Een gedragsstoornis waarbij het kind zich voortdurend op een asociale of hinderlijke manier gedraagt
De meeste kinderen zijn zo nu en dan wel eens ondeugend, en sommige kunnen opstandig worden, vooral als ze in de puberteit zijn. Men denkt pas aan een gedragsstoornis als een kind of adolescent zich voortdurend asociaal of storend gedraagt.
Veel kinderen met deze stoornis hebben geen onderscheid leren maken tussen goed en kwaad. Ze zijn vaak in een onstabiele gezinssituatie opgegroeid, met ruzies of geweld en met te weinig toezicht van de ouders. Kinderen met ADHD lopen een verhoogd risico om een gedragsstoornis te krijgen.
De stoornis komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Het asociale gedrag wordt naarmate de adolescentie nadert opvallender, en het kind kan dan agressief worden en gaan spijbelen. In sommige gevallen zal het kind alcohol of drugs gaan gebruiken of bij criminele activiteiten betrokken raken, zoals stelen, vandalisme, mishandeling en brandstichting. Kinderen met een conduct disorder hebben een lage eigendunk en kunnen moeilijk relaties aangaan.
De diagnose wordt meestal op basis van een psychiatrische onderzoek gesteld.
De behandeling is altijd op het hele gezin gericht. De therapie heeft als doel eventuele conflicten of spanningen binnen het gezin uit de wereld te helpen. De ouders wordt aangeraden goed gedrag aan te moedigen, en een agressief kind wordt geleerd zijn of haar woede te beteugelen en meer rekening met anderen te houden. Slechts bij één op de drie kinderen met een conduct disorder verbetert het gedrag. In de meeste gevallen blijft het asociale gedrag ook op volwassen leeftijd aanwezig.
- Leeftijd
- Komt vooral bij oudere kinderen en adolescenten voor
- Zit soms in de familie
- Een emotioneel onstabiele gezinssituatie vormt een risicofactor
- Geslacht
- Komt vaker voor bij jongens
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie
- Leefwijze
- Een emotioneel onstabiele gezinssituatie vormt een risicofactor