boulimia nervosa

Artikelen over boulimia nervosa

Encyclopedie over boulimia nervosa

Medische encyclopedie

Boulimia nervosa; vreetbuien, gevolgd door strategieën om gewichtstoename te voorkomen

Mensen met boulimie maken zich ernstig zorgen over hun gewicht, lichaamsvorm en zelfbeeld. In plaats van rustig te lijnen, hongeren ze zich een paar dagen uit en beginnen dan onbeheerst te eten, vooral dikmakers als ijs of chocola. Na de vreetbui proberen ze gewichtstoename te voorkomen, bijvoorbeeld door overgeven op te wekken, laxeermiddelen te nemen of overmatig te sporten.

Iemand met boulimie heeft meestal een normaal gewicht en het vreten en de maatregelen daarna geschieden in het geheim. De patiënt kan anorexia nervosa hebben, waarbij boulimie vooral in het begin van de stoornis tot de symptomen kan behoren. De aandoening komt, evenals anorexia nervosa, meer voor bij vrouwen en ontwikkelt zich meestal tussen achttien en dertig jaar. De ziekte komt meer voor in de midden- en hogere maatschappelijke klassen. De patiënt kan weinig zelfbeheersing en een lage eigendunk hebben en tot verslaving neigen. De vreetbuien kunnen door stress worden opgewekt.

De symptomen

Vreetbuien, die meestal in het geheim plaatsvinden, gevolgd door overgeven, kunnen zich een aantal malen per dag voordoen. Op den duur veroorzaakt boulimie psychische en lichamelijke symptomen. Tot de psychische symptomen behoren:

  • voortdurend naar eten snakken;
  • gevoel van geïsoleerdheid door het alleen en stiekem eten;
  • gevoelens van schuld en walging na de vreetbui.

Ook kunnen er symptomen van een depressie of angststoornis optreden. Tot de lichamelijke symptomen behoren:

  • Maagpijn en opgeblazenheid na een vreetbui;
  • Lichamelijke zwakheid;
  • Afbraak van het tandglazuur door het maagzuur in het braaksel;
  • Wonden op de knokkels door het met de vingers opwekken van overgeven;
  • Bloeden uit wonden in de slokdarm door het overgeven.

Boulimie leidt zelden tot groot gewichtsverlies. Herhaaldelijk overgeven kan echter tot uitdroging en chemische verstoringen in het bloed leiden, die soms in hartritmestoornissen resulteren.

De behandeling

Mensen met boulimie kunnen ontevreden over hun gedrag zijn en zelf hulp zoeken, of anders doet een familielid of vriend dit. De arts zal de ernst van de aandoening door gesprekken proberen vast te stellen. Hij let op tekenen van psychische problemen, zoals een depressie, angststoornis en verslaving, en kan bloedonderzoek laten uitvoeren.

De arts kan psychotherapie aanraden, bijvoorbeeld cognitieve therapie bij een therapeut die zich in eetstoornissen heeft gespecialiseerd. Het doel van de behandeling is de eigen- dunk te verbeteren en een verstandige benadering van eten en een regelmatig eetpatroon te bewerkstelligen. Er kunnen antidepressiva worden voorgeschreven, die positief kunnen werken, ook al is de patiënt niet depressief.

De prognose

Boulimie verdwijnt zelden spontaan. Vaak is er een kans op terugval na weken of maanden na de behandeling. Bij ongeveer 80 procent wordt de frequentie van de vreetbuien door therapie teruggedrongen.

Risicofactoren

Leeftijd
Ontstaat meestal in de jongvolwassenheid
De vreetbuien kunnen door stress worden opgewekt
Geen factor van betekenis
Geslacht
Komt meer voor bij vrouwen
Leefwijze
De vreetbuien kunnen door stress worden opgewekt
Erfelijkheid
Geen factor van betekenis

bulimia nervosa

Informatie van het Trimbos-instituut

Wat is boulimia nervosa?

Het meest kenmerkende van mensen met boulimia nervosa zijn hun eetbuien: ze werken een grote hoeveelheid voedsel naar binnen in korte tijd en ze hebben het gevoel dat te kunnen stoppen.

De stoornis wordt ook wel afgekort tot BN, of boulemie genoemd.

Samen met onder andere anorexia nervosa valt het onder de eetstoornissen.

Gaat het over?

Van de mensen met boulimia heeft na ruim een jaar 30% nog steeds boulimia, 35% heeft een andere stoornis, en 35% heeft geen eetstoornis meer. Na 5 jaar heeft 15% nog steeds boulimia, 35% een andere eetstoornis, en de helft geen eetstoornis meer. Vrijwel niemand met boulimia krijgt daarna anorexia.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer 22 duizend mensen in Nederland leden onlangs aan boulimia. Er komen er per jaar ongeveer 2200 bij. Het aantal mensen met boulimia neemt niet toe.

Boulimia komt veel vaker voor dan anorexia.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen van boulimia nervosa?

De volgende verschijnselen zijn kenmerkend voor mensen met boulimia nervosa:

  • Ze willen het opgegeten voedsel zo snel mogelijk weer kwijt raken. Ze willen namelijk niet dikker worden. Dit doen ze door over te geven (vinger in de keel), te vasten, laxeer- of plasmiddelen te nemen, klysma's te gebruiken, of door heel veel lichaamsbeweging.
  • Zowel het eten als het weer kwijtraken komt minstens twee keer per week voor, en dat minstens drie maanden lang.
  • Ze hebben vastomlijnde gedachten over hun lichaamsvormen en gewicht, en zijn daar in hun hoofd veel mee bezig.
  • Als ze tegelijkertijd anorexia nervosa hebben, dan zijn ze anorexia-patiënt.


naar boven

Hoe ontstaat boulimia nervosa?

Over oorzaken van boulimia valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: mensen lopen meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.

Geslacht en leeftijd

  • 90-95% van de mensen boulimia is vrouw.
  • Het komt vooral bij jonge vrouwen: van elke 1000 vrouwen tussen 15 en 30 jaar hebben er jaarlijks 15 boulimia.

Individuele kwetsbaarheid

  • Voor een deel is het erfelijk. Dit blijkt uit tweelingstudies.
  • Kinderen van ouders met boulimia hebben vier keer zo vaak boulimia als andere kinderen. Erfelijkheid speelt een rol, maar ook de omstandigheden in het gezin.
  • Mensen met boulimia hebben vaak een negatief zelfbeeld.
  • Het volgen van een dieet om af te vallen is een extra risico. Al krijgen veel mensen die gewoon lijnen geen eetstoornis.
  • Er zijn geen medische aandoeningen die meer kans op boulimia geven.

Omgeving

  • Hoge verwachtingen aan kinderen en problemen van ouders maken de kans op boulimia groter.
  • In steden komt boulimia vijf keer vaker voor dan op het platteland.

Levensgebeurtenissen

  • Negatieve jeugdervaringen (mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik) geven nauwelijks meer boulimia. Ze maken de stoornis ook niet ernstiger. Wel maken ze kans groter op bijkomende psychische stoornissen.

naar boven

Omgaan met boulimia nervosa: adviezen voor de cliënt

Adviezen voor de cliënt met boulimia nervosa:

  • Zorg dat u genoeg weet over boulimia . Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, er genoeg over weten.
  • Soms is er verschil tussen welke behandeling uw behandelaar wil en wat u zelf wil. Overleg hierover met hem.
  • U moet weliswaar zelf uw boulimia aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen: u moet het zelf doen, maar doe het niet alleen. Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa organiseert lotgenotencontact.
  • Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met boulimia. De ervaring leert dat het niet snel over gaat. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
  • Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.

naar boven

Omgaan met boulimia nervosa: adviezen voor betrokkenen

Adviezen voor familie en betrokkenen van patiënten met boulimia nervosa:

  • Zorg dat u genoeg weet over de boulimia en de mogelijke gevolgen.
  • De problemen en het bijbehorende gedrag komen voort uit de stoornis, zoals wisselende stemmingen, niet altijd eerlijk zijn over eten. Dat heeft dus zelden met u als familielid of huisgenoot te maken.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Ga mensen met boulimia niet dwingen tot een ander eetpatroon. Het helpt niet en het maakt het wantrouwen en de afstand eerder groter dan kleiner.
  • Ook al heeft iemand in uw omgeving boulimia, dat betekent niet dat u maar alles moet accepteren. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over boulimia of eetstoornissen te volgen.
  • Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt. Het leven met iemand met boulimia is vaak al moeilijk genoeg.
  • Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa of via Stichting Labyrint / In Perspectief.

Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.

  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.

Het komt geregeld voor dat iemand met boulimia geen hulp wil. Dit leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa of bij Stichting Labyrint / In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.

naar boven

Informatieverstrekking over boulimia nervosa

Uitgebreidere informatie op www.trimbos.nl: informatie voor professionals, onder andere over:

  • typen boulimia en onderscheid met anders stoornissen
  • verloop van de stoornis onder behandelde patiënten, en zaken die het verloop beïnvloeden
  • samengaan met andere psychische stoornissen
  • literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de 'Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen'. De Richtlijn is gemaakt voor professionals. De Richtlijnproducten kunt u bestellen bij het Trimbos-instituut.

naar boven

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.