Keuzeoverzicht
Hier worden een aantal resultaten tussen 'afwachten' en 'het plaatsen van trommelvliesbuisjes' vergeleken.
Naar het effect van buisjes bij herhaalde oorontstekingen is beperkt onderzoek gedaan. Er is onvoldoende informatie om in een in een keuzetabel samen te vatten. Door gebrek aan onderzoek is het minder duidelijk wat het verschil is in resultaat tussen afwachten en trommelvliesbuisjes bij herhaalde oorontstekingen.
De hoordrempel is de sterkte van het zachtste geluid dat iemand nog hoort, uitgedrukt in decibellen (dB). Fluisteren heeft een sterkte van ongeveer 30 dB, hardop praten ongeveer 60 dB. Het geluid van opstijgende vliegtuigen heeft een sterkte van ongeveer 120 dB.
Tabel 1: de hoordrempel bij afwachten en na het plaatsen van trommelvliesbuisjes.
Na 6 maanden | Ongeveer 27 dB | Ongeveer 31 dB |
Na 1 jaar | Ongeveer 27 dB | Ongeveer 27 dB |
Na 6 maanden is er een klein verschil van 4 dB meetbaar tussen de hoordrempel van kinderen bij wie trommelvliesbuisjes zijn geplaatst en bij wie is afgewacht. Voor het dagelijkse leven heeft dit verschil geen betekenis. Het verschil is zo klein omdat na 6 maanden bij een deel van de kinderen bij wie trommelvliesbuisjes zijn geplaatst de buisjes inmiddels zijn uitgestoten en ze opnieuw een slijmoor hebben. Daarnaast is een deel van de kinderen bij wie is afgewacht inmiddels spontaan hersteld van de slijmoren. Na een jaar is er helemaal geen verschil meer.
NB: de getallen genoemd in bovengenoemde tabel zijn gemiddelde waarden. Er kan niet voorspeld worden hoe het gehoor van uw kind met of zonder trommelvliesbuisjes zal gaan zijn.
Een grote internationale studie heeft aangetoond dat ongeveer 16% van de kinderen in de eerste twee weken na het plaatsen van de trommelvliesbuisjes een loopoor krijgt. Na de eerste twee weken krijgt 26% van de kinderen die trommelvliesbuisjes hebben een loopoor. Bij dit onderzoek is er niet vergeleken met kinderen die geen trommelvliesbuisjes hebben gekregen.
In een kleine Nederlandse studie is het aantal looporen vergeleken tussen kinderen die vanwege slijmoren wel en geen trommelvliesbuisjes hadden gekregen. Uit deze studie bleek dat kinderen met trommelvliesbuisjes een grotere kans op een loopoor hebben dan de kinderen bij wie is afgewacht:
- Wel trommelvliesbuisjes: In het eerste jaar na het plaatsen van trommelvliesbuisjes had ongeveer 80% van de kinderen (dat wil zeggen 8 van de 10 kinderen) één of meer keer een loopoor gehad en ongeveer 50% van de kinderen twee of meer keren.
- Geen trommelvliesbuisjes: In het eerste jaar had ongeveer 40% van de kinderen bij wie werd afgewacht één of meer keer een loopoor gehad en 15% van de kinderen twee of meer keren.