Type 2 diabetes begint heel sluipend. Als u klachten krijgt bestaat de diabetes meestal al een paar jaar, omdat licht verhoogde glucosewaarden nauwelijks klachten geven.
Hoe hoger de bloedglucose, boven 10 mmol/l , en hoe langer die is verhoogd, hoe meer klachten.
Als de dokter bloed laat prikken i.v.m. uw klachten of omdat u grote kans heeft diabetes te krijgen, dan wordt de diagnose diabetes gesteld aan de hand van de volgende getallen.
overzicht glucosewaarden bij diabetes
| capillair bloed (vingerprik) | veneus plasma (lab) |
|---|
nuchter
| > 6 mmol/l
| > 6.9 mmol/l
|
|---|
óf 2 uur na maaltijd
| > 11 mmol/l
| > 11 mmol/l
|
|---|
overzicht glucosewaarden normaal
| capillair bloed (vingerprik) | veneus plasma (lab) |
|---|
nuchter
| < 5.6 mmol/l
| < 6.1 mmol/l
|
|---|
én 2 uur na maaltijd
| < 7.8 mmol/l
| < 7.8 mmol/l
|
|---|
nuchter is: na 8 uur vasten
> betekent: hoger of groter dan
< betekent: lager of kleiner dan
veneus plasma: bloed uit een ader
U hebt dus diabetes als uw bloedglucose (buiten een periode van ziekte, en zonodig tweemaal bepaald) via een vingerprik bij uw huisarts hoger is dan 6 millimol per liter als u nuchter bent, of hoger dan 11 na een maaltijd. In het lab via een ader geprikt zijn de waarden nuchter hoger dan 6.9 (6 punt 9) en eveneens 11 mmol/l na een maaltijd.