U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Kleurenblindheid

Artikelen over kleurenblindheid

Encyclopedie over kleurenblindheid

Medische encyclopedie

Geringer dan normaal vermogen om kleuren te onderscheiden

Kleurenblindheid is het verminderde vermogen om sommige kleuren uit elkaar te houden door een defect in de kegeltjes, de gespecialiseerde cellen in het lichtgevoelige netvlies achter in het oog. Er zijn drie soorten kegeltjes, gevoelig voor blauw, groen en rood licht. Als een of meer van deze soorten gebreken vertonen, resulteert dat in kleurenblindheid. Deze is meestal erfelijk.

De vormen

De meest voorkomende vorm van kleurenblindheid, rood-groenkleurenblindheid, treft veel meer mannen dan vrouwen. Hierbij kunnen de verschillen tussen lichtrood, groen, oranje en bruin niet goed worden waargenomen. Rood-groenkleurenblindheid wordt veroorzaakt door een afwijkend gen op het X-chromosoom. Het treft vooral mannen, doordat vrouwen een tweede X-chromosoom hebben dat het effect van het afwijkende gen opheft (zie Erfelijke aandoeningen). Het afwijkende gen kan echter door vrouwen aan hun kinderen worden doorgegeven.

Een veel zeldzamere vorm maakt het moeilijk om verschil te zien tussen blauw en geel. Deze vorm kan worden overgeërfd, maar doordat deze niet gekoppeld is aan het X-chromosoom, treft het mannen en vrouwen in gelijke mate. Maculadegeneratie en andere oogaandoeningen kunnen kleurenblindheid veroorzaken. De toxische effecten van diverse medicijnen, zoals chloroquine (zie Antimalariamiddelen), kunnen eveneens kleurstoornissen geven.

Wat is eraan te doen?

Kleurenblindheid wordt meestal opgemerkt tijdens de jeugd (zie Ogentests bij kinderen, Ogentests bij kinderen (test)). Het kan ook worden opgemerkt tijdens een medische keuring voor een baan waarbij kleurenblindheid een handicap is, zoals piloot of laborant. Bij het onderzoek wordt gevraagd of u getallen kunt herkenen in patronen van gekleurde stippen.

Kleurenblindheid leidt zelden tot grote problemen. De erfelijke vormen zijn onbehandelbaar, maar als de storing te wijten is aan oogaandoeningen of medicijnen, kan de oorzaak soms worden behandeld.

Risicofactoren

Leeftijd
Gewoonlijk aanwezig vanaf de geboorte
Meestal te wijten aan een afwijkend, van de moeder geërfd gen
Geen factor van betekenis
Geslacht
Komt meer voor bij mannen
Erfelijkheid
Meestal te wijten aan een afwijkend, van de moeder geërfd gen
Leefwijze
Geen factor van betekenis

U bevindt zich hier: