U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

PET-scan

Artikelen over pet-scan

Medische encyclopedie

Radionuclidescanning wordt toegepast om zowel structuren in beeld te brengen als hun functioneren. Meestal wordt eerst een injectie met een radioactieve stof (de radionuclide) gegeven voor de scan wordt gemaakt, maar voor het scannen van de longen moet een radioactief gas worden ingeademd (zie Scintigrafie). De keuze van de stof hangt af van de structuur die moet worden onderzocht. Tijdens de scan moet men stil blijven liggen terwijl de laborant het bed in de juiste positie brengt. De camera vangt de door de radionuclide uitgezonden straling op; een computer verwerkt de gegevens tot een beeld.

Tijdens de procedure
De straling die door het te onderzoeken lichaamsdeel wordt uitgezonden, wordt door de gammacamera opgevangen en de informatie wordt naar de computer gestuurd. De meeste scans duren dertig tot zestig minuten.
Tijdens de procedure
  1. Contragewicht van de gammacamera
  2. MONITOR: Op de monitor is het beeld te zien dat puntje voor puntje wordt opgebouwd
  3. ISOTOPENLABORANT: De isotopenlaborant blijft bij de bediening in dezelfde ruimte
  4. VERSTELBAAR BED: Het bed is computergestuurd en brengt de persoon in de juiste positie
  5. GAMMACAMERA: De camera kan zowel boven als onder het lichaam worden gebracht
  6. Bedieningspaneel

RESULTATEN

Radionuclidescan van de nieren
De nier rechts zendt minder straling uit omdat hij aangetast is en daardoor minder radionuclide opneemt.
Radionuclidescan van de nieren
  1. Normale nier
  2. Aangetaste nier

Medische encyclopedie

Een type radionuclidescanning waarmee een beeld wordt geproduceerd, gebaseerd op het functioneren van de individuele cellen in een orgaan of weefsel

PET -scanning (Positron Emission Tomography) is een bijzondere vorm van radionuclide-scanning waarmee een beeld wordt geproduceerd gebaseerd op het functioneren van de individuele cellen in een orgaan of weefsel. De techniek is begin jaren zeventig uitgevonden voor wetenschappelijk onderzoek. Tot voor kort werd het vooral voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt, omdat de apparatuur zeer kostbaar is. Tegenwoordig wordt de techniek steeds vaker gebruikt.

In tegenstelling tot bepaalde andere technieken, zoals CT-scanning, produceert PET geen heldere beelden. Door beelden van CT-scanning en PET over elkaar heen te leggen combineert men de voordelen van beide technieken. Namelijk nauwkeurige beelden (CT) met gegevens over het functioneren (PET) van het desbetreffende orgaan of weefsel. Meestal wordt bij PET-scanning radioactief gemerkte glucose (suiker) of zuurstof gebruikt. Deze stoffen worden, net als de niet-gemerkte stoffen, opgenomen in actieve cellen.

De techniek produceert beelden van dwarsdoorsneden; kleuren kunnen worden toegevoegd afhankelijk van de hoeveelheid straling. PET wordt vooral gebruikt voor onderzoek aan hersenen en hart. PET-scans kunnen gebieden laten zien met een verminderde bloedtoevoer waarmee kan worden vastgesteld of de desbetreffende cellen nog actief zijn en zich zouden kunnen herstellen, of afgestorven zijn. PET-scanning wordt gebruikt om de oorzaak van epileptische aanvallen in de hersenen op te sporen. Ook kan het worden gebruikt om tumoren op te sporen, want tumorcellen hebben meestal een hogere activiteit dan in gezond weefsel.

Er zijn geen directe gezondheidsrisico’s aan deze techniek verbonden, maar er wordt gebruik gemaakt van radioactieve stoffen (straling) die lichaamscellen kunnen beschadigen en daarmee het risico op kanker op de lange termijn verhogen. De radionucliden worden echter in heel kleine hoeveelheden gebruikt en breken snel af.

PET-scan van de hersenen
Op deze PET-scan van normale hersenen is hoge activiteit te zien aan de buitenkant, en minder activiteit binnenin.
PET-scan van de hersenen
  1. GEBIED MET VEEL HERSENACTIVITEIT: Rood en geel wijzen op veel hersenactiviteit
  2. WEINIG HERSENACTIVITEIT: Blauw en zwart wijzen op weinig activiteit

U bevindt zich hier: