Een vorm van kanker waarbij het beenmerg grote aantallen onrijpe of abnormale witte bloedlichaampjes produceert
Acute leukemie is de kankersoort die het vaakst bij kinderen voorkomt. Tot de jaren zestig leidde de ziekte bijna altijd tot de dood, maar door betere behandelmethoden overleven de meeste kinderen tegenwoordig.
Bij acute leukemie vermenigvuldigen onrijpe witte bloedlichaampjes zich razendsnel en stapelen zich in het beenmerg op, waardoor de productie van normale witte bloedlichaampjes, rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes verstoord raakt. Door een afname van het normale aantal witte bloedlichaampjes is het lichaam kwetsbaarder voor infecties. Een tekort aan rode bloedlichaampjes vermindert de capaciteit van het bloed om zuurstof te vervoeren (zie Anemie). Bij een tekort aan bloedplaatjes, die een rol spelen bij het dichten van beschadigde bloedvaten, kunnen er abnormale bloedingen ontstaan (zie Trombocytopenie).
Er zijn twee hoofdvormen. Bij acute lymfatische leukemie (ALL) is het abnormale type witte bloedlichaampje een onrijpe lymfocyt (lymfoblast). Bij acute myeloïde leukemie (AML) is het abnormale witte bloedlichaampje een onrijpe myeloïde cel (myeloblast). ALL komt het vaakst bij kinderen voor. AML komt vooral voor bij mensen boven de zestig, waarbij mannen en vrouwen even vaak worden getroffen. Als acute leukemie niet wordt behandeld, kan de ziekte binnen enkele weken dodelijk aflopen.
Bij de meeste gevallen van acute leukemie is er geen aanwijsbare oorzaak. Er bestaan echter factoren die het risico op het ontstaan van de ziekte vergroten. Zo kunnen blootstelling aan hoge doses straling, bijvoorbeeld bij radiotherapie, of een kuur met medicijnen tegen kanker (zie Chemotherapie) de kans op leukemie verhogen. Ook blootstelling aan bepaalde giftige chemicaliën, zoals benzeen en benzine, vormen een risicofactor.
Mensen met bepaalde chromosoomafwijkingen zoals het downsyndroom en mensen met myelodysplasie (een voorstadium van leukemie) hebben ook een verhoogde kans op leukemie.
De symptomen worden veroorzaakt door abnormale witte bloedlichaampjes die in het beenmerg woekeren, waardoor er van alle soorten normale bloedcellen minder worden gemaakt. De symptomen ontstaan ook door de invasie van abnormale bloedcellen in de bloedstroom, waar ze zich vermenigvuldigen en zich verspreiden over andere organen en weefsels van het lichaam.
De volgende symptomen van acute leukemie kunnen in korte tijd opkomen:
- vermoeidheid, bleke huid en kortademigheid bij inspanning vanwege anemie;
- snel blauwe plekken oplopen en overmatig bloeden, vooral van het tandvlees;
- pijn in de botten;
- zwellingen in nek, oksels en liezen door vergroting van lymfklieren;
- zwelling van de buik door vergroting van lever en milt.
Omdat er alleen onrijpe, niet-functionerende witte bloedlichaampjes worden geproduceerd, is de vatbaarheid voor infecties extra groot.
De arts zal bloedtesten laten doen om te kijken of er abnormale witte bloedlichaampjes zijn en of de gehalten aan bloedplaatjes en rode bloedlichaampjes laag zijn. De diagnose wordt bevestigd met een beenmergpunctie of botboring, waarmee weefselmonsters worden genomen. Soms wordt ook een lumbaalpunctie ruggenprik gedaan, een techniek waarbij ruggenmergvocht wordt afgetapt om te kijken of de ziekte naar het zenuwstelsel is verspreid.
Bij acute leukemie moet de patiënt in het ziekenhuis worden opgenomen. Daar krijgt hij of zij een aantal kuren chemotherapie om de abnormale cellen in het beenmerg te doden en de ziekte in remissie te brengen; dat is een periode waarin de leukemie niet actief is.
Met bloedtransfusies kan het aantal normale bloedcellen op peil worden gebracht en met antibiotica wordt infectie voorkomen. Bij sommige mensen wordt ook radiotherapie toegepast om de leukemiecellen te vernietigen.
Als er een donor kan worden gevonden, wordt mogelijk een beenmergtransplantatie (zie BEHANDELING: Beenmergtransplantatie) aangeboden. Voor een transplantatie moet de patiënt eerst chemotherapie of radiotherapie ondergaan.
Over het algemeen reageren mensen met ALL beter op behandeling dan mensen met AML, en de vooruitzichten voor kinderen zijn beter dan die voor volwassenen. De meeste kinderen die voor ALL worden behandeld, genezen volledig. Ongeveer een kwart van de mensen boven vijftig jaar met AML leeft nog meer dan vijf jaar.
- Leefwijze
- Blootstelling aan straling of toxische chemicaliën is een risicofactor
- Risicofactoren afhankelijk van type
- Geen factor van betekenis
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van type
- Geslacht
- Risicofactoren afhankelijk van type
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis