Slikproblemen door een motoriekstoornis van de slokdarm
Bij mensen met achalasie wordt het passeren van vast en vloeibaar voedsel van de slokdarm naar de maag vertraagd of verhinderd. Het probleem wordt veroorzaakt door een slechte werking van de kringspier onder aan de slokdarm, waarbij deze zich niet ontspant om eten na het slikken door te laten. Ook is er een slechte spiercoördinatie in de slokdarm waardoor het eten niet goed richting de maag wordt gestuurd.
Bij achalasie raakt het onderste deel van de slokdarm steeds verder vervormd en wordt in de loop der maanden of jaren steeds wijder; het gevolg is dat slikken steeds moeilijker wordt. De aandoening komt gewoonlijk voor bij mensen tussen de twintig en veertig jaar.
De klachten ontwikkelen zich gewoonlijk langzaam en zijn de volgende:
- moeilijk slikken;
- pijn in de borst of een naar gevoel achter het borstbeen dat kan samenhangen met eten;
- het terugstromen van onverteerd voedsel tijdens de maaltijd of in de uren daarna, vooral ’s nachts;
- uiteindelijk gewichtsverlies.
Als achalasie niet wordt behandeld, is er een iets grotere kans op slokdarmkanker (Slokdarmkanker).
Indien uw huisarts vermoedt dat u aan achalasie lijdt, kan een röntgenfoto van de borst (Röntgenopname (test)) worden gemaakt om vast te stellen of de slokdarm afwijkend of verwijd is. De diagnose kan met een endoscoop (zie Endoscopie, Endoscopie) worden bevestigd en ook kunnen andere aandoeningen, zoals slokdarmkanker, worden uitgesloten. Ook kan manometrie van de slokdarm worden verricht, waarbij een flexibel slangetje in de slokdarm wordt gebracht om er de druk te meten.
Bij een gezonde slokdarm laat de procedure drukgolven zien door de peristaltische beweging. Bij achalasie zijn deze drukveranderingen afwezig en is de druk in de kringspier tussen slokdarm en maag vrijwel de hele tijd hoog, omdat deze kringspier zich niet ontspant.
Voor achalasie bestaan verschillende goede behandelingsmethoden. Behalve van de ernst en duur van de klachten hangt de keuze van de behandeling af van uw leeftijd en algemene gezondheid.
De meest eenvoudige behandeling bestaat uit het slikken van een medicijn, een calciumantagonist (Calciumantagonisten), waardoor tijdelijk de kringspier onder aan de slokdarm ontspant.
Voor verlichting op de lange termijn wordt een kleine ballon in de kringspier van de slokdarm geplaatst. Deze wordt gevuld met lucht of water, waardoor de spier wordt opgerekt; vervolgens wordt de ballon weer verwijderd. Bij minstens de helft van de patiënten is dit succesvol. Bij sommige mensen moet de procedure om de zes maanden tot enkele jaren worden herhaald.
Een andere behandeling bestaat uit het inspuiten van een kleine dosis van het vergif botuline in de kringspier. In kleine dosis verlamt dit de aangetaste spier, waardoor deze ontspant en voedsel en vloeistof kunnen passeren. Dit effect houdt ongeveer een jaar aan en moet daarna zo nodig worden herhaald.
Indien geen van bovenstaande behandelingen helpt, kan een chirurgische ingreep worden uitgevoerd. Dit kan door middel van buikendoscopie (laparoscopie) (Endoscopie). Er kan dan een deel van de kringspier worden verwijderd, zodat het voedsel in de maag kan komen. In ongeveer één van de tien gevallen leidt dit ertoe dat de maaginhoud in de slokdarm terugstroomt, wat dan ook moet worden behandeld (zie Brandend maagzuur/zure-refluxziekte, Brandend maagzuur (zure-refluxziekte)).
- Leeftijd
- Komt het meest voor tussen 20 en 40 jaar; bij kinderen zeldzaam
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis