Kwaadaardige of niet-kwaadaardige nieuwvormingen in de blaaswand
Tumoren in de blaas kunnen kwaadaardig of niet-kwaadaardig zijn. Niet-kwaadaardige tumoren komen zelden voor en met name onder de 20 jaar. De meeste tumoren beginnen als oppervlakkige, wratachtige gezwellen, die vanuit de blaaswand de blaas ingroeien. Blaastumoren komen ongeveer drie keer zoveel voor bij mannen als bij vrouwen.
Roken verhoogt de kans op blaaskanker. Vroeger kwam blaaskanker vaker voor bij mensen die in de rubberproductie werken of industriële verfstoffen of oplosmiddelen gebruiken (deze stoffen zijn inmiddels verboden). Deze mensen zijn mogelijk gevoeliger voor tumoren omdat ze met kankerverwekkende stoffen omgaan, die in het lichaam worden opgenomen en met de urine worden uitgescheiden. Hierdoor komen de kankerverwekkende stoffen in aanraking met de blaaswand, waar ze de groei van afwijkend weefsel kunnen veroorzaken. In de meeste gevallen wordt geen oorzaak van blaastumoren gevonden. Wellicht is de aandoening erfelijk. In Egypte is een parasitaire infectie met schistosomiasis vaak de oorzaak van blaastumoren.
Blaastumoren veroorzaken eerst nog geen klachten, maar later kunnen wel de volgende klachten optreden:
- bloed in de urine;
- (zelden) moeilijk kunnen plassen.
Grote tumoren kunnen de ureteren (de afvoerbuisjes van de nieren) verstoppen, waardoor één of beide nieren kunnen beschadigen. Zonder behandeling kan een blaastumor zich in het omliggende weefsel, bijvoorbeeld de darmen, uitbreiden (doorgroei). Kwaadaardige cellen kunnen zich via de lymfvaten of bloedstroom ook naar ander lichaamsweefsel verspreiden (uitzaaien naar lymfeklieren en organen, zoals longen en hersenen).
Uw huisarts zal vermoedelijk een urinemonster in een laboratorium laten onderzoeken op bloedcellen. Uw huisarts zal u ook doorverwijzen naar een uroloog die een cystoscopie zal uitvoeren, een kijkonderzoek van de blaas. Intraveneuze urografie, of CT-scanning kunnen worden gebruikt om de nieren en andere urinewegen in beeld te brengen en afwijkingen vast te stellen.
Als er een tumor wordt gevonden, kan men via een operatie via de plasbuis een biopsie van de tumor nemen en/of de tumor weghalen. Oppervlakkig tumorweefsel kan worden nabehandeld met medicijnen die door een katheter direct in de blaas worden gebracht. Als de tumor erg groot is of zich diep in het spierweefsel van de blaas heeft verspreid, kan een buikoperatie nodig zijn om de tumor met een deel van de blaaswand te verwijderen. Vaak moet de hele blaas worden verwijderd. Een stoma is dan noodzakelijk. Soms is het mogelijk om een nieuwe blaas te maken van een stuk van de darm. Bestraling en een chemokuur kunnen nodig zijn bij tumoren die moeilijk door middel van een operatie te behandelen zijn.
Blaastumoren die in een vroeg stadium worden ontdekt, kunnen gewoonlijk met succes worden behandeld. Daarna zult u vaak levenslang onder controle moeten blijven, omdat zich gemakkelijk nieuwe tumoren kunnen ontwikkelen. Deze nieuwe tumoren moeten worden behandeld voordat ze te uitgebreid worden en kunnen uitzaaien. Stoppen met roken verkleint de kans op een blaastumor aanzienlijk. Als u eenmaal een blaastumor hebt gehad, dan wordt de kans op een herhaalde blaastumor kleiner als u stopt met roken.
- Leeftijd
- Zeldzaam beneden 40 jaar; komen vaker voor naarmate de leeftijd toeneemt
- Geslacht
- Komen meer voor bij mannen
- Leefwijze
- Vooral roken is een risicofactor
- Erfelijkheid
- Zou een belangrijke factor kunnen zijn