Angststoornissen bij volwassenen

Paniekstoornis met en zonder agorafobie (straatvrees)

Mensen met een paniekstoornis hebben één of meerdere onverwachte paniekaanvallen gehad.

Bij een paniekaanval ontstaan er in korte tijd lichamelijke symptomen als een bonzend hart, zweten, trillen of ademnood. Deze symptomen zijn erg beangstigend. Mensen die een dergelijke paniekaanval krijgen, kunnen bijvoorbeeld bang zijn iets aan hun hart te krijgen of dood te gaan.

Vaak treden paniekaanvallen onverwacht op. Het kan zijn dat iemand daardoor steeds bang is dat er een nieuwe aanval zal optreden. Vroeger noemde men een paniekstoornis ook een vorm van hyperventilatie.

Naast de paniekstoornis kan men ook last van agorafobie hebben. Agorafobie wordt ook wel pleinvrees of straatvrees genoemd. Mensen met agorofobie mijden plaatsen en situaties omdat ze bang zijn om daar een paniekaanval te krijgen en dan niet weg te kunnen. Het kan zijn dat ze daarom niet meer autorijden of niet meer in drukke winkels komen.

Paniekstoornis: keuzemogelijkheden

Nadat uw behandelaar heeft vastgesteld dat u een paniekstoornis heeft, kunt u met uw behandelaar bespreken welke behandeling voor u geschikt is. Dit is een persoonlijke keuze. De deskundigen weten wel welke behandeling de voorkeur heeft bij de meeste mensen met een paniekstoornis. Maar dat wil niet zeggen dat deze behandeling ook uw voorkeur heeft. Misschien houdt u helemaal niet van medicijnen slikken of ziet u gesprekken met een behandelaar of thuisopdrachten maken totaal niet zitten. Natuurlijk is het ook belangrijk of een bepaalde behandeling bij u in de buurt te vinden is of dat er een wachtlijst is. Het is goed om hier met uw behandelaar over te spreken en samen tot een behandelkeuze te komen.

Een paniekstoornis kan behandeld worden met een psychologische behandeling óf met medicijnen óf met een combinatie van beide. Voor de keuze is het belangrijk of u naast de paniekstoornis ook ernstige straatvrees (agorafobie) heeft of niet. De keuze hangt ook af van de vraag of u naast de paniekstoornis ook een ernstige depressie heeft.

De deskundigen geven het volgende advies:

  • Als u een lichte paniekstoornis heeft, is psycho-educatie, uitleg over het tegen gaan van vermijding en zelfhulp mogelijk voor u al voldoende om uw klachten te verminderen.
  • Als u alleen een ernstige paniekstoornis (eventueel met agorafobie) heeft, kiest u zelf of u medicijnen wilt gebruiken of een psychologische behandeling wilt.
  • Als u een paniekstoornis (eventueel met agorafobie) heeft én een ernstige depressie, raadt uw behandelaar u aan om te starten met medicijnen.

Zie onder Behandelmogelijkheden wat de behandelingen inhouden.

Deze vormen van psychologische behandelingen helpen (zijn effectief) bij een paniekstoornis: exposure en cognitieve therapie.

Exposure

Uit diverse onderzoeken blijkt dat van de 100 mensen die behandeld zijn met exposure, er ongeveer 70 mensen mee geholpen zijn en 30 mensen niet.

Afbeelding1

Mensen verdragen behandeling met exposure meestal goed. Van de 100 mensen die met exposure behandeld worden, stoppen 10 tot 20 mensen.

Exposure helpt vooral tegen de vermijding: mensen gaan angstige situaties minder vermijden.

De standaardbehandeling met exposure duurt tien tot vijftien sessies en het is de bedoeling dat u dagelijks minimaal een uur thuis oefent. Na de sessies zijn uw klachten meestal flink verminderd maar vervolgsessies zijn vaak nodig.

Cognitieve therapie

Cognitieve therapie is een werkzame behandeling voor een paniekstoornis. Door cognitieve therapie verminderen de paniekaanvallen en het helpt ook tegen de vermijding. Ui verschillende onderzoeken blijkt dat van de 100 mensen die behandeld zijn met cognitieve therapie, er 76 mensen mee geholpen zijn en 24 mensen niet.

Afbeelding 22

Mensen verdragen cognitieve therapie meestal goed. Van de 100 mensen die met cognitieve therapie behandeld worden, stoppen 10 mensen en 90 mensen gaan door.

De standaardbehandeling met cognitieve therapie duurt meestal tussen de vier tot zestien sessies en u moet thuis oefenen. Na de sessies zijn uw klachten meestal flink verminderd maar vervolgsessies zijn vaak nodig.

Deze medicijnen helpen (zijn effectief) bij een paniekstoornis: selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s), tricyclische antidepressiva (TCA’s) en venlafaxine.

De deskundigen adviseren de volgende stappen, dat wil zeggen eerst stap 1 proberen als dat niet voldoende werkt stap 2 et cetera.

  • Stap 1: een SSRI
  • Stap 2: een andere SSRI
  • Stap 3: clomipramine (een TCA) of venlafaxine

Omdat het te ver gaat om alle medicamenteuze stappen te beschrijven, worden in deze keuzehulp niet alle stappen uitgewerkt. De meest voorkomende behandelstappen staan hieronder toegelicht. Mochten deze bij u onvoldoende effectief gebleken zijn dan zal uw behandelaar de overige mogelijkheden met u bespreken.

Selectieve Serotonine Heropnameremmers (SSRI's)

Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een SSRI gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

Afbeelding 2

De paniekaanvallen verminderen en mensen worden minder angstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: iemand gaat situaties die paniek oproepen minder vermijden. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.

SSRI’s kunnen langere tijd gebruikt worden.

Tricyclische antidepressiva (TCA’s)

Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een TCA (Clomipramine en Imipramine) gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

Afbeelding 3

Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: mensen gaan situaties die paniek oproepen minder vermijden. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.

TCA’s kunnen langere tijd gebruikt worden.

Venlafaxine

Venlafaxine werkt bij de behandeling van een paniekstoornis en wordt goed verdragen. Precieze gegevens over het percentage mensen dat baat heeft bij deze behandeling, zijn niet bekend.

Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: mensen gaan situaties die paniek oproepen minder vermijden.

Venlafaxine kan langere tijd gebruikt worden.

Benzodiazepinen

Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een benzodiazepine gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

Afbeelding 4

Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: iemand gaat situaties die paniek oproepen minder vermijden. De depressieve klachten verminderen niet duidelijk door benzodiazepinen.

Benzodiazepinen kunnen langere tijd gebruikt worden.

Deskundigen hebben niet aangetoond dat de combinatie van behandeling met medicijnen en psychologische behandeling op langere termijn beter werkt dan cognitieve therapie alleen. Op korte termijn heeft de combinatie wel een beter effect.

Paniekstoornis: keuzeoverzicht

Inleiding

In het keuzeoverzicht staan de belangrijkste kenmerken van een aantal behandelingen achter elkaar.

Werkt de behandeling tegen een paniekstoornis?

Medicijnen werken bij het grootste deel van de mensen met een paniekstoornis.

Medicijnen werken vrij snel, na vier tot twaalf weken kunt u samen met de behandelaar bepalen of de behandeling met het medicijn werkt.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

U slikt minimaal eenmaal per dag het medicijn.

U bezoekt de behandelaar regelmatig voor controle en begeleiding.

Heeft de behandeling nadelen?

Bijwerkingen kunnen vooral aan het begin van de behandeling optreden. De meeste bijwerkingen verdwijnen na een of twee weken gebruik als u gewend bent geraakt aan het middel.

De eerste tijd gaat u met uw behandelaar op zoek naar het juiste medicijn en de juiste dosis. Het kan zijn dat na een aantal weken blijkt dat een medicijn niet voldoende werkt bij u. Dan kunt u een ander medicijn gaan proberen en start u opnieuw met een opbouwschema.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Aan het begin van de behandeling, in de eerste twee á drie weken, kunnen de angstklachten toenemen. Daarna nemen de angstklachten af. Uw behandelaar kan u tijdelijk medicijnen voorschrijven die deze toename van angst tegen gaat.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U neemt het medicijn regelmatig in. Uw behandelaar of apotheker vertelt u wanneer het medicijn het beste kunt innemen.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij de huisarts, bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de psychiater.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

Huisartsen, psychiaters in opleiding (arts-assistenten) of psychiaters schrijven medicijnen voor.

Hoe lang duurt het?

Het kan zijn dat u het medicijn lange tijd nodig heeft, soms jaren of uw leven lang.

Werkt de behandeling tegen een paniekstoornis?

Exposure werkt bij het grootste deel van de mensen met een paniekstoornis.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

Deze behandeling houdt in dat u stapje voor stapje blootgesteld wordt aan die situaties die juist angst bij u oproepen. U komt steeds meer in aanraking met de situatie waar u bang voor bent en de situaties worden steeds erger, moeilijker et cetera. Uiteindelijk neemt uw angst af en gaat u er aan wennen.

Heeft de behandeling nadelen?

Exposure kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.

U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Exposure helpt vooral tegen de vermijding.

Exposure vraagt veel inzet en doorzettingsvermogen.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U gaat voor tien tot vijftien sessies naar uw behandelaar en u oefent minimaal een uur thuis.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.

Hoe lang duurt het?

Tien tot vijftien sessies, daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.

Werkt de behandeling tegen een paniekstoornis?

Cognitieve therapie werkt bij het grootste deel van de mensen met een paniekstoornis.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de behandeling?

Bij cognitieve therapie gaat het om het idee dat vervelende emoties (angst) ontstaan of blijven bestaan door denkfouten. Door cognitieve therapie leert u de denkfouten te vervangen door meer kloppende en positieve gedachten.

Heeft de behandeling nadelen?

Cognitieve therapie kost tijd. U gaat regelmatig naar uw behandelaar toe en moet thuis ook oefenen.

U moet vaak een eigen bijdrage betalen, veel verzekeraars betalen deze behandeling niet volledig.

Welke ervaringen hebben anderen met de behandeling?

Door cognitieve therapie verminderen de paniekaanvallen en het helpt ook tegen de vermijding.

Wat moet u zelf doen of kunnen?

U gaat voor vier tot zestien sessies naar uw behandelaar en u oefent thuis.

Waar wordt de behandeling gegeven?

Bij een ggz-instelling, bij een polikliniek psychiatrie, bij een Riagg of in de eigen praktijk van de behandelaar.

Welke hulpverleners kunnen deze behandeling geven?

De behandeling wordt meestal door een specifiek geschoolde psycholoog, een specifiek geschoolde psychiater of een psychotherapeut gegeven. Sommige maatschappelijk werkers en SPV-ers geven ook een lichte vorm van gedragstherapeutische hulpverlening voor lichte klachten.

Hoe lang duurt het?

De behandeling duurt vier tot zestien sessies. Daarna is vervolgbehandeling vaak nog nodig.

Uw keuze

U heeft last van één (of meer) angststoornis(sen). In het onderdeel ‘Wat is een angststoornis’ heeft u kunnen lezen wat de verschillende typen angststoornissen inhouden en welke behandelingen mogelijk zijn. In de beschrijving van de verschillende typen angststoornissen heeft u kunnen lezen welke behandeling de deskundigen aanraden. Vaak staat vermeld dat u zelf de keuze kunt maken of u medicijnen wil gebruiken of een psychologische behandeling wil. In dit deel stellen wij u een aantal vragen om u te helpen bij het maken van deze keuze.

Hieronder staat voor drie onderwerpen beschreven waar u rekening mee moet houden als u voor een psychologische behandeling of een behandeling met medicijnen kiest. Het gaat hier steeds om uw mening en ervaring.

  • 1. In hoeverre vindt u het een probleem?
  • 2. Hoe denkt u er nu over en hoe zal u er over een paar maanden over denken?

Maak uw keuze

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.