Insectenbeten en -steken komen veel voor. Soms hebben ze ernstige gevolgen. Bijvoorbeeld een allergische reactie op een wespensteek of een besmetting met de ziekte van Lyme na een tekenbeet. Beten van slangen, spinnen en schorpioenen komen veel minder vaak voor, maar kunnen wel ernstiger zijn. Met de volgende maatregelen kunt u de kans op beten en steken in de natuur verkleinen:
- Breng een insectenverdrijvend middel aan voordat u op pad gaat.
- Draag een overhemd met lange mouwen, ingestopt in uw broek. Draag een broek met lange pijpen die u instopt in de sokken.
- Draag stevige wandelschoenen die de hele voet en enkel beschermen.
- Blijf midden op het pad lopen en vermijd struikgewas.
- Maak uw aanwezigheid goed hoorbaar in gebieden waar slangen voorkomen.
- Ga terug als u een slang ziet, omdat er slangen in de buurt kunnen zijn.
Controleer uzelf en anderen grondig op de aanwezigheid van teken na een bezoek aan een gebied waar teken voorkomen. Controleer vooral de benen, de geslachtsorganen, de billen en de romp. Teken kunnen ook op kleren zitten en de volgende dag alsnog onder uw kleren komen. Trek daarom andere kleren aan nadat u gewandeld hebt in een gebied waar veel teken voorkomen, en was de oude kleren.