Medicijnen werken bij de helft van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.
Medicijnen werken vrij snel, na vier tot twaalf weken kunt u samen met de behandelaar bepalen of de behandeling met het medicijn werkt.
U slikt minimaal eenmaal per dag het medicijn.
U bezoekt de behandelaar regelmatig voor controle en begeleiding.
Bijwerkingen kunnen vooral aan het begin van de behandeling optreden. De meeste bijwerkingen verdwijnen na een of twee weken gebruik als u gewend bent geraakt aan het middel.
De eerste tijd gaat u met uw behandelaar op zoek naar het juiste medicijn en de juiste dosis. Het kan zijn dat na een aantal weken blijkt dat een medicijn niet voldoende werkt bij u. Dan kunt u een ander medicijn gaan proberen en start u opnieuw met een opbouwschema.
Aan het begin van de behandeling, in de eerste twee á drie weken, kunnen de angstklachten toenemen. Daarna nemen de angstklachten af. Uw behandelaar kan u tijdelijk medicijnen voorschrijven die deze toename van angst tegen gaat.
U neemt het medicijn regelmatig in. Uw behandelaar of apotheker vertelt u wanneer het medicijn het beste kunt innemen.
Bij de huisarts, bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de psychiater.
Huisartsen, psychiaters in opleiding (arts-assistenten) of psychiaters schrijven medicijnen voor.
Het kan zijn dat u het medicijn lange tijd nodig heeft, soms jaren of uw leven lang.
Exposure met werkt bij het grootste deel van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.
Deze behandeling houdt in dat u stapje voor stapje blootgesteld wordt aan die situaties die juist angst bij u oproepen. U komt steeds meer in aanraking met de situatie waar u bang voor bent en de situaties worden steeds erger, moeilijker et cetera. Uiteindelijk neemt uw angst af en gaat u er aan wennen.
Exposure kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.
U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.
Door de behandeling verminderen de dwanggedachten en/of dwanghandelingen.
Exposure vraagt veel inzet en doorzettingsvermogen.
U gaat voor tien tot vijftien sessies naar uw behandelaar en u oefent minimaal een uur thuis.
Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.
De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.
Tien tot vijftien sessies, daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.
Cognitieve therapie werkt bij het grootste deel van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.
Bij cognitieve therapie gaat het om het idee dat vervelende emoties (angst) ontstaan of blijven bestaan door denkfouten. Door cognitieve therapie leert u de denkfouten te vervangen door meer kloppende en positieve gedachten.
Cognitieve therapie kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.
U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.
Cognitieve therapie helpt de dwanggedachten en/of dwanghandelingen te verminderen.
U gaat voor vier tot zestien sessies naar uw behandelaar en u oefent thuis.
Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.
De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.
De behandeling duurt vier tot zestien sessies. Daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.
Voor mensen die naast een obsessief-compulsieve stoornis ook een depressie hebben, heeft de combinatiebehandeling het meeste effect.