
Als de diagnose diabetes is gesteld, is een plan van aanpak, of behandelplan nodig.
U stelt dat samen met uw huisarts en/of andere diabetes-teamleden vast. Het gaat er immers niet alleen om wat een ander nodig of nuttig voor u vindt, het is minstens zo belangrijk dat u begrijpt waarom dat zo is, en wat dat voor u zou kunnen betekenen.
Adviezen m.b.t. voeding en beweging, waar elke behandeling mee begint, vragen wellicht een verandering van uw gewoonten. Zo'n verandering beinvloedt meestal ook de dagelijkse gang van zaken voor uw eventuele partner of kinderen.
U maakt afspraken over uw behandeldoelen, en met welke middelen u die probeert te bereiken.
Zo kiest u welke aspecten van leefstijl u het eerst wilt aanpakken, en hoe u dat gaat doen, zoals beschreven bij het onderwerp "Zelf haalbare doelen stellen".
U komt overeen welke medicijnen u gaat gebruiken voor de glucoseregulatie en ter behandeling van eventuele risicofactoren voor complicaties.
U stelt samen vast of de algemeen geldende streefwaarden voor de glucose-regulatie, gewicht, bloeddruk of bloedvetten ook uw persoonlijke streefwaarden zullen zijn. Soms zijn andere waarden dan de algemene beter, bijvoorbeeld als tussenstap.
Een behandelplan moet regelmatig worden bijgesteld.
....
Het niet bereiken van de samen afgesproken streefwaarden kan een goede reden zijn het behandelplan aan te passen. Maar ook als u een medicijn niet goed verdraagt, als u hypo's, hoge bloeddruk of een complicatie krijgt, als u flink bent afgevallen, of als u een lange reis gaat maken. Zo kunnen u en uw teamgenoten kunnen allemaal redenen hebben om het behandelplan bij te stellen.