Methylfenidaat (bijvoorbeeld Ritalin®, Equasym XL®, Concerta®, Medikinet CR®) en dexamfetamine zijn stimulerende middelen, ook wel stimulantia genoemd. Het is niet precies bekend hoe het werkt. Van de 100 kinderen die methylfenidaat slikken, reageren 70 kinderen hierop en 30 kinderen niet. Voor dexamfetamine geldt hetzelfde. Deze getallen ziet u hier in een afbeelding.

Deze medicijnen vallen onder de Opiumwet. Dit betekent dat de Inspectie voor de Volksgezondheid controleert hoeveel en hoe vaak artsen het medicijn voorschrijven. Wanneer u met dit medicijn naar het buitenland wilt, heeft u een Schengenverklaring nodig. Voor meer informatie klik hier. Methylfenidaat is het medicijn dat in Nederland en internationaal het meest gebruikt wordt bij ADHD. Dexamfetamine is het tweede keus medicijn wanneer methylfenidaat niet werkt of te veel bijwerkingen geeft.
Het is belangrijk om uw kind te laten wennen aan het gebruik van methylfenidaat en dexamfetamine. Wanneer dit met een rustig opbouwschema gebeurt, heeft uw kind mogelijk minder last van bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk en komen vooral voor als uw kind het medicijn nog niet lang slikt.
Methylfenidaat of dexamfetamine moet vaak langere tijd gebruikt worden, soms wel jaren. Uw kind neemt dagelijks één of meer tabletten in: afhankelijk van of het een kort of langwerkend middel is. Sommige ouders laten hun kind in het weekend en tijdens vakanties geen medicijnen slikken. Als u daar ook over denkt, is het goed dit eerst met de arts te bespreken.
Soms neemt het probleemgedrag van een kind na het twaalfde jaar af en kan de arts de medicijnen stopzetten.
Als de problemen niet verminderen, kan het medicijn zonder problemen in de puberteit doorgeslikt worden. Toch is het goed om regelmatig met uw kind, de school en de arts te bespreken of het medicijngebruik nog nodig is.
Methylfenidaat en dexamfetamine verminderen het probleemgedrag van het kind. De hyperactiviteit en impulsiviteit nemen af en het gedrag verbetert. Het kind kan beter luisteren, kan zich beter concentreren en is minder vergeetachtig. Het contact tussen ouder en kind wordt prettiger. Leeftijdgenoten vinden het leuker om met het kind om te gaan.
Na een aantal weken kunt u samen met de arts bepalen of de behandeling met methylfenidaat werkt.
Methylfenidaat is in verschillende vormen (zie hieronder) beschikbaar en onder verschillende merknamen. Sommige vormen worden snel afgegeven. Snelle afgifte betekent dat het medicijn snel wordt opgenomen in het bloed en korter werkt, dat wil zeggen drie tot vier uur. Andere vormen worden langzaam opgenomen in het bloed en werken langer.
Dexamfetamine is in één vorm beschikbaar, namelijk als tablet.
De verbeteringen die door de medicijnen komen, zijn tijdelijk. Wanneer het medicijn niet op tijd geslikt wordt, komt het probleemgedrag terug. Soms komt het gedrag zelfs korte tijd extra sterk terug. Uw kind is dan tijdelijk nog drukker of impulsiever dan voor de medicijninname, dit heet het reboundeffect. Het is daarom belangrijk om methylfenidaat volgens een strak schema te gebruiken.
Klik Vormen methylfenidaat voor de vormen van methylfenidaat die beschikbaar zijn.
De vorm bepaalt of uw kind het medicijn één of meer keren per dag moet slikken. Alle verzekeraars vergoeden de kortwerkende vorm, maar de langwerkende vorm niet altijd. Zie hiervoor: Vergoedingen eigen bijdrage ADHD-medicatie 2008
De bijwerkingen zijn voor alle stimulantia gelijk. De meeste bijwerkingen van methylfenidaat en dexamfetamine zijn niet ernstig en treden vooral op aan het begin van de behandeling:
- buikpijn
- minder zin in eten, misselijkheid, gewichtafname
- duizeligheid en hoofdpijn
- slaapproblemen
- huilerigheid
- angst
- prikkelbaarheid
Klik hier voor een meer uitgebreid overzicht van de bijwerkingen.
Meestal verminderen de bijwerkingen na één à twee weken na het starten met de behandeling. Ze verdwijnen ook wanneer de behandeling wordt gestopt of wanneer de dosis wordt verminderd. Soms komen de klachten niet door de bijwerkingen maar worden ze veroorzaakt door de ADHD zelf. Slaapproblemen komen bijvoorbeeld ook vaak voor wanneer een kind geen medicijnen gebruikt. Overigens slikt een aanzienlijk deel van de kinderen de medicijnen voor het slapen gaan omdat zij er goed of beter van slapen.
Bij kinderen die gevoelig zijn voor kunnen soms de tics toenemen. Aanpassen van de dosis helpt vaak maar soms is het nodig om voor een ander medicijn te kiezen. Bij sommige kinderen nemen de tics af door de medicijnen.
Als kinderen stimulantia gebruiken kan de lengte groei twee tot drie jaar iets minder snel verlopen dan bij kinderen die geen medicatie gebruiken. Na die tijd gaan ze weer groeien volgens de groeicurve, ongeacht of ze wel of geen medicatie slikken, maar soms iets lager op de groeicurve dan voorheen. Gemiddeld betekent dit dat kinderen ongeveer twee centimeter kleiner zullen worden dan ze zouden zijn zonder medicatie. Dus sommige kinderen groeien prima en anderen blijven iets achter. In zeldzame gevallen kan een lengtegroei die fors achterblijft reden zijn om te stoppen en een ander middel te proberen.
Als een kind dat methylfenidaat slikt verward gaat praten, te rustig is of als een automaat lijkt te handelen, kan dit wijzen op een te hoge dosis. De arts zal de dosis verlagen of het medicijn eventueel helemaal stoppen.
Atomoxetine (Strattera®) is een middel dat aangeraden wordt als stimulantia niet werken, te veel bijwerkingen geven of als deze middelen te kort werken. In Nederland is in de afgelopen jaren een redelijke ervaring met dit medicijn op gedaan. Atomoxetine is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van depressies maar daar bleek het niet voor te werken. Toen bleek dat het wel werkzaam was voor ADHD. Atomoxetine is mogelijk net zo effectief als stimulantia maar valt niet onder de Opiumwet. Omdat stimulantia langer bekend zijn voor de behandeling van ADHD wordt in eerste instantie gekozen voor stimulantia en pas in tweede instantie voor atomoxetine.
Atomoxetine werkt 24 uur en in principe hoeft een kind maar één dosis per dag te slikken. Als blijkt dat het kind een éénmaal daagse dosis niet goed verdraagt of als een éénmaal daagse dosis niet voldoende werkt, kan uw arts ook een tweemaal daagse dosis voorschrijven (’s ochtends en laat in de middag of vroeg in de avond). Atomoxetine is alleen als capsule beschikbaar.
Niet alle verzekeraars vergoeden het gebruik van atomoxetine. Zie hiervoor: Vergoedingen eigen bijdrage ADHD-medicatie 2008.
Wanneer het kind stopt met dit medicijn is een afbouwschema van een paar dagen soms zinvol maar niet absoluut nodig.
Bij atomoxetine duurt het langer voordat het effect merkbaar is. Na twee tot vier weken is het effect soms merkbaar. Na zes tot acht weken is het effect meestal optimaal.
Het kan zijn dat u in de eerste week al merkt dat het medicijn effect heeft. Meestal duurt het een aantal weken voordat er grote verbeteringen in het gedrag van uw kind merkbaar zijn.
Atomoxetine wordt langzaam opgebouwd om de kans op bijwerkingen te verminderen.
De bijwerkingen die het meest voorkomen zijn:
- slaperigheid
- minder zin in eten, misselijkheid
- braken
- moeheid, duizeligheid
- buikklachten
Klik hier voor een meer uitgebreid overzicht van de bijwerkingen.
Deze bijwerkingen verdwijnen gewoonlijk na verloop van tijd.
Wanneer een kind te veel atomoxetine heeft ingenomen kunnen onder andere de volgende verschijnselen ontstaan: slaperigheid, opwinding, hyperactiviteit, abnormaal gedrag, maag- en darmklachten, verwijding van de pupillen, versnelde hartslag en droge mond.
Nortriptyline (Nortrilen®) hoort bij de groep van de tricyclische antidepressiva (TCA’s) en is werkzaam bij ADHD. Nortriptyline kan soms als vierde keus middel gebruikt worden. Er is weinig onderzoek gedaan naar het effect van dit middel op de lange termijn bij kinderen met ADHD.
Het gebruik van nortriptyline kan overwogen worden wanneer het kind geen stimulantia, als methylfenidaat of dexamfetamine, en geen atomoxetine kan gebruiken of wanneer deze middelen niet werken. Voordat een kind start met de inname, zal de arts een ECG (hartfilm) laten maken om te onderzoeken of het kind geen hartproblemen heeft. Ook zal de arts de bloeddruk en hartslag goed controleren. Het kind zal langzaam aan de medicijnen moeten wennen en hiervoor wordt een opbouwschema gebruikt. Als het kind de gewenste dosis slikt, laat de arts weer een ECG maken. Vaak zal een kindercardioloog het kind onderzoeken.
TCA’s moeten regelmatig ingenomen worden en ouders moeten de inname goed controleren. Zij moeten goed letten op bijwerkingen.
Wanneer het kind gaat stoppen met nortriptyline is het belangrijk dat dit langzaam volgens een afbouwschema gebeurt.
Vooral bij kinderen met ADHD die hebben of angstig zijn, kunnen TCA’s het geschikte middel zijn. Het is een langwerkend medicijn dat de hele dag effectief is. Het medicijn werkt minder goed dan stimulantia als methylfenidaat. Het middel werkt minder goed voor de ADHD-symptomen en is effectiever voor de vermindering van druk gedrag dan voor de verbetering van de concentratie.
Bij nortriptyline is het belangrijk dat een kind niet te veel slikt anders kunnen er hartproblemen ontstaan. Deze bijwerking is ernstig. Ouders en artsen moeten hier goed op letten.
De bijwerkingen van antidepressiva worden door kinderen als zwaarder ervaren dan de bijwerkingen van stimulantia:
- minder zin in eten
- droge mond
- slaapproblemen (slaperigheid)
- duizeligheid, wazig zien, sufheid
- prikkelbaarheid of apathie (initiatiefloos)
- moeilijk kunnen plassen of poepen
Klik hier voor een meer uitgebreid overzicht van de bijwerkingen.
Wanneer een kind hier veel last van heeft of als het kind verward is, moet contact opgenomen worden met de arts.
Wanneer een kind te veel TCA’s heeft geslikt kunnen epileptische aanvallen, ademhalingsstoornissen en hartritmestoornissen ontstaan. Dit kan dodelijk zijn.
Clonidine (bijvoorbeeld Dixarit®, Catapresan®) is een anti-hogebloeddrukmiddel en is werkzaam bij ADHD. Clonidine kan soms als vierde keus middel gebruikt worden. Hoe clonidine werkt bij ADHD is niet precies bekend. Soms wordt clonidine toegevoegd aan methylfenidaat om een betere werking te krijgen.
Het gebruik van clonidine kan overwogen worden wanneer het kind geen stimulantia kan gebruiken. Voordat een kind start met de inname, zal de arts een ECG (hartfilm) laten maken om te onderzoeken of het kind geen hartproblemen heeft. Dit gebeurt vooral wanneer er hartproblemen in de familie voorkomen. Ook zal de arts de bloeddruk en hartslag goed controleren. Het kind zal langzaam aan de medicijnen moeten wennen en hiervoor wordt een opbouwschema gebruikt.
Clonidine moet regelmatig ingenomen worden en ouders moeten de inname goed controleren.
Wanneer het kind gaat stoppen met clonidine is het belangrijk dat dit langzaam volgens een afbouwschema gebeurt.
Het middel werkt minder goed dan stimulantia en heeft wat meer vervelende bijwerkingen. Clonidine kan alleen of samen met een stimulantium gebruikt worden. Clonidine is mogelijk het geschikte middel voor kinderen met ADHD die hebben, slaapproblemen hebben of agressief zijn. Clonidine werkt beter voor het verminderen van druk gedrag (hyperactiviteit en impulsiviteit) dan voor concentratieproblemen.
Het duurt langer om dit medicijn op te bouwen. Na ongeveer twee maanden kunt u samen met de arts bepalen of de behandeling met clonidine werkt of dat de dosis aangepast moet worden.
De bijwerkingen van clonidine zijn:
- tijdelijke toename van hyperactiviteit
- droge mond
- slaperigheid in het begin
- onrustig slapen
- harde ontlasting
- grotere eetlust en daardoor gewichtstoename
- toename van depressieve klachten
Klik hier voor een meer uitgebreid overzicht van de bijwerkingen.
Wanneer een kind te veel clonidine heeft geslikt, kunnen een vertraagde hartslag en kleine pupillen ontstaan. In ernstige gevallen krijgt het kind een verlaagde lichaamstemperatuur.