Een aandoening waarbij één voet of beide voeten van de pasgeborene misvormd zijn
Baby’s worden vaak geboren met hun voeten in een vreemde positie (zie Problemen aan benen en voeten, Problemen aan benen en voeten). In veel ernstige gevallen gaat het dan om een klompvoet. Bij de klompvoet kan de voet niet goed richting het onderbeen worden gedrukt omdat het te stug is. Ook de voorvoet staat niet recht maar naar binnen gedraaid. In een extreem geval is de voet helemaal omgedraaid en loopt het kind op de voetrug in plaats van de voetzool. De ene voet is stugger dan de andere. Hoe stugger, des te meer moeite het kost de abnormale stand te corrigeren. De oorzaak is onbekend. Mogelijk is de voet in de baarmoeder in de verdrukking gekomen. De meeste gevallen zijn niet ernstig en gaan vanzelf over. De stugge klompvoet komt bij één op de zevenhonderd baby’s voor. Meestal is de abnormale voet kleiner. In ongeveer de helft van de gevallen zijn beide voeten aangetast. De stugge klompvoet kan samen met andere afwijkingen voorkomen, zoals spina bifida (zie Neuraalbuisafwijkingen). De stugge klompvoet komt tweemaal zo vaak voor bij jongens en zit soms in de familie, wat een erfelijke factor doet vermoeden.
De klompvoet wordt meestal meteen na de geboorte geconstateerd. De behandeling van een soepele klompvoet bestaat meestal uit wekelijkse gipsverbanden om de voet geleidelijk in de goede positie te krijgen. Binnen drie maanden staat hij meestal goed. De stugge klompvoet reageert meestal slecht op deze behandeling, waardoor operatieve correctie onvermijdelijk kan worden. Hoe succesvol de operatie ook kan zijn, een klompvoet wordt nooit een normale voet.
- Leeftijd
- Bij de geboorte al aanwezig
- De risicofactoren komen tweemaal zo vaak voor bij jongens
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie
- Geslacht
- De risicofactoren komen tweemaal zo vaak voor bij jongens
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis