Behandeling en management - Over op insuline - Aandachtspunten

 9/11 
vorige   volgende
Uw diabetes in balans: zie leven met diabetes

Hypo's: zie Lage Bloedglucosewaarden

Inspanning of sport: zie onder Lichaamsbeweging in het ABC

Reizen: zie Leven met diabetes en Info-blad

Ziekte: zie Hoge bloedglucosewaarden en Info-blad

U zult merken dat het in balans houden van uw diabetes in het dagelijks leven bij gebruik van insuline meer aandacht vergt dan toen u alleen tabletten gebruikte. Zo is bij overgaan op insuline (of op een ander soort of schema) overleg met uw diëtist van belang voor een goede balans met uw voeding. Sport, reizen en ziekte kunnen bij insuline makkelijker tot lage of hoge glucosewaarden leiden als u geen voorzorgsmaatregelen treft. Omdat we op die problemen al dieper ingaan in andere hoofdstukken, volstaan we hier met een verwijzing per onderwerp. Als u net met insuline bent gestart is raden wij u aan die onderwerpen goed te bekijken, ook als u dat al eerder hebt gedaan!

We besteden nu aandacht aan enkele zaken die niet elders worden besproken, omdat ze alleen van belang zijn bij insuline-gebruik. Eerst kort iets heel praktisch: hoe bewaart u insuline thuis en wat doet u ermee als u op pad gaat? Klik op Info-blad onderaan het scherm en u vindt de adviezen.


afbeelding van een lichaam met een spuitplek of spuit-infiltraat

Aandacht voor uw spuittechniek blijft nodig, ook als u al lang insuline gebruikt. Spuit u vaak op dezelfde plaats (of met een eerder gebruikt naaldje) dan kunnen op den duur verdikkingen ontstaan in het onderhuidse vet. Die harde plekken of bobbels noemen we spuitplekken of spuit-infiltraten.

Omdat die plekken minder gevoelig zijn kan het aantrekkelijk lijken juist daar te spuiten, maar dat moet u vooral niet doen! Als u in zo'n harde plek spuit, bereikt de insuline de bloedvaatjes veel moeilijker, wat de glucose-regulatie ongunstig beïnvloedt. En spuit u nu eens in onbeschadigde huid, en dan weer in een bobbel, dan zullen uw glucosewaarden nog meer gaan schommelen...

Spuitplekken kunt u voorkómen door binnen een lichaamsdeel steeds minstens 1 cm naast een vorige plaats te spuiten, ofwel door te "roteren".

Uw zorgverlener zal u helpen uw injectieplaatsen regelmatig te controleren om eventuele verhardingen vroeg op te kunnen sporen.

Ze verdwijnen meestal geleidelijk als u daar niet meer spuit.

Tenslotte, wéten wat je het beste zou kunnen doen of laten mag dan wel de basis zijn voor de overstap naar insuline, het elke dag om-gaan met insuline is en blijft een leerproces. Het aanpassen van de dosis, de soort insuline of het schema wanneer dat nodig is, is zelfs een verhaal apart. U kunt het zien als een soort spel dat u samen met uw zorgverlener speelt, met als doel het zo normaal mogelijk houden van uw glucosewaarden bij het leven dat u wilt leven. Zo maakt u samen de keuzes die het beste bij u passen.

En, al doende leert men!

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.