Onvoldoende pompcapaciteit van het hart over een langere periode leidt tot een slechte bloedsomloop en ophoping van vocht in weefsels
Bij chronisch hartfalen slaagt het hart er niet in het bloed goed door het lichaam te pompen, waardoor zich vocht ophoopt in longen en weefsels. Het aantal mensen dat te maken krijgt met chronische gevolgen van hart- en vaatziekten neemt toe; in Nederland rond 200.000 in 2006. Hartfalen is daar een uiting van en kan aanvankelijk zo licht zijn dat de symptomen niet worden opgemerkt. De aandoening komt veel voor, vooral bij mensen ouder dan 65 jaar. Chronisch hartfalen komt in de ontwikkelde landen steeds vaker voor, omdat de gemiddelde levensduur toeneemt.
Hoewel de term chronisch hartfalen een levensbedreigende kwaal doet vermoeden, is behandeling heel goed mogelijk, en mensen met een lichte vorm van chronisch hartfalen kunnen nog jaren leven. Wel zullen ze hun lichamelijke activiteiten mogelijk moeten beperken.
In het begin is vaak slechts één zijde van het hart aangetast. Men spreekt dan van chronisch hartfalen van de linker- of rechterzijde. Soms blijft het hartfalen beperkt tot de rechterzijde, wat tot vochtopeenhoping in de lichaamsweefsels leidt. Dikke enkels zijn uiterlijk het opvallendste kenmerk. Bij hartfalen aan de linkerzijde hoopt het vocht (oedeem)zich in de longen op. Chronisch hartfalen aan de linkerzijde wordt gewoonlijk gevolgd door hartfalen aan de rechterzijde.
Elke aandoening waarbij het hart beschadigd raakt, kan tot chronisch hartfalen leiden. In 80 procent van de gevallen is de oorzaak een coronaire hartziekte, door verminderde bloedtoevoer naar de hartspier.
Ook een aanhoudende hoge bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)) kan tot chronisch hartfalen leiden, want het hart moet dan harder werken om het bloed door de bloedvaten te pompen, omdat daar een abnormaal hoge druk heerst. Andere oorzaken van chronisch hartfalen kunnen Aandoeningen aan hartkleppen en hartspier, cardiomyopathie en chronische obstructieve longziekte zijn. Een enkele keer wordt chronisch hartfalen veroorzaakt door bloedarmoede (Anemie), hyperthyreoïdie of extreme zwaarlijvigheid.
De klachten van chronisch hartfalen ontwikkelen zich geleidelijk en zijn vaak vaag:
- vermoeidheid;
- kortademigheid die bij inspanning en plat liggen erger wordt;
- verlies van eetlust;
- misselijkheid;
- gezwollen voeten en enkels (waterzucht of oedeem);
- soms verwardheid.
Mensen met chronisch hartfalen kunnen ook plotseling acuut hartfalen krijgen, met klachten zoals ernstige kortademigheid, piepende ademhaling en zweten. Deze aanvallen komen vooral ’s nachts voor. Soms ontstaat acuut hartfalen door extra belasting van het hart door een hartaanval of een infectie. Acuut hartfalen is een medische noodsituatie die onmiddellijk in het ziekenhuis moet worden behandeld.
Als uw arts chronisch hartfalen vermoedt, zal deze een elektrocardiogram (zie ECG
)laten maken om de elektrische activiteit van uw hart te bekijken. Bovendien kan een echocardiogram worden gemaakt om een beeld van het hart en het functioneren ervan te krijgen. Op een röntgenfoto (Röntgenopname (test)) kunnen aanwijzingen van hartfalen te zien zijn, zoals een abnormaal groot hart of vochtophoping in de longen.
De arts kan met aanvullende testen de onderliggende oorzaak van het hartfalen onderzoeken. Met een coronair angiogram kunnen vernauwingen in de kransslagaders worden gevonden. Uit bloedonderzoek kan bloedarmoede of een overactieve schildklier blijken.
- Vocht vasthouden
- Bij chronisch hartfalen hoopt zich vocht op in de weefsels, wat bij de voeten goed te zien is. Bij indrukken van de huid blijft er enkele minuten lang een putje zichtbaar.
Als u aan chronisch hartfalen lijdt, moet u zware inspanning en stress beslist vermijden. Als u rookt, is het raadzaam daarmee onmiddellijk te stoppen. Regelmatig rustige lichamelijke activiteiten ondernemen, zoals wandelen en fietsen, kan helpen bij licht tot matig hartfalen. Probeer bij overgewicht af te vallen om de belasting van het hart te verminderen. Vermijd zout eten, want daardoor houdt het lichaam extra vocht vast.
Uw arts geeft u waarschijnlijk plaspillen (zie Diuretica), die de urineproductie stimuleren, en ACE-remmers en/of een angiotensine-II-antagonist, waardoor de bloedvaten verwijden en de belasting van het hart afneemt. Verder kan de arts kiezen voor medicijnen die de hartslag efficiënter maken, bijvoorbeeld digoxine (zie Digitalis), of voor bètablokkers. De behandeling kan er ook op gericht zijn te voorkomen dat de onderliggende oorzaak verergert. Als u bijvoorbeeld een coronaire hartziekte hebt, geeft de arts het advies dagelijks aspirine te slikken, waardoor de kans op een hartaanval afneemt (zie Thrombolytica). De arts zal uw hart in de gaten blijven houden en type en dosering van de medicijnen op de bevindingen afstemmen.
Een nieuwe behandeling in ontwikkeling is de biventriculaire pacemaker. Sommige patiënten met hartfalen en een trage prikkeling van het hart kunnen hier baat bij hebben.
Soms werken medicijnen onvoldoende en zijn ingrijpendere behandelingen nodig, zoals een harttransplantatie. In de aanloop tot een harttransplantatie wordt vaak gebruikgemaakt van een kunstmatige implanteerbare bloedpomp (assist device) die naast het hart wordt geplaatst om de pompkracht te ondersteunen.
De behandeling bestrijdt in het begin meestal met succes de klachten, waardoor de levenskwaliteit omhoog gaat. Echter, als het hartfalen ernstiger wordt, wordt het steeds moeilijker de symptomen met medicijnen te bestrijden. In 50 procent van de gevallen heeft de aandoening binnen vijf jaar een dodelijke afloop.
- Leeftijd
- Komt vooral voor boven 65 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis