U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Adjuvante chemotherapie

Na de operatie bestaat er een kans dat kankercellen zijn achtergebleven in het lichaam. Om deze kankercellen te doden wordt vaak uit voorzorg aanvullende chemotherapie aangeraden. Dit wordt ook wel adjuvante chemotherapie genoemd. Adjuvante chemotherapie wordt gegeven aan patiënten met een aantoonbaar verhoogd risico op uitzaaiingen. Het risico op uitzaaiingen wordt bepaald door:

  • de grootte van de tumor
  • de groeiwijze van de tumor
  • de aanwezigheid van uitzaaiingen in lymfeklieren

Uit onderzoek is gebleken dat chemotherapie de kans op terugkeer van kanker verkleint.

Voor vrouwen onder de 50 jaar is het volgen van adjuvante chemotherapie het meest zinvol. Uit onderzoek blijkt dat de kans dat de ziekte terugkomt in de 10 jaar na de behandeling met ongeveer 25% wordt verlaagd. Voor de patiënten boven de 50 jaar wordt de kans dat de ziekte terugkomt in de 10 jaar na de behandeling met ongeveer 12,5% verlaagd.

Chemotherapie wordt in de aderen gespoten. Dit kan direct in de ader gespoten worden of via een infuus (intraveneus). Ook kan de chemotherapie gegeven worden via de mond (oraal) in de vorm van een tablet of capsule.

Chemotherapie beschadigt naast de kankercellen ook gezonde cellen van uw lichaam. Dit kan tot bijwerkingen leiden. Dankzij de voortdurende ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van chemotherapie, is uw arts goed in staat om de bijwerkingen van chemotherapie te bestrijden. Bijwerkingen verschillen per soort chemotherapie en de dosis. Ook is het effect per persoon verschillend.

De voornaamste bijwerkingen van chemotherapie kunnen zijn:

  • Misselijkheid en verlies van eetlust: de natuurlijke reactie van het lichaam tegen giftige stoffen is braken. Het lichaam herkent de stoffen die gebruikt worden bij chemotherapie als giftig. Hierdoor kan misselijkheid en een verlies van eetlust ontstaan.
  • Infecties: chemotherapie kan leiden tot een tijdelijk tekort aan witte bloedcellen waardoor infecties kunnen ontstaan. Sommige vormen van chemotherapie kunnen het slijmvlies aantasten waardoor zweertjes in en om de mond kunnen ontstaan.
  • Vermoeidheid: chemotherapie is een ingrijpende behandeling voor uw lichaam, het herstel van de behandeling kost uw lichaam veel energie. Vermoeidheid komt dan ook vaak voor bij mensen die chemotherapie ondergaan. Vermoeidheid is nooit helemaal te voorkomen of te verhelpen. Het kan zelfs tot geruime tijd na de behandeling aanhouden.
  • Haarverlies: de behandeling met cytostatica kan haaruitval tot gevolg hebben. Het haar kan dunner worden, maar het haar kan ook volledig uitvallen. Bij alle behandelingen met chemotherapie is de haaruitval tijdelijk. Het haar zal enkele weken na het stopzetten van de behandeling weer gaan groeien.
  • Diarree: de behandeling kan ook effect hebben op gezonde cellen in het spijsverteringsstelsel waardoor dit tijdelijk minder goedwerkt.

Als gevolg van de chemotherapie kan tijdelijke of permanente onvruchtbaarheid optreden. Ook kunt u in een kunstmatige menopauze (overgang) terechtkomen, die soms blijvend is. Of u door de chemotherapie onvruchtbaarheid wordt hangt af van verschillende factoren. Zoals de toegediende medicijnen, de dosering en uw leeftijd. Bespreek met de behandelend arts de mogelijke gevolgen van de chemotherapie voor uw vruchtbaarheid.

Bijwerkingen van chemotherapie op lange termijn kunnen zijn:

  • Een heel klein extra risico op leukemie (minder dan 1%). Verder bestaat er geen verhoogde kans op andere kankersoorten
  • Geen verhoogde kans op infecties of afweerproblemen
  • Sommige cytostatica (met name de zogenaamde anthracyclines, een veel gebruikte chemotherapie bij borstkanker) kunnen samen als ze tegelijkertijd gebruikt worden op termijn hartfalen veroorzaken. De kans hierop is minder dan 1%.

U bevindt zich hier: