Inhalatiemedicijnen

Artikelen over inhalatiemedicijnen

Patientenbrieven over inhalatiemedicijnen

Patiëntenbrief

Vernauwing van de luchtwegen

Als een kind met astma benauwd wordt, komt dat doordat de luchtwegen zich vernauwen. De spiertjes rond de luchtwegen trekken samen. De slijmvliezen van de luchtwegen zwellen op en produceren meer slijm. Er kan dan minder lucht door de luchtwegen.

astma
  1. Normaal
  2. Longblaasjes
  3. Vernauwing
  4. Vernauwing
  5. Slijm

naar boven

Medicijnen

Om de klachten te verhelpen zijn er drie groepen medicijnen. De medicijnen werken het best als ze worden ingeademd.

Een luchtwegverwijdendmiddel zorgt ervoor dat de spiertjes rond de luchtwegen minder samentrekken. Het middel werkt binnen 10 tot 30 minuten. Mogelijke bijwerkingen zijn trillende handen, onrust en hartkloppingen. Deze bijwerkingen zijn vervelend maar kunnen geen kwaad.

Er zijn luchtwegverwijdende middelen die kort werken (2 uur) en die langer werken (12 tot 24 uur).

Een ontstekingsremmend middel vermindert (bij regelmatig gebruik) de zwelling van het slijmvlies in de luchtwegen en de slijmvorming. Het zorgt er ook voor dat de spiertjes rond de luchtwegen minder samentrekken. De meeste ontstekingsremmende middelen werken pas na een paar dagen. Mogelijke bijwerkingen zijn heesheid of een schimmelinfectie van de mond. Door telkens na het inhaleren de mond van uw kind goed te spoelen kan dit voorkomen worden.

Een combinatiemiddel bevat een ontstekingsremmend middel én een langwerkend luchtwegverwijdend middel. Combinatiemiddelen worden gegeven bij ernstige astma, als de ontstekingsremmers alleen niet genoeg helpen.

naar boven

Benauwdheid

Als uw kind af en toe benauwd is, geeft u een luchtwegverwijdend middel.

Als uw kind binnen één week vaker benauwd is, dan heeft het ook een ontstekingsremmend middel nodig.

Als uw kind het ontstekingsremmend middel zorgvuldig en dagelijks gebruikt, dan heeft het steeds minder behoefte aan het luchtwegverwijdende middel. Blijf de ontstekingsremmer dagelijks gebruiken Houd de luchtwegverwijder bij de hand. Bijvoorbeeld om voor het sporten of voor de zwemles in te nemen.

naar boven

Toedieningsvormen

De medicijnen zijn in te ademen met behulp van een spuitbusje (dosisaërosol) of met een poederinhalator.

naar boven

Hoe werkt een dosisaërosol?

Een dosisaërosol is te vergelijken met een spuitbus. De dosisaërosol bestaat uit een metalen busje met vulling en een plastik houder. Het is belangrijk de aërosol steeds te schudden voor gebruik. Houd het apparaatje zo dat het mondstuk onderaan zit en het metalen busje omhoog wijst. Wanneer u het busje in de houder aandrukt, komt een wolkje medicijn vrij (één dosis). Na elke dosis moet u de aërosol opnieuw schudden.

Inhalatiekamer

Een aërosol werkt alleen maar goed als uw kind er een ‘inhalatiekamer’ bij gebruikt. De aërosol past precies in de opening van de inhalatiekamer. Tegenover die opening zit het mondstuk. Het medicijn wordt in de inhalatiekamer gespoten en via het mondstuk ingeademd. Voor baby’s zijn er inhalatiekamers met een zacht rubberen masker dat over de neus en mond past.

Toediening van één dosis met inhalatiekamer.

  • Het is belangrijk de instructies goed te volgen:

  • schud de aërosol;

  • zet de aërosol op de inhalatiekamer;

  • plaats het maskertje over de mond en neus van uw kind, zodat het goed afsluit (laat oudere kinderen de tanden op het mondstuk zetten en de lippen er omheen sluiten) ;

  • druk één keer op de aërosol zodat er een wolkje medicijn vrijkomt;

  • laat uw kind vervolgens rustig vijf keer diep in en uitademen, terwijl u het kapje goed (afsluitend) op zijn plaats houdt. Controleer bij grotere kinderen (ouder dan vier jaar) dat de lippen goed rond het mondstuk sluiten

naar boven

Hoe werkt een poederinhalator?

Het poeder uit een inhalator moet krachtig worden ingeademd. Meestal kunnen kinderen vanaf zes jaar dit al. De meeste inhalatoren bevatten een poedervoorraad voor vijftig, zestig, honderd of tweehonderd inhalaties. Sommige inhalatoren werken met poedercapsules. Bij elk apparaatje staat op de gebruiksaanwijzing hoe u het gebruiksklaar moet maken. Tijdens het inhaleren kan het poeder kriebel in de keel veroorzaken. Bij sommige inhalators merkt uw kind niets van het poeder.

Toediening van één dosis met een poederinhalator:

  • Maak de poederinhalator volgens voorschrift klaar;

  • laat uw kind goed uitademen;

  • laat het vervolgens de tanden op het mondstuk zetten en de lippen rond het mondstuk sluiten;

  • laat uw kind diep inademen, terwijl u de poederinhalator horizontaal houdt;

  • na het inademen moet uw kind de adem tien tellen inhouden (tien tellen is ongeveer vijf seconden);

  • laat uw kind daarna langzaam uitademen, zo mogelijk door de neus;

  • na het inademen van een ontstekingsremmend middel moet uw kind de mond spoelen om achtergebleven medicijn te verwijderen.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Wanneer uw kind net met inhalatiemedicijnen is begonnen, komt u na twee weken weer naar de praktijk om te bespreken hoe het gaat. Neem de inhalatieapparaatjes altijd mee; dan kunnen we bekijken hoe goed uw kind daarmee kan omgaan.

Als uw kind slechts af en toe (een keer per week of minder) een luchtwegverwijdend medicijn nodig heeft, is één controle in de zes maanden voldoende. Maak een nieuwe afspraak als u merkt dat de klachten van uw kind verergeren, of als het vaker een luchtwegverwijder nodig heeft. Uw kind krijgt er dan (een verhoogde hoeveelheid) ontstekingsremmende medicijnen bij. Ontstekingsremmende middelen moeten meestal langdurig worden gebruikt. Een halfjaar of langer is heel normaal. Wanneer uw kind hiermee begint, komt het in principe om de drie maanden voor controle, daarna nog maar een of twee keer per jaar. We kijken dan of de medicatie weer moet worden aangepast (bijvoorbeeld verminderd).

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Patiëntenbrief

Vernauwing van de luchtwegen

Als iemand met astma benauwd wordt, komt dat doordat de luchtwegen in de longen zich vernauwen. De spiertjes rond de luchtwegen trekken samen. De slijmvliezen van de luchtwegen raken ontstoken: ze zwellen op en produceren meer slijm. Er kan dan minder lucht door de luchtwegen.

astma
  1. Normaal
  2. Longblaasjes
  3. Vernauwing
  4. Vernauwing
  5. Slijm

naar boven

Werking van de medicijnen:

Om de klachten te verhelpen zijn er twee soorten medicijnen: luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. De medicijnen werken direct op de longen doordat u ze inademt.

  • Een luchtwegverwijder zorgt ervoor dat de spiertjes rond de luchtwegen minder samentrekken. Het middel werkt snel: binnen 10 tot 30 minuten bent u minder benauwd. Mogelijke bijwerkingen van sommige luchtwegverwijders zijn trillende handen, onrust en hartkloppingen. Deze bijwerkingen kunnen vervelend zijn, maar kunnen geen kwaad.Er zijn luchtwegverwijdersdie kort werken (4 tot 6 uur) en die langer werken (12 tot 24 uur).

  • Een ontstekingsremmer (corticosteroïd) remt de ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Het middel werkt na een paar dagen. Bij regelmatig gebruik vermindert de zwelling van het slijmvlies en de slijmvorming. Het zorgt er ook voor dat de spiertjes rond de luchtwegen minder samentrekken. Mogelijke bijwerkingen zijn heesheid of een schimmelinfectie van de mond. U kunt dit voorkomen door telkens na het inhaleren de mond goed te spoelen. Wanneer u een hoge dosis ontstekingsremmer gebruikt kunt u blauwe plekken krijgen. Vooral op uw armen en benen.

naar boven

Toepassing van de medicijnen

Welke medicijnen u nodig heeft, hangt af van de ernst van de klachten en hoe vaak u klachten heeft.

  • Als u een of twee keer per week benauwd bent, gebruikt u zo nodig alleen een kortwerkende luchtwegverwijder.

  • Bent u vaker benauwd, vaker dan twee keer per week, dan heeft u ook een ontstekingsremmend middel nodig. Als u de ontstekingsremmer zorgvuldig en dagelijks gebruikt, dan heeft u steeds minder behoefte aan de luchtwegverwijder. Na enkele dagen heeft u de luchtwegverwijder meestal niet meer nodig. De ontstekingsremmer blijft u daarna dagelijks gebruiken, de luchtwegverwijder alleen nog maar af en toe (bijvoorbeeld bij inspanning of in een rokerige omgeving.)

  • Wanneer u ondanks dagelijks gebruik van een ontstekingsremmer regelmatig klachten heeft, dan kunt u de ontstekingsremmer met een langwerkende luchtwegverwijder combineren. Er zijn inhalatieapparaatjes waar de ontstekingsremmer en langwerkende luchtwegverwijder samen inzitten.

naar boven

Toedieningsvormen

Beide soorten medicijnen zijn in te ademen als vernevelde vloeistof met behulp van een spuitbus (dosisaerosol) of als poeder met een poederinhalator.

naar boven

Hoe werkt een dosisaerosol?

Een dosisaërosol is te vergelijken met een spuitbus. De aërosol bestaat uit een metalen busje met vulling en een houder van kunststof. Het is belangrijk de aërosol steeds te schudden voor gebruik. Houd het apparaatje zo dat het mondstuk onderaan zit en het metalen busje omhoog wijst. Wanneer u het busje verder in de houder drukt, komt er een wolkje medicijn vrij (één dosis of ‘puf’). Neem één puf per keer. Pas als u dit geïnhaleerd heeft, en de aerosol opnieuw geschud heeft, kunt u eventueel een tweede puf nemen.

Inhalatiekamer

Een aërosol werkt het best als u er een inhalatiekamer bij gebruikt. De aërosol past precies in de opening van de inhalatiekamer. Tegenover die opening zit het mondstuk. Het medicijn wordt in de inhalatiekamer gespoten en via het mondstuk ingeademd. Lees de instructies goed door.

Toediening van één dosis met inhalatiekamer.
  • schud de aërosol;

  • zet de aërosol in de opening van de inhalatiekamer;

  • zet uw tanden op het mondstuk en sluit de lippen eromheen;

  • druk één keer op de aërosol zodat er een wolkje medicijn vrijkomt;

  • adem vijf keer rustig diep in en uit, zonder uw mond van het mondstuk te halen.

naar boven

Hoe werkt een poederinhalator?

Het poeder uit een poederinhalator moet krachtig worden ingeademd. In de meeste inhalatoren zit een voorraad voor vijftig, zestig, honderd of tweehonderd inhalaties. Sommige inhalatoren werken met poedercapsules, waarvan u er elke keer weer één in het apparaatje moet stoppen. Bij elk apparaatje staat op de gebruiksaanwijzing hoe u het gebruiksklaar moet maken. Tijdens het inhaleren kan het poeder kriebel in de keel veroorzaken. Soms helpt het om vlak voor het inhaleren een slok koud water te drinken.

Toediening van één dosis met een poederinhalator

  • Maak de poederinhalator gebruiksklaar:

  • adem goed uit;

  • zet vervolgens uw tanden op het mondstuk en sluit uw lippen er omheen;

  • adem krachtig en diep in, terwijl u de poederinhalator horizontaal houdt;

  • na het inademen moet u de adem vijf seconden inhouden (tel rustig van één tot vijf);

  • adem daarna langzaam uit, liefst door uw neus;

  • herhaal de handelingen zodat u zeker weet dat alle restjes poeder zijn ingeademd;

  • na het inademen van een ontstekingsremmer moet u de mond goed spoelen (water uitspugen) om restjes medicijn te verwijderen. Na inademen van een luchtwegverwijder is spoelen niet nodig.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Als u af en toe (twee keer per week of minder) een luchtwegverwijdend medicijn nodig heeft, is regelmatige controle niet nodig. Maak een nieuwe afspraak als uw klachten erger worden en u de luchtwegverwijder vaker nodig heeft. Als u de luchtwegverwijder meer dan tweemaal per week nodig heeft krijgt u er een ontstekingsremmend medicijn bij. Gebruikt u al een ontstekingsremmer dan wordt de hoeveelheid daarvan verhoogd. Of er wordt bij de ontstekingsremmer een langwerkende luchtwegverwijder gegeven. Een ontstekingsremmer moet u meestal langdurig blijven gebruiken. Een halfjaar of langer is heel normaal. Wanneer u hiermee begint, komt u in principe om de drie maanden voor controle, daarna nog maar een of twee keer per jaar. We kijken dan of uw medicijnen weer moeten worden aangepast (bijvoorbeeld verminderd). Als u vragen heeft over de medicijnen, neem dan contact op met de praktijk. Dan kunnen we uitleg geven en laten zien hoe u de medicijnen inhaleert.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Medische encyclopedie

Geneesmiddelen die de luchtwegen in de longen verwijden, zodat ze een bemoeilijkte ademhaling verlichten

Veelgebruikte middelen

Sympathomimetics

  • fenoterol
  • formoterol
  • salbutamol
  • salmeterol
  • terbutaline

Anticholinergica

  • ipratropium
  • tiotropium

Leukotriene modifiers

  • Montelukast
  • Zafirlukast

Xanthinederivaten

  • theofylline

Bronchusverwijdende middelen, die de luchtwegen in de longen wijder maken, zorgen ervoor dat de ademhaling vrijer wordt, dat kortademigheid en benauwdheid op de borst verdwijnt of minder wordt bij astma (Astma) en COPD (Chronisch obstructief longlijden (), een progressief verlopende ziekte die bij rokers voorkomt.

Veel bronchusverwijdende middelen worden toegediend in de vorm van een doseerspray. Dit is een pompje dat een gecontroleerde verneveling van het geneesmiddel afgeeft. Het wordt bij voorkeur gebruikt samen met een voorzetkamer, waarin een bepaalde hoeveelheid van het geneesmiddel wordt opgeslagen voordat het wordt geïnhaleerd. Hierdoor kan het middel veel effectiever worden geïnhaleerd. Er bestaan vele toedieningsvormen en de patiënt zal in overleg met zijn arts of de longverpleegkundige kiezen welke voor hem de beste is (zie Astmamedicijnen nemen, Astmamedicijnen nemen (zelfhulp)).

Niet alle bronchusverwijdende middelen zijn veilig te gebruiken bij zwangerschap. Overleg dit daarom bijtijds met uw arts.

Soorten

Er zijn drie hoofdgroepen van bronchusverwijdende middelen: sympathicomimetica, anticholinergica en xanthinederivaten. De sympathicomimetica werken het snelst: via inhalatie hebben ze binnen enkele minuten effect. Bij ademnood, wanneer snel hulp nodig is, gebruikt men een sympathicomimeticum. Anticholinergica en xanthinederivaten werken langzamer (na 20 minuten).

Sympathicomimetica

De bronchusverwijdende middelen uit deze groep worden het meest gebruikt. Ze grijpen aan op de receptoren op het gladde-spierweefsel in de wanden van de ademwegen. Daar ontspannen ze het gladde-spierweefsel en verwijden zo de luchtwegen.

De middelen worden geïnhaleerd en zijn werkzaam binnen enkele minuten; het effect duurt ongeveer vier tot zes uur. Sommige sympathicomimetica werken ook preventief en hebben dan een langere werkingstijd: tien tot twaalf uur.

Sympathicomimetica worden meestal geïnhaleerd direct bij de eerste tekenen van een dreigend ademtekort, of ter voorkoming van symptomen, bijvoorbeeld voorafgaand aan sporten. Ze kunnen lichte bijwerkingen vertonen: agitatie, trillende vingers, slapeloosheid en een versnelde hartwerking.

Anticholinergica

Deze middelen worden meestal in combinatie met sympathicomimetica gegeven bij de behandeling van COPD (chronische obstructieve longaandoeningen). Anticholinergica hebben eenzelfde effect als sympathicomimetica: ze verminderen de luchtwegvernauwing die optreedt als gevolg van irritatie door ingeademde (stof)deeltjes in de lucht en hebben bovendien vaak een gunstig effect op het hoesten en op de slijmproductie bij de chronische bronchitispatiënt. De bijwerkingen zijn: droge mond, moeilijk plassen en wazig zien. In zeer zeldzame gevallen kunnen anticholinergica van acuut glaucoom opwekken (Acuut glaucoom).

Xanthinederivaten

Deze middelen worden langzaam opgenomen; ze worden nauwelijks meer gebruikt om nachtelijke aanvallen van astma te voorkomen. Na de introductie van langwerkende sympathicomimetica worden ze bijna niet meer voorgeschreven. Bij een zeer ernstige aanval van kortademigheid kunnen de middelen met een druppelinfuus in de ader worden toegediend. Als bijwerkingen zijn te vermelden: misselijkheid en hoofdpijn, bij te hoge doseringen ook een versnelde en onregelmatige hartwerking of zelfs epileptische insulten. Het middel wordt afgebroken in de lever, en vele andere geneesmiddelen kunnen de afbraak van het middel versnellen of juist vertragen. Daarom moeten er in dat geval bloedspiegels van het middel worden bepaald, om zo tot een juiste dosering te komen. Om deze redenen worden xanthinederivaten steeds minder vaak gebruikt.

Medische encyclopedie

Astmamedicijnen zijn meestal inhalatiemedicijnen. Dat zijn medicijnen die men als poeder of nevel inademt via speciale apparatuur (dosisinhalator of vernevelaar). De apparaten voor de toediening ervan zijn aangepast aan de leeftijd (zie Astmamedicijnen nemen). Aangezien baby’s hun ademhaling niet kunnen coördineren, is er voor hen een nevelverstuiver die één dosis per keer afgeeft. Met behulp van een voorzetkamer met gezichtsmasker kan deze dosis geïnhaleerd worden. Het medicijn komt vrij in de voorzetkamer, en via het gezichtsmasker kan de baby het medicijn inhaleren.

Een jong kind medicijnen geven
Uit het spuitbusje komt een dosis medicijn vrij in de voorzetkamer nadat het masker over de neus en de mond van het kind is geplaatst, zoals op de foto.
Een jong kind medicijnen geven
  1. dosis aërosol
  2. voorzetkamer
  3. gezichtsmasker

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.