Bij kanker kunnen via de lymfe uitzaaiingen ontstaan in het lichaam. Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeweefsel die zich in verschillende organen bevinden.
Lymfevaten vormen de kanalen van het lymfestelsel. Deze vaten worden vanuit het lichaamsweefsel gevuld met een kleurloze vloeistof: lymfe. De lymfe neemt afvalstoffen uit het lichaam op. Via steeds grotere lymfevaten komt de lymfe uiteindelijk in de bloedbaan terecht. Voordat de lymfe in het bloed komt, passeert zij ten minste één lymfeklier.

Lymfeklieren zijn de zuiveringsstations van het lichaam: daarin worden onder andere ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt. Op diverse plaatsen in ons lichaam komen groepen lymfeklieren voor. Deze groepen bevinden zich onder andere in de hals, in de oksels, langs de luchtpijp, bij de longen, bij de darmen en achterin de buikholte, in de bekkenstreek en in de liezen.
Kankercellen kunnen losraken van een tumor en in een lymfevat terecht komen. In de lymfeklier waar de kankercellen als eerste langskomen kunnen deze cellen blijven hangen en kan een tumor ontstaan: een uitzaaiing.
Het is om twee redenen belangrijk om te achterhalen of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn:
- als er lymfeklieruitzaaiingen zijn, dan is er een grotere kans dat kankercellen zich ook via de bloedvaten door het lichaam uitzaaien. Dit kan de overlevingskans beïnvloeden.
- hoe eerder uitzaaiingen in de okselklieren worden ontdekt en weggenomen, hoe groter de kans dat de behandeling effectief is.