Ontwrichting (luxatie) van een gewricht, meestal als gevolg van letsel
Een gewricht bestaat uit twee botten die via banden en kapsel met elkaar verbonden zijn. Ontwrichting of luxatie van een gewricht treedt op als de twee botten geen contact meer met elkaar maken – een van de botten is dan ‘uit de kom’. Bewegen lukt door de pijn en de ontwrichting vrijwel niet meer. De banden die de botten op hun plaats houden, zijn vaak gescheurd bij de luxatie (zie Gewrichtsbandenletsel, hierna), evenals het kapsel dat om het gewricht heen zit. Soms ontstaat zelfs een fractuur in een van de botten in het gewricht. Vooral schouder- en vingergewrichten zijn vatbaar voor ontwrichting.
Een grote kracht op een van de twee botten in een gewricht kan een luxatie doen ontstaan. Bij mannen komt dit meestal voor tijdens contactsporten, zoals voetbal, of hard vallen. Een andere oorzaak van luxatie is een aangeboren te grote slapte in banden en kapsel: de hyperlaxiteit. Ook kan een luxatie ontstaan door een gewrichtsaandoening, zoals reumatoïde artritis. Luxatie van de heup kan vanaf de geboorte al bestaan (zie Aangeboren heupdysplasie,Aangeboren heupdysplasie).
Een luxatie van een gewricht geeft de volgende acute symptomen:
- ernstige pijn in het betreffende gewricht met sterk beperkte functie;
- abnormale stand van een botstuk;
- zwelling rond het gewricht;
- blauwe plekken rond het gewricht.
Het uit het gewricht gedraaide bot kan zenuwen, pezen en bloedvaten beschadigen, waardoor de bloedvoorziening in de weefsels gevaar loopt.
Als een luxatie wordt vermoed of vastgesteld (‘schouder/vinger/arm uit de kom’), moet direct een arts worden geconsulteerd.
De diagnose blijkt meestal duidelijk uit de symptomen en het lichamelijk onderzoek. Een röntgenfoto is zinvol om de diagnose te bevestigen en om te zien of er fracturen zijn. Een ontwricht bot kan door manipuleren meestal door de arts weer in het gewricht worden teruggezet. Hij kan pijnstillers voorschrijven of, in sommige gevallen, een kalmerend middel om spierspasmen op te heffen die de repositie kunnen tegenwerken. Lukt het niet het bot op zijn plaats te zetten, dan moet chirurgisch worden ingegrepen.
Als nabehandeling kan het aangedane gewricht voor drie tot zes weken worden geïmmobiliseerd. Daarna kan Revalidatiegeneeskundige behandeling (Revalidatiegeneeskundige behandeling) nodig zijn. Een eenmaal geluxeerd gewricht heeft een verhoogde kans op een nieuwe ontwrichting (habituele luxatie). Een gewricht dat herhaaldelijk ontwricht raakt, vereist vaak een chirurgische behandeling.
- Geslacht
- Frequenter bij mannen
- Contactsporten, zoals rugby, zijn een risicofactor
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Soms frequenter binnen een familie
- Leefwijze
- Contactsporten, zoals rugby, zijn een risicofactor
- Leeftijd
- Geen factor van betekenis