Angststoornissen bij volwassenen

Obsessief-compulsieve stoornis (dwangstoornis)

Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis hebben last van steeds terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Dwanggedachten (obsessies) zijn gedachten die iemand zelf vreemd vindt maar die telkens terugkomen. Hier kan iemand angstig en onzeker van worden. Voorbeelden zijn; de gedachte een ander te besmetten met bacteriën, waardoor de ander ziek wordt of er niet zeker van zijn het gas uitgedaan te hebben, ook al heeft iemand goed gekeken.

Dwanghandelingen (compulsies) zijn handelingen die iemand doet in reactie op de dwanggedachten. Hierdoor hoopt iemand dat de angst weggaat en hij zichzelf weer gerust kan stellen. Wanneer iemand de handeling niet goed kan uitvoeren, wordt hij angstig. Voorbeelden zijn; steeds opnieuw de handen wassen omdat iemand bang is dat er nog bacterieën op zijn blijven zitten of telkens opnieuw controleren of het gas wel uit is en daardoor het huis moeilijk uitkomen.

Obsessief-compulsieve stoornis: keuzemogelijkheden

Nadat uw behandelaar heeft vastgesteld dat u een obsessief-compulsieve stoornis (dwangstoornis) heeft, kunt u met uw behandelaar bespreken welke behandeling voor u geschikt is. Dit is een persoonlijke keuze. De deskundigen weten wel welke behandeling de voorkeur heeft bij de meeste mensen met een obsessief-compulsieve stoornis. Maar dat wil niet zeggen dat deze behandeling ook uw voorkeur heeft. Misschien houdt u helemaal niet van medicijnen slikken of ziet u gesprekken met een behandelaar totaal niet zitten. Natuurlijk is het ook belangrijk of een bepaalde behandeling bij u in de buurt te vinden is of dat er een wachtlijst is. Het is goed om hier met uw behandelaar over te spreken en samen tot een behandelkeuze te komen.

Een obsessief-compulsieve stoornis kan behandeld worden met een psychologische behandeling óf met medicijnen óf met een combinatie van beide. De keuze hangt ook af van de vraag of u naast de obsessief-compulsieve stoornis ook een ernstige depressie heeft.

De deskundigen geven het volgende advies:

  • Als u een alleen een obsessief-compulsieve stoornis heeft, kiest u zelf of u medicijnen wilt gebruiken of een psychologische behandeling wilt. De psychologische behandeling heeft wel de voorkeur van de deskundigen omdat er na het stoppen van de behandeling minder terugval is vergeleken met een behandeling met medicatie.
  • Als u een obsessief-compulsieve stoornis heeft én een ernstige depressie, raadt uw behandelaar u aan om te starten met medicijnen.

Zie onder Behandelmogelijkheden wat de behandelingen inhouden.

Deze vormen van psychologische behandelingen helpen (zijn effectief) bij een obsessief-compulsieve stoornis: exposure in vivo met responspreventie en cognitieve therapie

Exposure met responspreventie

Van de 100 mensen die behandeld zijn met exposure met responspreventie, zijn er ongeveer 75 mensen mee geholpen en 25 mensen niet.

Afbeelding

Door de behandeling verminderen de dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Het is de bedoeling dat u thuis oefent of huiswerk doet. Deze behandeling kunt u alleen of in een groep krijgen.

Cognitieve therapie

Cognitieve therapie helpt de dwanggedachten en/of dwanghandelingen te verminderen. Voor mensen die alleen dwanggedachten (obsessies) hebben, lijkt cognitieve therapie een goede behandeling. Precieze gegevens over het percentage mensen dat baat heeft bij deze behandeling, zijn niet bekend.

Deze behandeling kunt u alleen of in een groep krijgen.

Deze medicijnen helpen (zijn effectief) bij een obsessief-compulsieve stoornis: selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s), tricyclische antidepressiva (TCA’s) en atypische antipsychotica.

De deskundigen adviseren de volgende stappen, dat wil zeggen eerst stap 1 proberen als dat niet voldoende werkt stap 2 et cetera.

Stap 1: een SSRI

Stap 2: een andere SSRI

Stap 3: SSRI met atypisch antipsychoticum

Omdat het te ver gaat om alle medicamenteuze stappen te beschrijven, worden in deze keuzehulp niet alle stappen uitgewerkt. De meest voorkomende behandelstappen staan hieronder toegelicht. Mochten deze bij u onvoldoende effectief gebleken zijn dan zal uw behandelaar de overige mogelijkheden met u bespreken.

Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s)

Van de 100 mensen met een obsessief-compulsieve stoornis die een SSRI gebruiken, verminderen de klachten bij 50 mensen wel en bij 50 mensen niet.

Afbeelding8

De dwanggedachten en/of dwanghandelingen verminderen. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.

SSRI’s kunnen langere tijd gebruikt worden.

Tricyclische antidepressiva (TCA’s)

Van de 100 mensen met een obsessief-compulsieve stoornis die de TCA (clomipramine) gebruiken, verminderen de klachten bij 50 mensen wel en bij 50 mensen niet.

Afbeelding 9

De dwanggedachten en/of dwanghandelingen verminderen. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.

TCA's kunnen langere tijd gebruikt worden.

Atypische antipsychotica

Atypische antipsychotica zijn werkzaam bij een obsessieve-compulsieve stoornis hoewel mensen die deze stoornis hebben niet psychotisch zijn. Uit onderzoek is gebleken dat een lage dosering van antipsychotica kan helpen om angsten en dwanggedachten te verminderen. Een deel van de mensen die geen effect bemerkte bij het gebruik van een SSRI, verbeterde alsnog na het toevoegen van een lage dosering antipsychotica. Ook als iemand onvoldoende effect bemerkte bij gebruik van clomipramine, dan kan een lage dosering antipsychotica worden toegevoegd. Precieze gegevens over het percentage mensen dat baat heeft bij deze behandeling, zijn niet bekend.

Voor mensen die naast een obsessief-compulsieve stoornis ook een depressie hebben, heeft de combinatiebehandeling het meeste effect.

Obsessief-compulsieve stoornis: keuzeoverzicht

Inleiding

In het keuzeoverzicht staan de belangrijkste kenmerken van een aantal behandelingen achter elkaar.

Werkt de behandeling tegen een obsessief-compulsieve stoornis?

Medicijnen werken bij de helft van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.

Medicijnen werken vrij snel, na vier tot twaalf weken kunt u samen met de behandelaar bepalen of de behandeling met het medicijn werkt.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

U slikt minimaal eenmaal per dag het medicijn.

U bezoekt de behandelaar regelmatig voor controle en begeleiding.

Heeft de behandeling nadelen?

Bijwerkingen kunnen vooral aan het begin van de behandeling optreden. De meeste bijwerkingen verdwijnen na een of twee weken gebruik als u gewend bent geraakt aan het middel.

De eerste tijd gaat u met uw behandelaar op zoek naar het juiste medicijn en de juiste dosis. Het kan zijn dat na een aantal weken blijkt dat een medicijn niet voldoende werkt bij u. Dan kunt u een ander medicijn gaan proberen en start u opnieuw met een opbouwschema.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Aan het begin van de behandeling, in de eerste twee á drie weken, kunnen de angstklachten toenemen. Daarna nemen de angstklachten af. Uw behandelaar kan u tijdelijk medicijnen voorschrijven die deze toename van angst tegen gaat.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U neemt het medicijn regelmatig in. Uw behandelaar of apotheker vertelt u wanneer het medicijn het beste kunt innemen.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij de huisarts, bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de psychiater.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

Huisartsen, psychiaters in opleiding (arts-assistenten) of psychiaters schrijven medicijnen voor.

Hoe lang duurt het?

Het kan zijn dat u het medicijn lange tijd nodig heeft, soms jaren of uw leven lang.

Werkt de behandeling tegen een obsessief-compulsieve stoornis?

Exposure met responspreventie werkt bij het grootste deel van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

Deze behandeling houdt in dat u stapje voor stapje blootgesteld wordt aan die situaties die juist angst bij u oproepen. U komt steeds meer in aanraking met de situatie waar u bang voor bent en de situaties worden steeds erger, moeilijker et cetera. Uiteindelijk neemt uw angst af en gaat u er aan wennen.

Heeft de behandeling nadelen?

Exposure kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.

U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Door de behandeling verminderen de dwanggedachten en/of dwanghandelingen.

Exposure vraagt veel inzet en doorzettingsvermogen.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U gaat voor tien tot vijftien sessies naar uw behandelaar en u oefent minimaal een uur thuis.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.

Hoe lang duurt het?

Tien tot vijftien sessies, daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.

Werkt de behandeling tegen een obsessief-compulsieve stoornis?

Cognitieve therapie werkt bij het grootste deel van de mensen met een obsessief-compulsieve stoornis.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

Bij cognitieve therapie gaat het om het idee dat vervelende emoties (angst) ontstaan of blijven bestaan door denkfouten. Door cognitieve therapie leert u de denkfouten te vervangen door meer kloppende en positieve gedachten.

Heeft de behandeling nadelen?

Cognitieve therapie kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.

U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Cognitieve therapie helpt de dwanggedachten en/of dwanghandelingen te verminderen.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U gaat voor vier tot zestien sessies naar uw behandelaar en u oefent thuis.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.

Hoe lang duurt het?

De behandeling duurt vier tot zestien sessies. Daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.

Voor mensen die naast een obsessief-compulsieve stoornis ook een depressie hebben, heeft de combinatiebehandeling het meeste effect.

Uw keuze

U heeft last van één (of meer) angststoornis(sen). In het onderdeel ‘Wat is een angststoornis’ heeft u kunnen lezen wat de verschillende typen angststoornissen inhouden en welke behandelingen mogelijk zijn. In de beschrijving van de verschillende typen angststoornissen heeft u kunnen lezen welke behandeling de deskundigen aanraden. Vaak staat vermeld dat u zelf de keuze kunt maken of u medicijnen wil gebruiken of een psychologische behandeling wil. In dit deel stellen wij u een aantal vragen om u te helpen bij het maken van deze keuze.

Hieronder staat voor drie onderwerpen beschreven waar u rekening mee moet houden als u voor een psychologische behandeling of een behandeling met medicijnen kiest. Het gaat hier steeds om uw mening en ervaring.

  • 1. In hoeverre vindt u het een probleem?
  • 2. Hoe denkt u er nu over en hoe zal u er over een paar maanden over denken?

Maak uw keuze

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.