zuurstof in de longen te pompen.
- GELEIPLAAT: Deze platen voorkomen dat de huid verbrandt
- PADDEL: Een elektrische stroom loopt van de ene paddel door de borst naar de andere
- Registratie
- DEFIBRILLATOR: Dit apparaat produceert de elektrische schok die aan het hart wordt toegediend
- BEADEMINGSZAK: Door in de zak te knijpen, wordt zuurstof de longen in gepompt
- Infuus
- Manchet voor meting van de bloeddruk
- Resultaat van het defibrilleren
- De registratie laat zien hoe de hartslag na de elektrische schok een normaal ritme krijgt na een hartstilstand.
- Chaotische elektrische activiteit
- Elektrische schok toegediend
- Normale hartslag