Veel van de middelen met een werking op de hersenen en het zenuwstelsel zijn bedoeld om symptomen te verlichten zoals pijn, slapeloosheid, depressie en angst.
De eerste paragraaf geeft een beschrijving van de groep analgetica (‘pijnstillers’). De meeste hiervan verlichten de pijn doordat ze voorkomen dat pijnprikkels worden doorgegeven of doordat ze de interpretatie veranderen die de hersenen eraan geven. Vervolgens worden middelen tegen migraine behandeld, gevolgd door middelen voor algehele narcose, die iemand bewusteloos maken zodat bij een operatie geen pijn wordt gevoeld. Daarna worden de lokaal werkende anesthetica besproken, die pijnsignalen blokkeren in een beperkt deel van het lichaam.
De volgende paragrafen gaan over anticonvulsiva, slaapmiddelen en angstreducerende middelen. De meeste hiervan danken hun werking aan het feit dat ze door demping van de elektrische hersenactiviteit de symptomen verlichten, maar niet de aandoening bestrijden.
Daarna worden de antidepressiva beschreven. Deze stoffen verhogen de activiteit van bepaalde systemen in de hersenen die onze stemming reguleren.
In de laatste paragrafen worden antipsychotica, stemmingsstabiliserende middelen en stimulantia van het centraal zenuwstelsel behandeld.
- Hersenen
- Perifere zenuw
- Ruggenmerg
Zie Zenuwstelsel en psychische functies voor meer informatie over de bouw en functie van de hersenen en het zenuwstelsel.