Pulmonale hypertensie

Artikelen over pulmonale hypertensie

Encyclopedie over pulmonale hypertensie

Medische encyclopedie

Abnormaal hoge druk in de bloedvaten naar de longen

Bloed wordt door het hart onder lagere druk door de longen gepompt dan door de rest van het lichaam. Bij pulmonale hypertensie is de druk in de slagaders naar de longen abnormaal hoog. Daardoor moet de rechterkant van het hart, die het bloed door de longen pompt, sterker samentrekken dan normaal om voldoende bloed door de slagaders te pompen. Hierdoor raakt de wand van de rechterkant van het hart verdikt.

De oorzaken

Er zijn verschillende hart- en longziekten die pulmonale hypertensie kunnen veroorzaken. Bij COPD ontstaat weerstand tegen de bloedstroom in de longen doordat longweefsel vernietigd is. Bij ziekten met littekenvorming in de longen, zoals longfibrose, zijn bloedvaten in de longen vernietigd, waardoor het bloed moeilijker stroomt. Bloedstolsels in de longen (zie Longembolie) kunnen de bloedstroom blokkeren. Door vernauwing van de mitralisklep, de klep in het linkergedeelte van het hart, kan bloed niet de longen uit, waardoor er tegendruk (zie Mitralisstenose)ontstaat.

Bij sommige aangeboren hartziekten (Aangeboren hartafwijking) pompt het hart meer bloed dan normaal door de longen, waardoor de druk stijgt.

In zeldzame gevallen leidt slaapapneu tot pulmonale hypertensie. Soms is er geen duidelijke oorzaak; men spreekt dan van primaire pulmonale hypertensie.

De symptomen

Veel mensen die pulmonale hypertensie krijgen, hebben al een chronische hart- of longziekte. Tot de symptomen van pulmonale hypertensie behoren:

  • kortademigheid die erger wordt bij inspanning;
  • vermoeidheid.

Naarmate de ziekte voortschrijdt, wordt de kortademigheid steeds erger, totdat deze ook bij rust optreedt. Uiteindelijk kan aan de rechterkant van het hart, die het bloed door de longen pompt, hartfalen optreden, wat tot oedeem (zwelling door vochtophoping)leidt, vooral rond de enkels, maar ook in de buik. De lever zet uit (hepatomegalie) en het vocht hoopt zich op in de vrije buikholte (ascites).

De diagnose

Als u een hart- of longziekte hebt en de symptomen plotseling erger worden, kan dat op pulmonale hypertensie wijzen. Een röntgenfoto wijst uit of de slagaders vergroot zijn. Een echocardiogram of een ECG geeft uitsluitsel over een hartaandoening, en longfunctietests zijn nuttig om de omvang van de longbeschadiging te bepalen.

Als de diagnose dan nog niet duidelijk is, kan hartkatheterisatie nodig zijn. Hierbij wordt een slangetje door een ader in een arm of been in de rechterkant van het hart gebracht om daar de bloeddruk te meten.

De behandeling

De behandeling van pulmonale hypertensie is gericht op die van de onderliggende aandoening. De arts kan langdurende zuurstoftherapie (zie zuurstoftherapie) voorschrijven als het zuurstofgehalte van het bloed te laag is. Stollingsremmers (Geneesmiddelen die de stolling remmen) kunnen worden voorgeschreven als de bloedvaten in de longen door stolsels zijn geblokkeerd.

Ook kan de arts medicijnen voorschrijven die de bloedvaten in de longen verwijden en de druk erin verlagen. Als zich hartzwakte heeft ontwikkeld, kunt u een vochtafdrijvend middel (zie Diureticum) krijgen om overmatig vocht af te voeren.

Als de onderliggende oorzaak van pulmonale hypertensie is vastgesteld en kan worden behandeld, kan de toestand verbeteren. In de meeste gevallen wordt de aandoening echter steeds ernstiger.

Bij primaire pulmonale hypertensie en gevallen waarbij de onderliggende ziekte onbehandelbaar is, kan de aandoening tot chronisch hartfalen leiden. Wie pulmonale hypertensie heeft en jonger dan 55 is, kan een longtransplantatie nodig hebben.

Risicofactoren

Leeftijd
Komt meer voor boven 40 jaar
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Leefwijze
Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
Geslacht
Geen factoren van betekenis
Erfelijkheid
Geen factoren van betekenis

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.