| Pen | keuze tussen voorgevulde wegwerppen of pennen waar een vulling in moet | alle bevatten 300 eenheden (E) in 3 ml |
| Naald | lengte individueel te bepalen | bij voorkeur 5-6 mm, soms langer |
| éénmalig gebruiken | om huidbeschadiging te voorkomen |
| alle naaldjes passen op alle pennen | een enkele uitgezonderd... |
| Injectieplaats | in onbeschadigde huid | ook niet in bobbels ("spuitplekken") ¹ |
| in welk lichaamsdeel u ook spuit: steeds minstens 1 cm verder ("roteren") ² | om spuitplekken te voorkómen |
| (middel)langwerkende in bovenbeen/bil, bij tweemaal daags ook in de buik | in been/bil tragere opname insuline dan in buik |
| snel- of kortwerkende in buik | snelste opname (maaltijd-insuline) |
| zomogelijk niet in bovenarm | meer kans op injectie in spier |
| Voorbereiding | huid schoon en droog | niet desinfecteren |
| troebele insuline > 10 x zwenken | moet goed gemengd vóór injectie |
| heldere insuline: zwenken hoeft niet | betreft kort- en snelwerkende insuline |
| < 12 eenheden troebele insuline: nieuwe pen(vulling) nemen | goede menging anders niet zeker |
| NB: volg voor al dan niet zwenken de aanwijzingen in de bijsluiter van uw insulinepen of -patroon |
| Injectie zelf | techniek individueel te bepalen | zie stappen op video |
| niet door kleding (ondanks gemak) | naald soms tekort, huid niet te zien |
| Pijn vermijden | passende naaldlengte | injectie in spier of huid is soms pijnlijk |
| insuline op kamertemperatuur | koude insuline kan pijn veroorzaken |
| maximaal 50 eenheden per injectie | bij hogere dosis: verdelen ³ |
| Spuitplekken | voorkómen: steeds wisselen van plaats ("roteren") en op juiste diepte spuiten | plekken die toch ontstaan verdwijnen langzaam als u er niet meer spuit |
| Na injectie | injectieplaats niet masseren | geeft wisselende opname insuline |
| naald in naald-container doen | verkrijgbaar bij naald-leverancier |