U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Gedragstherapie

Artikelen over gedragstherapie

Encyclopedie over gedragstherapie

Medische encyclopedie

Technieken waarmee ongewenst gedrag wordt veranderd door iemand ander gedrag aan te leren

Het doel van gedragstherapie is om abnormaal of disfunctioneel gedrag ten gevolge van psychische problemen te veranderen. De therapeut heeft als doelstelling iemands huidige gedrag aan te passen, maar zonder de onderliggende redenen en oorzaken te onderzoeken.

De behandeling is gebaseerd op de volgende twee ideeën: gewenst gedrag kan worden aangemoedigd door beloning, en angsten kunnen worden overwonnen door de gevreesde ervaring of het gevreesde object in een vertrouwde en veilige omgeving te beleven. Gedragstherapie wordt vaak toegepast in combinatie met cognitieve therapie (Cognitieve therapie), waarbij het denkproces dat aan abnormaal gedrag ten grondslag ligt, onderzocht en bijgesteld wordt.

Toepassing

Gedragstherapie is nuttig bij de behandeling van mensen met fobieën (Fobieën). Dat zijn irrationele angsten die optreden als reactie op bepaalde dieren, dingen of omstandigheden. Iemand kan bijvoorbeeld extreem bang zijn voor insecten of om te vliegen. Sommige mensen hebben een complexere fobie, zoals agorafobie, waarbij verschillende angsten voorkomen, bijvoorbeeld voor vastzitten in grote mensenmassa’s of juist alleen zijn in grote open ruimten.

Mensen met een tekort aan assertiviteit (zelfverzekerdheid) of met een bepaald dwangmatig gedrag, zoals herhaaldelijk en frequent de handen wassen(zie Obsessieve compulsieve stoornis, Obsessief compulsieve stoornis), kunnen hier eveneens baat bij hebben.

Verder kan gedragstherapie helpen bij eetstoornissen, zoals anorexia nervosa (Anorexia nervosa) en boulimie (Boulimie), alsmede bij angstgerelateerde stoornissen, zoals paniekaanvallen(zie Angststoornissen, Angststoornissen).

Vormen van gedragstherapie

Een behandeling begint met een gedetailleerde analyse van het gedrag van de cliënt op basis van een uitgebreid vraaggesprek dat de therapeut afneemt. Die kan daarbij vragen aan de cliënt om de ernst van zijn klachten een punt te geven tussen 1 (licht) tot 10 (extreem zwaar). Op die manier kan ook de vooruitgang worden gemeten. Verder bespreekt de therapeut de beste manier van aanpak voor de problemen. Gebruikte technieken kunnen zijn desensitisatie en flooding (excessieve blootstelling aan de angstaanjagende toestand), assertiviteitstraining en responspreventie. Omdat het veranderen van diep ingeslepen gedrag op zichzelf angstig maakt, worden de cliënt vaak ook ontspanningstechnieken aangeleerd, zoals ademhalingsoefeningen.

Desensitisatie en flooding

Zowel de techniek van desensitisatie als die van flooding wordt gebruikt bij de behandeling van fobieën. Bij desensitisatie wordt de blootstelling aan het gevreesde langzaam opgevoerd (zie Desensitisatiebehandeling) terwijl de cliënt ontspanningstechnieken aangereikt krijgt om zijn angst het hoofd te bieden. Wie bijvoorbeeld agorafobie heeft, kan in de eerste sessies heel even het huis uitgaan met de therapeut. In de volgende sessies kunnen ze dan bijvoorbeeld proberen samen tot aan het eind van de straat te lopen en zo telkens verder, totdat op den duur de cliënt weer zelfstandig de deur uit kan zonder angst.

Bij flooding wordt de cliënt juist meteen en gedurende langere perioden geconfronteerd met het gevreesde. Al die tijd wordt hij ondersteund door de therapeut.

Assertiviteitstraining

Bij deze techniek worden met behulp van rollenspellen goede reacties gedemonstreerd op bepaalde situaties, bijvoorbeeld op iemand die zich agressief opstelt. De therapeut laat zien wat een toepasbare respons kan zijn en de cliënt doet dat gedrag na. Zo krijgt hij meer vertrouwen in zijn eigen mogelijkheden om in werkelijke situaties op te treden.

Responspreventie

Deze techniek wordt toegepast bij de behandeling van compulsieve rituelen, zoals voortdurend de handen wassen. De cliënt wordt aangespoord de neiging te onderdrukken wanneer hij die krijgt, ook al wordt hij daar zeer angstig van. De therapeut ondersteunt hem daarbij en geeft ontspanningsoefeningen. Als de cliënt het volhoudt de compulsieve neiging te weerstaan, zal uiteindelijk de angst afnemen.

Wat is ervan te verwachten?

In het begin gaat de cliënt doorgaans maar langzaam vooruit en zal hij moeite hebben niet terug te vallen in zijn oude gedrag als de therapeut weg is. Als de individuele therapie afgesloten is, kan een groepstherapie (Groepstherapie) worden aanbevolen.

Om de aangeleerde gedragsverbeteringen in stand te houden als de therapie is afgerond, kan de cliënt de geleerde technieken en oefeningen blijven uitvoeren.

U bevindt zich hier: