Hevig bloedverlies, onmiddellijk na de bevalling of in de eerste paar weken daarna
Bijna alle vrouwen vloeien de eerste drie of vier dagen na de bevalling wel wat, en de meesten hebben tot zes weken daarna wat bloedverlies. Men spreekt van een postpartumbloeding als de vrouw snel na de bevalling meer dan 1000ml bloed verliest.
Na de geboorte van de baby laat de placenta gewoonlijk van de baarmoederwand los en wordt via de vagina uitgedreven. De plek waar de placenta vastzat, blijft bloeden tot de bloedvaten in de baarmoederwand door de sterke samentrekkingen van de baarmoeder zich sluiten. De bloeding kan ook uit baarmoederhals of vagina afkomstig zijn. De meeste bloedingen, vooral als ze ernstig zijn, komen uit de baarmoeder.
Een dergelijke bloeding treedt bij één op de vijftig bevallingen op, meestal direct erna. Bij slechts enkele vrouwen gebeurt dit meer dan een dag na de bevalling. Hoewel een ernstige bloeding levensbedreigend kan zijn voor de moeder, komt dat bijna niet meer voor doordat de shock met een infuus kan worden bestreden, er diverse medicijnen zijn die de baarmoeder beter laten samentrekken, de baarmoeder kan worden gecontroleerd op een stukje achtergebleven placenta en er bij levensbedreigende bloedarmoede een bloedtransfusie kan worden gegeven.
Meestal treedt de bloeding op doordat de baarmoeder niet genoeg samentrekt om de bloedvaten dicht te laten gaan. Dit kan komen doordat de spieren van de baarmoeder na een lange bevalling oververmoeid zijn, doordat de baarmoeder overmatig is uitgerekt door een meerling (zie Problemen bij meerlingzwangerschap), door erg veel vruchtwater (zie Polyhydramnion) of door een grote baby.
De samentrekking van de baarmoeder kan ook moeilijk verlopen doordat er een goedaardige tumor in zit (zie Vleesbomen) of doordat de placenta na de bevalling geheel of gedeeltelijk in de baarmoeder achterblijft. Soms is het zo dat de samentrekkingen door de algehele narcose voor een keizersnede niet krachtig genoeg zijn. Een vroege postpartumbloeding kan ook optreden als de placenta onder in de baarmoeder zat (Placenta praevia). De onderste spieren trekken dan niet genoeg samen om de bloeding te stelpen.
Minder vaak is de oorzaak een scheur in de baarmoederhals of vagina. De oorzaak van een late bloeding is meestal dat er een stuk van de placenta in de baarmoeder is achtergebleven of een infectie.
Het belangrijkste symptoom van een vroege bloeding is een hevige helderrode bloeding uit de vagina, kort na de bevalling. Een late bloeding kan vanaf 24 uur na de bevalling tot zes weken erna optreden. De symptomen daarvan kunnen zijn:
- plotselinge hevige bloeding, helderrood van kleur;
- pijn in de onderbuik;
- koorts.
Een plotselinge, hevige bloeding kan tot een shock leiden. Een dergelijke bloeding treedt bijna altijd op kort na de bevalling. Krijgt u zo’n bloeding thuis, dan zal de verloskundige of arts direct moeten handelen.
Als u nog niet in het ziekenhuis bent, zal men u meteen opnemen. Uw pols en bloeddruk worden gecontroleerd om te kijken of er sprake is van een shock. Als het een vroege bloeding is, zal uw arts door de buik heen naar de baarmoeder voelen om te kijken of de baarmoeder is samengetrokken en de placenta controleren om te kijken of die compleet is. Als de baarmoeder wel samentrekt, maar de bloeding niet ophoudt, zal men via de vagina de baarmoederhals en vagina onderzoeken. Dit kan onder algehele narcose of verdoving met een ruggenprik gebeuren.
Bij een bloeding zal uw arts een echo maken, abdominaal (via de buik) of vaginaal, om te kijken of er een stuk placenta in de baarmoeder is achtergebleven. Eventueel wordt een kweek gemaakt om te controleren of er sprake is van een infectie.
Is de bloeding het gevolg van een achtergebleven stuk van de placenta, dan zal dat door de gynaecoloog worden verwijderd. Dit gebeurt onder narcose of met een ruggenprik. Is het bloedverlies te wijten aan een scheur in baarmoederhals of vagina, dan wordt die gehecht.
Als een vroege bloeding het gevolg is van slecht samentrekken van de baarmoeder, krijgt u medicijnen om de baarmoeder beter te laten samentrekken. Soms zal de baarmoeder daarbij ook gemasseerd worden. Als dit niet helpt, krijgt u nog meer medicijnen om de baarmoeder te helpen samentrekken. Houdt de bloeding aan, dan is operatief ingrijpen geboden. Eerst zal men alsnog kijken of er placentaresten in de baarmoeder zijn achtergebleven. Eventueel brengt de arts een tampon in de baarmoeder in. Indien dat onvoldoende helpt, kunnen soms de bloedvaten naar de baarmoeder worden geemboliseerd (onder röntgendoorlichting worden er dan ‘propjes’ gebracht in de slagaders naar de baarmoeder, zodat de bloedtoevoer afneemt). In uitzonderlijke situaties is een operatieve verwijdering van de baarmoeder noodzakelijk.
Als een late bloeding het gevolg is van een infectie, krijgt u antibiotica voorgeschreven. Als de bloeding aanhoudt en ook niet op andere medicijnen reageert, wordt vaak een hysteroscopie gecombineerd met een curettage gedaan om de baarmoeder te onderzoeken en een eventueel achtergebleven stuk placenta te verwijderen. Bij een ernstige bloeding kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
- Leeftijd
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis