U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

gegeneraliseerde angststoornissen

Artikelen over gegeneraliseerde angststoornissen

Gegeneraliseerde angststoornis

Patiëntenbrief

Angststoornis

Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Het leidt tot voorzichtigheid of tot vluchten, en kan dus nuttig zijn als je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. We spreken dan van een angststoornis. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de gegeneraliseerde angststoornis.

naar boven

Wat is een gegeneraliseerde angststoornis?

Iemand met een gegeneraliseerde angststoornis maakt zich voortdurend erge zorgen over allerlei dingen uit het dagelijks leven, terwijl daar weinig aanleiding voor is. Vaak gebeurt dit onbewust. U zit bijvoorbeeld steeds in angst over uw werk, de kinderen, de vakantie, over wat u allemaal moet betalen of wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis zitten voortdurend te piekeren, zijn rusteloos en prikkelbaar. Ze kunnen zich niet goed concentreren, zijn gespannen en moe. Ook kunnen spierklachten en slaapproblemen ontstaan.

Op momenten dat de angst overheerst, kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;

  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst;

  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;

  • misselijkheid of diarree;

  • het gevoel niet meer te weten wie of waar u bent;

  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat.

Mensen met deze angststoornis kunnen spanning en onzekerheid slecht verdragen. Dat kan ertoe leiden dat u nieuwe, onbekende situaties uit de weggaat om extra stress en mogelijke problemen te voorkomen. Vacanties worden liefst dicht bij huis doorgebracht (bijvoorbeeld elk jaar op dezelfde camping). Relatiespanningen worden niet uitgesproken maar toegedekt. Confrontaties worden vermeden. Als u bijvoorbeeld erg gespannen wordt bij iedere rekening die u krijgt toegestuurd, kan dat ertoe leiden dat u uw post niet meer opent. Sommige mensen vluchten voor spanningen door in bed te gaan liggen. Of ze proberen hun zorgen en angstgevoelens te verdringen door veel te eten. Sommigen gebruiken alcohol, drugs of kalmerende middelen om zich minder gespannen te voelen. Maar als u spanning en onzekerheid blijft vermijden, leert u niet met die spanning om te gaan en deze te doorstaan. De angst voor onzekere of nieuwe situaties houdt daardoor aan of wordt erger.

naar boven

Hoe ontstaat het?

Waarom iemand een angststoornis krijgt, is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid speelt daarbij een rol. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst en paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel. De manier waarop iemand met angst omgaat lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen daarbij een rol.

naar boven

Adviezen

U kunt zelf veel doen om uw klachten te verminderen. Vaak komen er op angstige momenten automatisch gedachten in u op die de angst versterken en paniek veroorzaken.

Als u die gedachten kunt veranderen, voorkomt u dat de angst gaat overheersen. U leert met uw angsten om te gaan en deze onder controle te houden, in plaats van dat de angst uw leven beheerst.

Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Schrijf op wat er in angstige momenten gebeurt. Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?

Kijk eens kritisch of uw angstgedachten wel kloppen. Is er wel reden voor zoveel onzekerheid, zorgen en gepieker? Bedenk vervolgens welke positieve, geruststellende gedachten u tegenover uw angstgedachten kunt zetten. Zo leert u rustig na te denken, zonder dat onzekerheid en angstgedachten de overhand krijgen. Vaak lukt het dan beter de angstige momenten te doorstaan en rustig te blijven tot u zich beter voelt. Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen.

Noteer ook wat u op angstige momenten voortaan kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te ontspannen. Even wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel ook deze brief lezen.

naar boven

Medicijnen

Medicijnen tegen depressie (antidepressiva) kunnen bij een gegeneraliseerde angststoornis helpen. Voorbeelden van antidepressiva zijn fluvoxamine,paroxetine, clomipramine of imipramine. Antidepressiva beginnen na ongeveer zes weken goed te werken. In de eerste weken kunnen bijwerkingen optreden zoals toename van de angst, een droge mond, maagdarmklachten, slaperigheid of slapeloosheid, transpireren en minder zin in vrijen. De bijwerkingen verschillen per middel en verdwijnen meestal na verloop van tijd. Antidepressiva werken niet verslavend.

Tot de antidepressiva goed werken, kunt u bij hevige angst eventueel kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) gebruiken zoals diazepam of oxazepam. Deze middelen werken versuffend en verslavend. Gebruik ze daarom hooguit een tot twee weken.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit op het spreekuur te bespreken. Dan wordt vaak duidelijk hoe uw angsten ontstaan. Misschien is er een manier te vinden om het voordurende piekeren te doorbreken. Soms is het nodig dat een psycholoog u verder helpt. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en zorgen te ordenen. U krijgt meer overzicht. Dat geeft wat rust en houvast waardoor u zich minder onzeker voelt en beter besluiten kunt nemen. U leert te ontspannen waardoor u nieuwe situaties beter aandurft.

Behandeling met medicijnen werkt vaak net zo goed. Als u antidepressiva gaat gebruiken, bekijken we na zes weken of het gekozen middel goed werkt. Als het helpt, is het de bedoeling hier zes tot twaalf maanden mee door te gaan. Als het niet goed werkt, kunt u een ander antidepressivum proberen dat dan vaak wel helpt. Als u de dosering van uw medicijnen wilt veranderen of wilt stoppen, neem dan contact op om te overleggen. Antidpressiva moeten geleidelijk worden afgebouwd.

Uiteindelijk kunt u bereiken dat u nog maar weinig last heeft van uw angsten. Een terugval is wel mogelijk. Als u merkt dat de klachten terugkomen, denk dan niet dat het vanzelf wel weer overgaat. Wacht niet te lang en maak een afspraak voor op het spreekuur of neem contact op met de psycholoog die u geholpen heeft.

naar boven

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook terecht bijAngst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of via de website www.psychowijzer.nl.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

gegeneraliseerde angststoornis

Informatie van het Trimbos-instituut

Wat is een gegeneraliseerde angststoornis?

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis zijn voortdurend angstig en bezorgd over alledaagse dingen. Ze hebben moeite deze zorgen en angsten onder controle te houden.
De gegeneraliseerde angststoornis lijkt veel op de depressie, maar een belangrijk verschil met depressie is dat iemand last heeft van bijvoorbeeld zweten en hartkloppingen.
Een verschil met andere angststoornissen is dat de angst de hele tijd aanwezig is, en niet komt door een bepaalde situatie. Een ander verschil is dat de gegeneraliseerde angststoornis meestal pas tussen de 50 en 60 jaar begint.

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis roepen zeer laat hulp in. Gemiddeld pas na 10 jaar. Als dan een gegeneraliseerde angststoornis wordt vastgesteld, dan is het meestal chronisch: de klachten verdwijnen niet meer.

Van alle volwassen Nederlanders tot 65 jaar heeft ruim 2% ooit een gegeneraliseerde angststoornis gehad, en ruim 1% het afgelopen jaar. In een straat met 100 volwassen bewoners heeft jaarlijks dus 1 bewoner een gegeneraliseerde angststoornis.
Het lijkt erop dat ouderen er meer last van hebben. Van de jongvolwassenen heeft ruim 1% een gegeneraliseerde angststoornis in het laatste half jaar gehad.

Er zijn verschillende angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie), specifieke fobie, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, de posttraumatische stress stoornis, en hypochondrie.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen van een gegeneraliseerde angststoornis?

Volwassenen met een gegeneraliseerde angststoornis hebben minstens drie van de volgende verschijnselen. Kinderen hebben er minstens één. De verschijnselen moeten de hele tijd en voor minstens zes maanden aanwezig zijn.

  • steeds een gevoel van onrust en spanning;
  • snel moe;
  • moeilijk kunnen concentreren;
  • geïrriteerd;
  • spierspanning;
  • verstoorde slaap.

De helft van de mensen die worden behandeld voor een gegeneraliseerde angststoornis, denkt aan zelfdoding. Hebben ze ook nog een depressie, dan denkt tweederde daar aan.

naar boven

Hoe ontstaat een gegeneraliseerde angststoornis?

Over oorzaken van de gegeneraliseerde angststoornis valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico?s bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico?s hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.

Geslacht en leeftijd

  • Vrouwen hebben het twee keer zo vaak.
  • Deze angststoornis komt minder vaak voor bij kinderen en jongvolwassenen, en vaker bij ouderen.
  • 7% van de ouderen tussen 55 en 85 heeft een gegeneraliseerde angststoornis; tussen 65 en 75 is dat ruim 11%.

Individuele kwetsbaarheid

  • Een gegeneraliseerde angststoornis is deels erfelijk, blijkt uit onderzoek onder tweelingen. De zelfde erfelijke aanleg zorgt ook voor depressie. Omstandigheden maken dan uit of iemand iets krijgt, en of dat een depressie of een gegeneraliseerde angststoornis is.
  • Bepaalde stoffen in de hersenen spelen waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van gegeneraliseerde angststoornis.
  • Mensen die zich langer dan een maand zorgen maken, krijgen sneller een gegeneraliseerde angststoornis.

Omgeving

  • Mensen met een lage sociaal-economische status (laag inkomen, lage opleiding, enz) krijgen eerder een gegeneraliseerde angststoornis.

In steden komt gegeneraliseerde angststoornis vaker voor dan op het platteland.

Levensgebeurtenissen

  • Een stressvolle gebeurtenis kan zorgen voor een gegeneraliseerde angststoornis, vooral bij die mensen die er kwetsbaar voor zijn. Het kan zijn dat die mensen een gebeurtenis eerder als stressvol ervaren.

naar boven

Hoe wordt een gegeneraliseerde angststoornis vastgesteld?

Meestal gaan mensen met hun klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een gegeneraliseerde of een andere angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als dat zo is, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, kan de huisarts of een andere behandelaar kortere of langere vragenlijsten gebruiken. Sommigen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.

naar boven

Hoe wordt een gegeneraliseerde angststoornis behandeld?

Heeft iemand alleen een gegeneraliseerde angststoornis, dan kan hij kiezen voor een behandeling met medicijnen of voor een psychologische behandeling.

Kiest iemand voor een psychologische behandeling, dan bestaat dat uit cognitieve gedragstherapie gedurende gemiddeld 10-15 weken. Dit is een vorm van psychotherapie. Samen met de behandelaar gaat iemand kijken naar de manier van denken en het gedrag. Daarna is het de bedoeling dat iemand dat gaat veranderen, en zullen de klachten minder worden.

Kiest iemand voor medicijnen, dan zijn er drie middelen die goed werken: buspiron, dit is een middel tegen angst; venlafaxine en paroxetine. Venlafaxine en paroxetine zijn allebei antidepressiva, maar die wel werken op de gegeneraliseerde angststoornis.

Gaat een gegeneraliseerde angststoornis samen met een ernstige depressie, dan is het beter te starten met medicijnen.

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen.

naar boven

Omgaan met een gegeneraliseerde angststoornis: adviezen voor de cliënt

Een gegeneraliseerde angststoornis heeft veel invloed op het dagelijks leven. Veel mensen met een gegeneraliseerde angststoornis vinden dat hun gezondheid en hun welzijn zeer slecht is. Deze angststoornis leidt ook tot veel ziekteverzuim.

  • Zorg dat u genoeg weet over de gegeneraliseerde angststoornis. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, er genoeg over weten.
  • U moet weliswaar zelf uw gegeneraliseerde angststoornis aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
  • Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
  • Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met de gegeneraliseerde angststoornis. Vooral omdat de stoornis niet in korte tijd over gaat. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
  • Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
  • Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en het complete verhaal aan mensen die dichtbij staan.

naar boven

Omgaan met een gegeneraliseerde angststoornis: adviezen voor familie en betrokkenen

Leven met iemand met een angststoornis is voor familie en betrokkenen vaak een psychische belasting. Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de angststoornis.

  • Zorg dat u genoeg weet over de gegeneraliseerde angststoornis en de mogelijke gevolgen.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over angststoornissen of over de gegeneraliseerde angststoornis te volgen. De Angst Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
  • Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
  • Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst Dwang en Fobie Stichting of Stichting Labyrint / In Perspectief.

Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.

  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.

Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst Dwang en Fobie Stichting of Stichting Labyrint / In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.

naar boven

Informatieverstrekking over een gegeneraliseerde angststoornis

Meer informatie

Uitgebreidere informatie voor professionals is te vinden op: www.trimbos.nl. Hier is onder andere informatie beschikbaar over:

  • onderscheid met andere (angst)stoornissen;
  • verloop;
  • samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen;
  • gevolgen van gegeneraliseerde angststoornis, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven;
  • literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek).

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:

  • Verschillende angststoornissen.
  • Behandelmogelijkheden.
  • Samen met de behandelaar beslissen over behandeling.
  • Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen.
  • Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen.
  • Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie.
  • Praktische informatie over adressen en wetgeving.

De Richtlijnproducten kunt u bestellen bij het Trimbos-instituut.

naar boven

U bevindt zich hier: