Diabetes

Risico op diabetes?

Patiëntenfolder

Wat is diabetes?

Diabetes is een ziekte waarbij te veel suiker (glucose) in uw bloed blijft zitten. Daarom wordt het ook wel suikerziekte genoemd. De meest voorkomende vorm is diabetes mellitus type 2. Deze ontstaat vooral na het 45e levensjaar, maar komt steeds vaker ook op jongere leeftijd voor. Een gezonde leefwijze kan voorkomen of uitstellen dat u diabetes krijgt.

naar boven

Waarom diabetes voorkomen?

Een te veel aan suiker in uw bloed hoeft niet meteen klachten te geven. Sommige mensen moeten veel plassen of krijgen last van dorst, moeheid, jeuk, slecht genezende wondjes of huidinfecties.

Na jaren kan diabetes schade veroorzaken aan de bloedvaten en het zenuwweefsel. Dan kunnen klachten optreden als slechter zien, pijn en tintelingen in uw armen en benen, loopproblemen en erectiestoornissen. Diabetes geeft meer kans op hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct of een beroerte.

naar boven

Waardoor ontstaat diabetes?

Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat de cellen in uw lichaam suiker (glucose) uit het bloed opnemen. Glucose is een brandstof voor de cellen en levert energie. Bij sommige mensen raken de cellen ongevoelig voor insuline en/of maakt het lichaam te weinig insuline aan. Dan blijft er te veel suiker in het bloed zitten.

naar boven

Wanneer heeft u risico op diabetes?

Iedereen kan diabetes krijgen. Wanneer u twee of meer van de volgende vragen met ja beantwoordt, is uw risico op diabetes verhoogd:

  • Bent u te zwaar?

  • Is de omvang van uw buik meer dan 94-102 cm (bij mannen) of meer dan 80-88 cm (bij vrouwen)?

  • Beweegt u te weinig? (beweeg tenminste een halfuur per dag zodanig dat u sneller gaat ademen).

  • Gebruikt u medicijnen voor een hoge bloeddruk?

  • Heeft u tijdens uw zwangerschap een te hoog glucosegehalte gehad?

  • Komt er in uw familie diabetes voor (bij een ouder, broer, zus of kind)?

  • Bent u van Hindoestaanse, Surinaamse, Marrokaanse of Turkse afkomst?

  • Bent u ouder dan 45 jaar?

Wilt u het precies weten? Doe dan de Diabetes Risico Test op www.kijkopdiabetes.nl.

naar boven

Wat kunt u er zelf aan doen?

Door gezond te leven kunt u voorkomen of uitstellen dat u diabetes krijgt. Wanneer u (al) diabetes heeft, helpen deze adviezen complicaties uit te stellen of te voorkomen:

  • Als u te veel weegt, probeer dan af te vallen. Een paar kilo minder is al beter voor uw gezondheid. Dit lukt vaak goed door gezond en niet te veel te eten en door meer te bewegen.

  • Eet gezond, gevarieerd en niet te veel. Per dag gemiddeld:

    • volkorenbrood: 4-7 sneetjes;

    • aardappelen, zilvervliesrijst, volkoren pasta, bonen, erwten, bulgur of couscous: 3-5 opscheplepels;

    • groente en rauwkost: 3-4 opscheplepels;

    • fruit: 2 vruchten;

    • zuivel: 400-500 ml magere melkproducten en 1 plak magere kaas (30+ en 20+ kaas);

    • mager vlees, vis (1 of 2 keer per week), kip, kalkoen, een ei (maximaal 3 keer per week), of vleesvervangers zoals tempe, tahoe of sojaproducten: 100-120 gram;

    • (dieet)margarine uit een kuipje, vloeibare bak- en braadproducten of olie: 20-35g (1 eetlepel is 15g);

    • drink ten minste 1,5 liter (8 tot 12 glazen, melkproducten inbegrepen), bijvoorbeeld water, thee of koffie zonder suiker, of light-frisdrank;

    • wees matig met suiker, zout en alcohol (niet meer dan twee glazen alcohol per dag en liefst niet elke dag).

  • Zorg dat u elke dag ten minste een halfuur actief beweegt, zodanig dat u sneller gaat ademen. Bijvoorbeeld stevig wandelen, fietsen, tuinieren, traplopen, zwemmen of dansen.

  • Stop met roken. Dit is belangrijk om uw risico op hart- en vaatziekten te verlagen.

naar boven

Wanneer naar de huisarts?

Ga naar de huisarts:

  • als u behoefte heeft aan begeleiding bij het opvolgen van de adviezen;

  • als u denkt dat u verschijnselen van diabetes heeft (veel plassen, moeheid, dorst);

  • als u een aantal kenmerken heeft die het risico op diabetes verhogen;

  • als u de Diabetes Risico Test heeft gedaan en leest dat u naar de huisarts moet gaan. Deze test staat op de website www.kijkopdiabetes.nl.

Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.

naar boven

Deze folder is tot stand gekomen in samenwerking met:

Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Op de website www.kijkopdiabetes.nl kunt u een test invullen: de Diabetes Risico Test. Deze geeft aan of u een verhoogd risico op diabetes heeft. U leest daar ook wat u eraan kunt doen en wanneer u naar de huisarts moet gaan.

naar boven

Patientenbrieven over diabetes

Patiëntenbrief

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus (kortweg diabetes) is een stoornis waarbij de hoeveelheid suiker in uw bloed te hoog is. Daarom spreekt men ook wel van suikerziekte.

naar boven

Glucose

Suiker in het bloed noemt men ook 'glucose'. Glucose komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten niet alleen in zoete producten zoals jam, limonade, koek en gebak maar bijvoorbeeld ook in brood, aardappelen en rijst.

naar boven

Insuline

Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose uit het bloed opnemen. Wanneer de hoeveelheid glucose in het bloed toeneemt, zorgt insuline ervoor dat de cellen meer glucose uit het bloed opnemen zodat het glucosegehalte niet te hoog wordt. Insuline wordt in de alvleesklier (pancreas) gemaakt. De alvleesklier ligt achter de maag.

naar boven

Hoe ontstaat diabetes?

Diabetes ontstaat door een tekort aan insuline, of doordat uw lichaamscellen minder gevoelig zijn geworden voor insuline. De cellen kunnen dan minder glucose uit het bloed opnemen. Daardoor wordt het glucosegehalte in het bloed te hoog.

naar boven

Er zijn twee vormen van diabetes:

  • bij type 1 diabetes maakt de alvleesklier nauwelijks insuline. Deze vorm komt vanaf de kinderleeftijd voor.

  • bij type 2 diabetes zijn de lichaamscellen minder gevoelig geworden voor insuline. Als reactie gaat de alvleesklier meer insuline aanmaken. Wanneer dat niet meer lukt, ontstaat er een tekort aan insuline. Het glucosegehalte in het bloed wordt dan te hoog. Deze vorm ontstaat meestal pas na het veertigste jaar, maar komt steeds vaker ook op jongere leeftijd voor, met name bij mensen die te dik zijn.

Vooral bij type 2 diabetes speelt erfelijkheid een rol. Als u van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Hindoestaanse afkomst bent, heeft u een verhoogd risico op diabetes type 2.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Mensen met een verhoogd glucosegehalte merken dat vaak niet. Sommigen krijgen klachten zoals veel moeten plassen, dorst en moeheid. U kunt last hebben van jeuk of slecht genezende wondjes en infecties van de huid. Diabetes kan op den duur problemen aan de ogen, de nieren, het zenuwweefsel en de bloedvaten veroorzaken. Daardoor kunnen klachten optreden als slechter zien, pijn en tintelingen in armen en benen, loopproblemen en seksuele stoornissen. Met diabetes heeft u meer kans op hart- en vaatziekten zoals angina pectoris (pijn op de borst), een hartinfarct of een beroerte.

naar boven

Adviezen

Een gezonde leefwijze is voor mensen met diabetes extra van belang. Dat betekent niet roken, gezond eten en regelmatig bewegen. Probeer overgewicht tegen te gaan door gezonde voeding en extra lichaamsbeweging.

naar boven

Medicijnen

Bij de behandeling van diabetes streeft men naar een normaal glucosegehalte van het bloed om de kans op klachten en latere gezondheidsproblemen te verminderen. Als u de genoemde adviezen opvolgt en uw glucosewaarden blijven toch te hoog, dan krijgt u tabletten om het glucosegehalte van uw bloed te doen dalen. Als deze onvoldoende helpen, dan zult u insuline moeten gaan gebruiken. Insuline wordt met een dun naaldje ingespoten.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Patiëntenbrief

Wanneer heeft u een verhoogd risico op diabetes?

Iedereen kan diabetes krijgen. Bij een aantal kenmerken en bij een ongezonde leefstijl is de kans hierop verhoogd: Bijvoorbeeld als u ouder bent dan 45 jaar, te dik bent en te weinig beweegt. Uw risico is ook verhoogd als in het verleden al een verhoogd glucosegehalte in uw bloed is vastgesteld. Verder speelt erfelijkheid een rol. Het risico op diabetes is hoger als diabetes in de familie voorkomt of als u van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst bent. Bent u van Hindoestaanse afkomst, dan heeft u al vanaf 35 jaar meer kans om diabetes te krijgen.

naar boven

Wat is diabetes?

Met diabetes bedoelen we hier diabetes mellitus type 2. Vroeger werd diabetes ook wel suikerziekte of ouderdomssuiker genoemd. Bij deze ziekte is het glucosegehalte (‘suikergehalte’) in uw bloed te hoog.

naar boven

Normaal glucosegehalte

Glucose komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten niet alleen in zoete producten, maar bijvoorbeeld ook in brood, aardappelen en rijst. Na het innemen van koolhydraten stijgt de hoeveelheid glucose in uw bloed. Bij suikers en frisdrank gaat dat snel, bij brood en rijst geleidelijk. Het hormoon insuline zorgt dat de cellen in uw lichaam glucose uit het bloed opnemen. Glucose is een brandstof voor de cellen en levert energie.

naar boven

Hoe ontstaat diabetes?

Diabetes ontstaat als de cellen in uw lichaam minder gevoelig worden voor insuline en de alvleesklier te weinig insuline aanmaakt. Uw lichaamscellen zijn dan niet meer in staat voldoende glucose uit het bloed op te nemen. Daardoor blijft te veel glucose in het bloed zitten. Diabetes ontstaat meestal pas na het veertigste jaar, maar komt steeds vaker ook op jongere leeftijd voor, vooral bij overgewicht. Dit heeft te maken met verkeerde leefgewoonten zoals te veel en ongezond eten en te weinig bewegen.

naar boven

Waarom diabetes voork?men?

Teveel glucose in het bloed hoeft niet direct klachten te geven. Sommigen krijgen last van vaak en veel plassen, dorst en moeheid, jeuk, slecht genezende wondjes en infecties van de huid. Na jaren kan schade ontstaan aan de ogen, de nieren, het zenuwweefsel en de bloedvaten. Daardoor kunnen klachten optreden als slechter zien, pijn en tintelingen in armen en benen, loopproblemen en erectiestoornissen. Diabetes geeft een verhoogde kans op hart- en vaatziekten met problemen als angina pectoris (pijn op de borst bij inspanning), een hartinfarct of een beroerte.

naar boven

Adviezen

Omdat u een verhoogd risico heeft om diabetes te krijgen, is het belangrijk maatregelen te nemen om deze ziekte en bijbehorende complicaties uit te stellen of te voorkomen. De volgende adviezen kunnen daarbij helpen:

Let op uw lichaamsgewicht

Als u te zwaar bent, zorg dan dat u in ieder geval niet verder aankomt. Daarvoor is het belangrijk dat u gezond eet en voldoende beweegt. Probeer bij overgewicht af te vallen. Afvallen is een lastige opgave. Toch zijn er veel mensen waarbij het lukt. Bij overgewicht is een gewichtsverlies van 5 tot 10% al beter voor uw gezondheid (voor uw glucose, uw cholesterol en uw bloeddruk).

Beweeg meer

Zorg dat u elke dag tenminste een half uur matig intensief beweegt. Bijvoorbeeld stevig wandelen, fietsen, zwemmen, tuinieren. De inspanning moet zo zijn dat u er sneller door gaat ademen. Begin rustig aan en bouw dit geleidelijk op. Het hoeft niet een halfuur achter elkaar. Ga ’s ochtends bijvoorbeeld 10 minuten fietsen, maak tussen de middag een wandelingetje en doe ’s avonds nog 10 minuten aan oefeningen. Neem vaker de trap in plaats van de lift, en de fiets in plaats van de auto. Als u wilt afvallen, moet u elke dag een uur of meer bewegen. Kies een vaste tijd voor uw extra lichaamsbeweging. Spreek af om samen met uw partner of een vriend/vriendin te gaan bewegen. Of schrijf u in bij een wandel-, fiets- of fitnessclub. Dan houdt u het gemakkelijker vol. Kijk bij de gemeente, het buurthuis of Stichting welzijn wat er bij u in de wijk georganiseerd wordt.

Eet gezond

Eet regelmatig (drie maaltijden en een aantal maal iets tussendoor) en gevarieerd, maar eet niet te veel.

Bij voorkeur vezelrijke en magere producten. Kies voor onverzadigde vetten in plaats van verzadigd vet (dat zit in boter, room, volle melk, kaas, snacks, koekjes en gebak; kijk hiervoor op de verpakking).

Dat betekent per dag gemiddeld:

  • volkorenbrood en aardappelen, zilvervliesrijst, volkoren pasta, bonen, erwten, bulgur of couscous: 4-7 sneetjes en 3-5 opscheplepels;

  • groente, salade en fruit: 3 - 4 opscheplepels en 2 vruchten;

  • zuivel: 400 – 500 ml magere melk(producten) en 1 plak magere kaas (30+ en 20+ kaas)

  • mager vlees, vis (1 of 2 keer per week), kip, kalkoen of vleesvervangers zoals tempe, tahoe, sojaproducten: 100-120 gram; of een ei (maximaal drie per week);

  • (dieet)margarine uit een kuipje, vloeibare bak- en braadproducten of olie: 20 – 35g (of 1 eetlepel); deze bevatten onverzadigde vetten.

  • drink ten minste 1,5 liter (of 8 tot 12 glazen, zuivel inbegrepen), bijvoorbeeld water, thee of koffie zonder suiker, light-frisdrank;

  • wees matig met suiker, zout en alcohol (niet meer dan twee glazen alcohol per dag en liefst niet elke dag).

naar boven

Andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten aanpakken

U heeft een verhoogde kans om diabetes en als gevolg daarvan ook hart- en vaatziekten te krijgen. Daarom is het voor u extra belangrijk andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten te verminderen:

  • Zorg voor een goede bloeddruk: als u gezond eet, meer beweegt en op uw lichaamsgewicht let, is dat niet alleen goed voor uw suiker maar ook voor uw bloeddruk. Als uw bloeddruk te hoog is, dan kunnen medicijnen helpen de bloeddruk te verlagen. Een goede bloeddruk geeft minder kans op hart- en vaatziekten.

  • Let op uw cholesterol Ook hier geldt: als u gezond eet, meer beweegt en op uw lichaamsgewicht let, is dat niet alleen goed voor uw suiker en bloeddruk, maar ook voor uw cholesterol. Daarmee wordt de kans op hart- en vaatziekten kleiner.

  • Stoppen met roken heeft geen invloed op diabetes, maar is de belangrijkste maatregel om uw risico op hart- en vaatziekten te verminderen.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Wanneer u de adviezen opvolgt, heeft u minder kans om diabetes te krijgen. Hierdoor heeft u ook minder kans op hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct of een beroerte. Probeer uw nieuwe levensstijl goed vol te houden. Maak het een onderdeel van uw dagelijks leven. Blijf bij uw nieuwe voedingspatroon en maak er een gewoonte van om meer te bewegen.

Omdat u een verhoogd risico heeft om diabetes te krijgen, is het aan te raden om eens per jaar het glucosegehalte in uw bloed, uw gewicht en uw bloeddruk te controleren. We bespreken dan opnieuw hoe het gaat. U kunt ook eerder een afspraak maken als u behoefte heeft aan begeleiding bij het opvolgen van de leefstijladviezen.

naar boven

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van de Nederlandse Diabetes Federatie over dit onderwerp: www.kijkopdiabetes.nl.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Medische encyclopedie

Het onvoldoende kunnen gebruiken van glucose door het lichaam als energiebron door een tekort aan het hormoon insuline en/of doordat het lichaam ongevoelig geworden is voor insuline. Hierdoor is de glucosespiegel in het bloed verhoogd

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een van de meest voorkomende chronische ziekten en treft ongeveer 6 procent van de Nederlandse bevolking. De ziekte wordt gekenmerkt door te veel glucose in het bloed. Glucose is de energiebron voor het lichaam. Glucose wordt tijdens de maaltijd uit de voeding opgenomen of wordt tijdens vasten door het lichaam zelf geproduceerd. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat glucose in verschillende cellen van het lichaam wordt opgenomen en dat de bloedspiegel van glucose niet te hoog wordt. Insuline zelf wordt door de alvleesklier geproduceerd. Bij mensen met (onbehandelde) diabetes mellitus stapelt de glucose zich echter op in het bloed, waardoor klachten ontstaan en organen beschadigd kunnen raken. Bovendien krijgt het lichaam onvoldoende energie om te kunnen leven. Doordat de glucose met de urine wordt uitgescheiden, ontstaan symptomen zoals overmatig urineren en erge dorst.

De behandeling is gericht op het weer zo normaal mogelijk krijgen van het glucoseniveau in het bloed. Gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en een normaal lichaamsgewicht zijn de hoekstenen van de behandeling. Andere mensen zullen echter medicijnen moeten slikken of met insuline moeten worden behandeld. Met deze maatregelen kunnen de meeste mensen een normaal leven leiden. De aandoening is gewoonlijk blijvend, en er is geen geneeswijze bekend.

Typen diabetes mellitus

Er zijn twee hoofdtypen diabetes, die als type 1 en type 2 bekend staan.

Diabetes mellitus type 1

Deze vorm van diabetes ontstaat als de alvleesklier veel te weinig of geen insuline aanmaakt. De aandoening ontwikkelt zich meestal in korte tijd in de jeugd of de puberteit (maar kan ook op latere leeftijd voorkomen) en wordt met insuline behandeld.

Diabetes mellitus type 2

Dit type komt veel vaker voor dan type 1. Bij deze aandoening maakt de alvleesklier wel insuline aan, maar is de werking van de insuline afgenomen: de lichaamscellen zijn resistent geworden voor insuline. De alvleesklier zal de verminderde werking proberen op te vangen door meer insuline te produceren, maar op een gegeven moment is dit onvoldoende en wordt de bloedglucosespiegel te hoog. Deze vorm treft vooral mensen ouder dan veertig jaar en mensen (ook jongeren) met overgewicht. De aandoening ontwikkelt zich langzaam en wordt vaak jarenlang niet opgemerkt. De behandeling bestaat uit een veranderd leefpatroon, al dan niet in combinatie met medicijnen (pillen) of insuline. Zwangerscahpsdiabetes Diabetes kan tijdens de zwangerschap ontstaan (Zwangerschapsdiabetes). Zwangerschapsdiabetes wordt gewoonlijk met insuline behandeld om moeder en baby gezond te houden. Zwangerschapsdiabetes verdwijnt meestal weer na de bevalling. Vrouwen die de aandoening hebben gehad, hebben later echter een grotere kans op het ontwikkelen van type 2-diabetes.

De oorzaken

Type 1-diabetes wordt gewoonlijk veroorzaakt door een abnormale lichaamsreactie waarbij het immuunsysteem de insulineproducerende cellen van de alvleesklier vernietigt. Het overige weefsel van de alvleesklier wordt hierbij niet aangetast. Waardoor deze reactie wordt uitgelokt, is nog onbekend, maar het kan een virusinfectie zijn. Bij sommige mensen worden de insulineproducerende cellen vernietigd na een ontsteking van de gehele alvleesklier (zie Acute alvleesklierontsteking).

Erfelijkheid kan ook een rol spelen, maar het patroon van de overerving is ingewikkeld. Een kind van iemand met type 1-diabetes heeft enigszins een verhoogd risico om type 1-diabetes te ontwikkelen. De meeste kinderen met diabetes hebben echter geen ouder met deze aandoening.

Bij het ontstaan van type 2-diabetes zijn overgewicht, weinig lichaamsbeweging en erfelijkheid belangrijke factoren. Ongeveer een van de drie mensen met deze aandoening heeft een familielid met dezelfde ziekte. Type 2-diabetes is een groeiend probleem in welvarende landen, waar steeds meer wordt gegeten en gezeten.

Diabetes kan ook worden veroorzaakt door het gebruik van corticosteroïden (Corticosteroïden) of door een te grote hoeveelheid door het eigen lichaam geproduceerde corticosteroïden (zie Syndroom van cushing, Syndroom van Cushing), die de werking van insuline remmen.

De symptomen

Hoewel sommige symptomen van beide typen diabetes overeenkomen, ontwikkelt type 1 zich over het algemeen sneller en zijn de symptomen duidelijker, al kunnen ze ook lijken op ouderdomsklachten. De symptomen van type 2 hoeven niet zo duidelijk te zijn en kunnen soms pas worden ontdekt bij een medische controle. De belangrijkste symptomen van beide typen zijn:

  • meer urineren, vaak ook ’s nachts;
  • dorst en een droge mond;
  • gebrek aan energie/moeheid.

Type 1-diabetes kan ook gewichtsverlies veroorzaken. Bij sommige mensen met type 1-diabetes is ketoacidose het eerste teken van de ziekte. Dit is een gevolg van insulinetekort in het lichaam waarbij giftige stoffen, ketonen, zich in het bloed ophopen. Deze stoffen worden aangemaakt als de lichaamsweefsels geen glucose uit het bloed kunnen opnemen door de onvoldoende productie van insuline, en vet moeten gebruiken als energievoorziening. Het kan ook voorkomen bij mensen met type 1-diabetes die te weinig insuline hebben gebruikt of die door een bijkomende ziekte tijdelijk meer insuline nodig hadden. De symptomen zijn:

  • misselijkheid en overgeven, soms met buikpijn;
  • diepe ademhaling;
  • de geur van aceton in de adem;
  • verwardheid.

Bij deze symptomen dient direct medisch te worden ingegrepen, omdat anders ernstige uitdroging en coma kunnen ontstaan. Hierbij worden in het ziekenhuis intraveneus (via een ader) vocht en insuline toegediend.

Complicaties

Diabetes kan complicaties geven op zowel korte als lange termijn. Problemen op korte termijn zijn meestal goed te bestrijden, maar die op lange termijn zijn moeilijker tegen te gaan; een complicatie zoals een hartinfarct kan tot de dood leiden.

Complicaties op korte termijn

Type 1-diabetes kan leiden tot ketoacidose (zie bij ‘Symptomen’).

Een veelvoorkomende complicatie bij beide typen diabetes is hypoglykemie. De oorzaak van hypoglykemie is vaak een onjuiste verhouding tussen wat wordt gegeten en de dosis insuline en is afhankelijk van de behandeling. Een andere oorzaak is het toenemen van het glucoseverbruik, bijvoorbeeld door lichamelijke inspanning, terwijl de insulinedosis niet is verminderd. Bovendien kan hypoglykemie optreden bij mensen met type 2-diabetes die tabletten tegen diabetes gebruiken, vooral bij de zogenoemde sulfonylureumderivaten (zie Geneesmiddelen bij diabetes mellitus, Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). Als deze medicatie niet wordt aangepast bij minder eten of extra lichamelijke inspanning, kan hypoglykemie optreden. Zonder behandeling kan hypoglykemie leiden tot bewusteloosheid en toevallen.

Complicaties op lange termijn

Een zo normaal mogelijke bloedglucosespiegel vermindert duidelijk de kans op deze complicaties, maar soms kunnen mensen die hun aandoening goed in de hand hebben, toch complicaties krijgen. Een vroege herkenning van een complicatie helpt bij de behandeling ervan. Daarom moeten alle mensen met diabetes minimaal vier keer per jaar een bezoek brengen aan hun behandelend arts (zie Leven met diabetes). Type 2-diabetes wordt vaak jarenlang niet opgemerkt, en de diagnose wordt daarom soms pas gesteld als zich complicaties voordoen.

Mensen met diabetes hebben een vergroot risico op hart- en vaatziekten), onder meer aderverkalking in de grote bloedvaten (zie Atherosclerose), met als gevolg een hartinfarct of beroerte. Bij mensen met diabetes komt een verhoogd cholesterolgehalte vaker voor, en ook verhoogde bloeddruk. Ook aantasting van kleinere bloedvaten komt voor, met onder meer vergrote kans op oogziekten zoals diabetische retinopathie en staar. Beschadiging van de bloedvaten van de zenuwen kan tot zenuwbeschadiging leiden, met als gevolg langzaam gevoelsverlies in voeten, benen en in handen en onderarmen. Symptomen kunnen zijn duizeligheid bij het gaan staan en impotentie bij mannen. Het verlies van het gevoel zorgt ervoor dat de benen en voeten gevoeliger worden voor zweren (zie Open been en gangreen.

Beschadiging van de kleine bloedvaten in de nieren (zie Diabetische nierziekte) kan leiden tot afname van de nierfunctie. Soms ontstaat een volledig verlies van nierfunctie, waardoor levenslang nierdialyse of een niertransplantatie nodig is.

De diagnose

De diagnose diabetes mellitus wordt gesteld als bij een bloedonderzoek een te hoog gehalte van glucose wordt vastgesteld. Mocht er twijfel bestaan of u nu wel of niet de ziekte hebt, dan kan het bloedonderzoek nuchter, ca. 2 uur na een maaltijd, worden herhaald.

De behandeling

Het doel van de behandeling is het verkrijgen en handhaven van een zo normaal mogelijke bloedglucosespiegel. Dit kan worden bereikt met dieetaanpassingen, een combinatie van aangepast dieet en insuline-injecties, of een aangepast dieet en pillen die het glucosegehalte in het bloed verlagen. De behandeling is gewoonlijk levenslang. Iedere dag zullen uw dieet en medicatie aan elkaar aangepast moeten zijn.

Type 1-diabetes

Deze vorm van suikerziekte wordt bijna altijd behandeld met insuline-injecties. Insuline is in verschillende vormen verkrijgbaar, namelijk snel werkende en langzaam werkende insuline, of een combinatie van die twee (zie Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). De insuline wordt meestal toegediend met behulp van een zogenoemd pensysteem, waardoor u de insuline snel en eenvoudig bij uzelf kunt toedienen. De behandeling moet op de persoon worden toegesneden. In Nederland wordt behandeling meestal gegeven door een team bestaande uit een internist, een diabetesverpleegkundige en een diëtiste. Uw behandelend arts zal met u overleggen welke behandeling voor u noodzakelijk is, en de diabetesverpleegkundige zal u leren hoe u uzelf moet injecteren (zie Injecteren van insuline). Ook leert u het glucosegehalte in uw bloed in de gaten te houden (zie Controleren van het glucosegehalte). De diabetesverpleegkundige, de diëtiste en de arts zullen u hierbij leren hoe u de insulinedosering moet aanpassen aan veranderingen in voeding, bij lichamelijke inspanning of een bijkomende ziekte, zoals griep (Griep). Als de ziekte met moeite in de hand te houden is, kunt u via uw arts een insulinepomp krijgen, waarmee insuline via een plastic naaldje dat in uw huid is aangebracht, wordt toegediend. De insuline kan ook via een katheter worden toegediend, een ijzeren naaldje dat u 1 keer per 2 tot 3 dagen zelf inbrengt.

De enige manier om type 1-diabetes te genezen is een alvleeskliertransplantatie, maar deze operatie wordt slechts zelden aangeboden, omdat het lichaam het nieuwe orgaan kan afstoten en daarom een levenslange behandeling met afstotingonderdrukkende middelen (Immunosuppressiva) noodzakelijk is. Sommige mensen krijgen echter tevens een alvleeskliertransplantatie als ze een niertransplantatie moeten ondergaan. Momenteel wordt er gewerkt aan een manier om alleen insulineafscheidende cellen te transplanteren, maar deze techniek verkeert nog in de experimentele fase.

Type 2-diabetes

Veel mensen met dit type diabetes kunnen het glucosegehalte in hun bloed weer (bijna) normaal krijgen door meer lichaamsbeweging, aangepaste voeding en door af te vallen bij overgewicht. Neem de algemene regels voor een gezond dieet in acht en vraag zo nodig advies aan een diëtist. Eet zo min mogelijk vet en zorg ervoor dat u uw energie uit complexe koolhydraten (zoals brood en rijst) haalt om schommelingen in uw glucosespiegel klein te houden. De verhouding tussen eiwitten, koolhydraten en vet moet tamelijk constant blijven, vooral als u medicijnen gebruikt.

Als u met uw dieet het glucosegehalte niet kunt reguleren, kan de arts u medicijnen voorschrijven (Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). Vermoedelijk zult u beginnen met het slikken van medicijnen die de alvleesklier stimuleren om insuline af te scheiden, of met medicijnen die de weefsels meer gevoelig maken voor insuline. Ook kunt u acarbose krijgen, dat de opname van glucose uit de darm vermindert. Deze verschillende medicijnen in tabletvorm kunnen ook gecombineerd worden gebruikt. Als tabletten niet helpen, kunt u insuline-injecties nodig hebben.

De prognose

Diabetes mellitus kan voortijdig overlijden tot gevolg hebben, vooral door hart- en vaatziekten. Echter, vorderingen bij het bepalen van het glucosegehalte in het bloed gecombineerd met een gezonde leefwijze hebben het in de hand houden van de ziekte gemakkelijker gemaakt; mensen met diabetes kunnen een normaal leven leiden. Er bestaan zelfhulpgroepen voor mensen met de ziekte. Via de Diabetesvereniging Nederland kunt u in contact komen met andere mensen met diabetes.

Risicofactoren

Erfelijkheid
Bij diabetes mellitus type 1 speelt erfelijke aanleg een beperkte rol. Bij type 2 is erfelijkheid wel van belang
Risicofactoren afhankelijk van type
Risicofactoren afhankelijk van type
Leeftijd
Risicofactoren afhankelijk van type
Geslacht
Risicofactoren afhankelijk van type
Leefwijze
Risicofactoren afhankelijk van type

Medische encyclopedie

Geneesmiddelen die het bloedsuikergehalte bij diabetes mellitus te reguleren

Veelgebruikte middelen

Insuline

Sulfonylureumderivaten

  • glibenclamide
  • gliclazide
  • glimepiride
  • tolbutamide

Overige antidiabetica

  • acarbose
  • metformine
  • pioglitazon
  • repaglinide
  • rosiglitazon

Bij suikerziekte (zie diabetes mellitus) is het bloedsuiker (‘glucose’)-gehalte te hoog. Insuline regelt het glucosegehalte in het bloed en in de cellen. Men onderscheidt twee typen diabetes mellitus: bij type 1 wordt te weinig insuline gemaakt door de alvleesklier; bij type 2 staan twee verschijnselen centraal: lever-, spier en vetweefsel zijn verminderd gevoelig voor de werking van insuline en de alvleesklier produceert te weinig insuline. Bij verminderde insulinegevoeligheid is vaak sprake van overgewicht. Vaak treden daarbij nog andere gezondheidsgevaren op, zoals hoge bloeddruk en afwijkingen in de bloedvetten. Bij de lichtere vormen van type 2-diabetes kan men volstaan met aanpassen van eetgewoonten, onder andere gericht op afvallen en meer bewegen.

Soorten

Bij type 1-diabetes worden altijd insuline-injecties gebruikt; bij de niet-insuline-afhankelijke diabetes (type 2) kunnen andere bloedglucoseverlagende middelen (‘orale antidiabetica’) worden gegeven. De bekendste hiervan zijn tolbutamide en glibenclamide en het biguanide metformine; veel minder gebruikt zijn acarbose, repaglinide, nateglinide, rosiglitazon en pioglitazon. Als orale middelen niet helpen, worden ook bij type 2-suikerziekte insuline-injecties gebruikt.

Insuline

Insuline-injecties worden bij type 1-suikerziekte gegeven om ontbrekend lichaamseigen insuline aan te vullen. Het toegediende insuline houdt het glucosegehalte van het bloed op een min of meer constant niveau met pieken na de maaltijden, want dan komt er veel glucose in het bloed. De diverse typen insulinen verschillen in werkingsduur en snelheid van werking. Zeer kort (2-5 uur) en snel (al na 15 minuten) werkend zijn insuline lispro, insuline glulisine en insuline aspart. Vervolgens zijn er kortwerkende insulinen (7-8 uur), het middellang werkende middel isofaan insuline (14-24 uur) en langwerkende insulinen zoals zinkinsuline, insuline detemir en insuline glargine, die ongeveer 24 uur werken. De kortwerkende insulinen kunnen worden ingespoten 15 tot 30 minuten voor een maaltijd om de hoge glucosespiegels die dan ontstaan op te vangen. De langwerkende insulinen worden één of twee keer per dag ingespoten. Veel patiënten gebruiken een combinatie van verschillende soorten.

Een arts of een diabetesverpleegkundige leert u hoe insuline moet worden ingespoten (zie ZELFHULP: Injecteren van insuline). Ook zullen zij tonen wanneer, hoe vaak en hoe het bloedglucosegehalte kan worden gemeten. Op deze wijze wordt u nauwkeurig ingesteld. Als in bijzondere gevallen bij type 1-diabetes het instellen niet lukt, kan worden overgegaan tot het dragen van een insulinepompje. Dit geeft dan naar behoefte de insuline variabel af.

Bij gebruik van insuline kan het bloedglucosegehalte ineens sterk dalen: er ontstaat een hypoglykemie. De symptomen waarop u moet letten zijn: trillen, zweten, hartkloppingen, een slap gevoel en angstgevoelens tot en met duizeligheid en flauwvallen. Bij een aanval van hypoglykemie (‘een hypo’) moet u zo vlug mogelijk extra glucose (druivensuiker) eten of iets zoets eten of drinken. Soms wordt, bij ernstige hypoglykemie, glucose (in de vorm van 20-40ml van een 50%-oplossing) rechtstreeks in de bloedbaan gespoten. Een alternatief is het inspuiten in een spier van glucagon, een hormoon dat het bloedglucosegehalte doet stijgen.

Insuline wordt meestal direct onder de huid (subcutaan) ingespoten in de buikwand, de bovenbenen of armen. Het wordt aangeraden regelmatig te wisselen van injectieplaats. Sommige preparaten kunnen aan het begin van de behandeling pijn en ontstekingsreacties ter plekke veroorzaken. Deze reacties zijn vaak het gevolg van hulpstoffen in de injectievloeistof en gaan meestal vanzelf weg.

Sulfonylureumderivaten

De basis van de behandeling van diabetes type 2 is het normaliseren van het gewicht en het beperken van de calorieënopname met eten en drinken in combinatie met veel lichaamsbeweging. Als die onvoldoende effect heeft, volgt het voorschrijven van een middel zoals tolbutamide of glibenclamide, middelen die insulineproducerende cellen van de alvleesklier stimuleren. Daardoor wordt de verminderde gevoeligheid van de weefsels voor insuline (gedeeltelijk) gecompenseerd. De inname is oraal een of twee keer per dag, kort voor of tijdens de maaltijd. Er kunnen aanvallen van hypoglykemie (te laag bloedsuiker) optreden die u moet leren herkennen en behandelen (zie Geneesmiddelen bij diabetes mellitus). Een bijwerking kan gewichtstoename zijn.

Overige antidiabetica

Metformine wordt vaak voorgeschreven bij overgewicht als dieetmaatregelen niet helpen. Het kan worden gecombineerd met een sulfonylureumderivaat of insuline. Het verhoogt de gevoeligheid van de weefsels voor insuline en bevordert de opname van glucose in de weefsels. Metformine veroorzaakt minder gauw hypoglykemie dan sulfonylureumderivaten. Andere bijwerkingen zijn misselijkheid, diarree, opgezette buik, verlies van eetlust en soms een onaangename metaalsmaak. Deze bijwerkingen verdwijnen na enkele weken vanzelf. Het middel wordt in principe alleen gebruikt bij een ongestoorde nierfunctie.

De overige middelen worden alleen gebruikt bij vormen van diabetes type 2, veelal in combinatie met andere maatregelen en geneesmiddelen, als sulfonylureumderivaten en metformine onvoldoende werken. Acarbose vertraagt de opname van glucose en voorkomt zodoende een te snelle stijging van het bloedglucosegehalte na een maaltijd. Dit middel wordt beperkt gebruikt vanwege de geringe werkzaamheid en de veelvoorkomende bijwerkingen zoals winderigheid, darmkrampen en diarree. De werking van nateglimide en repaglinide komt overeen met die van sulfonylureumderivaten. De belangrijkste bijwerking is hypoglykemie. Rosiglitazon en pioglitazon verhogen de gevoeligheid voor insuline in onder meer vetweefsel, skeletspieren en lever. Het zijn reservemiddelen voor het geval de andere middelen tekortschieten, niet worden verdragen of om andere redenen niet kunnen worden gebruikt.

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.