Pijn in de onderbuik vlak voor of tijdens de menstruatie
Tot driekwart van de vrouwen heeft ooit wel eens pijn tijdens de menstruatie, ook bekend als dysmenorroe. Bij ongeveer een vijfde is de pijn zo hevig dat dit ernstige hinder oplevert bij de normale bezigheden. De pijn is meestal een dag vóór de menstruatie of tijdens de eerste paar dagen het hevigst.
Er zijn twee soorten dysmenorroe: primaire, zonder aanwijsbare reden; en secundaire, die het gevolg kan zijn van aandoeningen van de baarmoeder of eierstokken.
Deze vorm van dysmenorroe ziet men bij meisjes die beginnen te menstrueren. De pijn heeft te maken met de hormonen die de eierstokken maandelijks in verband met de eisprong maken. De pijn bij de menstruatie begint vaak één à twee jaar na het begin van de menstruaties, omdat dan de ovulatie (eisprong) goed op gang komt. Daarbij worden ook prostaglandinen aangemaakt, hormonen die de spierwand van de baarmoeder laten samentrekken en die de menstruatiepijn veroorzaken. Boven de 25 jaar neemt menstruatiepijn vaak af, om soms tegen het dertigste jaar te verdwijnen. Ook na een bevalling wordt de pijn vaak minder hevig.
Vrouwen met moeders of zussen met primaire dysmenorroe hebben meer kans om het zelf ook te krijgen.
Als een vrouw pijn bij de menstruatie krijgt en daar eerder geen of weinig last van had, dan noemt men dat secundaire dysmenorroe. Dit komt meestal voor bij vrouwen tussen de twintig en veertig jaar. Nogal eens is de oorzaak endometriose, waarbij het baarmoederslijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook op andere plaatsen in de buikholte bevindt. Soms wordt deze pijn door vleesbomen (Vleesbomen) veroorzaakt. Een chronische eileiderontsteking (PID) (zie Pelvic inflammatory disease) en een spiraaltje kunnen ook menstruatiepijn veroorzaken.
De klachten van dysmenorroe beginnen vlak voor of bij het begin van de menstruatie en zijn het hevigst als de bloeding op zijn hoogtepunt is. De pijn kan zich voordoen als:
- kramp in de onderbuik, in golven, uitstralend naar de onderrug en de benen;
- zeurende pijn in het bekken.
Soms gaat de pijn vergezeld van klachten van het premenstrueel syndroom, zoals hoofdpijn, gevoelige borsten en een opgezette buik, maar meestal hebben deze klachten niets met elkaar te maken.
Uw huisarts zal vragen stellen over de menstruaties en de pijn daarbij. Gynaecologisch onderzoek wordt meestal alleen bij secundaire dysmenorroe gedaan. De arts maakt misschien een kweek om een infectie op te sporen. Soms is het zinvol bij de gynaecoloog een echo (Echografie (echoscopie)) van uw onderbuik te laten maken. Bij verdenking op afwijkingen in de baarmoeder kan deze worden onderzocht met behulp van een endoscoop (zie Hysteroscopie, Hysteroscopie (test en behandeling)).
U kunt baat hebben bij pijnstillers die zonder recept verkrijgbaar zijn, zoals NSAID’s (bijvoorbeeld ibuprofen of diclofenac). Ontspannen in een warm bad of een warme kruik op de buik kan de pijn eveneens verlichten. Raadpleeg bij ernstige klachten uw huisarts.
De behandeling hangt af van het type dysmenorroe. Bij primaire dysmenorroe krijgt u wellicht een
NSAID’s
(zie NSAID’s, Geneesmiddelen en het bewegingsapparaat) of een krampstillend middel. Uw arts schrijft misschien de anticonceptiepil voor. Er is dan geen eisprong meer, waardoor de menstruatiepijn vaak sterk afneemt. Ook worden de bloedingen minder. De pijn kan terugkomen na het stoppen met de anticonceptiepil. Secundaire dysmenorroe neemt vaak af bij behandeling van de onderliggende aandoening. Ook dan is vaak de orale anticonceptiepil een goede optie.
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families vaker voor
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak