U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Hypochondrie

Artikelen over hypochondrie

Hypochondrie

Patiëntenbrief

Angststoornis

Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Angst leidt tot voorzichtigheid of vluchten, en kan dus nuttig zijn als je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. We spreken dan van een angststoornis. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de hypochondrie.

naar boven

Wat is hypochondrie?

Mensen met hypochondrie denken steeds dat ze een ernstige ziekte hebben, terwijl er medisch niets te vinden is dat daarop wijst.

naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Mensen met hypochondrie letten voortdurend op hun eigen lichaam en voelen daardoor van alles. Allerlei gewone lichamelijke verschijnselen (zoals een steek, jeuk of kramp, hoofdpijn of een droge mond) worden gezien als teken van een ernstige ziekte. Lichamelijke klachten zijn al gauw reden voor angst en paniek. Ook als een dokter iemand met hypochondrie goed nakijkt en niets vindt, blijft de angst voor een ernstige ziekte aanwezig of deze komt na korte tijd terug. Het is nauwelijks mogelijk om iemand met hypochondrie gerust te stellen. Het zoeken naar geruststelling kan de angst voor een ernstige ziekte in stand houden of versterken.

Op momenten dat de angst overheerst kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;

  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel op de borst;

  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;

  • misselijkheid, maagklachten;

  • het gevoel niet meer te weten wie of waar u bent;

  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat.

naar boven

Hoe ontstaat het?

Waarom sommige mensen een angststoornis hebben, is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst en paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.

De manier waarop iemand met angstgevoelens en lichamelijke klachten omgaat, lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen hierbij een rol.

Angst veroorzaakt lichamelijke verschijnselen die de angst voor een ernstige ziekte weer kunnen versterken. Wanneer de angst en de klachten elkaar versterken, kunt u in paniek raken.

naar boven

Adviezen

U kunt zelf veel doen om uw angst te verminderen. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Noteer per dag of u angstige momenten heeft gehad. Schrijf op waarom u bepaalde lichamelijke verschijnselen niet vertrouwt. Schrijf op wat er gebeurt als er angst of een paniekgevoel bij u opkomt? Wat voor klachten krijgt u dan? Welke gedachten komen in u op? En wat doet u dan? Geeft u toe aan uw angsten door direct aan een ernstige ziekte te denken? Vlucht u voor de angst door in bed te gaan liggen? Probeert u de angst te verdringen door veel te eten? Of probeert u de angst te verdoven door gebruik van alcohol, drugs of kalmerende middelen?

Overweeg of u inderdaad bij elk gevoel (pijn, jeuk, kramp) in uw lichaam direct aan het ernstigste denkt. Bekijk eens kritisch of uw angstgedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Vaak is dit niet het geval.

Probeer de gedachte aan een ernstige ziekte te vervangen door iets minder ernstigs. Stel er een positieve gedachte tegenover. Bedenk een onschuldige verklaring voor de lichamelijke verschijnselen die u opmerkt. Bijvoorbeeld: ‘De hoofdpijn kan ook komen doordat ik vannacht slecht heb geslapen.’ Of: ‘Ik heb alleen hartkloppingen omdat ik bang ben. Het is heel normaal dat mijn hart zo reageert.’ Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Schrijf ook op wat u voortaan in angstige momenten kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te onstpannen, even wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u bang voor bent. De meeste mensen hebben er begrip voor.

Vlucht niet voor de angst en probeer de angst niet te ‘verdoven’. Op de korte termijn lijkt het misschien even te helpen. Maar u leert daardoor niet met de angst om te gaan en deze te verdragen. Uiteindelijk wordt de angst daardoor alleen maar erger.

naar boven

Medicijnen

Bij angst voor ernstige ziekten (hypochondrie) hebben medicijnen over het algemeen weinig zin.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Als u een dagboek heeft bijgehouden, kan het helpen dit op het spreekuur te bespreken. Dan ziet u hoe de angst ontstaat en hoe uw gedachten de angst kunnen versterken. We bespreken hoe vaak het nodig is om op het spreekuur te komen. Vaak kan een psycholoog u verder helpen. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen. Het gaat erom dat u weer vertrouwen krijgt in uw eigen lichaam. Uiteindelijk kunt u bereiken dat u nog maar weinig last heeft van uw angsten.

Soms kan de angst voor een ernstige ziekte terugkomen. Als u weer vaker last krijgt van uw angsten, maak dan een afspraak voor op het spreekuur, of neem contact op met de psycholoog die u geholpen heeft.

naar boven

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook terecht bijde Angst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of via de website www.psychowijzer.nl.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Encyclopedie over hypochondrie

Medische encyclopedie

Sterke en ongefundeerde overtuiging ernstig ziek te zijn

Hypochonders maken zich voortdurend zorgen over hun gezondheid en interpreteren alle symptomen, hoe klein deze ook zijn, als aanwijzing voor een ernstige ziekte.

Omdat ze bij elk symptoom denken dat ze een ernstige ziekte onder de leden hebben, bezoeken ze de dokter zeer frequent. Zelfs als de resultaten negatief zijn, blijft de hypochonder ervan overtuigd dat hij ziek is. Hij kan de bevindingen van de arts afwijzen en sterk gefrustreerd en agressief reageren. Vaak veroorzaken de zorgen over ziekte problemen met relaties, werk en sociaal leven.

Hypochondrie komt meer voor tussen twintig- en dertigjarige leeftijd en kan een complicatie van andere psychische stoornissen zijn, zoals depressiviteit of angststoornis (zie Angststoornis).

In andere gevallen is de oorzaak onbekend, maar mensen die in hun jeugd ernstig ziek zijn geweest of een ernstig zieke in hun omgeving hebben gehad, lijken er eerder last van te hebben. Stress verhoogt de neiging om de stoornis te krijgen.

De behandeling

De arts kijkt eerst naar onderliggende psychische stoornissen en kan bijvoorbeeld antidepressiva voorschrijven. Gedragstherapie kan zinvol zijn. De arts zal onnodig onderzoek vermijden door de patiënt ervan te verzekeren dat hij geen ernstige ziekte heeft.

Verder zal de arts uitleg geven als de patiënt normale lichaamsverschijnselen, zoals een snelle hartslag bij inspanning, voor een teken van een ernstige ziekte aanziet. Een geduldige arts kan hypochondrie verlichten door open te staan voor bezoek voor uitleg en ter geruststelling van de patiënt.

Risicofactoren

Leeftijd
Komt het meest voor tussen 20 en 30 jaar
Geen factor van betekenis
Geen factor van betekenis
Leefwijze
Chronische ziekte in de jeugd, ernstige ziekte in de omgeving en stress zijn risicofactoren
Geslacht
Geen factor van betekenis
Erfelijkheid
Geen factor van betekenis

U bevindt zich hier: