
Als het met één injectie niet meer lukt om uw HbA1c onder de 53 te houden, dan zal twee-maal daags insuline vaak de volgende stap zijn. U kunt ook kiezen voor een 4 x daags schema.
Bij een 2 x daags schema spuit u voor het ontbijt en voor het avondeten. Dat kán met NPH, maar een mengsel (of -mix) met kort- of snelwerkende insuline erin is beter in staat de koolhydraten van uw ontbijt en avondmaal
op te vangen, en heeft dus de voorkeur.
Een mengsel met kortwerkende insuline moet u een half uur vóór het eten spuiten voor het beste effect op de glucose na het eten.
Bij een mengsel met snelwerkende insuline hoeft u niet te wachten, u spuit het vlak vóór of bij het eten. Dat is gemakkelijker, en veel mensen kiezen daarvoor. Maar als de ontbijt-injectie bij het middagmaal al is uitgewerkt is een extra injectie nodig.
Het is dus een kwestie van uitproberen welke insuline het beste past bij het tijdstip waarop en het soort maaltijden dat u graag eet.
Het is bij dit schema goed om met uw diëtist te overleggen of het voor u nodig is in de loop van de ochtend of middag iets te eten om lage glucose-waarden te vermijden.
Het aantal eenheden insuline waarmee u 2x daags start hangt af van hoeveel u 1x daags spoot óf (als u direct begint met 2 x daags) van uw gewicht. Uit ervaring weten we dat 's morgens tweemaal zoveel insuline als 's avonds een goed uitgangspunt is.
Op basis van uw zelfcontrole wordt de dosis aangepast tot het doel is bereikt: glucose nuchter tussen 4 en 7, en anderhalf tot 2 uur na de maaltijd onder de 9 millimol per liter.
De glucoseverlagende tabletten worden meestal afgebouwd, behalve metformin.
Het is zinvol daarmee door te gaan vanwege het gunstige effect op de insulinewerking, uw gewicht, en hart en vaten.
Bij een schema met 2 insuline-injecties per dag zult u vrij regelmatig moeten leven en eten. Meer vrijheid krijgt u met een 4 x daags schema, waarbij u voor ieder maaltijd en voor het slapen insuline spuit.
Zo'n schema vergt nogal wat kennis, inzicht en inzet van uzelf, én deskundigheid van uw zorgverleners.
Een dergelijke behandeling wordt nu meestal begeleid door een internist, diabetesverpleeg-kundige en diëtist op de diabetespoli van het ziekenhuis, maar is in toenemende mate mogelijk in de huisartsen-praktijk.