Huidkanker, meestal in delen van de huid die aan de zon zijn blootgesteld; zaait zich zelden of nooit uit
De meest algemene vorm van huidkanker, basaalcelcarcinoom, is ook de minst gevaarlijke, omdat de cellen zich bijna nooit uitzaaien. Deze kanker moet echter wel worden behandeld. De tumor geneest niet vanzelf, hij wordt langzaam groter en kan de omliggende huid, bind- en botweefsel aantasten en uiteindelijk zelfs helemaal verdringen.
Basaalcelcarcinoom kenmerkt zich door een parelmoerachtig glanzend plekje dat over het hele lichaam kan voorkomen. Meestal zit het op het gezicht en vaak bij het oog, het oor of op de neus. Een plat rood-schilferend type kan op de romp voorkomen. De aandoening wordt meestal veroorzaakt door blootstelling aan sterk zonlicht, waardoor de cellen vlak onder het huidoppervlak worden beschadigd. Mensen boven de veertig jaar met een lichte huid zijn het gevoeligst. Men kan het risico beperken door niet lang in de zon te zijn en de huid te beschermen.
Een basaalcelcarcinoom ontwikkelt zich langzaam, in de loop van maanden of jaren. Kenmerkende symptomen zijn:
- een klein, pijnloos knobbeltje met een glad oppervlak, zichtbare bloedvaatjes, een roze tot bruingrijze kleur en een parelmoerachtige, glazige rand;
- het knobbeltje wordt langzaam groter en vormt een kuiltje met verhoogde randen.
Een basaalcelcarcinoom kan er ook uitzien als een oppervlakkig zweertje dat af en toe spontaan bloedt of zomaar korstjes vormt. Als u merkt dat een knobbeltje groter wordt of u een wondje hebt dat niet geneest, is het verstandig naar uw huisarts te gaan.
Als de arts een basaalcelcarcinoom vermoedt, zal hij een biopsie nemen om de diagnose te bevestigen. Soms wordt het gezwel, als het klein is, in één keer meteen geheel verwijderd. Ook dan wordt het weefsel nog in het laboratorium nagekeken door een patholoog.
Uitgangspunt bij de behandeling is dat het gezwel volledig (radicaal) wordt verwijderd, waardoor de kans op nieuwe groei na verwijdering (een zogenoemd recidief) zo klein mogelijk is. Daarbij wordt gestreefd naar een zo klein mogelijk litteken. Meestal zal een basaalcelcarcinoom onder plaatselijke verdoving chirurgisch worden weggesneden (excisie). Hierbij wordt een randje gezonde (enkele millimeters) huid meegenomen.
Andere mogelijke behandelingen in willekeurige volgorde zijn: Radiotherapie (bestraling), vooral toegepast bij tumoren in het gezicht en rond of op het oor, cryochirurgie (bevriezing met vloeibare stikstof), wegschrapen + wegbranden (curretage + electrocogulatie) (minder geschikt) en Mohs micrografische chirurgie. Dat is een techniek waarbij de tumor als het ware wordt afgeschild en elk reepje afzonderlijk onder de microscoop wordt bekeken totdat men zeker weet dat de tumor overal is verwijderd. Dat gebeurt vooral bij een basaalcelcarcinoom op een ongustige plek (zoals in het gezicht) of bij recidief tumoren.
Als er veel weefsel is weggenomen, volgt soms een huidtransplantatie of -plastiek. Imiquimod (Aldara) en 5-fluorouracil (Efudix) crème en fotodynamische therapie worden alleen toegepast bij oppervlakkige basaalcelcarcinomen. Fotodynamische therapie bestaat uit het aanbrengen van een speciale chemische verbinding (meestal aminolevuline zuur) die op zichzelf geen schade veroorzaakt, maar dat wel doet na belichting met licht. De stof wordt aangebracht op de actinische keratosen, en wordt vooral opgenomen in delende cellen. De volgende dag wordt het gebied belicht met een speciale lamp, waarbij alleen de afwijkende cellen, die de stof hebben opgenomen, worden vernietigd.
In de meeste gevallen is het basaalcelcarcinoom definitief weg na de behandeling. In circa 4 tot 10 procent van de gevallen komt de tumor na de eerste behandeling op dezelfde plek op de huid weer terug. Het is dan ook verstandig dat u onder controle blijft bij de dermatoloog. Als u eerder een basaalcelcarcinoom hebt gehad, is de kans groter dat u op andere delen van het lichaam opnieuw dergelijke vormen van huidkanker krijgt. Dat gebeurt bij ongeveer 25 procent van de mensen. Het is verstandig dat u zichzelf regelmatig onderzoekt of laat onderzoeken, om een eventueel nieuw gezwel zo vroeg mogelijk te kunnen behandelen.
- Basaalcelcarcinoom
- De roze, oppervlakkige zweer met verhoogde, parelmoerachtige rand en korstje in het midden is een onbehandeld basaalcelcarcinoom.
- Leeftijd
- Zeldzaam onder 40 jaar; neemt daarna toe met de leeftijd
- Geslacht
- Meer bij mannen dan bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Mensen met een lichte huid lopen meer risico
- Leefwijze
- Blootstelling aan de zon en gebruik van een zonnebank zijn risicofactoren