
Bij gebruik van S.U.-tabletten of insuline kán de bloedglucose dalen onder 4 mmol/l en een hypoglycemie ontstaan. Metformin en TZD's
geven geen hypo's, en bij repaglinide of GLP-1-therapie komen hypo's zelden voor.
Bij hypo's is vaak sprake van een uitlokkende factor, zoals minder of later eten, of méér inspanning dan gewoonlijk.
Een hypo geeft klachten en verschijnselen, die toenemen naarmate de bloedglucose verder daalt.
Het is belangrijk dat u zelf en mensen in uw naaste omgeving uw eerste waarschuwings-signalen herkennen, opdat u tijdig de juiste actie kunt ondernemen: druivensuiker of glucoserijke drank innemen.
Het is verstandig om na een hypo naar een uitlokkende factor te zoeken, om herhaling te helpen voorkomen.
U kunt zelf heel wat doen om een hypo te vermijden.
Bespreek hypo's altijd met uw huisarts, soms ligt de oplossing in aanpassing van de medicatie.