Baarmoederhalskanker

Artikelen over baarmoederhalskanker

HPV en baarmoederhalskanker

Patiëntenbrief

Wat is HPV?

Bijna iedereen komt in zijn of haar leven in aanraking met HPV. Deze Humaan PapillomaVirussen (HPV) leven op of in de huid en slijmvliezen. Er zijn meer dan honderd verschillende soorten HPV. De meeste geven geen klachten. Sommige kunnen wratten, andere kunnen na jaren kanker veroorzaken. Deze brief gaat over de HP-Virussen die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Een infectie met HPV verloopt vaak ongemerkt. Het afweersysteem van uw lichaam pakt het virus aan en ruimt het op. Vaak is HPV binnen een jaar uit uw lichaam verdwenen. Soms blijft het virus veel langer in uw lichaam zonder dat u daar iets van merkt.

Sommige soorten HPV kunnen op den duur baarmoederhalskanker veroorzaken. Het zijn de virussen HPV16 en HPV18 die 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken. De rest wordt door andere soorten HPV veroorzaakt.

Baarmoederhalskanker komt gelukkig maar weinig voor. In Nederland krijgt ongeveer één op de 160 vrouwen gedurende hun leven baarmoederhalskanker.

Heel zelden veroorzaakt HPV ook andere vormen van kanker zoals: anus-, penis-, vagina- en keelkanker.

naar boven

Hoe ontstaat een HPV-infectie?

De virussen die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken zijn erg besmettelijk. Iemand die seksueel actief is komt altijd wel met het virus in aanraking. HPV wordt overgedragen door contact tussen de slijmvliezen van de penis, vagina of anus. Het virus kan ook op de onderbuik en billen zitten en tijdens het vrijen via de huid, vingers of mond worden overgedragen.

naar boven

Adviezen

Vrijen met een condoom verkleint de kans op besmetting met HPV, maar beschermt zeker niet volledig tegen HPV. Het virus zit ook op de huid rondom de geslachtsorganen.

naar boven

Vaccinatie

Vaccinatie kan het aantal vrouwen dat baarmoederhalskanker krijgt nog kleiner maken. Meisjes van twaalf krijgen in Nederland een uitnodiging om zich te laten inenten (vaccineren) tegen HPV. Ze krijgen drie prikken: de eerste prik, een maand later een tweede prik, en 5 maanden na de tweede prik een derde prik. Na de drie prikken zijn de meisjes beschermd tegen infectie met HPV16 en 18. Als een meisje of jonge vrouw al seksuele contacten heeft gehad, dan is de kans dat zij al met HPV in aanraking is gekomen redelijk groot. Heeft zij één seksueel contact gehad, dan is de kans dat vaccinatie ook dan nog helpt redelijk groot. Bij meer seksuele contacten wordt het onzeker of vaccinatie nog wel zin heeft.

Jongens worden niet ingeënt, omdat onduidelijk is of daardoor de kans op baarmoederhalskanker bij vrouwen vermindert. Als zij HPV hebben kunnen ze het virus overdragen.

Omdat de vaccinatie niet tegen alle soorten HPV beschermt, is het voor elke vrouw belangrijk om vanaf haar dertigste aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker mee te doen.

naar boven

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

Bij het bevolkingsonderzoek wordt eens in de vijf jaar een uitstrijkje gemaakt van de baarmoedermond. Als er bij het uitstrijkje kleine afwijkingen worden gezien, moet het uitstrijkje na zes maanden worden herhaald. Dan wordt het uitstrijkje getest op HPV. Door het bevolkingsonderzoek kan baarmoederhalskanker vroegtijdig worden opgespoord. U krijgt vanaf uw dertigste verjaardag iedere vijf jaar een uitnodiging. De laatste is als u zestig bent.

Zodra u de oproep (via de post) heeft ontvangen kunt u de praktijk bellen voor een afspraak.

naar boven

Medicijnen

Er zijn geen medicijnen tegen de virussen die baarmoederhalskanker veroorzaken.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Natuurlijk blijft het van belang dat vrouwen bij klachten onderzoek laten doen. Oók als ze gevaccineerd zijn of kort geleden een uitstrijkje hebben laten maken. Klachten zijn bijvoorbeeld:

- abnormale vaginale afscheiding of

- onverwacht vaginaal bloedverlies (zoals na het vrijen, tussen twee menstruaties of na de overgang).

Maak bij dit soort klachten een afspraak voor het spreekuur. We maken dan (opnieuw) een uitstrijkje en kijken of verder onderzoek nodig is.

Door de HPV-vaccinatie en het bevolkingsonderzoek maken we de kans op baarmoederhalskanker heel klein. Wordt baarmoederhalskanker in een vroeg stadium ontdekt, dan is het vaak nog goed te behandelen.

naar boven

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over de HPV-infectie en vaccinatie op www.prikenbescherm.nl.

Op www.bevolkingsonderzoeknaarbaarmoederhalskanker.nl vindt u informatie over HPV, het uitstrijkje en baarmoederhalskanker.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Encyclopedie over baarmoederhalskanker

Medische encyclopedie

Cervixkanker; een kwaadaardig gezwel aan de baarmoederhals (cervix)

Baarmoederhalskanker is een van de meest voorkomende kankersoorten bij vrouwen. In Nederland wordt de diagnose jaarlijks bij circa 1200 vrouwen gesteld. Baarmoederhalskanker is een van de weinige soorten kanker die soms kan worden voorkomen door regelmatige controle voordat er symptomen zijn. Meestal ontwikkelt de kanker zich langzaam. In het voorstadium veranderen de cellen in de baarmoederhals zich langzaam van licht tot extreem afwijkend; deze aandoening heet ook wel dysplasie (Dysplasie van de baarmoedermond). De veranderingen komen aan het licht bij een uitstrijkje (Het uitstrijkje (Pap-test) (test)), waardoor de behandeling al vroeg kan starten.

De oorzaken

De oorzaken van baarmoederhalskanker zijn onduidelijk, maar het heeft wel te maken met veranderingen in de cellen door infecties met bepaalde typen van het humaan papillomavirus (HPV). Andere typen veroorzaken genitale wratten. Dit virus is seksueel overdraagbaar. Het risico van baarmoederhalskanker is hoger als men op jonge leeftijd seks zonder condoom heeft gehad of met veel wisselende partners, maar ook met een partner die op zijn beurt veel wisselende seksuele contacten zonder condooms heeft gehad. Roken is ook een risicofactor. Vrouwen met een verminderde weerstand of die immunosuppressiva slikken, lopen een hoger risico.

De symptomen

Het belangrijkste symptoom van baarmoederhalskanker is bloedverlies na de geslachtsgemeenschap. Naarmate de kanker verder groeit, kunnen de symptomen zijn:

  • Een waterige, bloederige en vies ruikende afscheiding uit de vagina;
  • Pijn in het bekken;
  • Hevig bloedverlies tijdens en na het vrijen.

Als de kanker niet wordt behandeld, is uitbreiding mogelijk naar de baarmoeder en voorts naar de lymfklieren in het bekken, en doorgroei naar de blaas en de endeldarm. Uiteindelijk kunnen ook andere delen van het lichaam, zoals de lever en de longen, aangetast raken.

De diagnose

Als uw arts vermoedt dat u baarmoederhalskanker hebt, zal deze een colposcopie (zie Colposcopie) doen om de baarmoederhals met behulp van de colposcoop, een soort microscoop, te kunnen bekijken en op afwijkende plekken te controleren. Er zal weefsel worden weggenomen en door de patholoog op kankercellen worden onderzocht.

Als er baarmoederhalskanker wordt vastgesteld, volgt er nader onderzoek om te kijken hoe ver de kanker is uitgebreid. Dit gebeurt allereerst met een uitgebreid gynaecologisch onderzoek, soms onder narcose. Daarna volgen onderzoek van de blaas en de nieren, een röntgenfoto (Röntgenopname (test)) van de borstkas om de longen te bekijken, bloedonderzoek en een CT-scan van de buik om lymfeklieren en de lever te beoordelen.

De behandeling

De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte en van uw individuele omstandigheden. Als de kanker alleen in de baarmoederhals zit, u nog kinderen wilt en het kankergezwel nog microscopisch klein is, kan men volstaan met een conisatie. Daarbij wordt alleen een kegelvormig weefstuk met het aangedane weefsel van de baarmoedermond verwijderd. De standaardbehandeling is een radicale baarmoederverwijdering (Baarmoederverwijdering (behandeling)), waarbij niet alleen de baarmoeder in zijn geheel wordt verwijderd, maar ook het omringende bindweefsel en de lymfklieren in het kleine bekken. Bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, laat men zo mogelijk de eierstokken zitten, om een voortijdige overgang te voorkomen. Na een operatie is soms aanvullende radiotherapie (bestraling) aangewezen. Ook is radiotherapie soms de eerst aangewezen therapie. Baarmoederhalskanker reageert daar in het algemeen goed op (Radiotherapie (bestraling) (behandeling)). Behandeling met chemotherapie, soms gecombineerd met hyperthermie (sterk verhoogde temperatuur) is een nieuwe behandelwijze die voor sommige vrouwen geschikt is.

De prognose

Als de baarmoederhalskanker vroeg wordt herkend en behandeld, herstellen bijna alle vrouwen volledig. Een radicale baarmoederverwijdering veroorzaakt gewoonlijk meer blijvende, hinderlijke klachten, vooral over de blaas en het plassen, dan een gewone baarmoederverwijdering. Ook bestraling geeft soms blijvende klachten, vooral van de darmen.

Baarmoederhalskanker
Deze gekleurde MRI van het bekken toont een grote tumor op de baarmoederhals, vlak achter de blaas.
Baarmoederhalskanker
  1. Heupgewricht
  2. Blaas
  3. Kwaadaardige tumor

Risicofactoren

Leeftijd
Komt vooral voor tussen 25 en 65 jaar
Geen factor van betekenis
Leefwijze
Seks zonder condoom op jonge leeftijd, seks met wisselende partners zonder condooms, seks met een partner die veel wisselende contacten heeft gehad, en roken vormen risicofactoren
Erfelijkheid
Geen factor van betekenis

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.