Angststoornissen bij volwassenen

Over angststoornissen

Over angststoornissen

Mensen met een angststoornis hebben last van hevige angsten. Angst kan een normale en gezonde reactie op een gevaarlijke situatie zijn. Door de angst en de reactie van het lichaam hierop, kan iemand bijvoorbeeld snel vluchten. Als er sprake is van een angststoornis ervaart iemand hevige angsten die niet in verhouding staan tot het werkelijke gevaar. Veel mensen hebben wel iets waar ze overdreven angstig voor zijn. De behandelaar zal de diagnose angststoornis echter pas stellen wanneer de angst het dagelijks leven ernstig belemmert en verstoort. Het gaat bijvoorbeeld niet goed op het werk of iemand kan de dagelijkse bezigheden niet meer uitvoeren door zijn klachten.

Er bestaan verschillende angststoornissen die zich op verschillende manieren uiten. In deze keuzehulp wordt aandacht besteed aan de volgende typen:

Mensen met een paniekstoornis hebben één of meerdere onverwachte paniekaanvallen gehad.

Bij een paniekaanval ontstaan er in korte tijd lichamelijke symptomen als een bonzend hart, zweten, trillen of ademnood. Deze symptomen zijn erg beangstigend. Mensen die een dergelijke paniekaanval krijgen, kunnen bijvoorbeeld bang zijn iets aan hun hart te krijgen of dood te gaan.

Vaak treden paniekaanvallen onverwacht op. Het kan zijn dat iemand daardoor steeds bang is dat er een nieuwe aanval zal optreden. Vroeger noemde men een paniekstoornis ook een vorm van hyperventilatie.

Naast de paniekstoornis kan men ook last van agorafobie hebben. Agorafobie wordt ook wel pleinvrees of straatvrees genoemd. Mensen met agorafobie mijden plaatsen en situaties omdat ze bang zijn om daar een paniekaanval te krijgen en dan niet weg te kunnen. Het kan zijn dat ze daarom niet meer autorijden of niet meer in drukke winkels komen.

Mensen met een sociale fobie zijn erg bang voor situaties waarbij ze kritiek van anderen zouden kunnen krijgen of ze zich belachelijk zouden kunnen maken. Iemand kan bijvoorbeeld bang zijn dat anderen hem niet aardig of interessant vinden, of bang zijn dat anderen zien dat hij bloost of trilt. Iemand probeert sociale situaties, die hij moeilijk vindt, zoveel mogelijk te voorkomen.

Het is normaal wanneer iemand het eng vindt om bijvoorbeeld te praten in het openbaar maar als er sprake is van een sociale fobie is deze angst veel heviger en heeft meer invloed op iemands leven.

Sommige mensen met een sociale fobie zijn bang voor één situatie bijvoorbeeld podiumvrees. Andere mensen zijn angstig voor meerdere situaties. Een andere naam voor een sociale fobie is een sociale angststoornis.

Iemand met een specifieke fobie heeft een overdreven angst voor één specifieke situatie. Denk hierbij aan bepaalde dieren, afgesloten ruimten, hoogte, onweer, vliegen en dergelijke. Als iemand de situatie, waar hij bang voor is, kan vermijden, heeft hij weinig last van deze fobie maar als het niet lukt om de situatie te vermijden dan kunnen hevige angsten optreden. Als iemand bijvoorbeeld voor zijn werk moet vliegen terwijl hij daar angstig van wordt.

In de keuzehulp wordt een onderscheid gemaakt in de volgende subtypen:

  • bloedfobie
  • letselfobie
  • injectie fobie
  • dier fobie
  • natuur fobie
  • overige typen (alle fobieën die niet bij de voorgaande subtypen horen)

Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis hebben last van steeds terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Dwanggedachten (obsessies) zijn gedachten die iemand zelf vreemd vindt maar die telkens terugkomen. Hier kan iemand angstig en onzeker van worden. Voorbeelden zijn; de gedachte een ander te besmetten met bacteriën, waardoor de ander ziek wordt of er niet zeker van zijn het gas uitgedaan te hebben, ook al heeft iemand goed gekeken.

Dwanghandelingen (compulsies) zijn handelingen die iemand doet in reactie op de dwanggedachten. Hierdoor hoopt iemand dat de angst weggaat en hij zichzelf weer gerust kan stellen. Wanneer iemand de handeling niet goed kan uitvoeren, wordt hij angstig. Voorbeelden zijn; steeds opnieuw de handen wassen omdat iemand bang is dat er nog bacteriën op zijn blijven zitten of telkens opnieuw controleren of het gas wel uit is en daardoor het huis moeilijk uitkomen.

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis voelen zich vaak angstig, onrustig en gespannen. Iemand piekert veel en is vaak meer bezorgd of ongerust dan eigenlijk nodig is. Iemand is geneigd om steeds het ergste te denken en kan de zorgen moeilijk de baas blijven. Hierbij kan iemand last hebben van vermoeidheid, spierpijn, slaapproblemen of concentratieproblemen. Een gegeneraliseerde angststoornis wordt ook wel piekerstoornis genoemd.

Mensen met een PTSS hebben een ernstige gebeurtenis (trauma) meegemaakt waarbij zij of een ander in een (levens)bedreigende situatie zaten, ernstig lichamelijk letsel kregen of de lichamelijke integriteit (ongeschondenheid) werd bedreigd. Hierbij kan gedacht worden aan een verkeersongeluk, seksueel geweld of een natuurramp. Hoewel het misschien een tijd goed is gegaan, krijgt iemand toch klachten waaruit blijkt dat hij de gebeurtenis niet goed heeft kunnen verwerken. Iemand gaat de gebeurtenis telkens opnieuw beleven in zijn dromen of herinneringen. Iemand vermijdt situaties, waarin de gebeurtenis weer zou kunnen gebeuren of die hem aan de gebeurtenis doen denken. Iemand kan de volgende klachten hebben: prikkelbaarheid, snel schrikken, slaapproblemen, woedeaanvallen, concentratie problemen en lichamelijke klachten.

Mensen met hypochondrie denken bij onschuldige lichamelijke verschijnselen dat ze een ernstige levensbedreigende ziekte hebben. Iemand wordt daar heel angstig van en het is niet makkelijk om hem gerust te stellen. Als uit een lichamelijk onderzoek blijkt dat iemand niets ernstigs mankeert, voelt hij zich weliswaar even gerustgesteld, maar na verloop van tijd begint hij toch weer te twijfelen aan zijn gezondheid.

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.