obsessief-compulsieve stoornis (dwangstoornis)
Wat zijn de verschijnselen van een obsessief-compulsieve stoornis?
Met een obsessief-compulsieve stoornis hebben mensen last van het volgende.
- Ze hebben dwanggedachten of doen dwanghandelingen. Allebei kan ook.
- Ze weten dat deze dwanggedachten en dwanghandelingen overdreven en niet logisch zijn.
- Daarnaast geeft de dwang veel leed, het kost veel tijd. Werk, relaties en sociale activiteiten, dat komt allemaal flink in de knel.
Mensen willen hun angsten niet alleen uit de weg gaan, ze willen die angsten voorkomen door maar steeds dingen te doen. Dit is typerend voor
deze angststoornis.
Dwanggedachten
- Gedachten zijn dwanggedachten als deze telkens terugkomen en hardnekkig in iemands hoofd blijven zitten. Het voelt alsof de dwanggedachten
worden opgedrongen. Verder zijn de gedachten zinloos, en mensen worden er angstig van. Het is absoluut niet prettig.
- Dwanggedachten gaan veel verder dan zich gewoon zorgen maken over de dagelijkse dingen.
- Mensen proberen te doen alsof de dwanggedachten er niet zijn, of ze tegen te gaan met andere gedachten of door dingen te gaan doen.
- Mensen weten dat de gedachten uit hun eigen geest komen, en niet van buiten op de een of andere manier worden binnengebracht.
- De dwanggedachten kunnen gaan over ziektes, vuil, fouten maken met vreselijke afloop, de eigen agressie, over seks, of over god en
godsdienst.
Dwanghandelingen
- Dwanghandelingen zijn dingen die mensen steeds maar weer doen, zoals handen wassen, dingen controleren. Mensen met dwanghandelingen kunnen
dat ook in hun hoofd doen, bijvoorbeeld dingen tellen of bidden. Ze voelen zich gedwongen om het doen, meestal na een dwanggedachte.
- Met de dingen die ze doen, willen ze voorkomen dat de gevreesde situatie gebeurt. De dingen die ze doen hebben weinig of niets te maken
met de dingen die ze willen voorkomen (afkloppen op vers hout), of ze zijn buitensporig, zoals tientallen keren de handen wassen om te
voorkomen dat ze een besmettelijke ziekte krijgen.
- Er zijn verschillende soorten dwanghandelingen: controleren, schoonmaken en wassen, dingen symmetrisch neerzetten, ordenen, overmatig
bidden, hamsteren of verzamelen.
naar boven
Hoe ontstaat een obsessief-compulsieve stoornis?
Over oorzaken van de obsessief-compulsieve stoornis valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico?s bekend. Dat wil zeggen: er is meer
risico in onderstaande gevallen. De extra risico?s hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving,
en met levensgebeurtenissen.
Geslacht en leeftijd
- Bij mannen en vrouwen komt het even vaak voor.
- Bij jongeren van 18 tot 24 komt het vaker voor.
Individuele kwetsbaarheid
- Het lijkt erop dat het erfelijk is.
- Kinderen met een lagere intelligentie hebben later vaker een obsessief-compulsieve stoornis.
Omgeving
- Bij mensen zonder werk, of die gescheiden zijn, en mensen uit lagere sociaal-economische klassen komt het vaker voor.
Levensgebeurtenissen
- Een belangrijke levensgebeurtenis kan de stoornis uitlokken, bijvoorbeeld zwangerschap of een echtscheiding.
naar boven
Hoe wordt een obsessief-compulsieve stoornis vastgesteld?
Meestal gaan mensen met hun klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er
geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een sociale fobie of een andere
angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als dat zo is, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand
een angststoornis heeft, kan de huisarts of een andere behandelaar kortere of langere vragenlijsten gebruiken. Sommigen vinden het makkelijker
een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.
naar boven
Hoe wordt een obsessief-compulsieve stoornis behandeld?
Bij alleen een obsessief-compulsieve stoornis kan iemand zelf kiezen tussen medicijnen of een psychologische behandeling. Al is dat laatste
beter.
Bij de psychologische behandeling gaan mensen oefenen met situaties waarin ze altijd last krijgen van dwanggedachten of dwanghandelingen. In
kleine stapjes leren ze juist niet te doen wat ze altijd doen. Heeft iemand bijvoorbeeld smetvrees, dan moet jij een deurknop of een
trapleuning aanraken, zonder daarna de handen te wassen. Ze komen erachter dat de spanning en angst dan minder worden, en de dwanghandelingen
overbodig worden.
Als dit nog niet helemaal werkt, dan is er cognitieve gedragstherapie. Dit is een vorm van psychotherapie. Samen met de
behandelaar gaat iemand kijken naar de manier van denken en het gedrag. Daarna is het de bedoeling dat iemand dat gaat veranderen, en zullen
de klachten minder worden.
Heeft iemand ook nog een ernstige depressie, dan is het beter met medicijnen te beginnen, in dit geval antidepressiva. Dit zijn medicijnen
die de depressie aanpakken.
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen.
naar boven
Omgaan met obsessief-compulsieve stoornissen: adviezen voor de cliënt
Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis functioneren slechter, vooral op het sociale vlak. Voor werk en school heeft dit grote
gevolgen.
- Zorg dat u genoeg weet over obsessief-compulsieve stoornis. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, genoeg weten over
obsessief-compulsieve stoornis.
- U moet weliswaar zelf uw obsessief-compulsieve stoornis aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen.
De Angst Dwang en Fobie
Stichting organiseert lotgenotencontact.
- Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw
omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst Dwang en Fobie
Stichting geeft diverse trainingen.
- Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met obsessief-compulsieve stoornis. Neem de tijd om
uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
- Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
- Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie.
Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
naar boven
Omgaan met obsessief-compulsieve stoornissen: adviezen voor familie en betrokkenen
Voor de gezinsleden zijn mensen met obsessief-compulsieve stoornis een zware belasting, vooral als ze een was- of poetsdwang hebben. Ze eisen
dat de gezinsleden ook bepaalde gaan dingen doen, niet doen of uit de weg gaan. Vaak gaan huisgenoten hun sociale activiteiten verminderen,
bijvoorbeeld minder mensen thuis uitnodigen omdat die het huis anders besmetten.
Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden
overgenomen van de persoon met de obsessief-compulsieve stoornis.
- Zorg dat u genoeg weet over de obsessief-compulsieve stoornis en de mogelijke gevolgen.
- Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Maak duidelijk
waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
- Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus
over obsessief-compulsieve stoornis of angststoornissen in het algemeen te volgen. De Angst Dwang en Fobie
Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
- Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.Vooral een huisgenoot met
een schoonmaak- en poetsdwang zorgt er nogal eens voor dat er minder mensen uitgenodigd worden. Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten
bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
- Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst Dwang en Fobie
Stichting en Stichting
Labyrint / In Perspectief.
Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een
succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste
kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
- Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er
naar.
Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst Dwang en Fobie Stichting
of Stichting Labyrint / In
Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.
naar boven
Informatieverstrekking over obsessief-compulsieve stoornis
Meer informatie
Uitgebreidere informatie voor professionals op www.trimbos.nl, onder andere informatie over:
- verloop van de obsessief-compulsieve stoornis;
- samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen;
- gevolgen van obsessief-compulsieve stoornis, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven;
- literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek).
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is
gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie
te vinden over onder andere:
- Verschillende angststoornissen.
- Behandelmogelijkheden.
- Samen met de behandelaar beslissen over behandeling.
- Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen.
- Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen.
- Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie.
- Praktische informatie over adressen en wetgeving.
De Richtlijnproducten kunt u bestellen bij het Trimbos-instituut.
naar boven