Hoge bloeddruk

Artikelen over hoge bloeddruk

De aanpak van hoge bloeddruk

Patiëntenbrief

Aanpak van de risicofactoren

Hoge bloeddruk is geen ziekte, maar geeft wel een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Bij de aanpak van hoge bloeddruk gaat het erom dit risico te beperken. We bekijken uw leefstijl en gaan na of er nog andere risicofactoren zijn die de kans op hart- en vaatziekten vergroten, zoals roken, een eerdere hart- en vaatziekte, suikerziekte (diabetes mellitus) en een te hoog cholesterol. Dan kunnen we inschatten hoe groot uw risico is en wat u kunt doen om uw risico te verlagen. Soms is verandering van leefstijl voldoende om uw risico te verlagen. Vaak daalt daardoor ook uw bloeddruk. In andere gevallen zijn toch ook medicijnen nodig (voor uw bloeddruk, suiker of cholesterol) om uw risico op hart- en vaatziekten te verlagen.

bloeddruk
  1. Bloedvat
  2. Manchet van bloeddrukmeter
  3. Bloedvat

naar boven

Adviezen

Door de volgende leefstijladviezen op te volgen, kunt u uw risico op hart- en vaatziekten verlagen.

  • Stoppen met roken is het belangrijkst. Roken is heel schadelijk voor uw hart en vaten.

  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging en ontspanning door ten minste vijf dagen per week een halfuur intensief te bewegen, zoals stevig wandelen, fietsen, tuinieren, traplopen of zwemmen.

  • Eet gezond en gevarieerd. Eet vooral groente en fruit, aardappels en graanproducten. Kies voor magere melk- en vleesproducten, kip, vis of vleesvervangers. Eet weinig verzadigde vetten. Kies in plaats daarvan voor onverzadigde vetten zoals in vette vis, plantaardige olie en dieetmargarine. Voeg geen zout toe aan het eten en gebruik zo weinig mogelijk kant- en klaarproducten, snacks en zoutjes (chips) omdat daar veel zout in zit. Eet ook niet te veel drop.

  • Drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag, en liefst niet iedere dag.

  • Als u te zwaar bent, probeer dan af te vallen door gezond te eten en meer te bewegen (ten minste een halfuur per dag intensief bewegen).

naar boven

Medicijnen om uw bloeddruk te verlagen

Of u bloeddrukverlagende medicijnen nodig heeft, hangt af:

  • van uw bloeddruk;

  • uw risicofactoren (bijvoorbeeld roken of een verhoogd cholesterolgehalte);

  • van het geschatte risico op hart- en vaatziekten. Hierbij wordt rekening gehouden met uw leeftijd en of u man of vrouw bent.

De vijf belangrijkste groepen medicijnen tegen hoge bloeddruk zijn: plaspillen, bètablokkers, ACE-remmers, Angiotensine 2 antagonisten en calcium-antagonisten.Het hangt van de omstandigheden af, welke medicijnen u krijgt. Meestal begint u met één soort pil, maar er kan ook gekozen worden voor een combinatie van pillen. Om de werking van deze geneesmiddelen uit te leggen, vergelijken we uw hart en vaten met een tuinslang (de bloedvaten), met een kraan (het hart) aan het begin en een sproeier (de urinewegen) aan het eind. Verlagen van de bloeddruk is dan te vergelijken met verlagen van de (water)druk in de tuinslang.

Plaspillen

Als u de sproeier aan het eind van de tuinslang verder openzet, stroomt er meer water naar buiten en neemt de druk in de tuinslang af. 'Plaspillen' (diuretica) hebben dezelfde werking. Doordat u meer gaat plassen, neemt de druk in de bloedvaten af. Plaspillen hebben weinig bijwerkingen.

Bètablokkers

Als u de kraan aan het begin van de slang een beetje dichtdraait, wordt de druk in de tuinslang verlaagd. Bètablokkers werken op een vergelijkbare manier. Uw hart gaat iets minder hard pompen en daardoor neemt de druk in de bloedvaten af. Mogelijke bijwerkingen van bètablokkers zijn vermoeidheid, koude handen en voeten, en heel soms erectiestoornissen. Omdat bètablokkers het hartritme wat afremmen voelen sommige mensen zich opeens een stuk rustiger.

ACE-remmers

Als u de tuinslang wijder maakt, zal de druk in de slang lager worden. ACE-remmers hebben onder andere deze werking op de bloedvaten. Door de bloedvaten te verwijden, vermindert de druk in de vaten. Het zijn middelen met weinig bijwerkingen. Soms krijgt u er kriebelhoest van.

Angiotensine 2 antagonisten hebben ongeveer dezelfde werking.

Calcium-antagonisten

Calcium-antagonisten werken op twee manieren: ze maken de tuinslang wijder en draaien de kraan wat verder dicht. De bloedvaten worden iets wijder en het hart pompt minder hard. Daardoor neemt de druk in de bloedvaten af. Mogelijke bijwerkingen zijn hoofdpijn, maagdarmklachten en dikke enkels.

naar boven

Controle

Wanneer u voor het eerst medicijnen krijgt voor de hoge bloeddruk, kom dan na twee tot vier weken terug naar de praktijk. Dan controleren we de bloeddruk en bespreken we hoe het gaat.

Wanneer uw bloeddruk door de medicijnen voldoende is gedaald, komt u jaarlijks voor controle. In overleg is het eventueel mogelijk een deel van de bloeddrukcontroles thuis zelf uit te voeren. Het is belangrijk dat u de medicijnen elke dag blijft innemen, anders gaat de bloeddruk weer omhoog. Eén keer per jaar worden alle risicofactoren nog eens met u doorgenomen. Als er factoren zijn veranderd, bijvoorbeeld omdat u gestopt bent met roken, dan daalt daardoor uw risico op hart- en vaatziekten.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Medische encyclopedie

Middelen ter behandeling van een hoge bloeddruk (hypertensie)

Veelgebruikte middelen

ACE -remmers ( ACE-remmers)

Alfablokkers

  • doxazosine
  • prazosine
  • urapidil

Angiotensine-II-antagonisten (Gebruik sublinguale spray (zelftoediening))

Bètablokkers (Geneesmiddelen tegen ritmestoornissen)

Calciumantagonisten (Gebruik sublinguale spray (zelftoediening))

Centraal werkende middelen

  • clonidine
  • methyldopa
  • moxonidine

Diuretica (Diuretica)

Overige antihypertensiva

  • diazoxide
  • hydralazine
  • ketanserine
  • minoxidil

Ongeveer 15-20% van de volwassen bevolking heeft hypertensie. Meestal is er geen duidelijke oorzaak en spreekt men van essentiële hypertensie. Een verhoogde bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)) moet worden behandeld omdat het risico van coronaire (hart)vaatziekten (Coronaire hartziekten) en een cerebrovasculair accident (CVA), zoals een beroerte, erdoor wordt verhoogd. Antihypertensiva worden meestal gebruikt wanneer veranderingen in iemands levensstijl, zoals betere eetgewoonten, meer beweging en niet roken, geen of niet voldoende bloeddrukverlaging geven.

Soorten antihypertensiva

Er zijn vele soorten antihypertensiva. Het meest gebruikt worden bètablokkers (Bètablokkers), ACE-remmers (spreek uit: ees-remmers) ( ACE-remmers), angiotensine II-antagonisten, calciumantagonisten (Calciumantagonisten) en diuretica (Gebruik sublinguale spray (zelftoediening)). Diuretica en bètablokkers zijn het goedkoopst. Minder vaak gebruikt worden in afnemende volgorde alfablokkers, centraal werkende middelen en overige middelen, waaronder hydralazine, ketanserine en minoxidil. Diazoxide en nitroprusside kunnen alleen intraveneus worden toegediend.

De meeste soorten antihypertensiva danken hun bloeddrukverlagende werking aan het feit dat ze de bloedvaten verwijden (dit heet vasodilatatie) en/of de kracht waarmee het hart het bloed rondpompt verminderen. ACE-remmers, angiotensine II-antagonisten, alfablokkers, calciumantagonisten en centraal werkende middelen veroorzaken allemaal vaatverwijding, maar op verschillende manieren. Bètablokkers en sommige calciumantagonisten (vooral verapamil, in mindere mate diltiazem) verminderen de kracht waarmee het hart pompt. Diuretica zorgen ervoor dat de nieren meer water en zouten in de urine uitscheiden dan normaal, zodat het totale volume aan bloed in het lichaam kleiner is en dus de bloeddruk daalt. Thiazidediuretica hebben tevens een vaatverwijdend effect.

Gebruik

Antihypertensiva worden gewoonlijk oraal ingenomen, gedurende een lange periode en vaak levenslang. Soms is het echter mogelijk de dosis geleidelijk te verlagen als de bloeddruk weer normaal is, nadat iemand blijvend is afgevallen of zijn levensstijl heeft veranderd. De keuze voor een geneesmiddel wordt mede bepaald door andere factoren, zoals leeftijd en bijkomende aandoeningen.

Wie een lichte tot matige hoge bloeddruk heeft, krijgt gewoonlijk één enkel middel zoals een diureticum of een bètablokker. Die middelen zijn niet voor iedereen geschikt. In principe wordt de keuze voor een bloeddrukverlagend medicijn bepaald door andere aandoeningen die iemand heeft. Ook kunnen er redenen zijn om bepaalde middelen niet te geven, bijvoorbeeld patiënten met jicht verdragen soms geen diureticum. Het gelijktijdig aanwezig zijn van andere aandoening(en) kan ook reden zijn voor een bepaalde behandeling te kiezen, zoals bètablokkers wanneer tevens angina pectoris aanwezig is. Daalt de bloeddruk niet voldoende door het gebruik van één middel, dan wordt vaak een diureticum in combinatie met één of twee andere antihypertensiva gegeven, totdat de bloeddruk op een veilig niveau gekomen is.

Alfablokkers of centraal werkende middelen worden wel eens voorgeschreven als geen ander middel of geen combinatie van middelen voldoende bloeddrukdaling geeft of wanneer andere antihypertensiva niet geschikt zijn.

Tenzij iemand ernstige hypertensie heeft, zal de arts in eerste instantie een lage dosis voorschrijven. Daarna wordt de dosis geleidelijk verhoogd totdat de bloeddruk weer normaal is of totdat er bijwerkingen optreden. De bloeddruk wordt regelmatig gemeten totdat deze stabiel is op een gezond niveau.

Bijwerkingen

Alle antihypertensiva, maar vooral ACE-remmers, angiotensine II-antagonisten en alfablokkers, kunnen in het begin een plotselinge sterke bloeddrukdaling geven, waardoor u een licht gevoel in uw hoofd kunt krijgen. Bij het optreden van deze bijwerkingen kan de arts de dosis verlagen of een ander middel voorschrijven. Stop niet uit eigen beweging met het slikken van een antihypertensivum, maar bespreek het eerst met de arts.

Let op

Stop niet abrupt met het gebruik van een antihypertensivum zonder dit met de arts te bespreken. Abrupt stoppen kan een zeer snelle bloeddrukstijging tot gevolg hebben.

Medische encyclopedie

Remmers van het angiotensineconverterend enzym (ACE) worden gebruikt tegen verhoogde bloeddruk en om hartfalen te verlichten. Hun werking is gebaseerd op het feit dat ze een enzym in het bloed blokkeren dat het angiotensine I omzet in angiotensine II. Angiotensine II zorgt ervoor dat de bloedvaten zich vernauwen (constrictie), en als dat afwezig is, zullen de bloedvaten zich kunnen verwijden (dilatatie). Doordat dit effect in het hele lichaam optreedt, daalt de bloeddruk en kan het hart het bloed gemakkelijker rondpompen, zodat hartfalen erdoor wordt verlicht.

Vóór inname
Angiotensine I wordt omgezet in angiotensine II door een enzym genaamd ACE. Aanwezigheid van angiotensine II in de bloedbaan zorgt ervoor dat de bloedvaten zich vernauwen.
Vóór inname
  1. Angiotensine-I
  2. Angiotensine-II
  3. OMZETTEN (CONVERTEREN) VAN ANGIOTENSINE HET: ACE zet angiotensine I om in angiotensine II
  4. Angiotensineconverterend enzym (ACE)
Na inname
ACE -remmers blokkeren het enzym, zodat de omzetting in angiotensine II wordt geremd. Daardoor kunnen de bloedvaten zich verwijden.
Na inname
  1. ACE-REMMER: Het middel blokkeert het enzym

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.