Een goedaardige tumor op de evenwichtszenuw, tussen oor en hersenen
Een acusticusneurinoom is een zeer zeldzame tumor die de gehoorzenuw treft, die gehoor- en evenwichtsinformatie van het binnenoor naar de hersenen transporteert. Meestal treft de tumor de gehoorzenuw aan slechts één zijde van het hoofd, maar hij kan beide zenuwen treffen. De tumor is niet kwaadaardig, maar kan zenuw en hersenen ernstig beschadigen. Indien tijdig opgemerkt, kan de tumor worden verwijderd.
De oorzaak van acusticusneurinoom is onbekend, maar als de tumor beide evenwichtszenuwen treft, kan er verband bestaan met de erfelijke ziekte neurofibromatose, waarbij op de scheden rondom de zenuwen tumoren ontstaan. Acusticusneurinoom komt het meest voor tussen de veertig en zestig jaar.
De symptomen ontwikkelen zich meestal langzaam, treffen bijna altijd slechts één oor en kunnen zijn:
- progressieve slechthorendheid;
- fluitende of suizende geluiden in het oor (zie Tinnitus, Oorsuizen, tinnitus);
- hoofd- en oorpijn;
- duizeligheid (Duizeligheid) en evenwichtsverlies.
Een acusticusneurinoom groeit traag, maar als het groter wordt, kan het op de hersenen drukken, met als gevolg gebrekkige coördinatie en beweging.
De tumor kan ook de zenuwen naar het gelaat samendrukken, met als gevolg verslapping van de aangezichtsspieren (zie Aangezichtsverlamming, Aangezichtsverlamming) en pijn. Indien onbehandeld, kan een neurinoom tot blijvende beschadiging leiden.
Als u symptomen vertoont van een acusticusneurinoom, zal uw arts eerst gehoortesten (Gehoortesten (test)) en een evenwichtstest verrichten. Naar aanleiding daarvan wordt soms een MRI
aangevraagd. Als de diagnose acusticusneurinoom is gesteld, kan eerst worden afgewacht (jaarlijks CT- of MRI-scan).
- Acusticusneurinoom
- Deze MRI-scan van het hoofd toont een acusticusneurinoom, een tumor op de zenuw van het oor naar de hersenen.
- Schedel
- Oog
- Gehoorgang
- Tumor
- Hersenen
Bij tumorgroei kan worden beslist tot radiotherapie of chirurgie. Meestal moet bij chirurgie ook het binnenoor worden weggenomen, met permanente doofheid tot gevolg. Verwijdering van een grotere tumor kan ook de aangezichtszenuw beschadigen. Als dat gebeurt, kan er sprake zijn van blijvende gevoelloosheid en verslapping of verlamming van een deel van het gelaat.
- Leeftijd
- Komt het meest voor tussen 40 en 60 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Eén bepaald type zit in de familie
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis