Zwangerschap

Artikelen over zwangerschap

Patiëntenbrief

Hoe lang duurt het om zwanger te worden?

Als u een jaar lang regelmatig vrijt zonder voorbehoedmiddel, dan is de kans dat u zwanger wordt groot (80%). Soms duurt het langer dan verwacht om zwanger te worden. Deze brief beschrijft wat er onder normale omstandigheden nodig is om in verwachting te raken.

naar boven

Wat is er nodig om zwanger te kunnen worden?

Bij de vrouw moet een eicel uit een van de eierstokken vrijkomen; dat heet de eisprong. In het zaadvocht van de man moeten voldoende, goed beweeglijke, zaadcellen zitten. Het zaad moet via de eileiders bij de eicel kunnen komen. Het is belangrijk elke maand in de vruchtbare periode vlak voor de eisprong een paar keer te vrijen.

naar boven

De eisprong

Om zwanger te worden moet er een eicel uit een van de eierstokken vrijkomen. Dit heet de eisprong.

Als u regelmatig menstrueert, is er bijna zeker ook elke maand een eisprong.

  • De eisprong vindt plaats ongeveer 14 dagen vóór het begin van de menstruatie. Als u regelmatig menstrueert (bijvoorbeeld om de 28 dagen), dan kunt u voorspellen wanneer uw volgende menstruatie ongeveer komt. Uw eisprong is ongeveer 14 dagen voor die datum. Als u onregelmatig menstrueert, dan is het lastig te schatten wanneer de volgende eisprong komt.

  • Als u opeens meer helder slijm in uw vagina heeft, kan dat wijzen op een eisprong. Door dit slijm is het voor zaadcellen makkelijker om vanuit de vagina in de baarmoeder te komen.

  • Tijdens de eisprong kan ook pijn in de buik of een lichte bloeding optreden. Sommige vrouwen weten daardoor precies wanneer er een eisprong is.

Soms is het onzeker of er wel een eisprong is. Bijvoorbeeld als u niet zo vaak menstrueert (meer dan 35 dagen tussen de menstruaties) of als de menstruaties wegblijven. Als u een halfjaar niet meer heeft gemenstrueerd, dan is er in die tijd waarschijnlijk ook geen eisprong geweest.

naar boven

Het zaad

Om zwanger te worden moet de eicel worden bevrucht door een zaadcel. De kwaliteit van het zaad moet goed zijn: In het zaadvocht moeten voldoende zaadcellen zitten. Ook moeten de zaadcellen de juiste vorm hebben en goed beweeglijk zijn. Als een man eerder in zijn leven een kind heeft verwekt, dan is de kans groot dat de kwaliteit van zijn zaad goed is.

naar boven

Vrijen in de vruchtbare periode

Om zwanger te worden is het meestal voldoende als u om de twee of drie dagen vrijt. Vaker mag, maar is niet nodig. De zaadcellen blijven in de baarmoeder een paar dagen leven.

Als u weet wanneer er een eisprong is, moet u vooral rond die tijd vrijen. De meeste zwangerschappen ontstaan na het vrijen in de zes dagen vóór de eisprong.

Het is handig om telkens als de menstruatie begint, de datum in uw agenda te noteren. Eventueel kunt u dan ook aanstrepen in welke periode u vruchtbaar bent zodat u eraan denkt om dan te vrijen.

Als u klaarkomt moet het zaad direct in de vagina komen. Soms lukt dat niet. De zaadlozing komt bijvoorbeeld te vroeg, nog voordat de penis in de vagina is. Of de penis is te slap. Soms is de vagina te droog of lukt het niet goed om de spieren rond de vagina te ontspannen. Daardoor wordt het vrijen pijnlijk of onmogelijk.

naar boven

De eileiders

De zaadcellen komen in de vagina, zwemmen via de baarmoeder om dan via de eileiders naar de eicel te komen. De eileiders moeten dus goed doorgankelijk zijn.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Als u regelmatig zonder voorbehoedmiddel vrijt, dan is de kans groot dat u binnen een jaar zwanger wordt. Als u door uw partner al eens zwanger bent geweest, is die kans nog groter. Als het erop lijkt dat niets een zwangerschap in de weg staat, raden we daarom aan om het verder te blijven proberen.

Als het vrijen niet goed lukt, bepreek dit dan met uw partner of kom naar het spreekuur om erover te praten. De ervaring leert dat dit helpt.

U kunt verder onderzoek overwegen:

  • als het onduidelijk is of er een eisprong is (bijvoorbeeld omdat u een halfjaar niet heeft gemenstrueerd)

  • als u een jaar lang heeft geprobeerd om zwanger te worden. Kom dan samen op het spreekuur.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Patiëntenbrief

Noteer de eerste dag van uw laatste menstruatie. Deze datum wordt gebruikt om uit te rekenen hoe lang u zwanger bent. Veertig weken later is 'de uitgerekende datum' voor de bevalling. De meeste vrouwen bevallen in de periode van drie weken voor tot twee weken na die datum.

Adviezen

Over het algemeen kunt u alles gewoon blijven doen. Er zijn maar enkele dingen waar u op moet letten:

  • Eet gezond en gevarieerd. 'Eten voor twee' is niet nodig, maar afvallen is nu niet verstandig. Rauwe producten kunnen besmet zijn. Groenten voor rauwkost moet u daarom goed wassen. Vermijd rauwe (ongepasteuriseerde) melk en zachte kazen die van rauwe melk gemaakt zijn (meestal staat dit op de verpakking). Zorg dat vlees goed doorbakken, gekookt of gerookt is. Eet geen (half) rauw vlees, osseworst of filet américain. Bewaar producten zo kort mogelijk en koop ze liever vers.

  • Wel wordt aangeraden elke dag 1 tablet foliumzuur (0,5 mg) in te nemen (bij voorkeur vanaf vier weken voordat u mogelijk zwanger raakt) tot en met de tiende week van uw zwangerschap. Foliumzuur vermindert de kans op een baby met een open rug. Foliumzuurtabletten kunt u zonder recept bij uw drogist of apotheek kopen.

  • Soms wordt vanaf de vierde maand van uw zwangerschap extra vitamine D ( 10 microgram per dag) geadviseerd, maar het is niet duidelijk of dit wel zinvol is. Let op dat u geen extra vitamine A inneemt. Te veel vitamine A is schadelijk voor uw kind.

  • Medicijnen, medicinale crèmes of -pleisters en vrij verkrijgbare of alternatieve geneesmiddelen kunnen schadelijk zijn voor uw kind. Gebruik ze alleen na overleg met uw arts. Laat ook andere (tand-)artsen die u behandelen, weten dat u zwanger bent. Paracetamol is in de zwangerschap toegestaan.

  • Gebruik liever geen alcohol als u zwanger bent of borstvoeding geeft. Bij uitzondering hooguit een glaasje kan waarschijnlijk geen kwaad, maar te veel alcohol is beslist schadelijk voor uw kind.

  • Rook niet en probeer rokerige ruimtes te vermijden. Als u rook inademt, krijgt uw kind minder zuurstof en kan het minder goed groeien. Ook drugs moet u niet gebruiken. Wilt u stoppen met roken, alcohol of drugs, dan kunnen wij u vanuit de praktijk hierin ondersteunen.

  • Draag handschoenen wanneer u in de tuin werkt of de kattenbak verschoont. Contact met uitwerpselen van katten kan besmetting met toxoplasmose veroorzaken en dat kan schadelijk zijn voor uw kind.

  • Probeer contact met bepaalde chemische stoffen te vermijden, zoals verf op terpentinebasis, bestrijdingsmiddelen of foto-ontwikkelvloeistoffen.

  • Het maken van röntgenfoto's moet worden beperkt omdat de straling schadelijk kan zijn voor uw kind. Van beeldschermen en magnetrons is geen schadelijkheid aangetoond.

  • De meeste dingen zoals werken, sporten, fietsen en vrijen, kunt u gewoon blijven doen, voor zover u zich er prettig bij voelt. Als u bij inspanning vaak 'harde buiken' krijgt, kan dat een teken zijn dat u het rustiger aan moet doen. Sporten waarbij u makkelijk valt of met anderen botst, kunt u beter vermijden. Duiken met zuurstofflessen mag ook niet.

  • Als u naar verre landen wilt reizen, informeer dan ruim van te voren welke voorzorgsmaatregelen u moet nemen en wat het advies voor u als zwangere. Vliegen kan medisch geen kwaad maar na 32 weken zwangerschap kan de vliegmaatschappij u weigeren. Vraag dit dus eerst na. Gaat u naar de bergen, ga dan bij voorkeur niet hoger dan 2000 meter.

Hoe gaat het verder?

Er wordt bloed afgenomen om een aantal kenmerken van uw bloed te bepalen en om te controleren of u bepaalde infectieziekten heeft (gehad). Neem contact op met de praktijk als iemand in uw omgeving een kinderziekte heeft zoals rode hond of de vijfde ziekte en u deze ziekte zelf nog niet heeft gehad.

Wanneer u voor controle komt, meten we de bloeddruk en kijken we of uw kind goed groeit.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

Patiëntenbrief

Bloedonderzoek in het begin van de zwangerschap

Aan het begin van uw zwangerschap wordt er bloed afgenomen voor onderzoek. Er wordt gecontroleerd of u geen bloedarmoede heeft. Een aantal kenmerken van uw bloed wordt bepaald (bloedgroep en rhesus-D-factor). We kijken of u bepaalde infecties heeft doorgemaakt en of u antistoffen in uw bloed heeft die schadelijk kunnen zijn voor de baby. Door uw bloed te onderzoeken kunnen we tijdig maatregelen nemen om eventuele nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen. Er wordt alleen bloed afgenomen met uw toestemming. Wanneer u eventueel bepaalde onderdelen van het bloedonderzoek niet wilt laten doen, dan kunt u dat aangeven. De uitslag van het onderzoek krijgt u tijdens het volgend spreekuurbezoek, tenzij dit anders met u is afgesproken.

naar boven

Wat wordt er bij elke zwangere in het bloed onderzocht?

Hemoglobinegehalte

Hemoglobine (Hb) is de kleurstof van de rode bloedcellen. Hemoglobine bevat ijzer. Tijdens de zwangerschap kan het hemoglobinegehalte (en ijzer) van uw bloed dalen. Als het hemoglobinegehalte te laag is, spreken we van bloedarmoede. U krijgt dan meestal ijzertabletten.

Bloedgroep

Er wordt bekeken welke bloedgroep u heeft: A, B, AB of O. Bij de bevalling verliest elke vrouw bloed, de een wat meer dan de ander. De kans is klein dat u extra bloed nodig heeft via een bloedtransfusie. In dat geval wordt altijd eerst gecontroleerd of het transfusiebloed wel goed bij uw eigen bloed past.

Rhesus-D-factor

De rhesus-D-factor is een natuurlijke stof die bij vier op de vijf mensen in het bloed zit. Dit is erfelijk bepaald. Iemand met die factor in het bloed noemen we ‘rhesus-D-positief’. Heeft u die factor niet, dan bent u ‘rhesus-D-negatief’ en is het volgende van belang:

Tijdens de zwangerschap en de bevalling kan er wat bloed van de baby in uw eigen bloed terechtkomen. Dat is geen probleem als uw kind ook rhesus-D-negatief is. Maar als uw baby rhesus-D-positief is, kan uw bloed antistoffen tegen het bloed van uw baby gaan maken. In dat geval kunnen er bij (deze of) een volgende zwangerschap met een rhesus-D-positieve baby problemen ontstaan. Die antistoffen kunnen via de navelstreng in het bloed van uw (volgende) baby komen en het bloed afbreken. De (volgende) baby kan hierdoor bloedarmoede krijgen. ,In de dertigste week van uw zwangerschap wordt uw bloed opnieuw onderzochtop antistoffen tegen het bloed van uw baby. Een paar dagen later krijgt u een injectie die ervoor zorgt dat uw bloed minder of geen antistoffen aanmaakt.

Na de bevalling wordt ook het bloed van uw baby onderzocht. Als hij of zij inderdaad rhesus-D-positief is, krijgt u weer een injectie die de vorming van antistoffen tegenhoudt. Dit geeft, zoals gezegd, bescherming tegen afbraak van het babybloed bij een eventuele volgende zwangerschap.

Andere antistoffen

Voor alle zwangeren geldt dat er bij een eerdere zwangerschap of bij een bloedtransfusie ook andere antistoffen kunnen zijn aangemaakt. Deze antistoffen kunnen de gezondheid van de baby benadelen: de kans bestaat dat ze via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken. Indien deze antistoffen in het begin van de zwangerschap in uw bloed zijn gevonden, wordt uw bloed verder onderzocht tot duidelijk is welke dit precies zijn.

Hepatitis-B

Hepatitis B is een infectieziekte van de lever. Het wordt veroorzaakt door het hepatitis-B-virus. Veel mensen worden er ziek van (geelzucht, koorts), sommige mensen merken niet dat ze de infectie hebben. Na de infectie blijven sommigen het hepatitis-B-virus bij zich dragen. We noemen hen ‘drager’. Ze zijn niet ziek maar wel besmettelijk voor anderen. Wanneer een draagster van het virus zwanger is, ondervindt de baby geen schade tijdens de zwangerschap. Wel kan de baby bij de geboorte besmet raken met het hepatitis-B-virus en ook een leverontsteking krijgen. Daarom wordt uw bloed in het begin van de zwangerschap nagekeken. Bent u draagster van het hepatitis B virus, dan krijgt uw baby binnen twee uur na de geboorte een injectie met hepatitis-B-immunoglobuline. Dit middel zorgt er voor dat de baby niet ziek wordt.

Lues (syfilis)

Lues is een seksueel overdraagbare aandoening (een soa), veroorzaakt door een bacterie. Het is een infectie die lange tijd onopgemerkt kan blijven. In het begin van de zwangerschap kan de bacterie nog niet in het bloed van de baby terechtkomen, later wel. Daarom is het van belang dat lues tijdig wordt ontdekt. Zo nodig krijgt u medicijnen (antibiotica). Daarna is uw baby veilig.

HIV

HIV is een virus dat de ziekte aids veroorzaakt. HIV kan worden overgedragen via besmet bloed (bijvoorbeeld door gemeenschappelijk gebruik van naalden) of door onveilig te vrijen met iemand die met HIV is besmet.

HIV-besmetting kan met bloedonderzoek worden vastgesteld. In het zeldzame geval dat een moeder is besmet met HIV, kan de baby tijdens de bevalling of via borstvoeding ook besmet raken. Om dat te voorkomen is het zinvol om aan het begin van de zwangerschap een HIV-test te doen. We kunnen de kans op besmetting van de baby verkleinen door een moeder met HIV al tijdens de zwangerschap medicijnen te geven. Verder kunnen maatregelen als een keizersnede en het niet geven van borstvoeding, besmetting van de baby eventueel voorkomen.

naar boven

Wat wordt er bij sommige zwangeren in het bloed onderzocht?

Rodehond

Het rodehond-virus kan tijdens de zwangerschap afwijkingen bij de baby geven. Wanneer u vroeger rodehond heeft gehad of er tegen bent ingeënt (vrouwen die na 1964 zijn geboren), dan heeft u antistoffen en is uw baby veilig. Uw bloed hoeft dan niet op rode hond te worden onderzocht. Weet u niet zeker of u rodehond heeft gehad of hiertegen bent ingeënt, dan kan uw bloed worden onderzocht. Als blijkt dat u de antistoffen niet heeft, dan is het verstandig om uit de buurt te blijven van kinderen (of volwassenen) die mogelijk rodehond hebben (koorts, vlekjes). Na de bevalling kunt u zich alsnog laten inenten. Bij een eventuele volgende zwangerschap bent u dan veilig.

naar boven

Hoe gaat het verder?

Wanneer uw bloed goed is, zijn er verder geen maatregelen nodig. Soms wordt gedurende de verdere zwangerschap het bloed nog af en toe gecontroleerd op hemoglobine.

naar boven

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

naar boven

Encyclopedie over zwangerschap

Medische encyclopedie

Van het moment van conceptie, wanneer een eicel wordt bevrucht, tot het moment van de geboorte, vinden bij de zwangere vrouw complexe veranderingen plaats. Het genetisch materiaal van de vader en de moeder versmelt en groeit uit tot een nieuw, genetisch ander individu. De moeder levert een voedende en beschermende omgeving, waarin de foetus kan groeien. Na de geboorte is de baby in staat buiten het lichaam van de moeder te leven en aan een eigen bestaan te beginnen.

Ongeveer een week na de bevruchting nestelt de eicel zich in de binnenwand van de baarmoeder; in dit stadium noemen we het een embryo. Acht weken later zijn in dit embryo alle voor het leven noodzakelijke organen zoals hart en hersenen al aangelegd. Vanaf deze fase noemen we het een foetus. De foetus groeit heel snel. Tussen acht en twaalf weken wordt een foetus vijftien keer zo zwaar. Tegen de tijd van de geboorte weegt een baby gemiddeld iets meer dan 3kg.

Een volgroeide foetus
Deze röntgenfoto laat een volgroeide foetus zien, met het hoofd laag in het bekken van de moeder.
Een volgroeide foetus

De zwangere vrouw

Het hormoongehalte van de moeder verandert zodanig dat het de lichamelijke veranderingen kan aansturen die nodig zijn voor een gezonde zwangerschap en bevalling. De menstruatie houdt op, en later in de zwangerschap worden de banden en gewrichten in het bekken soepeler ter voorbereiding op de geboorte. De borsten worden groter omdat er meer melkklieren komen om de pasgeborene te kunnen voeden.

Elke nieuwe zwangerschap verloopt anders. Veel aanstaande moeders voelen zich de hele tijd goed. Anderen hebben last van misselijkheid, braken, maagzuur en vermoeidheid. Deze klachten zijn het gevolg van biologische veranderingen, zoals hormoonveranderingen en de druk van de groter wordende baarmoeder op de omringende organen. Deze symptomen kunnen zich in diverse stadia van de zwangerschap voordoen.

De geboorte

Vanaf 37 weken is de foetus volgroeid en kan hij zonder hulp buiten het lichaam van de moeder in leven blijven. Rond week 40 van de zwangerschap geeft een hormoonverandering de aanzet tot het eerste van de drie stadia van de bevalling. Als de baby geboren is, gaat de moeder melk produceren ter voorbereiding op de borstvoeding, en wordt haar lichaam geleidelijk weer zoals het voor de zwangerschap was.

Celdeling
Na de bevruchting heeft de eicel zich gesplitst en een klompje cellen gevormd, de morula.
Celdeling

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.