Deze vormen van psychologische behandelingen helpen (zijn effectief) bij een paniekstoornis: exposure en cognitieve therapie.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat van de 100 mensen die behandeld zijn met exposure, er ongeveer 70 mensen mee geholpen zijn en 30 mensen niet.

Mensen verdragen behandeling met exposure meestal goed. Van de 100 mensen die met exposure behandeld worden, stoppen 10 tot 20 mensen.
Exposure helpt vooral tegen de vermijding: mensen gaan angstige situaties minder vermijden.
De standaardbehandeling met exposure duurt tien tot vijftien sessies en het is de bedoeling dat u dagelijks minimaal een uur thuis oefent. Na de sessies zijn uw klachten meestal flink verminderd maar vervolgsessies zijn vaak nodig.
Cognitieve therapie is een werkzame behandeling voor een paniekstoornis. Door cognitieve therapie verminderen de paniekaanvallen en het helpt ook tegen de vermijding. Ui verschillende onderzoeken blijkt dat van de 100 mensen die behandeld zijn met cognitieve therapie, er 76 mensen mee geholpen zijn en 24 mensen niet.

Mensen verdragen cognitieve therapie meestal goed. Van de 100 mensen die met cognitieve therapie behandeld worden, stoppen 10 mensen en 90 mensen gaan door.
De standaardbehandeling met cognitieve therapie duurt meestal tussen de vier tot zestien sessies en u moet thuis oefenen. Na de sessies zijn uw klachten meestal flink verminderd maar vervolgsessies zijn vaak nodig.
Deze medicijnen helpen (zijn effectief) bij een paniekstoornis: selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s), tricyclische antidepressiva (TCA’s) en venlafaxine.
De deskundigen adviseren de volgende stappen, dat wil zeggen eerst stap 1 proberen als dat niet voldoende werkt stap 2 et cetera.
- Stap 1: een SSRI
- Stap 2: een andere SSRI
- Stap 3: clomipramine (een TCA) of venlafaxine
Omdat het te ver gaat om alle medicamenteuze stappen te beschrijven, worden in deze keuzehulp niet alle stappen uitgewerkt. De meest voorkomende behandelstappen staan hieronder toegelicht. Mochten deze bij u onvoldoende effectief gebleken zijn dan zal uw behandelaar de overige mogelijkheden met u bespreken.
Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een SSRI gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

De paniekaanvallen verminderen en mensen worden minder angstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: iemand gaat situaties die paniek oproepen minder vermijden. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.
SSRI’s kunnen langere tijd gebruikt worden.
Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een TCA (Clomipramine en Imipramine) gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: mensen gaan situaties die paniek oproepen minder vermijden. Ook depressieve klachten en algemene angstklachten verminderen.
TCA’s kunnen langere tijd gebruikt worden.
Venlafaxine werkt bij de behandeling van een paniekstoornis en wordt goed verdragen. Precieze gegevens over het percentage mensen dat baat heeft bij deze behandeling, zijn niet bekend.
Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: mensen gaan situaties die paniek oproepen minder vermijden.
Venlafaxine kan langere tijd gebruikt worden.
Van de 100 mensen met een paniekstoornis die een benzodiazepine gebruiken, worden ongeveer 60 mensen paniekvrij en 40 mensen niet.

Paniekaanvallen verminderen en worden minder ernstig. Ook de agorafobie (straatvrees) vermindert: iemand gaat situaties die paniek oproepen minder vermijden. De depressieve klachten verminderen niet duidelijk door benzodiazepinen.
Benzodiazepinen kunnen langere tijd gebruikt worden.