Bevalling

Artikelen over bevalling

De bevalling

Patiëntenbrief

Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken. De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.Plaats van de bevalling

Als de zwangerschap normaal verloopt en er geen bijzonderheden zijn geweest bij een vorige bevalling, kunt u in overleg kiezen of u thuis bevalt of in het ziekenhuis.

Voorbereiding

Als u thuis wilt bevallen, heeft u het volgende nodig:

  • een kraampakket (verkrijgbaar bij uw drogist of apotheek, of via uw verzekeraar) met daarin: plastic zeil, zes celstofonderleggers, zes steriele gaasjes (10 x 10 cm.); twee pakjes steriele gaasjes (zestientjes), twee pakken kraamverband en een navelklem;

  • hydrofiele of moltonluiers;

  • een goedgekeurde metalen kruik met kruikenzak;

  • twee vuilniszakken;

  • twee emmers;

  • bedverhogers (bij de thuiszorg verkrijgbaar);

  • een po of ‘ondersteek’ (bij de thuiszorg verkrijgbaar);

  • een verplaatsbare lamp.

Hoe merkt u dat de bevalling begint?

De bevalling begint wanneer er wat bloederig slijm uit de vagina komt (het tekenen), de vliezen breken of de weeën beginnen.

Het tekenen

Het ‘tekenen’ is het verliezen van een beetje taai en bloederig slijm uit de vagina. Tijdens de zwangerschap zit dit slijm (de ‘slijmprop’) voor de baarmoedermond. Het tekenen kan enkele dagen of uren voor de bevalling optreden of pas later tijdens de weeën. Als u nog geen weeën voelt, kunt u gerust afwachten en doorgaan met uw dagelijkse bezigheden.

Het breken van de vliezen

Wanneer u vruchtwater uit de vagina verliest, zijn de vliezen gebroken. Dat kan ‘s nachts gebeuren, dus bescherm uw matras. Als u nog geen weeën voelt, kunt u gerust afwachten. Het kan nog uren duren voordat de weeën op gang komen. Vaak breken de vliezen nadat de weeën zijn begonnen.

Let op de kleur van het vruchtwater. Probeer eventueel wat vruchtwater in een glas op te vangen. Normaal is het helder, wittig of roze, met wat witte vlokjes (huidsmeer van de baby). Als het vruchtwater geelgroenig is, moet u direct contact opnemen. Geelgroen vruchtwater ontstaat als de baby in het vruchtwater poept. Dat kan betekenen dat uw kind het benauwd heeft.

Tijdens de zwangerschapscontrole hoort u of uw kind is ingedaald. Bel direct naar de praktijk als de vliezen breken terwijl uw kind nog niet is ingedaald. In de tussentijd kunt u het beste op bed gaan liggen.

Weeën

Weeën zijn samentrekkingen van de baarmoeder die regelmatig optreden (om de paar minuten). Als de weeën steeds vaker komen en krachtiger en pijnlijker worden, is de bevalling begonnen.De ‘harde buiken’ die u soms bij inspanning voelt, zijn geen weeën.

Hoe meer u zich op uw gemak voelt, hoe beter u de weeën kunt opvangen. Zorg dus voor een rustige omgeving. Zoek welke houding het prettigst is en probeer tussen de weeën te ontspannen. Een warme douche kan daarbij helpen. Als de vliezen niet gebroken zijn, kunt u ook een warm bad nemen.

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met de praktijk:

  • wanneer de weeën gedurende een uur met tussenpozen van drie tot vijf minuten komen;

  • als de vliezen zijn gebroken.

Als u twijfelt of vragen heeft, mag u ook eerder bellen.

Bel direct, ook ‘s nachts of in het weekend:

  • als het vruchtwater geelgroenig is;

  • als de vliezen breken terwijl het kind nog niet is ingedaald; ga op bed liggen;

  • als u veel bloed verliest (een beetje bloederig slijm is normaal);

  • als de bevalling begint vóór de 37e week van uw zwangerschap.

De bevalling

De bevalling verloopt in drie stappen: eerst gaat de baarmoedermond open (de ontsluiting), dan wordt het kind geboren (de uitdrijving), vervolgens worden de placenta en de vliezen uitgestoten (de nageboorte).

De ontsluiting

De weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond zich opent. Meestal duurt dit vier tot vierentwintig uur. Als de baarmoedermond helemaal open is, bij een opening van tien centimeter, spreken we van ‘volledige ontsluiting’.

De uitdrijving

Als de baarmoeder helemaal open is, voelt u een toenemende druk en krijgt u drang om te persen. Tijdens de weeën perst u mee om het kind geboren te laten worden. Probeer tussen de weeën te ontspannen. De periode tussen het moment dat u mag persen tot aan de geboorte duurt meestal niet langer dan een uur. Als het nodig is, wordt op het laatst de vaginarand een stukje ingeknipt, zodat de baby makkelijker geboren wordt.

De nageboorte

Nadat de baby is geboren, laat de placenta los. Door samentrekkingen van de baarmoeder (naweeën) wordt de placenta ‘geboren’. Soms wordt u gevraagd hierbij nog even mee te persen. Soms krijgt u een injectie in uw been om het bloedverlies te beperken.

Afnavelen

Na de geboorte wordt de navelstreng, die baby en placenta verbindt, afgeklemd en doorgeknipt. De baby wordt in een doek gewikkeld en op uw buik gelegd.

Hechten

Als uw vagina is ingeknipt, wordt de wond gehecht. U krijgt dan eerst een injectie om de huid te verdoven. Soms zijn er scheurtjes in de schaamlippen of in de vagina ontstaan die ook worden gehecht.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

Medische encyclopedie

De bevalling beslaat het hele proces van de geboorte, van de eerste samentrekkingen (contracties) van de baarmoeder tot het uitdrijven van de baby en de placenta. Een bevalling duurt bij een eerste zwangerschap gemiddeld 12 uur, maar soms ook langer of korter. Bevallingen bij volgende zwangerschappen gaan over het algemeen sneller.

In Nederland hebben de meeste vrouwen de overtuiging dat een bevalling een ‘klus’ is die ze met steun van hun partner en hun verloskundige of arts goed kunnen klaren. Als de zwangere gezond is en de zwangerschap probleemloos is verlopen, kan ze zonder medische indicatie thuis of in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de verloskundige of huisarts bevallen. Doen zich tijdens de bevalling problemen voor, dan zal alsnog verwijzing naar de gynaecoloog plaatsvinden. In alle overige situaties zal men in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog bevallen.

Eerst wordt de abnormale ligging besproken. Als de foetus een abnormale ligging heeft, betekent dit dat de foetus niet in de normale positie in de baarmoeder ligt, die het gemakkelijkst is voor de uitdrijving. Hierna worden complicaties bij de bevalling besproken die er meestal toe leiden dat de bevalling niet zo vlot verloopt als men hoopt.

Daarna volgen twee relatief zeldzame aandoeningen, onder andere foetale nood (‘zuurstoftekort’), optredend wanneer de foetus niet genoeg zuurstof krijgt. Dit kan in elk stadium van de zwangerschap gebeuren, maar doet zich vaker voor tijdens de bevalling.

ANATOMIE

ANATOMIE
  1. Placenta
  2. Navelstreng
  3. Baarmoeder
  4. Rectum
  5. Verwijde baarmoederhals
  6. Vagina
  7. Blaas
  8. Foetus

Zie Zwangerschap en Bevalling voor meer informatie over zwangerschap en de fasen van een bevalling.

Medische encyclopedie

Hoewel een bevalling voor de meeste vrouwen een blijde gebeurtenis is, kan deze ingrijpende ervaring ook gepaard gaan met minder positieve kanten. Het lichaam moet zich na de bevalling herstellen, soms is er een periode van pijn van een knip of een scheur, borsten kunnen klachten geven, de nachtrust wordt de eerste weken gestoord en er zijn stemmingswisselingen.

Zodra de baby en de placenta zijn geboren, begint de baarmoeder te krimpen, tot hij weer de grootte heeft van vóór de zwangerschap. Dit duurt ongeveer zes weken. Het kan echter een paar maanden duren voordat de buikspieren weer zijn aangesterkt en het lichaamsgewicht weer terug is op het oorspronkelijke gewicht. Vaak zijn hiervoor buikspieroefeningen, lichaamsbeweging (sport) en soms een dieet noodzakelijk. Probeer echter niet af te vallen zo lang u borstvoeding geeft. De borsten blijven tijdens het voeden groot en krijgen pas weer hun normale grootte na het stoppen van de borstvoeding.

Dit hoofdstuk begint met postpartumbloeding – hevig vloeien na de bevalling of in de eerste weken daarna. Vervolgens wordt de depressiviteit die kan voorkomen na de geboorte van een baby besproken, die kan variëren van lichte babyblues (die bijna elke moeder heeft) tot een meer ernstige depressie waarvoor vaak hulp nodig is, en een postpartumpsychose, waarbij opname noodzakelijk is. Het hoofdstuk eindigt met borstaandoeningen die na de bevalling kunnen optreden, vaak in combinatie met het geven van borstvoeding.

ANATOMIE

ANATOMIE
  1. Rectum
  2. Baarmoederhals
  3. Vagina
  4. Blaas
  5. Baarmoeder na bevalling
ANATOMIE
  1. Melkklier
  2. Tepelhof (areola)
  3. Melkbuisje
  4. Tepel

Zie Zwangerschap en Bevalling voor meer informatie over de lichamelijke veranderingen tijdens en na een normale zwangerschap.

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.