Behandeling en management - Over op insuline - Insuline-toediening

 4/11 
vorige   volgende
afbeelding van een lichaam met plaatsen waar de insuline ingespoten kan worden

De meeste mensen spuiten insuline onder-huids (ofwel subcutaan) in het bovenbeen of in de buik, soms in een bil of de bovenarm. U doet dat met een insulinepen ter grootte van een vulpen

Er zijn pennen die al gevuld zijn met insuline, en pennen waar u zelf een patroon met insuline in moet doen.

De hoeveelheid insuline die u spuit wordt uitgedrukt in internationale eenheden, op schrift afgekort als I-E of nog simpeler als E. Alle patronen of pennen bevatten 300 eenheden insuline in 3 milliliter.

Spuiten leert u van een deskundige, zoals een diabetesverpleegkundige of een praktijk-ondersteuner. Samen kiest u de pen die het beste bij u past. Zij zal ook een naaldlengte kiezen die past bij de dikte van uw huid, zodat de insuline ónder de huid en niet ín de huid of in de spier eronder terecht komt. Spuiten in de spier kan niet erg veel kwaad, maar is pijnlijker, kan een kleine bloeding veroorzaken, en versnelt meestal de opname van insuline in het bloed.

Insuline wordt vanuit de buik sneller in het bloed opgenomen dan vanuit een been of bil, vanuit de arm zit er tussen in. Om te zorgen dat uw insulinedosis en voeding in balans blijven met de opname van de insuline in het bloed, is het dus van belang om steeds op dezelfde tijd in hetzelfde lichaamsdeel te spuiten. Bijvoorbeeld elke ochtend in de buik en elke avond in het bovenbeen.

U leert ook om te "roteren", ofwel steeds minstens 1 cm naast een vorige plek te spuiten. U ziet dat op het plaatje. Dat is van belang om de zogenaamde 'spuit-plekken' te voorkomen, waarover we later wat meer vertellen. Met een beetje oefening blijkt het spuiten erg mee te vallen en wordt het een simpele routine. Met de dunne en korte naaldjes van tegenwoordig voelt u er vrijwel niets van.

Er zijn ook andere manieren om insuline toe te dienen. Een pompje dat is verbonden met een onderhuids naaldje kan uitkomst bieden als het met meermaal daags insuline spuiten niet lukt goede glucosewaarden te bereiken. In het ziekenhuis wordt insuline soms via een ader toegediend. Heel soms wordt een pomp met een slangetje naar de buikholte gebruikt. Bij grote spuitangst (vooral bij kinderen) kan worden gekozen voor een hogedrukspuit zonder naald, of een onderhuidse slangetje dat enkele dagen kan blijven zitten. Enkele wetenswaardigheden over het spuiten met een pen hebben we in een overzicht gezet. Klik op Wetenswaardigheden als u dat nu wilt zien of afdrukken.

Wat zegt een lotgenoot?

Wetenswaardigheden

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.