Posttraumatische stress-stoornis
Angst
Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Angst leidt tot voorzichtigheid of vluchten, en kan dus nuttig zijn als je jezelf moet beschermen. Soms is iemand bang terwijl daar weinig aanleiding voor is. Als de angst erg groot is of onnodig lang aanhoudt, kunt u daar in uw dagelijks leven veel last van hebben. We spreken dan van een angststoornis. Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Eén daarvan is de posttraumatische stress-stoornis.
naar boven
Wat is een posttraumatische stress-stoornis?
Wanneer u iets heel ergs heeft meegemaakt (zoals een oorlog, een overval of seksueel geweld), kan die gebeurtenis steeds op een indringende manier in uw gedachten of dromen terugkomen. Het is alsof de gebeurtenis zich telkens weer voor uw ogen afspeelt, alsof u het steeds opnieuw beleeft.
U doet er alles aan om deze gedachten te vermijden. U gaat bijvoorbeeld niet meer naar de plek waar het gebeurd is. U mijdt de mensen die met het nare voorval te maken hadden, of die u eraan doen denken.
Sommige mensen gebruiken alcohol, drugs of kalmerende middelen om hun nare ervaringen te verdringen en gevoelens van angst, pijn of verdriet te ‘verdoven’.
naar boven
Wat zijn de verschijnselen?
Mensen met een posttraumatische stress-stoornis zijn vaak zeer prikkelbaar. Ze schrikken snel en hevig. Ze kunnen zich niet goed concentreren of krijgen zomaar opeens een enorme woedeuitbarsting. Ze kunnen minder belangstelling opbrengen voor hun omgeving en verwachten weinig van de toekomst. Verschijnselen van een posttraumatische stress-stoornis kunnen soms pas jaren na de gebeurtenis optreden.
naar boven
Hoe ontstaat het?
Waarom de een, na een ingrijpende gebeurtenis, een posttraumatische stress-stoornis krijgt en de ander niet, is niet duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Ook een doorgemaakte psychiatrische ziekte of een depressie, geeft een verhoogde kans op het ontstaan van een posttraumatische stress-stoornis.
Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst en paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.
De manier waarop iemand met angst omgaat lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen daarbij een rol. Het gaat er waarschijnlijk niet alleen om wat iemand heeft meegemaakt, maar ook om de manier waarop diegene met angstgevoelens omgaat.
naar boven
Adviezen
U kunt zelf veel doen om uw klachten te verminderen. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’. Schrijf op hoe u denkt over de ernstige gebeurtenis, en waar het allemaal mee begon. Beschrijf uw angst en uw nachtmerries. Schrijf op wat er gebeurt op momenten dat u zich angstig voelt: Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?
Noteer ook wat u voortaan in angstige momenten kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te ontspannen, even wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel ook deze brief lezen.
naar boven
Medicijnen
Medicijnen tegen depressie (antidepressiva) kunnen helpen bij een ernstige posttraumatische stress-stoornis. Voorbeelden van antidepressiva zijn fluvoxamine,paroxetine,clomipramine of imipramine. Als u hiermee begint kunnen in de eerste paar weken angst, geïirriteerdheid en boosheid tijdelijk wat verergeren. Ook kunnen bijwerkingen optreden zoals een droge mond, maagdarmklachten, slaperigheid of slapeloosheid, transpireren en minder zin in vrijen. De bijwerkingen verschillen per middel en verdwijnen meestal na verloop van tijd. Antidepressiva werken niet verslavend.
Na ongeveer zes weken beginnen de medicijnen vaak goed te werken. Tot die tijd kunt u bij hevige angst eventueel kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) gebruiken, zoals diazepam of oxazepam. Als de angst of opvliegendheid groot is, kunnen benzodiazepines helpen. Benzodiazepines werken versuffend en verslavend. Gebruik ze daarom hooguit één tot twee weken.
naar boven
Hoe gaat het verder?
Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit op het spreekuur te bespreken. Vaak wordt het dan duidelijk hoe u uw posttraumatische stress kunt verminderen. Soms is het nodig dat een psycholoog u verder helpt. In een aantal gesprekken probeert u het probleem samen aan te pakken en een nieuw evenwicht te vinden. Deze behandeling werkt vaak het best in combinatie met medicijnen (antidepressiva). Wanneer u antidepressiva gaat gebruiken, bekijken we na zes weken of het gekozen middel goed werkt. Als het helpt, is het de bedoeling hier minstens zes tot twaalf maanden mee door te gaan. Als het niet goed werkt, kunt u een ander antidepressivum proberen. Vaak blijkt dat dan wel te helpen. Wanneer u de dosering van uw medicijnen wilt veranderen of wilt stoppen, neem dan contact op om te overleggen. Antidpressiva moeten geleidelijk worden afgebouwd.
Gun uzelf de tijd om uw ervaringen te verwerken. Vaak lukt het na verloop van tijd weer een gevoel van veiligheid en van controle over uw eigen lichaam en leven terug te krijgen.
naar boven
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u ook terecht bijde Angst, Dwang en Fobie stichting, tel. 0900-2008711 of via de website www.psychowijzer.nl.
naar boven
Heeft u nog vragen?
Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen
naar boven
posttraumatische stress stoornis
Wat is een posttraumatische stress-stoornis?
Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) kan komen na een oorlogservaring, een natuurramp, een vliegtuigongeluk, een terroristische
aanslag, aanranding, verkrachting, beroving met geweld, of door het zien van mensen die ernstig gewond of gedood zijn.
Tijdens de
schokkende gebeurtenis of het trauma verliezen mensen bijna helemaal de controle. Ze raken de greep op hun dagelijkse leven kwijt, en voelen
zich vaak machteloos.
Verder raakt hun leven enorm ontwricht. Ze raken het vertrouwen in zichzelf en andere mensen kwijt, de zekerheid van
het bestaan en het idee van de eigen onkwetsbaarheid.
Zo?n schokkende gebeurtenis kan het geestelijk en lichamelijk evenwicht ernstig verstoren. Geest en lijf blijven als het ware rekening houden
met gevaar dat er niet meer is: de angst blijft de hele tijd bestaan. Chronische stress, extra grote waakzaamheid, en allerlei lichamelijke
klachten zijn vaak het gevolg. Dit hindert mensen met PTSS op veel manieren in hun dagelijks leven.
Er is een belangrijk verschil met andere psychische stoornissen. Ook daar spelen negatieve levensgebeurtenissen vaak een rol, maar een PTSS
gaat altijd direct terug op een trauma. De PTSS verschilt ook van andere stoornissen omdat mensen niet het trauma zelf, maar de
herinnering eraan uit de weg wil gaan.
Hoe vaak komt posttraumatische stress-stoornis voor?
In Nederland is de PTSS nooit apart gemeten. In het buitenland variëren de cijfers van een paar procent tot 8% voor volwassenen die de
stoornis in hun leven hebben gehad. In het afgelopen jaar hebben 1,3 tot 4% volwassenen de stoornis gehad.
In een straat met 100 volwassen
bewoners hebben jaarlijks dus 1 tot 4 bewoners PTSS.
Gaat het over?
Mensen krijgen PTSS vaak al op jongere leeftijd, vooral als ze vrouw zijn. PTSS is vaak chronisch, en het trauma kan heel lang doorwerken.
Van de mensen die bijvoorbeeld een PTSS kregen door de Tweede Wereldoorlog heeft 15 tot 25% na 50 jaar nog steeds een PTSS.
Het kan zijn
dat mensen voorgoed veranderen door de schokkende gebeurtenis, bijvoorbeeld door oorlogservaringen of verblijf in een concentratiekamp. Ze
raken langdurig depressief, voelen zich verlaten, kunnen niet meer echt genieten, of zich verdiepen in interesses of andere mensen. Ze kunnen
andere mensen ook minder vertrouwen dan daarvoor. Ze voelen zich gauw bedreigd en trekken zich snel terug.
Angststoornissen
Er zijn verschillende angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie
=pleinvrees), specifieke of enkelvoudige fobie, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis, gegeneraliseerde
angststoornis, de posttraumatische stress-stoornis, en hypochondrie.
naar boven
Verschijnselen van posttraumische stress-stoornis
Mensen hebben een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) als ze de volgende verschijnselen hebben:
1.
Ze hebben een gebeurtenis
meegemaakt met een dreigende of daadwerkelijke dood of ernstige verwonding. Zij, en eventueel andere betrokken, reageren met grote angst,
hulpeloosheid en afschuw.
2.
Ze beleven deze traumatische gebeurtenis de hele tijd opnieuw op minstens één van de volgende manieren:
- Ze krijgen terugkerende en onaangename herinneringen aan de gebeurtenis. Het zijn herinneringen die ze niet uit de weg kunnen gaan.
- Ze dromen steeds weer akelig over de gebeurtenis.
- Ze doen dingen of ze voelen zich alsof de gebeurtenis weer gebeurt.
- Ze lijden psychisch intens als ze dingen zien of horen die hen herinneren aan iets van de traumatische gebeurtenis.
- Ze krijgen lichamelijke reacties als ze dingen zien of horen die hen herinneren aan iets van de traumatische gebeurtenis.
3.
Ze gaan dingen uit de weg die bij het trauma horen, of ze gaan in zijn algemeenheid minder goed reageren op de dingen. Dan herkennen
ze zich in minstens drie van de volgende gevallen:
- Ze willen activiteiten, plaatsen of mensen uit de weg te gaan die horen bij het trauma.
- Ze willen activiteiten, plaatsen en mensen uit de weg te gaan die hen herinneren aan het trauma.
- Ze kunnen zich een belangrijk stuk van het trauma niet meer herinneren.
- Ze hebben duidelijk minder zin om aan dingen te beginnen, en hebben er zelfs geen belangstelling voor.
- Ze hebben het gevoel niet meer bij anderen te horen.
- Ze praten minder over uw gevoelens.
- Ze hebben het gevoel een beperkte toekomst te hebben.
4.
Ze zijn prikkelbaarder geworden na de traumatische gebeurtenis. Dan herkennen ze zich in minstens twee van de volgende gevallen:
- Ze hebben moeite met inslapen of doorslapen.
- Ze zijn prikkelbaar, barsten af en toe in woede uit.
- Ze kunnen zich moeilijk concentreren.
- Ze zijn overdreven waakzaam.
- Ze schrikken op een meer dan normale manier.
5.
Ze hebben langer dan één maand last van bovenstaande verschijnselen.
6.
Ze lijden behoorlijk door de PTSS, en kunnen sociale dingen, het werk of andere belangrijke dingen niet meer goed doen.
naar boven
Hoe ontstaat een posttraumatische stress-stoornis?
Over oorzaken van een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) valt nog weinig te zeggen, behalve dan dat het komt door het meemaken van een
traumatische gebeurtenis. Maar niet iedereen krijgt daarna PTSS: 8% van de mannen en 20% van de vrouwen. Wel zijn extra risico?s bekend om
PTSS te krijgen na zo?n gebeurtenis.
Daarnaast blijkt dat sommige mensen meer risico lopen om alleen al een traumatische gebeurtenis mee te maken. Zij lopen dan ook meer kans om
PTSS te krijgen.
De extra risico?s hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met
levensgebeurtenissen, en het meemaken van een traumatische gebeurtenis op zich.
Geslacht en leeftijd
- Vrouwen hebben twee keer zo vaak PTSS als mannen. In de leeftijd tot 15 jaar is het verschil nog groter. Let op: vrouwen hebben niet meer
kans om een trauma mee te maken, maar wel om daarna PTTS te krijgen.
- Van de volwassenen tot 65 jaar hebben de jongvolwassenen even vaak PTSS als de oudere volwassen.
Individuele kwetsbaarheid
De gevoeligheid voor PTSS lijkt voor een deel erfelijk te zijn. De volgende mensen krijgen het vaker:
- Mensen met een lagere opleiding of een lager inkomen, en komend uit een armoedig gezin
- Mensen die kwetsbaar, angstig en emotioneel in het leven staan.
- Mensen die al eerder een angststoornis of een andere psychische stoornis hebben gehad. Vooral als ze een sociale fobie of een specifieke
fobie hebben gehad.
- Mensen met gedragproblemen op jeugdige leeftijd.
Omgeving
De volgende mensen hebben vaker PTSS:
- Mensen die in hun werk te maken hebben met trauma?s: brandweerlieden, politie-agenten, hulpverleners bij rampen.
- Vluchtelingen: zij zijn immers vaak weggegaan uit hun land vanwege traumatische gebeurtenissen.
- Gescheiden mensen en mensen die hun partner hebben verloren.
- Mensen die minder sociale steun hebben in hun omgeving.
- Mensen in de stad.
Levensgebeurtenissen
- Uiteraard heeft iemand met PTSS een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Meer dan de helft van de bevolking maakt ooit een trauma mee, en
heel vaak meer dan één. 8% van de mannen, en 20% van de vrouwen krijgen PTSS na een trauma.
- Levensbedreigende situaties en seksueel misbruik geven de grootste kans op PTSS; ernstige ongelukken en natuurrampen de kleinste.
Daartussen in zit lichamelijk geweld of toeschouwer zijn van lichamelijk geweld.
- Bij de helft van de vrouwen is het trauma verkrachting of aanranding; bij mannen is dat geweld of toeschouwer zijn van geweld.
- Hoe jonger iemand een trauma meemaakt, hoe groter de kans op PTSS.
- Hoe meer trauma?s iemand meemaakt, hoe groter de kans.
- De kans wordt ook groter als iemand een stressvolle levensgebeurtenis meemaakt, na het trauma.
- Flink meer risico op PTSS lopen mensen die direct emotioneel reageren op het trauma zelf, of reageren doordat als het ware delen van
gedachten of gevoelens uit hun geheugen verdwijnen (het zogenoemde dissociëren).
Meemaken traumatisch gebeurtenis
De volgende mensen hebben meer kans een trauma op zich mee te maken. Dus los van het risico om daarna PTSS te krijgen.
- mannen;
- jongeren;
- mensen met een lage opleiding;
- mensen die angstig en emotioneel in het leven staan;
- extraverte mensen;
- mensen met gedragsproblemen op jongere leeftijd;
- mensen die al eerder psychische stoornissen hebben gehad.
naar boven
Hoe wordt een posttraumatische stress-stoornis vastgesteld?
Meestal gaan mensen met een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) met hun klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar
oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische
stoornissen. Mensen met een sociale fobie of een andere angststoornis hebben bijvoorbeeld
ook vaak last van een depressie. Als dat zo is, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand een PTSS heeft, kan de huisarts of een andere behandelaar kortere of langere vragenlijsten gebruiken. Sommigen vinden
het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.
naar boven
Behandeling van een posttraumatische stress-stoornis
Bij alleen een posttraumatische stress-stoornis (PTSS), dan kan iemand zelf kiezen tussen medicijnen of een psychologische behandeling. Al is
dat laatste beter.
Bij de psychologische behandeling gaan mensen oefenen met die situaties waarin ze altijd last krijgen van hun angsten en de herinnering aan
het gebeurde. Dit oefenen gaat in kleine stapjes waarbij de situaties steeds ?erger? worden. Dan worden mensen steeds een beetje minder bang.
Deze behandeling heet exposure in vivo. Exposure betekent: blootstellen; en in vivo: in het echt.
Dit wordt
vaak gecombineerd met cognitieve gedragstherapie. Dit is een vorm van psychotherapie. Dit is een vorm van psychotherapie. Samen met de behandelaar gaat iemand kijken
naar de manier van denken en het gedrag. Daarna is het de bedoeling dat iemand dat gaat veranderen, en zullen de klachten minder
worden.
Als cognitieve therapie niet werkt, dan is EMDR een mogelijkheid. Dit werkt als volgt. De huidige voorstelling van het trauma naar
voren gehaald, terwijl beide hersenhelften afwisselend gestimuleerd worden. Dit gebeurt op verschillende manierren: door de vingerbewegingen
van de therapeut met de ogen te volgen, door in een koptelefoon afwisselend tikjes aan het rechter- en linkeroor te laten horen, of door
afwisselend op de linker en rechterhand te tikken (bij kinderen). Deze methode is goed onderzocht en werkt bij de behandeling van
posttraumatische klachten.
Heeft iemand ook nog een ernstige depressie, dan is het beter met medicijnen te beginnen,
in dit geval antidepressiva. Dit zijn medicijnen die de depressie aanpakken.
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen.
naar boven
Adviezen bij een posttraumatische stressstoornis: cliënt
Mensen met een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) doen het op hun werk en op school stukken minder. Ze kunnen wantrouwig worden, of in
een sociaal isolement raken
- Zorg dat u genoeg weet over PTSS. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, genoeg weten over PTSS.
- U moet weliswaar zelf uw PTSS aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst, Dwang en Fobie
Stichting organiseert lotgenotencontact.
- Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen
paniek. De cursussen worden gegegeven door onder andere de RIAGG of door een GGZ-centrum. Voor de cursus Geen paniek is er
een website: www.cursusgeenpaniek.nl. Ook de Angst Dwang en Fobie
Stichting geeft diverse trainingen.
- Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met PTSS. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk
werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
- Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
- Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie.
Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
naar boven
Adviezen bij een posttraumatische stress-stoornis: familie en andere betrokkenen
Leven met iemand met een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is voor familie en betrokkenen vaak een psychische belasting. Daar komen
vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de angststoornis.
- Zorg dat u genoeg weet over PTSS en de mogelijke gevolgen.
- Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Maak duidelijk
waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
- Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus
over PTSS of angststoornissen in het algemeen te volgen. De Angst Dwang en Fobie
Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
- Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
- Een huisgenoot met PTSS maakt dat sociale situaties uit de weg worden gegaan. Raak niet zelf in een sociaal isolement, maar zorg ervoor
dat u bij enkele mensen in uw omgeving uw hart kunt luchten. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
- Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst Dwang en Fobie
Stichting of Stichting
Labyrint / In Perspectief.
Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een
succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
- Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
- Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er
naar.
Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst Dwang en Fobie Stichting
of Stichting Labyrint / In
Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.
naar boven
Patiënten- en belangenorganisaties posttraumatische stress-stoornis
Uitgebreidere informatie op www.trimbos.nl, informatie voor professionals, onder andere over:
- verloop van PTSS, en de zaken die het verloop beïnvloeden;
- samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen;
- gevolgen van PTSS, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven;
- literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek).
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De
Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en
uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:
- verschillende angststoornissen;
- behandelmogelijkheden;
- samen met de behandelaar beslissen over behandeling;
- psychologische behandeling en behandeling met medicijnen;
- aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen;
- omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie;
- praktische informatie over adressen en wetgeving.
De Richtlijn kunt u bestellen bij het Trimbos-instituut.
naar boven